Ridders
   Kastelen
   Heraldiek
 Links

Het leven van een ridder.

Veel kinderen (en volwassenen...) dromen er wel eens van, hoe het zou zijn om een ridder te zijn. Rijdend op een stoer paard met een harnas aan en een zwaard in je hand de vijand bestrijden! Maar hoe zat dat in de middeleeuwen? Hoe werd iemand ridder? Kon je solliciteren bij de koning? Moest je goed je best doen op school? Dit hoofdstuk gaat over hoe een jongen die uiteindelijk een ridder wordt en wat hij naast al dat vechten zoal deed.

DE FAMILIE

Om een ridder te worden waren er 2 dingen zeer belangrijk.
  1. - Je moest een jongen zijn. Het liefst ook nog de oudste.
  2. - Je vader moest ook een ridder zijn!
Vooral dat laatste was heel belangrijk. Je zou kunnen zeggen dat voor je ook maar geboren was, al was bepaald of je een ridder zou (kunnen) worden. Dit is nog steeds zo met koningen en koninginnen. De oudste zoon heeft het eerste recht om koning te worden. Als hij niet wil of kan komt de 2e zoon aan de beurt. Als mensen nu tot een familie van ridders, baronnen, graven, prinsen of koningen behoren, zeggen we dat die mensen van adel zijn. Het zijn 'adellijke' families, of horen bij de 'adelstand'. Vroeger dachten men ook echt dat die families 'Edeler', en beter waren dan het gewone volk. Later, vooral na de Franse revolutie, zijn veel mensen daar anders over gaan denken.
We zullen, om het beter voor te stellen, eens het leven van een echt bestaande ridder gaan volgen, van kind tot volwassene. Hij heette William Marshall en leefde in Engeland. Laten we eens kijken hoe zijn leven is gelopen. Ook William was van adel. Zijn vader, John was een ridder in dienst van de engelse koning Hendrik I. Maar William was niet de oudste zoon, dus zou hij zijn vaders taak niet erven. Hij kon eigenlijk maar 2 dingen doen;
  1. - Op zijn vaders kasteel blijven wonen in dienst van zijn oudste broer (en nooit trouwen of iets belangrijks doen) of
  2. - Proberen zijn eigen fortuin en kasteel bij elkaar te krijgen.
Je begrijpt al dat hij voor het laatste gekozen heeft, anders had je hier niet over hem gelezen.

OPVOEDING EN OPLEIDING

Het leven in de middeleeuwen was vaak wat wij 'hard' zouden noemen. Veel kinderen stierven jong aan ziektes of andere dingen, net als nu in veel arme landen. Kinderen werden ook met een bepaalde hardheid opgevoed. Een voorbeeld hiervan overkwam William toen hij 5 jaar was;

In 1152, in de oorlog tussen Koning Stephen (neef van de overleden koning Hendrik I) en Koningin Mathilda (dochter van Hendrik I) werd Newbury door de troepen van Stephen, aangevallen. Williams vader, die trouw aan koningin Mathilde had gezworen, leidde de verdediging. De aanvallers hadden de kleine William krijgsgevangene gemaakt. Om de verdedigers tot overgave te dwingen, zetten ze William op een blijde, en zeiden dat ze hem weg zouden schieten als zijn vader het kasteel niet zou opgeven. Zijn vader gaf als antwoord "dat hij nog genoeg zoons had, en er nog veel meer kon maken".


familiewapen van William Marshall

Het antwoord van Williams vader zal je vreemd in de oren klinken. Toch wil dit niet zeggen dat middeleeuwse vaders niets om hun kinderen gaven. Maar voor deze ridder was standvastigheid, de trouw en loyaliteit aan zijn leenheer het aller belangrijkst. We zullen zien dat William deze les dan ook heel goed geleerd heeft. Je begrijpt trouwens wel dat de aanvallers de kleine William niet echt hadden weggeschoten, anders zou het verhaal hier stoppen. Hij bleef 4 jaar als krijgsgevangen bij koning Stephen, en na de oorlog keerde hij terug naar zijn vaders huis.
Erg lang heeft hij niet in zijn ouderlijk huis gewoond, want zoals het de gewoonte was in een adellijk gezin, werd William al snel bij familie of bekenden geplaatst, die uiteindelijk voor de opvoeding zorgden.

In Williams geval betekende dit verhuizen naar Normandië in Frankrijk. Hij ging wonen in het huis van Guillame de Tancarville , waar hij de zijn ridderopleiding kreeg. Je kunt dit niet vergelijken met een school waar kinderen nu naar toe gaan.


Pages bedienen tijdens een banket

Lezen en schrijven leerde hij bijvoorbeeld niet (maar sommige ridders wel!). Wel leerde hij manieren, etiquette zoals dat nog steeds met een deftig (Frans) woord heet. Ook leerde hij jagen met en zonder valk, liederen zingen, gedichten opzeggen, een beetje geschiedenis, gebeden opzeggen, paarden verzorgen en natuurlijk omgaan met zwaard en lans.


Hertenjacht met honden

William begon zijn opleiding als page. Dit was een soort hulpje, dat allerlei klusjes in en rond het huis moest opknappen. Hij moest tijdens het eten de gasten bedienen, net als een ober, helpen schoonmaken en opruimen. Toen hij een paar jaar goed zijn best had gedaan werd hij schildknaap.
De schildknaap was de persoonlijke bediende van een ridder. Hij hielp zijn heer met het aandoen van het harnas, hield de wapens schoon, ruimde de rommel op, verzorgde de paarden van zijn heer enzovoort. Ook William ging als schildknaap zij meester, de Tancarville, bedienen. Het mooiste was het als hij mee mocht op veldtocht. Dat was waar William het meest van hield. We zouden kunnen zeggen dat hij een ridder was in hart en nieren.

DE RIDDERSLAG

Toen William 20 jaar was brak er oorlog uit tussen de koning van Frankrijk en koning Henry van Engeland. Zijn meester vond dat het tijd werd dat onze schildknaap klaar was voor het echte werk. Vlak voor het gevecht werd de jongeman 'geridderd'.

Hoe dat precies bij William ging is niet bekend, waarschijnlijk was hij de avond voor de veldslag in bad gegaan en kreeg hij een prachtige nieuwe mantel. De ceremonie hield in dat hij zijn sporen kreeg en zijn zwaard om werd gedaan. Misschien hoorde er toen ook al een tik met het plat van een zwaard op zijn schouder bij. In ieder geval was hij nu echt een ridder.

En niet zomaar eentje, in zijn 1e gevecht was hij zo enthousiast dat hij zijn meester en andere belangrijke ridders bijna voorbij reed, wat heel erg onbeleefd was in die tijd. Tijdens zijn hele leven ging hij voorop in de strijd, soms had hij zelfs het geduld niet om zijn helm op te zetten. Zijn moed en durf werden al snel beroemd.


Jongeman wordt 'geridderd'

Niet alleen tijdens de oorlogen trouwens. In tijden van vrede ging hij alle toernooien af, niet alleen om zijn kunsten te laten zien maar zeker ook om geld te verdienen. Zoals gezegd, omdat William niet de oudste zoon was, had hij geen recht op een erfdeel van zijn vaders erfgoed. En met een toernooi was goed geld te verdienen. Het was namelijk niet alleen de bedoeling om het gevecht te winnen, maar vooral om de tegenstander gevangen te nemen, zodat de overwonnene geld moest betalen om weer vrij te komen. Op deze manier kreeg William al snel wat geld bij elkaar. Dit had hij ook nodig want ridder zijn was een dure bezigheid. Ten eerst moest hij minstens 3 paarden hebben, 1 voor het gevecht, 1 voor de bagage en 1 om op te rijden. Een maliënhemd, een helm, een lans, een zwaard een schild, dit was echt het minimum aan uitrusting voor een ridder en koste enorm veel geld. (zie voor meer info het hoofdstuk Aanval en verdediging)

Uiteindelijk deed hij het niet onaardig. Hij werd eerst in dienst van Eleonora van Aquitinië genomen als lijfwacht, en kwam via haar in dienst van de Engelse koningen. Hij werd de vertrouweling en vriend van koning Henry van Engeland, en mocht hem zelfs tot ridder slaan. Op dat moment had hij zelf ridders in eigen dienst, die zijn wapen op hun schild droegen. Hij heeft onder 3 engelse koningen gediend en 2 daarvan tot ridder geslagen. Hij bezat kastelen en land, waaronder het kasteel van Newbury, waar hij als 5-jarige op de blijde was gezet. Zelfs toen hij al oud was, was zijn moed en durf nog niet verdwenen. Tijdens een belegering van een kasteel, toen hij de 50 al gepasseerd was, ging hij natuurlijk voorop in de strijd. En als zijn schildknaap niet snel zijn helm had gegeven was hij zonder het gevecht in gegaan. Uiteindelijk stierf hij op 72-jarige leeftijd in 1219.

Het mooiste compliment dat iemand kan krijgen is het compliment van een vijand. Daarom is het interessant om dit hoofdstuk af te sluiten met de woorden van Koning Philips II van Frankrijk, die over William heeft gezegd: "Een trouwer, oprechter man dan William Marshall heb ik in mijn leven nooit ontmoet."
A   A   A