English versionDerde vaardag;  van Vias naar Fonsérannes


Vandaag zijn Pepijn en ik weer vroeg wakker. We fietsen naar Vias om boodschappen te doen maar de supermarkt is nog niet open. We lopen nog wat door het dorpje en halen al wel vast brood.

Na het ontbijt varen we verder richting Béziers. Na een kilometer komen we bij 'Les ouvrages du Libron' die we gisteren al verkend hadden.

We varen vervolgens verder door een open landschap op zo’n 2 km van de kust: aan de noordkant een licht heuvelig land met wijngaarden, aan de zuidkant een prachtig moerasachtig natuurgebied. We zien opnieuw grote kolonies flamingo’s. Na een kilometer of 10 komen we bij Portiragnes. We passeren een aantal smalle boogbruggetjes. Doordat de boot aan de achterzijde behoorlijk hoog en breed is en mijn stuurmanskunst nog te wensen overlaat, schraapt de boot met een leuning tegen een van de bruggetjes.

Na de sluis van Portiragnes varen we weer tussen de platanen en wordt het links en rechts steeds drukker met wegen en spoorlijnen. We komen onder een fabrieksspoorlijntje door.

Tussen de middag meren we aan voor de sluis van Béziers. Er liggen nog twee sluizen tussen ons en de sluizentrap van Fonsérannes. Naar bakboord gaat een zijkanaal naar de rivier de Orb. Voordat het aquaduct over de Orb er was moesten de schippers een stuk over de rivier de Orb varen en deze oversteken.

Ik verken de twee volgende sluizen met Maarten. Zulke hoge sluizen hebben we nog niet eerder gehad. Ze zijn ruim 4 respectievelijk ruim 6 meter hoog. Hier moeten we niet aan bolders vastmaken maar aan glijstangen, er zijn er drie per sluis. Tussen de twee sluizen ligt een haventje met een aantal bijzondere boten.

 

 

Ik loop met Maarten verder en kom bij het prachtige gemetselde aquaduct met bogen over de rivier de Orb. Het waterniveau van het aquaduct ligt wel tien meter hoger dan dat van de rivier.

Verder kijk ik bij de sluis van Notre-Dame, een dubbele sluis aan de overzijde. Hier gingen de boten voordat het aquaduct was gebouwd, vanaf de rivier de Orb weer het Canal de Midi in op weg naar de sluizentrap van Fonsérannes. Als ik daar loop tussen de verwaarloosde gebouwen met dichte luiken, is de geschiedenis van deze plek van hard werken, vloeken, zweet en drank nog voelbaar.

Als we weer terug lopen naar de boot is de middagpauze voor de sluiswachter kennelijk teneinde en worden twee boten door de sluizen omlaag geschut. Ik haast mij naar de boot om meteen naar boven te kunnen worden geschut maar als we de trossen los hebben gaat het licht alweer op rood. Een druk op de claxon helpt niet want de sluis waar we voor liggen wordt vanaf de tweede sluis op afstand bediend. Ik loop naar de sluis en maak grote gebaren in de richting van de tweede sluis, zo’n 500 meter verderop. Ik doe hetzelfde nog eens voor de videocamera's die er hangen maar het mag niet baten. Als ik aanstalten maak om naar de sluiswachter toe te lopen zie ik een spits om de hoek komen varen die als rondvaartboot wordt gebruikt. Het licht gaat meteen op groen. Pas als de spits naar boven is geschut en er daarna een andere boot weer omlaag is geschut, mogen wij naar binnen varen. Omdat er een andere boot achter ons aansluit moeten we helemaal naar voren varen. De glijstangen liggen voor ver uit elkaar. Als de tros van Marga dan onder de glijstang blijft haken moet ik steeds meer touw vieren als we naar boven gaan.

Bij de volgende sluis glipt er een boot vanuit het haventje tussen. Ik ben al blij omdat ik dan achter in de sluis kan blijven waar de glijstangen dichter bij elkaar liggen maar de sluiswachter dirigeert ook de derde boot naar binnen. We kunnen nu maar aan een glijstang vastmaken. De sluiswachter laat van boven een touw zakken om nog een tros om een bolder te leggen. In de nervositeit van het moment maakt Marga geen goede knoop in het touw en de tros valt halverwege weer naar beneden. Ik maak mijn tros aan de glijstang vast en omdat ik tijdens het schutten de motor in z’n vooruit iets laat lopen, gaat de boot toch mooi rustig de zes meter naar boven.

We varen nu over het aquaduct over de Orb en komen om tien voor vier bij de sluizentrap van Fonsérannes aan. We zijn net op tijd om de laatste boot van de middag naar beneden te zien komen. Van vier tot halfzeven worden er alleen nog boten omhoog geschut. Om vier uur gaat het licht op groen. Als we de trossen losmaken, begint het te regenen. De hele sluizentrap omhoog plenst het. We worden doornat: Marga op het voordek, Pepijn op de wal en ik op het achterdek.

We worden met drie boten tegelijk omhoog geschut. Achter ons sluit een boot met een scherpe punt aan, best griezelig want ze klungelen wel een beetje. Ik leg daarom zover mogelijk naar voren aan en laat bij het schutten de schroef weer draaien. Als een vloed water vanuit de hoger liggende kolken over de sluisdrempel golft, blijven we toch vrij stabiel liggen. We nemen de sluizentrap feilloos en meren boven direct aan. De dag zit erop. We hebben ons doel bereikt. We liggen nu in het langste pand van het kanaal en kunnen morgen 1 mei, op de nationale feestdag, de hele dag vooruit.

Het blijft de hele avond nog regenen. Alle ramen van de boot zijn beslagen van de nattigheid. De kleren worden te drogen gehangen en de kachel gaat voor het eerst aan.

 

Canal du Midi            Andere kanalen            Vorige dag            Volgende dag