
Dansen in 11/16 maat met de lange tel als derde van de 5 tellen zijn bekende onder verschillende namen:
De basispassen liggen vrij dicht bij elkaar, maar er zijn wel stijlverschillen. Verder heeft ieder dorp zijn eigen complexe figuren, die vooral door de mannen uitgevoerd worden.
Deze dansen worden uitgevoerd 'za kolan'. Zie ook 'terminologie' voor enkele aanvullende opmerkingen.
Dit is een typische dans voor het vlakke land. Dit blijkt uit veelvuldig gebruik van figuren als 'Nabivane', 'Plesni', en het verschuiven van accenten.
In het eerste, rustige deel worden de figuren vrij gekozen. De verschillen zitten echter alleen steeds in de derde maat; de eerste 2 blijven steeds hetzelfde.
In principe mag iedereen zelf besluiten welke variant men danst (basis, nabivane, nožitsa…) maar meestal volgt men de eerste danser, die ook de richting aangeeft voor de 'serpentine'.
Als de muziek sneller wordt gaan de mannen meestal apart dansen, en maken snelle en gecompliceerde varianten. Hierbij heeft elk dorp zijn eigen volgorde, die overigens vastligt. De vrouwen blijven achter de mannen dansen op het 2-matige heen-en-weer figuur, waarmee het snellere deel begint.