English versionAndere kanalen in FrankrijkCanal de la Marne au Rhin

Reis van 2005 Lutzelbourg- Réchicourt- Strasbourg- Lutzelbourg

Eerste vaardag
Tweede vaardag
Derde vaardag
Vierde vaardag
Vijfde vaardag
Laatste vaardagen

 

Andere kanalen

In 1990 is mijn liefde voor de Franse kanalen ontstaan bij dit kanaal. Vijftien jaar later, in 2005, hebben we op dit kanaal gevaren. Over het eerste leest u hieronder, over onze vaarvakantie via de linken hiernaast.

In 1990 bezochten we Lutzelbourg, een plaatsje in de Elzas in de Vogezen. We stonden op een camping ingeklemd tussen het riviertje La Zorn en het kanaal: 'Le canal de la Marne au Rhin'. Deze twee wateren worden op hun beurt weer ingesloten door een weg en een spoorlijn. Er rijden veel treinen, ook 's nachts. Vooral de eerste nacht hebben wij daardoor niet zo goed geslapen.

Min of meer toevallig zijn we in Lutzelbourg terecht gekomen. We zochten een camping bij het kanaal. Met de kaart onder handbereik volgden we het kanaal zo goed en kwaad als dat kon. Slechts af en toe liep de weg vlak langs het kanaal. Telkenmale gingen we er overheen en reden op wegen evenwijdig aan het kanaal maar steeds op honderd meter afstand of meer. Nergens was iemand zo slim geweest een camping te beginnen. Toen we het bijna opgegeven hadden, vond Marga in de campinggids toch nog een camping die in de buurt moest liggen. De camping heet 'Le plan incliné' hetgeen 'hellend vlak' betekent. Deze camping bleek niet alleen aan het kanaal te liggen maar tevens op enkele honderden meters van het 'plan incliné'. Dit is een soort schepenlift waar boten tegen een hellend vlak van 41 graden in een bak water omhoog en omlaag kunnen worden vervoerd. Het hoogteverschil bedraagt 44,5 meter. Dit komt overeen met een hoogteverschil dat door 17 sluizen wordt overbrugd. De eerste dag op deze camping hebben we de lift bewonderd. Helaas bleken er maar weinig vrachtschepen te varen, hooguit enkele per dag. Er waren evenwel wel veel pleziervaartuigen en rondvaartboten, speciaal voor het hellend vlak. Menig schoolreisje in Noord-Frankrijk voert langs het hellend vlak, hebben wij kunnen vaststellen.

Twee dagen later hebben wij een lange wandeling gemaakt in de heuvels boven het kanaal. Later kwamen we uit bij het oude kanaal. Het plan incliné is namelijk in 1969 gereed gekomen terwijl het kanaal uit de tijd van Napoleon stamt. Het oude kanaal is nog helemaal intact met uitzondering van het belangrijkste gedeelte ervan: het water. Tussen de kaden stroomt een miezerig stroompje. De natuur probeert het kanaal terug te winnen. Tussen de stenen van de kadewanden groeien varens. In de bedding groeien rietbossen en struiken.  Hier en daar schiet een boom omhoog. De bodem ligt een meter of drie-vier beneden het jaagpad waarover ik loop. Hier trokken de paarden de schuiten voort. Ook langs het kanaal is de natuur volop aanwezig. Op de jaagpaden wordt het gras maar en enkele keer per jaar gemaaid en in de paden zitten moddergaten en plassen. 

Vanuit de vallei van de Rijn ging het kanaal sterk omhoog de Elzas in. De sluizen zijn overal gelijk: 5,20 m breed, 41,00 m lang. Een zgn. spits past er precies in. Bij elke sluis wordt een hoogteverschil van 2,60 m overbrugd.De oude sluizen zijn nog allemaal aanwezig. Er staat geen water meer in het kanaal. Over de bodem van het kanaal sijpelt nog wat water. De natuur neemt langzaam bezit van een stuk cultuur. Op de kanaalbodem groeien prachtige planten en struiken. 

Hier en daar ligt een stukje smalspoor. In latere jaren werden de boten ook wel door een treintje getrokken. Ik vermoed dat dit alleen op een beperkt aantal plaatsen zo ging. In Saverne zien we later een locomotief staan.

Om de tweehonderd meter is er een sluis met zware gietijzeren deuren.  De huizen bij de eerste sluizen waar ik langsloop staan, leeg. De luiken zijn verdwenen of half open. Het vensterglas is stuk. Ik zie een deur open staan maar heb geen behoefte om binnen te stappen. Ik verwacht alleen maar vuil en puin. Ik loop verder. 

Als ik de helft van de sluizen heb gehad, worden de woningen wel bewoond. Hoe verder ik loop, hoe fraaier ze worden. Er zijn er die in pasteltinten zijn geverfd en in prachtige bloementuinen liggen. Een enkele sluiswachterwoning ligt tegen een rood rotsmassief aan geplakt dat ver boven het dak uittorent. Opeens kom ik bij een sluis waar aan de bovenzijde wel water staat. Er ligt een waterplas. Hier konden de vrachtboten langere tijd aangemeerd liggen. Ik denk dat er plaats is voor zo'n twintig boten. Ik vervolg mijn weg en kom eindelijk op de plaats waar het oude kanaal zich bij het nieuwe voegt. Even verder verdwijnt het kanaal in een tunnel. Ik loop daar naar toe. Ook hier zie ik zo'n smal spoortje dat samen met het water in de tunnel verdwijnt. Ik ga de tunnel niet in. Het is verlicht en daardoor heeft het wat van zijn charme verloren. Ik stel me voor hoe in vroeger tijden de vrachtboten met het licht van een olielamp of fakkel door de tunnel van ruim twee kilometer trokken. Ik heb nu anderhalf uur langs het oude kanaal gelopen. In totaal maar drie kilometer. Het is er echt prachtig en ik geniet er geweldig van. Telkens sta ik stil om het in me op te nemen of om een foto te maken. Ik weet wel dat wat ik hier ervaar niet op foto is vast te leggen maar ik blijf het proberen. Alle sluizen zijn nog aanwezig. Sommige deuren staan open, andere zijn dicht. De oude constructies met kettingen waarmee de deuren konden worden geopend zijn nog aanwezig. Vrijwel alle sluiswachterhuizen staan er nog in volle glorie. Ook deze zijn meest in gebruik als tweede woning. Langs bovengrondse leidingen worden ze van stroom voorzien. De atmosfeer die dit kanaal uitademt is geweldig. Het was onze laatste dag daar maar ik ben de zeventien sluizen twee maal afgelopen. Het kanaal volgt de grillige vormen van het landschap en kronkelt zich langs de hellingen omhoog. Bij elke sluis zie je de volgende alweer of vermoed je deze achter een bocht. Aan het eind komt het oude kanaal samen met het nieuwe dat langs het plan incliné uit 1969 voert. Enkele honderden meters verder verdwijnt het in een tunnel van circa 2600 meter, gegraven van 1839 tot 1847.

 

Canal de la Marne au Rhin, écluses 17 à 1

In trage stappen kronkelend de berg omhoog

volg ik het oude jaagpad langs de steile kade

van sluis naar sluis zoals een scheepsnomade

zich vroeger met zijn boot bewoog.

 

 

De stalen deuren staan nu half open

met ketting roestig naar een grote lier

en op het krakkemikkig oud plankier

durf ik slechts voet voor voet te lopen.

 

 

Ik zie bij elke sluis een huis met luiken

strak tegen steile rotsen aangeplakt

de één bewoond, de ander dichtgeplakt

en overwoekerd door de ruige struiken.

 

 

Ik nader nu het stil verlaten huis

met pleistermuren, zacht pastel van kleur

en loop naar boven door de open deur

voortdurend turend naar de oude sluis.

 

 

Naar beide zijden heb ik nu goed zicht,

ik kan de boten om de bocht zien komen

en hoor het water over deuren stromen

bij het binnenvaren van zo'n zwaargewicht.

 

 

Ik droom zo weg in de verleden tijd

want het kanaal staat al veel jaren droog

de vegetatie groeit nu meters hoog

en alles ademt slechts vergetelheid.

 

Bij sluis nummer 2 raak ik in gesprek met een vrouw van bijna tachtig. Zij woont haar leven lang al aan het kanaal. Als ik zeg dat ik zo van de sfeer van het kanaal houd (we praten over het oude kanaal) is zij het niet met mij eens. Ik had het kanaal eens moeten zien toen het volop in gebruik was. Het was hard werken aan het kanaal. Het bedienen van de sluisdeuren was zwaar werk. Gemiddeld gingen er veertig vrachtboten per dag doorheen. Als ze geluk hadden kwamen de schepen om en om van de ene of de andere kant maar meestal kwamen de schepen van één kant vanwege het eenrichtingsverkeer in de tunnel. Als de schepen van één kant kwamen moest er dubbel werk worden verricht omdat er dan een keer extra geschut moest worden. De Hollandse schippers waren makkelijk te herkennen. Zij waren de enigen die op de scheepstoeter bliezen bij elke bocht in het kanaal en zij voeren als enigen niet op zondag.

Als we vanuit de camping langs het kanaal de andere kant op fietsen, komen we ook langs diverse sluizen. Ik vind het prachtig om bij het schutten te kijken. Vooral bij de vrachtboten is dat imposant. De boten hebben in de breedte denk ik maar zo'n twintig centimeter speling en aan de voor- en achterzijde hooguit een meter. Langzaam schuift zo'n boot de sluis in. De schippersvrouw veelal aan het roer. De schipper schuift een touw om de bolder en maakt het schip vast. Als de sluisdeuren zijn gesloten zie ik het vrachtschip in hoog tempo boven de kademuren omhoog komen. Langzaam openen de andere sluisdeuren en vervolgt het schip zijn weg. Het kanaal heeft wel wat van zijn charme verloren doordat alle sluizen zijn geautomatiseerd maar toch ademt het veel sfeer uit. Vrijwel alle sluiswachterhuisjes staan er nog in hun oude glorie met verkleurd pleisterwerk en rode dakpannen. De meeste zijn als tweede woning in gebruik bijmensen uit Straatsburg. Zij hebben daarom de luiken dicht. De tuinen zijn meestal verwilderd.

Ik heb een Duitser die met een plezierboot een sluis passeerde, gevraagd of ik met de kinderen een stuk met hen mee mocht varen. Ik sprak met Marga af dat zij ons bij de volgende sluis weer zou oppikken. Omdat ze echter op die plek vanaf de weg niet bij het kanaal kan komen, voert onze tocht uiteindelijk langs drie sluizen. Ik vond het een magnifieke ervaring en de kinderen evenzeer.

 

Laatst bijgewerkt: 03 februari 2009

Copyright: Mouringh van der Vinne

Andere kanalen