English versionVierde dag: Van Baye naar Chitry-les-Mines


Vanochtend fietste ik met Pepijn een paar kilometer terug naar het plaatsje Bazolles. Helaas bleek de bakker daar ‘exceptionellement’ gesloten. Ik kijk ook nog even in het cafeetje in het dorp dat zo vroeg al open is maar daar is geen brood te krijgen. Ik koop er een paar ansichtkaarten en een kop koffie aan de bar.

Als Pepijn en ik terug zijn, varen de Fransen al weer ongeduldig weg om 10 voor 9.  Wij ontbijten met noodbrood. Voor dagen dat we geen brood kunnen krijgen hebben we meestal ofwel wat voorverpakt brood op voorraad of brood dat je in de oven moet afbakken. Om klokslag negen uur varen we weg.

Als we de geul invaren naar de tunnel zien we de Fransen direct weer voor ons varen. Het licht dat het eenrichtingsverkeer in de tunnel regelt, staat kennelijk nog niet zo lang op groen. We varen langzaam om niet direct achter de andere boot door de tunnel te hoeven. We zakken steeds verder in het landschap weg. Als we de laatste bocht voor de tunnel omkomen, zien we de Fransen stil liggen voor de tunnel. Ze kunnen het licht niet aankrijgen. Ik zie de vrouw met een zaklantaarn aan komen lopen. Als dat maar goed gaat! Een zelfde situatie hebben we al eens eerder meegemaakt op het Canal de Bourgogne.

De tunnels zijn gelukkig niet zo lang als die van het Canal de Bourgogne en ze komen er zonder problemen door. Wij volgen op geruime afstand. We varen door de drie tunnels die kort achter elkaar liggen: De Tunnel de la Collancelle is 758 meter lang, de Tunnel de Mouas 268 meter en de Tunnel de Breuilles 212 meter. Tussen de tunnels varen we door een smalle sleuf met gemetselde wanden die met mos en ander groen zijn begroeid.
Na de Tunnel de Breuilles komt het mooiste stuk: diep in het landschap varen we tussen en onder het verse groen. Het is er sprookjesachtig. Het zonlicht wordt door de jonge bladeren gefilterd.De vogels zingen er uitbundig. 

Af en toe is er een watervalletje en op een plaats hoog boven ons een hoge stenen brug op gemetselde bogen die in het verleden speciaal voor de ontsluiting van een boerderij is gebouwd.

We varen verder en komen uit in Port Brûlé waar de sluizentrap van Sardy begint. Vanaf hier varen we weer naar beneden. De Fransen liggen er aan de kant. Er is geen sluiswachter en die is ook niet telefonisch bereikbaar. De Fransman moppert op ‘la bordel Française’. Hij moet vanavond in Corbigny zijn om op tijd de boot te kunnen inleveren. Hij begint de boot schoon te maken. Die boot is volgens mij nog nooit zo schoon geweest. Op zijn blote voeten schuifelend over de bootrand schrobt alles wel vier keer.  
Om elf uur verschijnt de sluiswachter. We varen door de sluizentrap van Sardy. De sluiswachter wordt daarbij geholpen door Maarten en Pepijn. Pepijn fietst vooruit en zet de sluizen alvast klaar. Maarten helpt mee met het bedienen van de sluizen en rijdt zelfs mee in het bestelautootje van de sluiswachter.

De sluizentrap ziet er toch wat verlaten uit. Toen we hier (in de zomer) eerder eens waren was het veel drukker. Verder is het landschap voor het eerst sinds het begin van onze tocht besloten doordat we nu tussen de bossen varen. De sluizentrap bestaat uit 16 sluizen binnen een afstand van 3200 meter. Voor de lunch komen we halverwege bij een picknickplaats aan waar we buiten lunchen. Het weer heeft zich weer helemaal hersteld van de inzinking van gisteren.

Na de lunch varen we verder door de sluizentrap. De Fransen doen dat nog steeds op de hun bekende nonchalante wijze. De achterkant laten ze gewoon los. Ze blijven een keer met een stootrand op een sluiswand hangen en plonzen even later naar beneden. Ze kijken er niet van op. Ook een uitbrander van de sluiswachter heeft slechts één sluis lang tot gevolg dat een tweede touw wordt vastgemaakt. De Fransman prefereert de boot nu met zijn bezem van de sluiswand te houden. Zodra dat niet meer nodig is gaat hij daarmee meteen door met schrobben.

Marga helpt nu de sluiswachter steeds en geniet van de wandelingetjes van sluis naar sluis terwijl Pepijn op de fiets steeds vooruit rijdt om volgende sluizen in gereedheid te brengen. Pas bij de een na laatste sluis van de sluizentrap zien we wat van de beloofde kunstenaars. In die sluiswachterwoning woont een pottenbakker.  

Na de sluizentrap van Sardy komen we meteen weer in een meer open landschap. We zijn weer in het lieflijke landschap tussen heuvels, weilanden met Charolaise koeien en boomsingels. Niet lang daarna is dat weer anders. We varen door een gebied met enorme steengroeven.

Na de steengroeven keert het mooie landschap weer terug en voegt ook de rivier Yonne zich bij het kanaal. Het Canal du Nivernais zal de Yonne steeds blijven volgen.

Bij Corbigny zwaaien we tot afscheid naar de Fransen. Ze hebben het volbracht. Volgens de vrouw doen ze dit nooit weer en ook de man heeft er volgens mij geen zin meer in. Hij weigert, in tegenstelling tot zijn vrouw,  in de sluizen elke vorm van hulp maar we zien hem eens moedeloos met het hoofd tussen de handen zitten. Zijn schoonmaakwoede blijft overigens de hele dag aanhouden. Hij blijft de hele dag voortdurend op zijn blote voeten rond de boot lopen om emmertjes water te gooien en met zijn bezem te boenen.

Tussen sluis 24 en de dubbele sluis 25/26 is een stuk eenrichtingverkeer. Het kanaal doorsnijdt hier een heuveltje.

We varen lang door. We liggen ver voor op het reisschema dat ik tevoren heb opgesteld. Aan het einde van de dag zijn we 29 sluizen door gevaren (en drie tunnels). 's Middag wordt het wat bewolkt maar 's avonds schijnt de zon weer.  

Het haventje van Chitry-les-Mines is verlaten. Er is wel elektriciteit maar geen water. Ik verken de omgeving verder en zie een stukje verder een prachtig plekje bij een ophaalbrug, le pont-levis de Germenay. We besluiten het haventje te verlaten en bij de brug in de natuur te gaan liggen.

Pepijn en Robert gaan vooruit om de ophaalbrug open te maken. Als we er doorgevaren zijn staat Robert boven op de openstaande brug. Dat willen Pepijn en Maarten natuurlijk ook proberen en zo zorgt de eerste ophaalbrug van onze tocht voor vermaak.

Nadat de kinderen genoeg op de brug hebben gestaan, leg ik de windingen van de staalkabel die de brug omhoog haalt netjes over de haspel. Dat kost me wel een paar zwarte handen.  

 

We liggen op een werkelijk prachtig plekje tegen een heuvel in de zon. De vogels zingen uitbundig in de struiken. De ophaalbrug is gewoon voor een zandweg. Er komt geen verkeer over.

In Chitry-les-Mines maken Marga en ik nog een fietstochtje. In het dorpje staat een mooi chateau dat we ook al vanaf de boot zagen maar dat alleen op afspraak in de zomer voor publiek toegankelijk is. Ook bij een watermolen bij het riviertje staat een bordje 'Proprieté privée'. Verder zijn er in het plaatsje allerlei gedenktekens voor de schrijver Jules Renard die hier heeft gewoond.

 

Canal du Nivernais            Andere kanalen            Vorige dag            Volgende dag