Dark Tales From The Other Side was het 'andere' sprookje dat in BlindSight 3 gezet zou worden, en R.Martens zou het schrijven. Hij leefde zich uit en kwam met onderstaand gewelddadig verhaal.
DARK TALES FROM THE OTHER SIDE


Er was eens een mannetje, dat ergens in een groot woud woonde. Hij had een klein huisje en leefde helemaal alleen. Z'n eten verbouwde hij zelf. Het mannetje was heel tevreden. Als hij klaar was met werken, stopte hij wat spul in z'n pijp, dat verbouwde hij zelf ook. Hij werd daar helemaal relaxet van. Voor het eten nam hij altijd een lekker kopje paddosoep, gemaakt van paddostoelen die hij in het bos vond als hij aan het jagen was. Hij dacht dat hij in een heel afgelegen stuk van het woud woonde. Maar op een avond, toen hij na het eten nog even lekker aan het roken was, hoorde hij opeens een raar geluid. Het leek een beetje op het gebrul van een dier, maar dan veel zwaarder. Hij hoorde ook nog ritmische zware dreunen. Het kwam heel diep uit het woud. Het mannetje dacht: daar wil ik het mijne van weten, ik ga morgen een kijkje nemen, want nu is het al donker.
De volgende morgen was het rustig, geen gebrul of gedreun. Het mannetje ging vandaag op onderzoek uit. Hij pakte wat eten en drinken en voor de zekerheid besloot hij ook maar een bijl mee te nemen. Je weet immers maar nooit wat er onderweg kan gebeuren. Het was al laat op de middag toen hij dacht: laat ik maar een hutje bouwen, want het is al bijna donker. Na gegeten te hebben, rookte het mannetje nog wat en ging slapen.
's Avonds hoorde hij het gebrul weer, maar nu een stuk dichterbij. Hij herkende er nu een soort stemmen in. Er zijn er dus nog meer dan alleen ik, dacht het mannetje. Plotseling hoorde hij er een hoog gekrijs tussendoor. Hij schrok ervan en pakte zijn bijl. Voorzichtig ging hij naar buiten om te kijken wat er aan de hand was. Na een tijdje in de richting van het geluid te hebben gelopen, zag hij een lichtschijnsel door het woud. Heel alert ging hij verder, even later zag hij een kampvuur met een soort langharige wezens er omheen. Wat verderop stonden hun hutten en wat dichter naar het woud toe een soort altaar met fakkels er omheen.
Wat hij toen zag was echt verschrikkelijk, hij moest ervan kotsen. Plotseling tikte er iets op z'n schouder. Hij schrok zich halfdood. Toen hij zich omdraaide zag hij een van die wezens achter zich staan, het mannetje begon te schreeuwen. Het wezen schrok daar zo van dat het weg rende, ook het mannetje ging er vandoor. Hij verstopte zich in z'n hutje.
Het mannetje kon die nacht niet in slaap komen. Z'n gedachten hielden hem wakker. Wat hij die nacht gezien had, kwam hem enigszins bekend voor, net alsof hij dat al eens eerder had meegemaakt. Op een gegeven moment herinnerde hij zich waarom hij alleen in het woud woonde. Vroeger had hij bij een stam gehoord die hem verbannen had. Dat kwam omdat hij de krijgerstest niet had voltooid. Als een jongen daar op de leeftijd kwam dat hij volwassen werd, moest iedere jongen zo'n test afleggen: je moest eerst een groot monster doden op een afgelegen eiland en daarna een maagd van een vijandige stam ontvoeren en offeren aan de goden. Het monster had hij gedood maar hij weigerde om een maagd te offeren. Terwijl hij daaraan terug dacht, besefte hij dat hij z'n stam ontzettend miste na die lange tjd. Hij besloot weer terug te gaan naar z'n oude stam. Kveldulv, zo heette het mannetje vroeger, ging terug naar z'n huisje en ging z'n spullen pakken, ook nam hij de plantjes mee die hij rookte. Hij wilde weer bij z'n stam horen. Hij trok z'n traditionele kleren aan, deed z'n haren los, schilderde z'n gezicht in de traditionele kleuren: zwart en wit. Hij zorgde dat z'n tatoeages goed te zien waren en deed armbanden met uitstekende metalen punten aan. Hij pakte z'n zwaard en schild, nam z'n spullen en ging op pad.
Terug ging hij, hoe dan ook, ook als hij die krijgerstest over zou moeten doen. Na een tijd gelopen te hebben, kwam hij bij de nederzetting. Toen z'n stam hem zag was het eerste effect angst: iedereen rende z'n hut in en de krijgers verzamelden zich rond de hut van de leider. Maar die angst werd minachting toen ze hem herkenden. De leider, Sagrath, kwam naar buiten en zei,"Kveldulv, je bent weer terug, wat wil je van ons?" "Ik wil weer opgenomen worden in de stam," zei Kveldulv. "Hmmm......., vooruit dan , maar daar moet wel wat tegenover staan," zei Sagrath, " je zal de krijgertest over moeten doen en in plaats van één maagd moet jij nu twee maagden offeren. Kveldulv, je krijgt drie maanden om je voor te bereiden."
Na die drie maanden werd Kveldulv op weg gestuurd naar het eiland waar het monster zat. Het was een lange tocht door het woud. Toen hij bij het inmens grote meer aan gekomen was, ruste hij eerst een dag of twee uit. Hij maakte daar z'n laatste voorbereidingen.
Vroeg in de ochted van de dag waarop het moest gebeuren stond hij op. Het was nog donker en het eiland was omhuld door een dikke mist. Hij maakte zich klaar voor het gevecht, stapte in een bootje en begon aan de overtocht. Bij het eiland aangekomen hoorde hij het gebrul van het monster al. Hij stapte uit de boot en liep geruisloos het eiland op. Hoe verder hij ging, des te meer botten er lagen. Want niet iedereen kwam terug, er lagen ook botten van andere monsters tussen. Opeens zag hij het monster, het was groot. Het had gevaarlijke klauwen die je zo open konden rijten. Het zag er heel gespierd uit en had grote scherpe tanden in z'n bek. Kveldulv begon z'n strijdlied te zingen en vroeg de goden om hulp. Het gevecht begon: het monster ging als eerste in de aanval, Kveldulv ving de klap op met z'n schild, meteen daarna kwam hij terug met een counteraanval. Hij haalde uit met z'n zwaard, daarmee hiew hij een stuk vlees uit de poot van het monster dat hevig begon te bloeden. Het monster werd er alleen maar agressiever door. Het haalde weer uit, nu vloog Kveldulv door de lucht. Met een smak kwam hij op de grond terecht. Hij lag nog duf op de grond toen het monster er weer aan kwam. Kveldulv herstelde snel en kon de volgende klap opvangen met z'n zwaard. Door de kracht van de slag, sloeg het monster z'n eigen poot eraf. Hierna begon Kveldulv de klappen uit te delen. Na een flink aantal slagen ging het monster plat. Om te bewijzen dat Kveldulv had gewonnen, moest hij het hoofd van het monster meenemen. Kveldulv hakte het hoofd van het monster eraf en keerde terug naar de stam. Daar werd hij binnengehaald als een held. Sagrath was tevreden, maar Kveldulv moest nog één opdracht vervullen.
Hij moest twee maagden van een vijandige stam ontvoeren en later offeren aan de goden. Hij werd geholpen door een krijger van de stam, Thördalv, die was vroeger de beste vriend van Kveldulv. Ze begonnen aan de tocht. Onderweg haalden ze veel herinneringen op. Ze waren een paar dagen onderweg toen ze dichter bij de vijandige stam kwamen. Ze gingen eerst verkennen, dus lieten ze de paarden achter in het woud. Ze zagen al gauw wat ze moesten hebben. Op het plein van de nederzetting zat een groepje mooie vrouwen bij elkaar. Je kon goed zien dat ze maagd waren, want ze hadden allemaal een wit gewaad aan. Kveldulv en Thöndalv gingen terug naar de paarden en reden naar het dorp. Toen ze er bijna waren gingen ze harder rijden. Het ging allemaal zo snel dat de andere krijgers geen kans kregen om wat te doen. Ze grepen twee van die vrouwen, slingerde ze over hun paard heen en gingen er vandoor. Het altaar was al klaargemaakt toen ze terug kwamen. Nu was het wachten totdat de volle maan boven de bomen verscheen. Dan kon het ritueel beginnen.
Het kampvuur werd aangestoken. De twee maagden werden klaargemaakt voor de offering: ze werden traditioneel gereinigd en kregen een doorzichtig gewaad aan. Om het altaar stonden vijf fakkels in een cirkel. De maan stond nu boven de bomen; het ritueel kon beginnen. De krijgers begonnen met een offerlied begeleid door zware trommels. Vier krijgers haalden één van de maagden op. Ze droegen haar boven hun hoofd naar het altaar. Sagrath en Kveldulv stonden al te wachten bij het altaar. De maagd werd op het altaar gelegd en vastgebonden. Kveldulv begon met het gebed. Daarna hief hij de dolk en reet de buik van de maagd open. Die begon te krijsen, wat door merg en been ging. Dat was een goed teken, hoe harder dat ze krijste, des te beter was ze als offer. Kveldulv greep het nog kloppende hart uit het lichaam en liet het aan iedereen zien. Ze reageerden met een luid gebrul en tromgeroffel.
Het hart werd op de offertafel gelegd. Zo ging het ook met de andere maagd. De volgende dag werd Kveldulv officieel weer in de stam opgenomen. Sagrath beëdigde hem als een groot krijger. Daarom kreeg hij een grote tatoeage op z'n borst, nu hoorde hij weer bij z'n stam. Hij mocht een vrouw uitzoeken. Vele jaren en stammenoorlogen verder had Kveldulv veel kinderen van z'n vrouw gekregen. En Kveldulv was nu de leider van de stam geworden. Hij had nu een gelukkig bestaan. En ze leefden nog lang en gelukkig.

Written by Entombed Guardian


DISCLAIMER - Dark Tales From The Other Side by R.Martens, 1998. These pages are free to read. Respect the fact that the authors spent time and effort in writing something good, and leave their name, their disclaimer and/or a link to here if any of these materials would be used elsewhere. This library is for everyone, and anyone can send in publishable material if they want. However, the owner preserves the right to decide what does and doesn't get uploaded here. Please respect that right. Please notify the owner of this site if you are going to use any of the material here. Thank you for reading this.