dit is de site van Cariet Leeuwis,
kinderboekenschrijfster
| home | boeken | biografie | links |
| wie-wat-waar? | delia dircksdochter | voorlezen op school | van schrijver tot boek |
| gedichtjes | vragen aan de schrijfster | tipje van de sluier | peuterhoek |
Delia Dircksdochter
Wil je meer weten over het verhaal ik nu aan het schrijven ben?
Lees dan verder!
Delia
Dircksdochter
Momenteel ben ik bezig met een boek waarin de Middeleeuwen een grote rol spelen. Het gaat over een meisje van 11, Aleid, die in een oud huis in een dorpje aan het riviertje de Vledde woont. Als Aleids vader op een dag aan het klussen is, vindt hij een bijzondere steen…
In de lente bestaat het dorp 550 jaar en dat wordt gevierd met een middeleeuws feest. Iedereen helpt mee met de voorbereidingen. Aleids moeder zit in de feestcommissie en op Aleids school wordt er ook druk gewerkt.
Aleid kan met bijna iedereen goed opschieten, vooral met Otto, haar klasgenoot. Klier en Treiter zijn de enigen in het dorp die ze niet mag. Ze roddelen graag en daar houdt Aleid niet van. Ze besluit een grapje uit te halen, maar of dat wel zo’n goed plan is?
De middeleeuwse dag nadert. Aleid en haar klasgenoot Otto hebben er zin in. Op de dag zelf vermaken ze zich prima, tot Aleid ineens wordt beetgepakt en beschuldigd van hekserij. Wat ze dan meemaken, zullen ze van hun leven niet meer vergeten…
fragment:
Dit fragment speelt zich af op de Middeleeuwse dag. Aleid en Otto zijn samen op pad en gaan het dorp in waar het feest bijna begint.
Het is flink druk
op het plein. Aleid en Otto gaan een beetje aan de zijkant staan. Ze vergapen
zich aan de mensen die voorbijkomen. Iedereen heeft zijn best gedaan om er zo
echt mogelijk uit te zien, wat goed is gelukt. Naast ridders en jonkvrouwen
lopen er ook bedelaars, monniken, boeren, narren en muzikanten rond.
Ze herkennen veel mensen, maar er zijn er ook een aantal bij van een ingehuurd
toneelgezelschap.
Daar loopt de meester!’ Otto schiet in de lach. ‘Heeft hij z’n pyamabroek nou
aan?’
‘En daar, Bo.’ Aleid roept naar haar klasgenootje, die in een prachtige jurk van
donkergroen fluweel voorbij schrijdt. De kraag is versierd met parels en
edelstenen en bestikt met gouddraad. Op haar hoofd heeft ze een kegel; een
puntmuts met een voile doek eraan.
‘Wat ben je chic!’ Aleid fluit tussen haar tanden.
Dan ontdekt Aleid haar moeder tussen het publiek. Ze staat dicht bij het podium
en is ongeveer hetzelfde gekleed als zij. Aleid en Otto wurmen zich door de
mensenmenigte heen, tot ze achter haar staan.
Aleid tikt haar moeder op haar rug. ‘Dag, schone jonkvrouw.’
Mama draait zich om en begroet hen uitbundig. ‘Hallo, mooie middeleeuwse dame en
heer!’ Ze slaat haar ene arm om Aleid heen en met de andere drukt ze Otto tegen
zich aan. Voldaan kijkt ze om zich heen. ‘Tot nu toe loopt alles op rolletjes,
iedereen doet mee. Fantastisch toch?’ 'Je komt gewoon ogen te kort,’ zegt Aleid.
‘Er is zoveel te zien.’
Gelukkig hebben we de hele dag om ernaar te kijken.’ Mama is duidelijk in haar
element, nu ze eindelijk het resultaat van al die maanden werk ziet. ‘Ach, wat
een arme sloeber komt daar aan,’ roept ze. Een bedelaar in versleten kleren komt
hun richting uit. Hij loopt mank en heft bij iedereen zijn vuile hand op voor
een aalmoes.
‘Dat is een ingehuurde toneelspeler,’ fluistert mama achter haar hand. ‘Wat ziet
hij eruit!’
‘Vreselijk gewoon.’ Otto verschuilt zich achter Aleid als de bedelaar zich door
de menigte dringt en hen aan wil klampen.
‘Een aalmoes…’ De man pakt Aleids arm beet. Het lijkt alsof hij zich in weken
niet heeft gewassen. Zijn haar is vet en plakkerig, zijn tanden zien bruin en er
komt een afschuwelijke dranklucht uit zijn mond. Zijn kleren zijn smerig en
ruiken naar urine. Hij blijft maar zeuren om geld of een stuk brood. Dan duwt
hij Aleid opzij en doet een greep naar het beursje aan Otto’s riem. ‘Wat zit
daarin, jong? Een paar duiten? Misschien wat
penningen?’
Otto slaakt een gil.
Ga weg, vent!’ roept mama, die dit toneelspel nu toch wel een beetje té echt
gaat vinden. ‘Je jaagt dat kind de stuipen op het lijf. Ga een ander
lastigvallen!’ Ze duwt de man weg, waardoor hij struikelt. Vloekend komt hij
weer omhoog. ‘Verdoemd!’ tiert hij. ‘Je ziel zal branden in de hel.’ Hij spuugt
op de grond en strompelt weg.
Otto staat te trillen op zijn benen. ‘Wat een engerd!’
Nou,’ zegt mama. ‘Ik hoop dat de rest van het toneelgezelschap wat vriendelijker
is.’
Aleid kijkt de viezerik na. Ze houdt er een onbehaaglijk gevoel aan over.
Ben je benieuwd hoe het verder gaat?
Tja, dan zul je toch nog even moeten wachten. Het verhaal is wel af, maar
moet hier en daar nog een beetje bijgeschaafd worden. Ook moet er nog een titel verzonnen
worden. Nog even geduld dus.

Eén ding wil ik wel verklappen: het wordt flink spannend!