PARALLELEN UND KONVERGENZEN IN DER RELIGIONSGESCHICHTE
PARALLELS AND CONVERGENCES IN THE HISTORY OF RELIGION
OVEREENKOMSTEN EN WEDERZIJDSE TOENADERINGEN (OVEREENSTEMMING) IN DE GODSDIENSTGESCHIEDENIS
1
Gleicher präreligöser Untergrund
2. Zeitliche Parallelen in
Hellas,
China, Israel, Persien und Indien
3.
Sachlichen Parallelen: vita religiosa
4.
Brahman, Tao, Logos
5.
Atman,
pneuma
6.
Erlösungsdualismus
7.
Die mystische Regung
8.
Heilandskult
9. Theologische
Betrieb
10. Einheit und
Verschiedenheit des religiösen Triebes
11. Vergleich und Unterscheidung
12. Unterscheidung der westlichen und
östlichen Religionsentwicklung
13. Beispiel: Origenes und indische
Theologie
14.
Rudolf Otto’s wezenlijke ervaringen van het heilige in
India
15
Klaas Schilder over
Rudolf Otto's boeken
West-Östliche Mystik,
Indiens Gnadenreligion und das Christentum,
Sünde und Urschuld,
Siddhânta des Râmânuja
en
Vischnu-Nârâyana.
16
GLOSSARY ΟF SANSCRIT TERMS
INDIA'S RELIGION OF GRACE
GLOSSARY ΟF SANSCRIT TERMS
Adrishta, the invisible mysterious power of Κarman.
Advaίta, non-duality.
Advaίta, 'Niet twee-eenheid', filosofisch weergegeven door 'monisme'. Advaita, zoals onderricht door Sjankara, betekent dat Waarachtig Zijn van zichzelf is, het eeuwige Brahman, Één-alleen, niet-veranderend en onveranderd, onverdeeld en zonder onderdelen.
Advitίya, non-dual, without a second.
Ahankãra, the I-consciousness.
Ahimsã,
not hurting.
Ahimsa,
Sanskrietterm voor een begrip
dat door de Indiërs als voornaamste deugd en de hoeksteen van hun moraal wordt
beschouwd: het ontzien van het leven en sympathie jegens alle levende wezens.
Het is vooral door het jaïnisme aan zijn volgelingen ingescherpt.
Aklishta, undefiled.
Amritam, ambrosia, immortality.
Arjuna, friend of Krishna.
Ãtman, the self, the soul.
Atman De ziel van een mens, die volgens het hindoeïsme voortkomt uit het brahman
Ãtma-siddhi, realization of the self.
Avatãra, descent from heaven, incarnation of a divine being.
Avidyã, nescience.
Avidaya Onwetendheid
Bhagavad-gitã,
a most sacred scripture, the groundwork of
bhakti-faith.
Bhagavad-gitã,
Het Lied van de Heer, het meest geliefde aller hindoegeschriften
Bhakta, a man who has bhakti.
Bhakti,
surrender and attachment to God in love, faith, and
obedience.
Bhakti,
Persoonlijke aanbidding en liefde voor God.
Brahman, the mystical, all-transcending spiritual principle of the universe.
Brahman De goddelijke bron waaruit alles ontstaan is.
Cakra, wheel.
Carama-sloka, the finishing and most important verse of Bhagavad-Gita, containing the gist of the whole book.
Darsanam, view, intuition. System of metaphysical doctrine.
Dharma In
het hindoeïsme: de wet van het natuurlijke evenwicht. Een mens moet handelen in
overeenstemming met deze natuurwet.
Dharma In het boeddhisme: de leer van Boeddha. De kern van
deze leer zijn de vier edele waarheden.
Gîtã, Bhagavad-gita.
Guru, master.
Hinayana, the so-called southern school of Buddhism.
Hinayana Betekent letterlijk 'het kleine voertuig'. Een stroming in het boeddhisme, die het meest lijkt op de oorspronkelijke leer van Siddharta. Vooral monniken behoren tot deze stroming.
Îsvara, the Lord, solemn name of God.
Jagad-guru, world-master, œcumenical teacher and patriarch.
Kainkarya, service.
Karma Elke handeling heeft een gevolg.
Karman, the ritual, moral work, Man's deeds, good ο! bad.
Karunã, compassion.
Kevala-advaίta, the strict form of advaita.
Klesa, defilement.
Mahayaιιa, the so-called northern school of Buddhism.
Mahayana Betekent letterlijk 'het grote voertuig'. Een stroming in het boeddhisme, waar vooral de 'gewone' mensen toe behoren. Zij vereren de boeddha als een godheid. Je komt dit onder andere tegen in China en Tibet.
Maitrî, friendship, kindness.
Manas, mind.
Marga, path.
Μãyã, mysterious and miraculous power; the mysterious power of cosmical delusion.
Moksha, liberation, release.
Moksja De verlossing uit de kringloop van wedergeboorten, zodat de ziel weer terugkeert naar het brahman.
Muc, to liberate. '
Mιιktα, the liberated or the emancipated one.
Mιιktί, liberation, freeness from binding, salvation in the Lord's heaven.
Mιιkunda, giver of mukti, saviour.
Namaskãra, homage.
Nãrdyana name of the Lord.
Nίhsreyasa, highest moksha.
Nirvãna, nirvana.
Nirwana De volledige innerlijke rust, die elke boeddhist probeert te bereiken door te leren alles los te laten. Verwerkelijking (realisatie) van de dharma.
Pãpa, evil.
Parakãla-svãmin, title of the patriarch of Rãmãnuja school in Mysore.
Parama-ãtman, the highest atman.
Prakritί, nature.
Prasãda, grace.
Punar janma, rebirth to a new bodily existence.
Purusha, spirit.
Purushottama, the highest spirit.
Rajas, passion.
Rakshanã, keeping, saving.
Sadhu,
good, pious. Title for a monk.
Sadhu
verenigt de betekenissen
geslaagd, succesrijk, deugdzaam en edel in zich.
In India benaming voor ‘heilige mannen’ en voor die asceten
die niet tot bepaalde richtingen behoren. Sadhu's zijn vaak herkenbaar aan zgn.
sektetekenen op voorhoofd of armen, aan haardracht, enz.
Samsãra, wandering of the soul from one bodily existence to another, name for the changing and fleeting world in general.
Samsãra Kringloop; alle bestaan is eraan onderworpen; vloed van verschijningsvormen.
Sat, being.
Šreyas, verum and summum bonum.
Šrutί, holy scripture.
Tamas, darkness.
Vedãnta, the metaphysical parts of the Veda and the doctrines founded thereon.
Vedanta (Sanskriet, = lett.: voltooiing van de Veda) of Uttaramimamsa, wijsgerig-wereldbeschouwelijk, uiteindelijk op de verlossing uit de wedergeboorten gericht systeem, dat als meest representatieve en op den duur de andere denkrichtingen overkoepelende ‘visie op de werkelijkheid’ (darsjana) tot op de huidige tijd zijn stempel drukt op het culturele en sociale leven in India. De Vedanta beschouwt alle natuurgebeuren, geschiedenis, sociale instellingen en menselijk gedrag als een eenheid en geeft een antwoord op alle metafysische, kentheoretische en ethische vragen. De leer moet eerst filosofisch-discursief worden begrepen en dan in geconcentreerde yoga-meditatie worden doorleefd.
Vighna, obstacle.