Uitgeverij Abraxas Amsterdam

 

'Godsdienst is de beleving van het mysterie en het komt tot uiting als het gevoel zich openstelt voor de indrukken van het eeuwige dat verschijnt door de sluier van het tijdelijke.'

Rudolf Otto is beroemd geworden door zijn boek getiteld Das Heilige, über das Irrationale in der Idee des Göttlichen und sein Verhältnis zum Rationalen, waarin hij het begrip 'heilig' heeft geanalyseerd op een manier die diepe indruk maakte. Otto is een geleerde met een fijn gevoel voor religieuze kwaliteitsverschillen, maar het is de vraag of de fenomenologie niet meer te danken heeft aan zijn  boekje Indiens Gnadenreligion und das Christentum. In de vergelijking van de verschillende typen van mystiek toont Otto zich namelijk een meester. Hier is een waarachtig schouwen van het wezen. Rudolf Otto laat zien, hoe het Voor-Indiase geloof in genade naar de terminologie met het christelijke sterke overeenkomst vertoont, maar naar de godsdienstige houding diep verschilt. Dit is fenomenologisch genuanceerd ontleed.
In het voetspoor van Nathan Söderblom en Rudolf Otto beschouwt de moderne godsdienstwetenschap het heilige meer en meer als een van de voornaamste kernwoorden van de religie. Je kan je afvragen of dit het kenmerkende begrip bij uitmuntendheid is. Maar het kan moeilijk worden ontkend, dat zich in dit heilige het onherleidbare karakter van de godsdienst openbaart.
(Claas Bleeker)

Rudolf Otto: Genadereligie & Religieuze overeenkomsten

William James: Vormen van religieuze ervaring

'Een klassiek werk, nog steeds relevant en boeiend'
Karen Armstrong
(Een geschiedenis van God)

A. J. Heschel: God zoekt de mens; een filosofie van het jodendom - vert. D. Mok

Fenomenologische Klassieken
bij
Uitgeverij Abraxas, Amsterdam


De uitgave van dit boekje is daarom zo belangrijk, omdat wie Otto’s hoofdwerk 'Das Heilige' wellicht gelezen heeft als godsdienstfilosofische theorie, nu merkt hoezeer hij persoonlijk was geraakt door de werking van dat mysterieuze iets, dat ons deel doet hebben aan een bovenrationele werkelijkheid. Dat hij een groot kenner van de voor-Indische godsdiensten was, blijkt uit dit werk, waarin hij met name van het hindoeïsme een diep reikend en verhelderend beeld geeft door overeenkomsten en verschillen aan te wijzen met het christendom. Voor Otto (1869-1937) is het heilige een autonoom iets. 'Das ganz andere', dat rationeel weliswaar niet te kennen valt, maar wel innerlijk te beleven. De uitgever heeft het boek bewonderenswaardig verzorgd door er met grote kennis van zaken geschreven inleidingen, nawoorden en aantekeningen alsmede citaten van Otto aan toe te voegen. Een subliem boekje dus, waardoor velen zich kunnen laten verrijken.
Met verklarende lijst van oosters-religieuze termen.

Drs. J. Kleisen
Nederlandse Bibliotheek Dienst
Titelinformatie afkomstig van het Biblion BV
datum 24-06-2005



PARALLELS AND CONVERGENCES IN THE HISTORY OF RELIGION

Verlegers: Paul Siebeck, Oskar Beck und Humphrey Milford
Phenomenologist Bibliotheca, Amsterdam
Theologie & Religionsphilosophie
Religionsgeschichte

Nur 706, 728

PARALLELEN UND KONVERGENZEN IN DER RELIGIONSGESCHICHTE
PARALLELS AND CONVERGENCES IN THE HISTORY OF RELIGION
OVEREENKOMSTEN EN VERWANTE GEDACHTES IN DE GODSDIENSTGESCHIEDENIS

1          Gleicher präreligöser Untergrund
                    Gelijke prereligieuze grondslag
                                                   
2.         Zeitliche Parallelen in
Hellas, China, Israel, Persien und Indien
                    Chronologische overeenkomsten in het oude Griekenland, China, Israël, Perzië en India

3.         Sachlichen Parallelen: vita religiosa
                    Objectieve overeenkomsten: vita religiosa

4.         Brahman, Tao, Logos
                    Brahman, Tao en Logos
5.         Atman, pneuma
                   
Atman, pneuma
6.         Erlösungsdualismus
                    Dualistische verlossingsgedachte
7.         Die mystische Regung
8.         Heilandskult
9.         Theologische Betrieb
10.       Einheit und Verschiedenheit des religiösen Triebes
11.       Vergleich und Unterscheidung
12.       Unterscheidung der westlichen und östlichen Religionsentwicklung
13.       Beispiel: Origenes und indische Theologie
                    Origenes en de Indiase theologie
14.      
Rudolf Otto’s wezenlijke ervaringen van het heilige in India
15        Klaas Schilder over Rudolf Otto's boeken West-Östliche Mystik, Indiens Gnadenreligion und das Christentum, Sünde und Urschuld, Siddhânta des Râmânuja en             Vischnu-Nârâyana.
16    GLOSSARY ΟF SANSCRIT TERMS

 

I have given an account of the Bhakti religion of India in my book, Vischnu-Nãrãyana, and also in the book which has recently been published in an English translation, India's Religion of Grace and Christianity.
No one can read the records of this religion, or meet with its exponents, without carrying away an impression almost disconcerting in its intensity, the impression I mean that the development of this religion presents a positively astonishing parallel development to religious development as we know it in the West, and this impression is the common experience of all who have concerned themselves with these matters. It is not surprising, therefore, that it should induce these repeated attempts to establish borrowings of the West from the East or vice versa. But such an attitude is undoubtedly mistaken; the explanation is rather that we have to deal with parallel and converging lines of development. And the matter loses somewhat in mystery and significance as we perceive, on investigating general religious development more closely, that we are concerned here not with one individual case, for then it would have to be a very curious coincidence indeed, but with a classical example of a general law which has governed the religious development of man as a whole, the 'law of parallel lines of development'.
Let us endeavour in a brief sketch to present a picture of this general law.

In mijn boek Vischnu-Nãrãyana, en ook in het boek Indiase genadereligies en het christendom heb ik verslag gedaan van de Bhakti religie uit India.
Niemand kan over deze religie lezen, of haar voorstanders ontmoeten, zonder een door haar intensiteit bijna verwarrende indruk mee te krijgen.
De indruk die ik bedoel is, dat de ontwikkeling van deze religie een verbluffende overeenkomst vertoont met religieuze ontwikkeling zoals we die in het westen kennen.
En dat deze indruk de algemene indruk is, van iedereen die zich hiermee heeft beziggehouden.
Het is daarom wel begrijpelijk dat steeds opnieuw geprobeerd is om allerlei onderlinge uitwisselingen tussen het westen en het oosten uit te denken.
Maar zo’n houding is zonder twijfel een vergissing. We hebben hier niet met overnames te maken, maar met parallele en samenlopende lijnen van ontwikkeling. En de kwestie verliest ook wat aan raadselachtigheid en kracht als we door nauwkeuriger studie van de godsdienstgeschiedenis zien dat we hier niet te maken hebben met een afzonderlijk geval, want in dat geval zou het inderdaad een zeer curieus toeval zijn, maar met een klassiek voorbeeld van een algemene wet, namelijk die van het feit van de overeenkomsten in de godsdienstgeschiedenis.
Laten we proberen een kort beeld van deze algemene wet te schetsen.
>

 Rudolf Otto: Vischnu-Nãrãyana, Texte zur Indischen Gottesmystik, Jena 1917

Rudolf Otto: West-östliche Mystik - Vergleich und Unterscheidung zur wesensdeutung - 2e druk, Gotha 1929
Rudolf Otto:
Mysticism East and West; a discussion of the nature of mysticism, focusing on the similarities and differences of its two princple types, New York 1970
Rudolf Otto:
Vischnu-Nãrãyana, Texte zur Indischen Gottesmystik, Jena 1917
Rudolf Otto: Indiens nådesreligion och kristendomen: en jämförelse: Olaus-Petriföreläsningar hållna vid Uppsala universitet. Trans. Birger Forell. Stockholm: Diakonistyr., 1927.
                    [Christianity and the Indian Religion of Grace] Olaus Petri lectures (Uppsala) for 1927

Rudolf Otto:
Christianity and the indian religion of grace; transl. by Frank Hugh Foster, D.D., London 1930
Rudolf Otto:
India's religion of grace and christianity compared and contrasted; Madras 1928
Rudolf Otto:
Indiens Gnadenreligion und das Christentum. Vergleich und Unterscheidung. München, C.H.Beck 1930
Rudolf Otto:
La religione indiana della grazia ed il cristianesimo. Trans. Dott. Isablla Grassi. Pref. Mario Puclisi. Citta di Castello, 1932
Rudolf Otto:
Indo no kami to hito. Trans. Tachikawa Musahi & Tachikawa Kiyo. Kyoto: Jinbun Shoin, 1988. [Die Gnadenreligion Indiens (1930)]
Rudolf Otto: Indiase genadereligie en het christendom. Overeenkomsten en contrasten.Amsterdam, Uitgeverij Abraxas 2004
Rudolf Otto:
Das Gefühl des Überweltlichen (Sensus Numinis); Fünfte uns sechste, vermehrte Auflage von Aufsätze, das Numinose betreffend, Teil 1. München 1932
Rudolf Otto:
The original Gita; The song of the Supreme Exalted One, London 1939
H. Kraemer: Godsdienst, Godsdiensten en het Christelijke Geloof, Nijkerk 1958
Heiler, Friedrich: Indiens Gnadenreligion und das Christentum. Zu Rudolf Ottos gleichnamiger Schrift. Münchener Neueste Nachrichten (December 13, 1930).
Röhr, Heinz: Bhakti und christlicher Glaube bei Rudolf Otto (1869-1937). In Mythos und Religion, ed. Oswald Bayer [Stuttgart: Calwer Verlag, 1990]


Doorzoek deze site     powered by FreeFind

The Santa Fé Connection (Shelley Summers)

De wereld

 

Rudolf Otto: Het heilige; vertaling: Daniël Mok

'Een klassiek en onontbeerlijk standaardwerk'
Karen Armstrong
(Een geschiedenis van God)

Een wijze uit het westen, redactie: Daniël Mok

'Otto deelt het lot van alle waarlijk grote geesten: ieder zichzelf respecterend auteur heeft wel een voetnoot bij zijn werk geplaatst.'


In haar nieuwe boek De grote Transformatie; Het begin van onze religieuze tradities (De Bezige Bij, 2005) beschrijft Karen Armstrong de cruciale periode in de geschiedenis waarin de vier grote wereldgodsdiensten zijn ontstaan.

In de periode van de negende tot ongeveer de tweede eeuw voor Christus creëerden de bevolkingen van vier afzonderlijke streken in de wereld de religieuze en filosofische tradities die tot op de dag van vandaag de mensheid vormen en voeden: het confucianisme en taoïsme in China, hindoeïsme en boeddhisme in India, monotheïsme in Israël, en het filosofische rationalisme in Griekenland.

Historici noemen deze periode de ‘Spiltijd vanwege de centrale rol die deze inneemt in de spirituele ontwikkeling van de mensheid'. In haar nieuwe boek volgt Karen Armstrong de ontwikkeling van deze periode, waarbij ze de bijdragen onderzoekt die uiteenlopende figuren eraan leverden als Boeddha en Socrates, Confucius en Ezekiel.

Armstrong toont aan dat hoewel er ook verschillen waren, er vooral opmerkelijk veel overeenstemming was binnen de religies en filosofieën: alle drongen ze aan op het belang van compassie boven haat en geweld. Het ging er de wijzen van deze cruciale periode in de menselijke ontwikkeling niet zozeer om de doctrines en vaste regels van één bepaald geloof te omhelzen, maar om te leven zonder geweld en met gevoel voor anderen. Religie was compassie, volgens deze wijzen. Armstrong laat zien wat deze gelijkenis zegt over de religieuze impuls en zoektocht van de mens. En ze gaat verder dan spirituele ‘archeologie’. Ook onderzoekt ze hoe deze oeroude overtuigingen een instructieve en prikkelende uitdaging kunnen zijn voor de manier waarop wij nu religie beleven en toepassen.

De grote transformatie is een ontdekkingsreis naar de vroege ervaringen van de mensheid, hun verlangens, zelf opgelegde plichten en inspirerende oplossingen. Geschreven in de kenmerkende Armstrong-stijl, erudiet en uiterst toegankelijk, is dit boek een fascinerende analyse van de religieuze en filosofische wortels van de menselijke beschaving.

Trouw
12 november 2005:

Karen Armstrong: De grote transformatie - het begin van onze religieuze tradities.
Bezige Bij, Amsterdam. ISBN 9023419057; 544 blz. € 23,50

Tussen 900 en 200 voor Christus ge­beurt het: in China ontstaan confucianisme en taoïsme, in India hin­doeïsme en boeddhisme, in Israël het monotheïsme en in Griekenland het filosofisch rationalisme. Wat zijn de overeenkomsten, wat de ver­schillen? Waarom deze gelijktijdigheid in het ontstaan van tradities die nog steeds onze kijk op de wereld bepalen?


Rudolf Otto: Religieuze overeenstemming; Overeenkomsten en verwante gedachtes in de godsdienstgeschiedenis; een vergelijkende studie naar de oorsprong en ontwikkelingen van de godsdienst

Oorspronkelijk verschenen als:

Das Gesetz der Parallelen in der Religionsgeschichte uit:
Vischnu-Nãrãyana, Texte zur indischen Gottesmystik, verlegt bei Eugen Diederichs, Jena 1917 & 1923 (Religiöse Stimmen der Völker, herausgegeben v. Walter Otto; Die Religion des alten Indien, Band 3)
en
Parallelen und Konvergenzen in der Religionsgeschichte uit: Das Gefühl des Überweltlichen (Sensus Numinis), vanaf de 5e druk uit 1931
.

Een enigszins verkorte versie van dit essay verscheen in 1931 bij Oxford University Press te Londen in een Engelse vertaling van Brian Lunn onder de titel Parallels and Convergences in the History of Religion uit de bundel Religious Essays; a supplement to ‘The Idea of the Holy’.

Rudolf Otto heeft in zijn studie over Parallellen en convergenties in de godsdienstgeschiedenis het zoeklicht gericht op de godsdienstige gebeurtenissen die zich in de acht eeuwen vc in Israël, Griekenland, voor-Indië en China hebben voltrokken.

In Israël traden in de 8e en 7e eeuw de eerste profeten op. In Griekenland ontwaakte een hoger type van godsdienst. In het oude India ontstond het Brahmanisme en in China brak de historische tijd aan, waarin het godsdienstige denken wakker werd. Bij de Perzen is er de werkzaamheid van Zarathoestra als profeet van Ahoeramazda.

Daarna, tussen de 6e en de 4e eeuw, predikten Ezechiël en deutero-Jesaja een universeel monotheïsme, doceerden Plato en Aristoteles, leerden Lao-tzi en Confucius hun wijsheid en verkondigde Boeddha zijn heilsleer die een machtige levensbeschouwing in het leven riep.

Overal vindt je volgens Rudolf Otto overeenkomsten in de behoefte aan verlossing, in ideeën en idealen en religieuze levenswijze.

 © 2005 Nederlandse vertaling: Uitgeverij Abraxas, Amsterdam