Deze dans wordt bij allerlei gelegenheden gedanst, altijd op muziek van zurni. De naam geeft aan dat de melodie een immitatie van de gajda bevat.
De dans bestaat uit 2 delen.
Het eerste langzame deel wordt gekenmerkt door een vrij diepe vering na elke stap. Er is veel ritmische vrijheid in de muziek en de dans, waarbij de zurni de dansers volgen (uiteraard onmogelijk bij gebruik CD-opname). De eerste passen van de dansen zijn in dansrichting, met de handen laag vast. In de 7e tel draait het lichaam zich naar links en gaan de handen in W-houding (niet hoger!). Nu beweegt men verder achterwaarts in dansrichting, tot in de 15e tel het lichaam weer terugdraait naar de eerste houding.
Het tweede, snelle gedeelte volgt ongeveer hetzelfde schema, maar is meer gesprongen. Met name de achterwaartse passen zijn nu veranderd in kleine sprongen. De verplaatsing in dansrichting is in dit deel veel minder.