| In juli 2003
kom ik op mijn verkenningstochten langs het Canal de la Somme en het
Canal de Saint-Quentin ook in de buurt van het Canal du Nord en besluit
daar toch maar eens een kijkje te nemen. Het Canal du Nord is niet zo
oud. Het is in 1965 geopend. De plannen voor het kanaal waren echter al
veel ouder. De beide wereldoorlogen hebben de uitvoering echter
belemmerd. Het Canal du Nord loopt van het Canal de la Sensée bij het
plaatsje Arleux in het noorden naar Pont-l'Evêque aan de Oise in
het zuiden. Het kanaal is 93 kilometer lang en heeft 19 sluizen en 2
tunnels. Van noord naar zuid stijgt het kanaal om vervolgens na een
lange tunnel (souterrain de Ruyaulcourt) weer af te dalen naar de Somme. Het Canal du Nord
valt daar een voor een stuk samen met het Canal de la Somme en stijgt
daarna weer om na opnieuw een tunnel weer af te dalen naar de Oise. |
 |
Het kanaal zelf is
betrekkelijk saai: het is vrij breed, er is weinig afwisseling en de
oevers van bestaan uit schuine stenen muren. Des te meer fascinerend is
echter de drukte op het kanaal. Er is zeer veel beroepsvaart. De hele
dag is het een drukte van belang. Dit is de route van het noorden
naar Parijs. De sluizen zijn lang en smal: zo'n 91 meter lang en 5,70
breed met aan de benedenzijde van de sluis een verticale schuifdeur. Er
wordt veel gevaren met twee gekoppelde spitsen waarbij van de voorste de
stuurhut is afgebroken: de zgn. pousseurs. |
| Ik
neem een kijkje bij de zuidelijke ingang van de tunnel van Ruyaulcourt.
Het scheepvaartverkeer wordt er met lichten geregeld. Een tankboot ligt
voor het rode licht te wachten als er een pousseur naar buiten komt
varen. Daarna gaat het licht snel op groen en vaart de tankboot de
donkere ingang van de tunnel in. Er schijnt in deze lange tunnel, hij is
4354 meter lang, halverwege een passeerplaats te zijn waar de schepen
zonodig op elkaar moeten wachten. |