PARALLELEN UND
KONVERGENZEN IN
DER
RELIGIONSGESCHICHTE
PARALLELS AND
CONVERGENCES IN
THE HISTORY OF
RELIGION
OVEREENKOMSTEN
EN VERWANTE
GEDACHTES IN DE
GODSDIENSTGESCHIEDENIS
1
Gleicher
präreligöser
Untergrund
Gelijke
prereligieuze
grondslag
2.
Zeitliche
Parallelen in
Hellas, China,
Israel, Persien
und Indien
Chronologische
overeenkomsten
in het oude
Griekenland,
China, Israël,
Perzië en India
3.
Sachlichen
Parallelen:
vita religiosa
Objectieve
overeenkomsten:
vita religiosa
4.
Brahman, Tao,
Logos
Brahman, Tao en
Logos
5.
Atman,
pneuma
Atman,
pneuma
6.
Erlösungsdualismus
Dualistische
verlossingsgedachte
7.
Die mystische
Regung
8.
Heilandskult
9.
Theologische
Betrieb
10.
Einheit und
Verschiedenheit
des religiösen
Triebes
11.
Vergleich und
Unterscheidung
12.
Unterscheidung
der westlichen
und östlichen
Religionsentwicklung
13.
Beispiel:
Origenes und
indische
Theologie
Origenes en de
Indiase
theologie
14.
Rudolf Otto’s
wezenlijke
ervaringen van
het heilige in
India
15
Klaas Schilder
over
Rudolf Otto's
boeken
West-Östliche
Mystik,
Indiens
Gnadenreligion
und das
Christentum,
Sünde und
Urschuld,
Siddhânta des
Râmânuja en
Vischnu-Nârâyana.
16
GLOSSARY ΟF
SANSCRIT TERMS
11. Vergelijking en onderscheiding
We zien nog een fout die te maken heeft met deze manier van denken, een fout waarin de leek bijna altijd vervalt onder de invloed van zulke analogieën. Ik bedoel de neiging om onder de invloed van de globale indruk van gelijkvormigheid de diepgaande individuele verschillen over het hoofd te zien. Het kan waar zijn, dat de levenskracht in zijn veelsoortige manifestaties een is en dat zijn eenheid gezien wordt in het consistente schema van zijn werkzaamheid. Maar in de volheid van individuele werkzaamheid, valt het tegelijk uiteen in een scala van kenmerken en karakteristieke onderscheidingen die ze van elkaar gescheiden houdt. Op het gebied van het geestelijk leven is het echter niet anders. Historisch gezien manifesteert ‘religie’ zich als religies en deze hebben net zo goed hun karakteristieke verschillen. Haar eigensoortige gelijkvormigheid sluit, zoals met alle andere functies van de menselijke geest, de specifieke variaties in hun ontwikkeling niet uit maar in. En net zoals de kunstgeschiedenis in het bijzonder geïnteresseerd is in het vaststellen van karakteristieke en individuele bijdragen van de verschillende afzonderlijke beschavingen aan wat algemeen esthetisch bereikt is, moeten we dus bij het vergelijken van religies een nog nauwkeuriger onderscheid te maken om vast te stellen op welke wijze de gemeenschappelijke fundamentele kracht, ondanks alle ogenschijnlijke parallellen, duidelijk verschillende vormen aanneemt in zijn individuele manifestaties. En de fijnzinnigste taak is het dan zulke speciale vormgevingen naar gehalte en waarde van hun specifieke aard tegen elkaar af te wegen en vervolgens te onderzoeken, of en waar meerwaarde en doorslaggevende meerwaarde van de een tegenover de ander naar voren komen.
12 Het verschil tussen de westerse en oosterse geloofsontwikkeling >