Zes jaar de Certeaugroep

 

De Certeau Groep was een clubje met een wisselend aantal leden, allen jezuieten of vrienden van jezuieten. Dit groepje hield zich bezig met de werken van de in 1986 overleden Franse jezuiet Michel-Jean-Emmanuel de la Barge de Certeau, of kortweg Michel de Certeau.

Een paar keer per jaar kwamen wij samen.

Dit zijn degenen die voor kortere of langere tijd zijn meegelopen, in volgorde van toetreding:

 

Hans, Wim, Louis, Jo, Tjeerd, Dirk, Paul, Marc, Antony, Piet, Rob en Frans.

 

Ondergetekende trad daarbij de meeste tijd op als secretaris, in een nogal informele stijl. Ik had namelijk de gewoonte, mijn eigen impressies uit te werken en rond te sturen; iedereen vond dat een goed idee; dat waren dus mijn "verslagen"; vanzelf kwamen daar agenda's bij. En zo werd ik dus secretaris, maar het bleef geïmproviseerd.

 

Nadat wij op 19 januari 2006 onze activiteiten als groep hadden beeindigd, wilde ik toch een keer bij elkaar zetten, wat ik daar aan materiaal van had overgehouden. Eigenlijk drong nu pas tot mij door, hoeveel leemtes daarin zaten, (agenda's die niet of anders zijn uitgevoerd, verslagen waar een deel aan ontbrak, of waar juist als "toegift" iets bij kwam, wat niet besproken was).

Tegelijk kwam ook weer de herinnering boven aan de inspiratie die dit mooie studie-experiment mij gegeven heeft. Ik heb er een website van gemaakt voor de deelnemers van weleer en voor ieder die geïnteresseerd is in deze veelzijdige en geniale schrijver.

 

Ik heb de bestanden bij elkaar gesprokkeld van mijn harde schijf, met slechts minimale correcties. Ik heb ze alleen genummerd en ze voorzien van een suggestieve titel.

Misschien heb ik op deze manier onbedoeld mijn eigen aandeel overbelicht, al heb ik getracht, iedereen tot zijn recht te laten komen. Want wij waren een groep van wederzijdse inspiratie.

 

Eén leemte wil ik noemen. Hoofdstuk 8 van La Fable Mystique vertelt over de "kleine heiligen" van Aquitanië. Daar zijn wij in onze eerste jaren aandachtig mee bezig geweest, maar ik kan er niets van terugvinden. Het onderwerp is interessant genoeg, een "mouvement" onder de jonge jezuieten in de 17e eeuw. Als beweging is ze mislukt, maar ze heeft lang doorgewerkt.

 

Ik begin mijn verzameling zoals ik zelf toen begonnen ben, met een gedicht.

 

Nijmegen, 24 Maart 2006

Dirk Bruggeman



P.S.: De verslagen volgen hieronder in één groot bestand, om in te bladeren of om ze te raadplegen aan de hand van de INHOUD

Overal brengt klikken op onderstaand scheidingsteken
u terug naar INHOUD.

 

 

INHOUD

 

-home-  Terug naar Homepage.

--o--  Catherine Pozzi: Ouverture à une poétique du corps

--1--  Persoonlijke Proloog

--2--   Beraad over mogelijke onderwerpen (11-3-1999)

--3--  “De praktijk van het dagelijks leven” (Jo) en “Het woord nemen” (Wim, 22-4-1999)

--4--  “Corpus Mysticum” of het Ontbrekende Lichaam (Tjeerd, 9-6-1999)

--5--  Wat te doen aan de Communication Gap? (Hans, 15-9-1999)

--6--  L'Histoire Lausiaque: De voetveeg van het klooster (Dirk, 31-10-1999)

--7--  L'Histoire Lausiaque (De Franse tekst)

--8--  Verslag 13-12-1999

-         "Believing and making people believe" (Wim)
- Structuralisme en hoe de Certeau erin verzeild raakte (Jo)
- "Corps torturés, paroles capturées" (Paul)

-          

--9--  Hoe Michel de Certeau begon en eindigde met mystiek (Dirk, 9-2-2000)

--10--   "Hoe Michel de Certeau begon en eindigde met mystiek" (tekst voordracht)

--11--   Referentiekaders bij de Certeau (Jo,11-4-2000)

--12--   Agenda 8-9-2000 (o.a. Labadie)

--13--   Labadie le nomade (Wim, 8-9-2000)

--14--   Agenda 10-11-2000 (o.a. Godzich III)

--15--   Le Christianisme Éclaté (Wim, 10-11-2000)

--16--   Godzich I: De Certeau en de Postmodernisten (Dirk)

--17--  Godzich II: Onze Arthur-legende.... (= vertaald fragment)

--18--   Godzich III: .... Toegepast op de 20e Eeuw

--19--   Teresa schreef - in wiens opdracht?

--20--   Agenda 19-1-2001 (Tweemaal Foucault)

--21--   Agenda 6-3-2001 (Foucault en Nicolaas van Cusa)

--22--   Mystic Speech en modern management (Paul, 17-5-2001)

--23--   Verslag 13-9-2001:

- "Believing and making people believe" (Wim)
- Structuralisme en hoe de Certeau erin verzeild raakte (Jo)
- "Corps torturés, paroles capturées" (Paul)


--24--   Marjorie O'Rourke Boyle, Loyola’s Acts (Dirk, 15-11-2001)

--25--   20 Jeroen Bosch; Une culture très ordinaire.

--26--   Waarom er geen vervolg kwam op La Fable Mystique I (Dirk, 27-5-2002)

--27--   Tweemaal Freud (18-10-2002):

- Hoe vertel je over de Certeau? (voor SJ-oud-SJ 25 oktober)
-Mirjam Schaub, Die Lust am Wildern in fremden Theoriegefilden (Wim)
-Le temps des conflits (Paul)

--29--  De Bezeten Zusters van Loudun (Wim, 26-2-2004)

--30--   Verslag 6-5-2004:

       - La Faiblesse de Croire (Paul)

       - Glossolalie (Dirk)

--31--   Verslag 8-7-2004:

--36--  La Culture dans la Société (12-10-2005)

 

--A1--  Kopiisten en vertalers: een vijftal citaten uit La Fable Mystique, hs. 4

--A2--  De Certeau’s Inleiding bij de Guide Spirituel van Surin (fragment)

--A3--  Michel Foucault: Tussen twee werelden (een paar reflecties).

--A4--  Le lieu d'où l'on traite de la culture (Ned.vert.)

--A5--  Collectie Jo Verhaar (boeken en gefotocopieerde artikelen, bij mij beschikbaar)

 

--B1--  Aanvullingen

--B2--  Links.

-home-  Terug naar Homepage.

 

 

 

 

De Certeau's laatste boek, La Fable Mystique, eindigt met een gedicht:

 

Ouverture à une poétique du corps

 

Très haut amour, s’il se peut que je meure
Sans avoir su d’où je vous possédais,
En quel soleil était votre demeure
En quel passé votre temps, en quelle heure
                Je vous aimais,

Très haut amour qui passez la mémoire,
Feu sans foyer dont j’ai fait tout mon jour,
En quel destin vous traciez mon histoire,
En quel sommeil se voyait votre gloire,
                Ô mon séjour...

Quand je serai pour moi-même perdue
Et divisée à l’abîme infini,
Infiniment, quand je serai rompue,
Quand le présent dont je suis revêtue
                Aura trahi,

Par l’univers en mille corps brisée,
De mille instants non rassemblés encor
De cendre aux cieux jusqu’au néant vannée,
Vous referez pour une étrange année
                Un seul trésor

Vous referez mon nom et mon image
De mille corps emportés par le jour,
Vive unité sans nom et sans visage,
Coeur de l’esprit, ô centre du mirage
                Très haut amour.

 

Catherine Pozzi

 

 

 

                                                                                 

Persoonlijke Proloog

 

“Wat het was en wat het werd”. Wanneer je in iets nieuws gaat duiken, is het altijd goed om van te voren op papier te zetten, wat het is in jouw verwachting. Naderhand, als je ziet wat het geworden is, kun je vergelijken of het anders uitpakte dan je gedacht had.

Toen ik op uitnodiging van Jo Verhaar een bijeenkomst had bijgewoond, heb ik aan de deelnemers een brief geschreven, die ik hier graag afdruk als Persoonlijke Proloog. Wat erna volgt is de vrucht van zes jaar secretariswerk, of wat ik daarvan gemaakt heb. Ik begin echter zoals ik toen begonnen ben, met een gedicht.

 

Hier volgt de brief:

 

Den Haag, 25 februari 1999

 

Beste mensen,

 

Met genoegen heb ik op 10 februari deelgenomen aan de Certeau-bijeenkomst met Hans v.d.Loo, Louis Kuylaers, Jo Verhaar en Wim Pisa. Tjeerd Jansen was helaas verhinderd, wegens griep.

De afspraak is om op 10 maart weer bijeen te komen (als iedereen kan), wanneer er althans iemand in staat is, om dan het gebeuren te leiden. Hierover dus contact opnemen met Hans.

Als ik het goed heb begrepen ging het op 10 febr. nog vooral over de modus procedendi. Een heel doordacht voorstel van Louis, om een aantal werken van C. onder elkaar te verdelen, die samen een dwarsdoorsnede door zijn oeuvre vormen, zodat ieder daar op zijn beurt een referaat over zou kunnen houden, heeft het toch niet gehaald. Het leek ons een te zware aanpak. Tenslotte werd het voorstel (als ik het goed weergeef), dat ieder een eigen onderwerp kiest, en vervolgens een schatting maakt, wanneer hij een beurt kan verzorgen. Dat zou hij dan zo mogelijk vóór ca. 17 febr. aan Hans laten weten (wat ik dus niet gehaald heb). Het gaat dan meer om het ‘onderwerp’ dat hij kiest dan om het ‘boek’. Zelfs wanneer twee mensen het zelfde boek, of hetzelfde onderwerp of zelfs dezelfde passage zouden kiezen, dan is er nog niets mis, want ieder haalt er toch het zijne uit. Zo ongeveer hebben wij dat besproken.

Ik wil jullie graag mijn probleem voorleggen. Ik heb namelijk een onderwerp, maar nog geen vindplaats bij Certeau. Toch lijkt het mij wel in de lijn te liggen. Ik denk aan de militaire beeldspraak van Ignatius. Volop 16e eeuw, was zelf als militair aanvoerder begonnen, las daarna heiligenlevens over de kruistochttijd (Franciscus!), en gaf het kruistochtideaal later een plaats in de Geestelijke Oefeningen. Ook dit een voorbeeld van een overgeleverde woordenschat op een nieuwe manier gebruikt. Dit heeft lang in de Societeit doorgewerkt, met name in Frankrijk (‘La Compagnie de Jésu’, ‘Miles Christi’). Dit lijkt ons nu misschien verouderd, maar het is volgens mij actueel genoeg; kijk maar hoe onthand wij in Europa zijn met de Balkan-achtige toestanden op onze eigen drempel; wij met onze geïndividualiseerde beschaving!

Mijn vraagstelling is misschien niet helemaal Certeau-achtig, omdat C. minder geïnteresseerd lijkt in de figuur van de charismatische legeraanvoerder dan in de manier hoe de kleine man zich erdoor heen slaat, eerder dus in Soldaat Schweyk dan in Generaal Patton. Maar als C. werkelijk zo veelzijdig is als men ons vertelt, dan moet hij ook deze fabel van Ignatius wel ergens ter sprake brengen. Waar?

Als iemand mij kan helpen houd ik mij aanbevolen. Misschien is het bovenstaande tevens een kleine injectie om het proces bij anderen op gang te helpen. Vandaar dat ik het - na overleg met Hans - aan U rondstuur.

 

Groeten,

Dirk.

 

 

En dit gebeurde met mijn vraag naar de "militante" Ignatius:

Bij de Certeau komt hij nauwelijks ter sprake - de Certeau's belangstelling is inderdaad anders gericht. In onze groep werd ik echter geattendeerd op het boek van Marjorie O'Rourke-Boyle "Loyola's Acts. The Rhetoric of the Self", waarin zij een fijnzinnige analyse geeft van "Het Verhaal van de Pelgrim".
Maar ook dit pakte anders uit: hier ging het meer om de "uitdagende" Ignatius en zijn bekoringen tot ijdele glorie, een geneigdheid waar hij lang mee geworsteld heeft, in feite tot de dag, dat hij zich door de Paus aanvaard wist. Later wilde hij bewust het verslag van die worsteling aan zijn gezellen nalaten, als antwoord op hun vraag, wat hem bewogen had.


Hierover kunt U lezen op nummer --24--


 

 

 

2 Beraad over mogelijke onderwerpen (11-3-1999)

voltallig aanwezig.

 

Tjeerd had tevoren in fotocopie rondgestuurd (n.a.v. mijn brief) hs.1 van Marjorie O’Rourke Boyle, ‘Loyola’s Acts. The Rhetoric of the Self’

 

Jo geeft een ex. om rond te sturen van nr. van nov.1996 van:

New Black Friars, Special Issue Michel de Certeau SJ.

o.a. bijdrage van Jeremy Ahearne: ‘Het christendom is als een vuurwerk uiteengespat, maar tijdens dat proces wel diep verankerd geraakt in onze cultuur.’

 

Louis meldt: maart 1998 hielden Dominicanen Utrecht een cyclus over Certeau. Zijn er verslagen verkrijgbaar? Iemand (ik meen Tjeerd) zou erover opbellen.

                        Brigittestraat 15

                        3512 KJ Utrecht

 

Plannen (in beginsel twee inleidingen per keer):

 

Do. 22 april:
            Jo:        Een onderwerp uit L’Invention du Quotidien.
            Wim:    ‘Wat er doorwerkt van 1968’; Officieel wil men dat gebeuren nu zo gauw               mogelijk vergeten en terug tot normen en waarden.’

En de keer daarop (mei):
            Hans:   ‘Felix de Kat’, Sluipwegen, p.122-136.
           
Tjeerd:  ‘Corpus mysticum, ou le corps manquant’, hs.3 van de Fable Mystique.

 

Jo suggereerde nog: ‘De kleine heiligen van Aquitanië’, hs. 8 van de Fable. Dirk beloofde aan Hans op te geven wat hij wil gaan doen, als hij zover is.

 

 

Na deze lange planningsgesprekken was er ’s middags een Inleiding door Louis: Uitgaande van de Introduction van ‘The Capture of Speech and other political writings’ en in het bijzonder van het citaat uit het begin ‘Something happened to us...’ bracht Louis de discussie op gang over hoe wij ‘1968’ beleefd hadden.

 

Voornaamste Certeau-titels, Engels:

 

Engels:                                                                     ISBN-nummer

Culture in the Plural                                                    0-8166-2767-3

The Practice of Everyday Life, 1                                   0-520-06168-3

idem, 2                                                                      0-8166-2877-7

The Capture of Speech and other political writings         0-8166-2769-X

Heterologies. Discourse on the Others                          0-8166-14040

The Writing of History                                                  0231055757

Frans:                                                                      

La Prise de parole, Parijs (Seuil) 1994.                        

L’Ecriture de l’histoire, Parijs (Gallimard) 1984.             

L’Invention du Quotidien 1, Parijs (Gallimard) 1990.       

L’Invention du Quotidien 2, Parijs (Gallimard) 1994.       

Fable Mystique, Parijs (Gallimard) 1987 ?                    

Hétérologies                                                              

Duits:                                                                       

Die Kunst des Handelns, Berlijn 1988. (=L’Invention 1)  

 

Dit waren mijn eigen notities, maar misschien hebben jullie er wat aan.

Met vriendelijke groet, Dirk.

 

 

 

 

 

 

3 “De praktijk van het dagelijks leven” (Jo) en “Het woord nemen” (Wim, 22-4-1999)

Tjeerd verhinderd.

Wim had ons tevoren toegestuurd als voorbereiding op zijn referaat over ‘Mei 1968’: ‘Tegen de Stroom’, No.1 van een ‘Anti-Stalinistisch, Non-Leninistisch, Revolutionair-Libertair Blad, april 1999.

Jo deelt bij het begin 2 artikelen van hemzelf uit:

- ‘Raison, foi et discernement’, in Recherches de Science Religieuse, No.1, jan-maart 1999;

- ‘Taal en pluralisme’, te verschijnen in Filosofie, mei 1999;

Alsmede een drietal fotocopieën uit ‘The practice of every day life’, ter voorbereiding op zijn referaat.

 

Jo over ‘The Practice of Every Day Life’, 1e hoofdstuk.

 

Een paar flarden: geleerden die over de ‘gewone man’ willen filoso­feren, komen altijd zichzelf tegen. ‘Representatie’ is namelijk altijd representatie van iets anders, en in dat ‘anders’ ligt de vloek., want het zit ook in henzelf.

Cultuur is datgene wat bij de verbanning van de geleerde uit zijn ge­liefde gebied overblijft, nadat hij het holle van zijn metabegrippen begint te ontdekken. Als iedereen deskundige is, is niemand deskundige.

De gewone man is geen ‘lachende Elckerlyc’ meer, dat zie je bij Freud, die zo intensief bezig was met de gewone man: bij hem lacht hij nooit.

In Londen kwam Freud zichzelf tegen: ‘Toen ik ging uitleggen, wat gods­dienst was, zat ik in de boot met iedereen. Ik wist het namelijk ook niet.’

Postmodernisme is ook niet alles (als ik Jo goed weergeef); veronder­steld wordt namelijk, dat de mens ‘causa sui’ is, en dat is hij niet. Daarom blijven ook in een pluriforme samenleving de ‘grote verhalen’ mogelijk, voor individuen en groepen van eensgezinden, als men ze maar niet meer als iets elitairs beleeft, dat normatief zou moeten zijn voor ‘de gewone man’.

 

Louis insisteerde op de vraag: Maar wie is nu die gewone man? - In Parijs mei 1968 werd duidelijk: Fysiek was hij aan beide kanten van de barrikades. - Waarom doodgelopen? - Over die vragen ging het ’s mid­dags.

 

Wim over ‘The Capture of Speech’ (La Prise de Parole).

 

(gegevens ontbreken)

 

 

Plannen:
In de 1e week van juni, vermoede­lijk 2 of 3 juni:
Tjeerd:  Corpus Mysticum, ou Le Corps Manquant, Fable, hs. 3.

Louis:   The every day nature of communication.

Hans neemt contact op met Tjeerd; en hij zal nog rondbellen over de definitieve datum.

 

 

Een kleine toegift bij het verslag:

 

De historicus Jacques Presser worstelde met de vraag naar histori­sche causaliteit. Kun je daar eigenlijk iets zekers over zeggen? Hij ging te rade bij de exacte vakken, die het immers zo precies weten, en merkte dat ze daar ook tegen grenzen opliepen. Hij schrijft aan een vriend:
.... Ik las allerlei schoons, bv. van Max Planck, van H.J.Jordan, van de grootste koppen aldaar, en bemerkte tot mijn vreugde en verbazing, dat zij ’t allang niet meer wisten. Dit bracht ik in verband met de mooie vondst van mijn vriend, Jan Romein, die erop gewezen heeft dat mét de toeneming van de duidelijkheid van een geschiedbeeld zijn juist­heid afneemt en omgekeerd; ei van Columbus, maar je moet het maar bedenken; het is enorm! Het typische is namelijk dat in de quantum­physica door Heisenberg een zelfde onnauwkeurig­heids­betrekking is vastgesteld ten aanzien van bepaalde atomaire processen: hoe nauw­keuriger de ene grootheid is te meten, bij voorbeeld de grootheid ‘tijd’, des te onnauwkeuriger de andere, bij voorbeeld ‘energie’....

(ontleend aan Nanda v.d.Zee, Jacques Presser. Een biografie, p.167. De kernzin is dat citaat van Jan Romein.)

Groeten,

 

Dirk.

 

 

 

 

 

4 “Corpus Mysticum” of het Ontbrekende Lichaam (Tjeerd, 9-6-1999)

Allen aanwezig.

 

Rondgedeeld:

Jo:        Een boekbespreking voor The Journal of Pidgin and Creole Languages van het boek: Mühlhäusler, Linguistic Ecology.

Dirk:    ‘Pied Beauty’, gedicht van G.M.Hopkins, met commentaar van Bronzwaer.

 

Tjeerd bespreekt Fable, Hs.3, par.1, ‘Corpus Mysticum’, ou le corps manquant. Hiervan de beide eerste subparagrafen: 1. Du ternaire au binaire; 2. Une stratégie du visible.

Ternair. In het voetspoor van de Lubac ziet C., tot de 13-14e eeuw, drie betekenissen van ‘Lichaam van Christus’, nl. Historisch, Sacramenteel en Kerkelijk, de tweede en de derde nog in ongebroken eenheid. Het h.Sacrament is dan het Mystieke Lichaam.

Binair. In de 13e eeuw verschuift het. De kerk wordt ‘mystiek’ ofwel ‘onzichtbaar’, aanwezig als een nog te verwezenlijken ideaal. Zichtbaar blijven alleen het Historische (het Corpus Scripturarum) en het Sacramentele, als twee massieve blokken, die ons als referentie­kader gegeven zijn. Zij leiden tot de grote breuk tussen Reformatie en Contrareformatie, gefocust op respectievelijk Schrift en Sacramenten.

 

Strategie. De kerk organiseert zich meer klerikaal, met het oog op een reconquista van de gelovigen, zichtbaar en effectief aanwezig.

 

Tjeerd heeft kritische vragen: 1) Is het niet wat negatief van toon? 2) Hoe rijmt C. die toename van zichtbaarheid met die mystieke onzicht­baar­heid? - Antwoord: oorspronkelijk was het geen doelbewuste strategie. De ‘zichtbaarheid’ begon als volksdevotie, de hiërarchie wilde deze aanvankelijk enkel kanaliseren. 3) Klopt wat C. zegt over het jodendom, dat verankerd blijft in zijn biologische en sociale realiteit, in tegenstelling tot het christendom dat een ‘verloren lichaam’ als uitgangspunt heeft? - Deze vraag is blijven liggen.

 

Reacties: Jo constateert instemmend: Mystiek lijkt bij C. niet ‘superadditioneel’ te zijn, een soort hoge school van het geloof, maar veeleer ‘complementair’, uit nood geboren, nu God niet meer in het openbaar spreekt door de schep­ping en de mens zelf moet proberen contact te krijgen.

Louis: Mystieke beleving, is dat uitsluitend iets tussen God en de mens persoonlijk, of kan het ook een groepservaring zijn? - Leek ons vooral ervan af te hangen wat je onder mystiek verstaat. Hoe hoog leg je de lat? Of is er toch meer aan de hand?

Dirk geeft aan paar impressies bij hs.2 (Woestijnvaders en -moeders) en hs.8 (de ‘kleine heiligen’ van Aquitanië). De Sociëteit was in 50 jaar vertienvoudigd en dreigde versnipperd te raken in haar vele werken. Het boek van Rodriguez over de Christelijke Volmaaktheid kwam uit in 1609, en dat is ook de tijd dat de jacht op de ‘bijzondere devoties’ begon. Dit lijkt geen toeval. Men zocht naar houvast in de zeer oude traditie van het religieuze leven.

 

Reactie van Hans: Je hebt de spanning tussen ‘werken’ en ‘geestelijk leven’ aangestipt, een punt om bij gelegenheid op door te gaan.

 

Hoe gaan we verder? We hebben nog een lijstje liggen van mogelijke onderwerpen, misschien wat disparaat. We pendelen wat heen en weer tussen een meer systematische aanpak, om een overzicht te krijgen van het hele oeuvre van C. en een wat ludiekere aanpak, om met dat lijstje te werken, dat niet af hoeft, en dat ook vatbaar is voor uitbreiding.

Wij besluiten om vanaf september voor een keer of vijf bij elkaar te komen; en dan verder te zien. Eerstvolgende datum: 15 september.

 

(NB. Het laatste deel van de bijeenkomst heb ik helaas gemist, zodat ik ook niet weet wat er over die onderwerpen is afgesproken, en wie er iets prepareren voor 15 sept.).

 

Groeten, Dirk

 

 

 

 

5 Wat te doen aan de Communication Gap? (Hans, 15-9-1999)

Aanwezig: Hans, Louis, Jo, Wim, Dirk.
Verhinderd: Tjeerd.

 

Opening.
Hans had ons 19-8-1999 een brief toegestuurd over de stand van zaken, met als bijlagen:
- ‘Keuzemogelijkheden voor een inleiding’ (een 18-tal titels van arti­kelen, die hij bezit en die hij graag op aanvraag graag in fotocopie toestuurt), een klein Certeau-archief dus.
- Suggesties inzake onderwerpen voor onze eerste besprekingen.

Een nagekomen correctie bij het vóórvorige verslag (22 april), waarin staat:
            ‘Postmodernisme is ook niet alles (als ik Jo goed weergeef);    verondersteld wordt namelijk, dat de mens “causa sui” is, en dat      is hij niet.’
Ik heb hem dus niet goed weergegeven, het is precies omgekeerd: het postmodernisme zègt dat precies, dat de mens niet ‘causa sui’ is.

Ochtendbespreking.
Hans houdt, aan de hand van een uitvoerig uittreksel, een inleiding over ‘Certeau’s genealogie van de Moderni­teit’ en over de rol van de economie daarin (Geldof, p.142-163).
‘De 17e Eeuw, waarin de lange doodsstrijd van een politieke, sociale en culturele orde tevens de wieg is van een nieuwe manier om dingen en mensen te beschouwen’.

Middagbespreking.
Louis bespreekt ‘The Every Day of Communication’, deel III van ‘The Capture of Speech’ en werpt de vraag op:
Wat is er nodig om de ‘Communication Gap’ te overwinnen, tussen hoog en laag, tussen degenen die de schriftcultuur beheersen en de gewone man. In 1968 is er op dit gebied wat gebeurt, maar het lijkt geen hout te snijden. Toen werden alom de studenten betrokken bij de vast­stel­ling van de leerstof, nu laat minister Ritzen weer strakke studie­pro­gramma’s invoeren.
De theorie is dat om de ‘Communication Gap’ te overwinnen, transparan­tie tussen de groepen nodig is. In de praktijk vaak moeilijk.
Houdt men in bedrijven een koffiepauze met staf en medewerkers samen, dan blijken het steeds weer de stafleden te zijn, die aan het woord zijn.
In parochies houdt men gespreksgroepen, maar wegens te kleine opkomst - er komen maar 4 of 5 - organiseert men dat stedelijk; maar dan komen er stedelijk ook maar 4 of 5.
In Amerika is er een sterke tendens van een grotere aandacht voor het privéleven van de werknemers, bv. bedrijfscrèches; maar dit blijft steeds functioneel.
Steeds weer de vraag: wat moeten wij ermee aan? Een antwoord in de geest van Certeau zou luiden: ‘Wij moeten er helemaal niets mee aan. Kijk liever wat er gebeurt.’ Voorbeeld: In de Bijlmer zeggen de des­kundigen: wij moeten plekken creëren, waar de mensen met elkaar in contact kunnen komen. En ze zien niet dat er in ongeveer in elke flat wel ergens in de kelders een kerkje is, van een van de vele richtin­gen. Dáár komen de mensen samen, met een sterke sociale binding. De plekken die zij zitten te bedenken, zijn er allang!
(Ik weet niet precies meer wie wat gezegd heeft, en het is ook lang niet alles, maar over dit soort zaken ging het wel.)

 

Zakelijke punten
Als werkwijze worden wij het erover eens, om per keer twee onderwerpen (en geen drie) te behandelen, één ‘s morgens en één ’s middags, zoals wij vandaag in feite gedaan hebben.

Voor de volgende keer, 2 november, staat op het programma:
1. Hans zal aan de hand van Geldof (p.173-175) Jacques Lacan ter sprake brengen.

2. Dirk zal uit de ‘Fable Mystique’ de ‘Histoire Lausiaque’ ter tafel brengen, met het commentaar van C., (hoofdstuk 1, par.1, blz.49-58). Over de vrouw, die voetveeg is in een nonnenklooster, en over een abt die haar ontdekt. In de Introductie op zijn boek schetst C. een viertal manieren om dat ongrijpbare onderwerp, de Mystiek, te benaderen; hier­aan wil ik de vertelling en het commentaar toetsen.

 

Postscriptum

1. Ik heb het gevoel, dat wij in de groep nogal langs elkaar heen praten. Zo vreemd is dat niet, waar wij ieder vanuit een eigen inter­essesfeer met Certeau bezig zijn. Toch is het van belang om te pro­beren daar boven uit te komen. Daarom zou ik graag tot een samen lezen van de tekst van Certeau zelf komen. Wanneer dàn de discussie dreigt uit te waaieren, hebben we een vast punt om toe terug te keren. Zo kunnen wij ons dan vergewissen of wij nog over hetzelfde praten. En over hetzelfde als Certeau, wanneer hij eerst een verhaaltje letter­lijk weergeeft, en vervolgens zijn interpretatie geeft.

2. Door onze middag-discussie speelde - meen ik - ook weer de vraag, of er uit de gebeurtenissen van 1968 iets goeds is voortgekomen (bijv. een dieper zicht op de zin van conflicten, die zich ook in de mens zelf afspelen) of dat het alleen maar een dwaalweg was (‘Hoog tijd dat de touwtjes weer aangehaald worden’). Met andere woorden, of Certeau eigenlijk gedateerd is. Zelf kom ik er niet helemaal uit, want ik voel voor allebei iets. En ik meen dat Certeau er ook mee geworsteld heeft; een late vrucht is, hoe hij in de ‘Fable’ op een nieuwe manier is teruggekeerd tot zijn oorspronkelijke onderwerp, de geschiedenis van het geestelijk leven. Hoogst actueel en allerminst gedateerd!
Zoals een officier van het Vreemdelingenlegioen zei: ‘De Eenentwin­tigste Eeuw zal spiritueel zijn of ze zal niet zijn.’

 

 

 

De ‘Histoire Lausiaque’ is het eerste verhaaldataanbodkomt in Certeau’s laatste boek, La Fable Mystique. ‘Verhaal’,wantzijnwerkwijze (in dit boek) is telkens weer, dat hij uitgaatvaneentekstfragment, 1 à 2 pagina’s vaneen verhaal, zorgvuldiguitgekozenenopgediept, soms mèt alle varianten, endat dan vervolgens inzijnonnavolgbarestijl analyseert, waar allerleivakliteratuur aan te paskomt(getuige de voetnoten),waar hij juist veelminder exact mee omspringt,maardie hij wel tot uitingvan zichzelf maakt.

Het resultaat is een boeiende maarongrijpbarestijl;allezend raak ik telkens geboeid, maar op het eind blijf ikmetdevraagzitten:wat heeft hij nu eigenlijk gezegd?!Laermans,dieinhoudelijk heelwat kritiek op hem heeft, besluit toch:‘Deonwaarschijnlijkekrachtvan ditoeuvre ligt èlders. Elke inhoudelijke kritiekschamptuiteindelijk af opdetalloze pagina’s waarin de act van het schrijvendedoodsheid vandestrategische schriftuur over­stijgt, en,’ zegt hij, ‘latenwenietvergeten,dat zowat alle kritiek, ook de hierbovengeventileerde,eenstrategischkarakter bezit:ze wil de ander dodelijk kwet­sen...’(70).
Maar zo wil Laermans dus niet eindigen. Hij geeft zich gewonnen.

Ik als lezer kan mij dus ook laten uitnodigen omhetspelmeete spelen en hem te volgen. Maar dan moet ik mijzelfwelrekenschapgeven, wathet bijzondere is dat mij hier en nu boeit. - Ik zalhetproberen.Ik werdherinnerd aan de geestelijke lezing in hetnovitiaat,Rodriguez, OverdeChristelijke Volmaaktheid. Een boek van een heelanderetijd, metverhaaltjesvan Plinius de Jongere, envan de Woestijnvaders. Hetismij altijd bijgebleven alseen signaal,dat onze bronnen meer zijn danalléénIgnatius en zijn metgezellen,dat wijgeworteld zijn in eentraditiestroom dieteruggaat op de eerste eeuwenvanhet Christendom. Misschienis mij dat vooralbijgebleven door een reactievanmijn jongere medenovicen,die er vooral eenverzameling bizarreverhaaltjesin zagen, terwijl ik als kindal geleerd had,om wat door dievreemdheid heente kijken en er een schat vanwijsheid althansin te vermoeden.- Uitgerekendbij Certeau vond ik ditbevestigd, in het hs.over de ‘KleineHeiligen’(332), waar het boek vanRodriguez deel blijkt uitte maken van eenbewustbeleid van Pater Aquaviva,vanwege de ‘DetrimentaSocietatis’ die hij zagendie om een tegengif vroegen.De zich ontplooiendeOrde moest, om in debewogenmoderne wereld zichzelf tekunnen blijven, dieperverworteld raken inhetverleden.

Teruggrijpen om tot jezelf te komen.EigenlijkdeedCerteaudat ook. Zoals de lezer de schrijver nodig heeft alsbronvaninformatie, zoheeft de schrijver de lezer nodig om te herleven. Hetiseenwisselwerking.Geschiedschrijving is altijd een herschrijven. Want netalsdeverloren God,waar de mystici naar op zoek zijn (‘Zij hebbenmijnHeerweggenomen en ik weetniet waar ze Hem hebben neergelegd!’), zo is ookhet‘corpusvan feiten’ uithet verleden, waar Certeau over wil schrijven,nietmeeraanwezig, weg. De‘mystiek’ als beweging van de 17een 18eeeuwisverdampt,en toch ligt ze er nog - als realiteit van hetverleden.Delezer/schrijver vanonze tijd die over het werk van deze mensenschrijft,isa.h.w. hun collega inhet grijpen naar het onbereikbare, of dat nudeHemelis of de Historie. Aldusongeveer Certeau.

Omdat de mystici van die tijd teruggrepenopouderethema’s,moest Certeau, om een diepergaande kijk op hun tijd tekunnengeven,diebeweging meemaken en die thema’s terugvervolgen die in de 17een18eeeuwzo’nrol hadden gespeeld.

Wat is het eigene van die twee eeuwen? Certeau ziet:‘Mystiek’alssubstantiefen ‘mystici’ als mensen die zich thematisch op diemystiektoeleggen.Zijherkenden zich in die oude verhalen uit een tijd toenmen hetnog nietover‘mystiek’ had, maar dikwijls wel met dezelfde dingenbezig was.Ik denk datdatde reden was, dat Certeau zijn boek over deMystiek in deModerne Tijdbegonmet een verhaal uit de Laatromeinse Tijd.

Het thema is hier de ‘Verlichte Ongeletterde’,eenthemadatvan alle eeuwen is, en dat in het boek herhaaldelijk terugzalkomen. Indelate Middeleeuwen Tauler met de man uit het Oberland.Maarhetmodernevoorbeeld is Surin met de jongen die hij in de reiskoetsontmoette.Hetverhaalvan de ‘Spons’ uit de 4eeeuw,schijnt heteerstevoorbeelduit dechristelijke tijd te zijn.Dit isde Histoire Lausiaque.Voor ik eropinga eerst nog wat uitdeinleidingop het boek. ‘Dit boek presenteert zich innaam van eenincompetentie:hetisverbannen uit zijn eigen onderwerp.’Niet weten wie Godis en toch overHemschrijven, omdat je wel moet. Je staatdaarmee wel aan dekant van demensenover wie je schrijft, godzoekers ook zij,ook zij levenduit eenfundamenteelgemis. Hij wil schrijven over een onderwerpwaar hijnooit greepop zal kunnenkrijgen, maar dat hij wil proberen een beetjein tekaderenvanuit vierbenaderingswijzen:

 

Eros. Godsdienst als gesublimeerde erotiek.

Psychoanalyse. Al het menselijke heeft zijnlicht-enzijnschaduwzijde. Voor een adequate beschrijving moet je beide rechtdoen.

Historie. Zijn jarenlange ervaring vanwroeteninarchieven,met de stille jubel, van soms iets werkelijksignificantstevinden.

De Fabel. Wat er van de mondelingetraditieoverblijft,bijgeloof,sprookjes. Dit alles is wetenschappelijk nietmeerrelevant,tenzij als objectvoor interpretatie. Maar we moeten welbeseffen,dat we metdeoraliteitietsverlorenhebben,wat onstoch niet met rust laat.

 

De ‘Idioot’, ook wel ‘Spons’ genaamd, leefde in de 4eeeuwineenklooster met 500 nonnen, als iemand die overal tussendoor liep,nergenstotlastwas, integendeel voor elk smerig klusje in was. Ze hadgeenenkelepretentie om‘iemand’ te zijn. Maar juist daarom was ze iemand,zoietsals eenheilige. Eenoude monnik die op een berg leefde kreeg eenverschijningvan eenengel, die hemop haar attent maakte. ‘Jij denkt dat jeiets heelbijzondersbent, Pittéroum?Ik zal je iemand laten zien, die beter isdanjij. Daar endaar in het klooster,je kent haar aan de vaatdoek die zeomhaar hoofdgewonden heeft. Zij is beterdan jij.’ Hij gaat op zoek envindthaar....

Speurend naar ‘eros’ dacht ik het eerstaandeoverweldigendeontdekking: zij is beter dan ik; bij haar vind ik watmijontbreekt.De engelhad het hem gezegd, maar dat doet niet af aan hetthema.Het is er welingesublimeerd: de constatering ‘zij is beter dan ik’betreftniet alleenmijpersoonlijk, maar jullie allemaal, aldus Pittéroum.
Certeau laat zien dat het om een erotische vertelling gaat aan dehandvandebewegingen. De monnik treedt naar buiten, is actief; de vrouwisiemanddiezich steeds terugtrekt. Om dat laatste draait het verhaal enmaakthettoteen verleidings-geschiedenis. Het is een ‘lokvlucht’. Dit is hetwatzijnactiviteittelkens weer provoceert, tot hij tenslotte voor haar valt...enhaarom haarzegen vraagt.

Psychoanalyse biedt zich in onze tijd aanalseeninstrumentwaarmee wij het verhaal van een andere kant kunnendoorprikken.-Ook dit omdodelijk te kwetsen? - De bedoeling is anders: om tegenezenvaneen dodelijkekwetsuur die er al was.
Het gaat om haar rol in het klooster, als voetveeg,als‘allemansafschrapseltot heden toe’, zoals Paulus zich ironischnoemt.Zijverpersoonlijkt desmerige kant van dat zo reine leven. Ooknonnenproducerenvuilnis. Zelfraken ze het met geen vinger aan, daar gebruikenzijde ‘Spons’voor.
Weten zij dat? Ja en nee. Certeau: ‘Reeds op het momentdatzeondervraagdworden over het"tekort"waarop zich depresentatievanhet conventbaseert, gebruiken ze de uitdrukking “Wij hebbendaarbinneneenidiote.” Watevengoed kan betekenen: het is ons innerlijkgeheim,eendwaasheid binneninons. Het object van “afkeer” maakt dat hetinstituutzichals een familie kanmanifesteren, volgens het princiep “allen minéén”,maardan wel één die de laagheidof innerlijke dwaasheid van allendraagt.’

Heel markant: Zijn voetval maakt ze sprakeloos. ‘Zijwarenbuitenzichzelf’.Maar op het moment dat de vrouw zijn gebaarterugspiegelt enzichop haarbeurt voor hem neerwerpt komen hun tongen los:‘Trekt U zich nietsvanhaaraan. Zij is een halve gare!’ Dat hij degene is diebegonnen is wordtdoorhenmet de mantel der liefde bedekt. (Of ik weet niet hoeik diemantelandersmoet noemen). In elk geval wijst hij ze terecht, bijnameteenjijbak.‘Jullie zijn zelf gek.’ (Ik zeg het nu een beetje banaal,datisniethelemaal eerlijk. Zijn optreden is van een grotewaardigheid:)‘Julliezijnde idioten, want zij is voor mij en voor jullie onzemoeder - zonoemtmengeestelijke gidsen - en ik bid dat ik haar waardigbevonden word opdedagvan het oordeel.’
Een grote waardigheid, hoewel... op het moment dat hij vandegrondopstaat,herneemt hij de rol, waarin ze hem graag zien. Demandiegezagvolterechtwijst, die hun biecht hoort (!), en dan weer zoalshethoort,zegent.Heeft hij iets geleerd?

Historie: het tragische slot, haar verdwijning,toeneenmaaldatgenegebeurd was wat zij het meeste gevreesd had, dat maakthetverhaal pasecht toteen verhaal dat staat. Dat is het moment vanwaarheid.In een van deandereverhalen uit het bundeltje, waar dehoofdpersoon sterften eenprachtigmausoleum krijgt, is voor Certeau eenaanwijzing, dat zo deverdringingvan deschaduw onherroepelijk werd en dekans tot integratiegemist werd.(zoongeveer).
Maar het zijn echte verhalen, die zich in volleopenbaarheidhebbenafgespeelden zo iets van het zakelijke, objectieve van deRomeinsebeschavinghebben.Terwijl de jongen in de koets alleen gebaseerd isop hetgetuigenis vanéén,bijna puur subjectief is, zodat Certeau zich afvraagtofhet alleeneenverdubbeling is van de persoon van de schrijver, alseenromanfiguur.Pasachteraf krijgt het zijn openbaarheid, door degroteweerklank dieeendergelijk verhaal in dat tijdsgewricht kon krijgen.

Fabel.

 

Mijn verhaal werd een halfschriftelijk,halfmondelinggebeuren, drijvend op de weerklank, die ik bijjullie hooptetevinden.Daarom mag ik besluiten: ik dank u voor uw aandacht.

 

 

 

 

 

7 L'HistoireLausiaque(DeFranse tekst)

 

Encemonastèreily eut une vierge qui simulait la folie et le démon. Les autreslaprirentendégoût au point que personne ne mangeait aves elle, cequ’elleavaitjugépréférable. Errant à travers la cuisine, ellerendaitn’importequelleservice. C’était, comme on dit, l’éponge du monastère.Enfaitelleaccomplissait ce qui est écrit: ‘Si quelqu’un a le proposded’êtresageparmi nous en cette vie, qu’il devienne fou pour devenirsage.’Elleavaitnoué un torchon autour de sa tête - toutes les autres sontraséesetportentdes capuches -, et c’est dans cette tenue qu’elle faisaitlaservice.Desquatre cents [soeurs], aucune ne la vit jamais mâcherquelquechosedurantles années de sa vie; jamais elle ne s’assit à table;jamais ellenepartageala pain avec les autres. Elle se contentait des miettesdetablequ’elleépongeait et de l’eau des marmites qu’elle récurait, sansfaireinjureàpersonne, sans murmurer, sans parler peu ou prou, bien quefrappéedecoups,injuriée, chargée de malédictions et traitée avec dégoût.

Voiciqu’unangeseprésenta au saint homme Pitéroum, anachorète qui avait faitsespreuvesetrésidait au [Mont] Porphyrite. Il lui dit: ‘Pourquoi as-tubonneopiniondetoi, à cause de ta vie religieuse et du lieu où turésides?Veux-tu voirunefemme plus religieuse que toi? Va au monastère desfemmesTabennésiotes etlàtu en trouveras une avec une bandeau sur la tête.Elleest meilleure quetoi.Aux prises avec cette foule, elle n’a jamais écartédeDieu son coeur,tandisque toi, qui résides ici, en pensée tu vagabondesparles villes.’

Luiquin’étaitjamaissorti, il y partit. Il demande aux supérieurs d’entrerdanslemonastère desfemmes. Comme il était illustre et déjà vieux,ilsn’hésitèrentpas à le faireentrer. Une fois entré, il réclame de lesvoirtoutes. Maiselle ne se montraitpas. À la fin il leur dit:‘Amenez-les-moitoutes. Il enmanque une.’ Elles luidisent: ‘Nous avons uneidiote(salê)au-dedans,à lacuisine’ - c’estainsi qu’on nomme lesmalades. Il leur dit: ‘Faites-laveniraussi, que je lavoie.’ Elles allèrentl’appeler. Elle refuse, peut-êtreparcequ’elle serendait compte de ce quise passait, ou même parce qu’elle enavaiteurévélation. Elles l’entraînentde force et lui disent: ‘LesainthommePitéroum veut te voir.’ Il était engrand renom.

Quandellefutlà,il vit le torchon sur son front et, tombant à ses pieds, illuidit:‘Bénis-moi,[Mére(Amma)].’Commelui,elle tombaaussi à ses pieds en disant: ‘Toi, bénis-moi, Seigneur(kurie).’ Les voilàtouteshorsd’elles-mêmes. Elles disent au sainthomme: ‘Père(Abba), ne le prendspas comme uneinjure: c’est une idiote(salê).’Pitéroumleurs dit àtoutes:‘C’est vous qui êtes des idiotes(salai),carelle est pour moi et pourvous notre mère(Ammas)-on appelleainsi les guidesspirituelles - et je priepour être trouvé digned’elle aujour du jugement.’ Àces mots, ellestombèrent aux pieds du moine enavouanttoutes sortes de choses:l’unel’avait arrosée avec l’eau de lavaisselle,l’autre l’avait bourrée decoupsde poing, l’autre lui avaittumifié le nez...Enfin elles avaient toutesbiendes injures à confesser.Ayant prié pour elles,il s’en alla.

Quelquesjoursaprès,nepouvant supporter l’estime et l’admiration de ses soeurs,accabléeparleursexcuses, elle sortit du monastère. Où elle s’en alla,oùelles’enterra,comment elle finit, personne ne l’a su.(p. 49-51)

 

 

 

 

 

8 Verslag13-12-1999

Aanwezig: Hans, Louis, Jo, Wim, Dirk.
Verhinderd: Tjeerd.

 

Ochtendbijeenkomst.
Jacques Lacan, een Franse freudiaan

Jo Verhaarvertelt over Jacques Lacan, aan de handvaneenpapier dat hij uitdeelt. Eenpaar trefwoorden: Lacan was, metveleandereberoemdheden,(Sartre,Merleau-Ponty), een leerlingvan(ong.)Cogève,Hegeliaan, eigenlijk eencharlatan, kennelijk een mètcharisma.

Lacan vetaalde Freud naar het Structuralismetoe.-Taalheeft geen centrum. - De ware identiteit? Die is er niet!Devraagisveeleer: wat voor huis heb je? (cf.Teresia van Avila) -Indeontwikkelingvan het kind plaatste hij tussen de freudiaanse fasenvanhet“spenen” en het“oedipuscomplex” als tussenfase de eerste“confrontatiemethet eigenspiegelbeeld”. Kind in verwarring: wie is wie? Alshij moederhoortroepengaat hij niet zelf op weg, maar begint met te kijkenofzijnspiegelbeeldgaat lopen. Maar ook dat gaat over.-Lacan brak metdeofficiëlePsychoanalytische Vereni­ging en stichtte eeneigen Vereniging.Maartoen hijhet gevaar zag dat het weer zo’n school meteenvoorgeschrevendoctrien zouworden heeft hij die vereniging na 16 jaarweeropgeheven.

Literatuur: een heel mooi boek:A.Mooij, “Taal en verlangen” (1975).

 

Walking in the city
Wim leesteenhoofdstuk voor uit The Practice of Every Day Life,hs.VII:Walkinginthe City, in een eigen vertaling (zo prettig voor dehoorders,zoleerzaamvoor de vertaler).

 

Middagbijeenkomst.
Discussie: Hoe de 'gewone man' zich handhaaft.

Een paar punten uit de discussie: Vraag van Louis aan Wim:
Hoe de gewone man zich handhaaft te midden van harde“scripturale”systemen,isdat misschien de rode draad die door heel het werkvan de Certeauloopt? -Ditleek ons wel wat. Aanvullingen:(Dirk:) Laatste boek,FableMystique,heeft nogsteeds die rode draad, maar ondergeschikt aan eenanderevraag, devraag naarGod, de Onbereikbare (“Dit boek spreektvanuiteenincompetentie”). De gewoneman die zich handhaaft? Hier gaat hetomdetragiek van de 18eeeuwsemystici, die naar Godreiktenenmisgrepen. Hun projekt is uiteindelijkverdampt, al kreeg hetviahungeschriften toch nog een toekomst. (Jo:) Mystiekis voor deCerteau:eencompensatie voor een gemis; het was ook speciaal ietsvoor eenupper tenenhet verliet daarmee de goede liturgische traditie, ziebv. deoraties vandemis, waar God geacht wordt voor iedereen gelijkelijkbereikbaarte zijn.(Dirk:)Toch zag hij iets in mystiek en de mystici van de 17eeeuw,(TeresaenSurin bv.); hij geloofde er geen zier van, maarbeschrijft,toegerust doordepsychologie, de geschiedenis van het vervalervan, en welmet een grotedeernis.(Dit zijn een paar flarden; ik hoop dat ikze goedweergeef).

(Louis:) Kun je over wel over mystiek sámenpraten, ofishetmeer iets persoonlijks, de ervaring van een onmiddellijkeband met God?

Voor mensen die vragen “Wie was toch diedeCerteau?”:Leesde inlei­ding vanLuceGiard,“HowTomorrowIs Already Being Born”, die we alle­maal in onze maphebben.
En kunnen we een keer een aanbod doen in onze communauteiten (’t Hoen­straat,Laan)omwatte vertellen over C., voor wie dat wil? - Niet zo eenvoudig,Dirk houd’tingedachten.

 


Planning

Wij spreken nog twee data af; of en hoewedaarnadoorgaan,daar zijn we nog niet uit. De data zijn:woe.9febr.endi.4 april.

(Louis:) Waarméé gaan we nu door, boeiendetopicsofproberenwij een greep op C. te krijgen? (Deze vraag blijftonbeantwoordliggen).
Hans wil graag nog in 2x ingaan op “Catholica bij C.”, aan de handvanGeldof,vooralde middelste hoofdstukken.




Woe.9febr.HansCatholicabij de Certeau.

DirkHoedeCerteaubegon en eindigdemet mystiek.

Di. 4 aprilHansCatholica bij de Certeau.

Louis“Alteriteit”.A.d.hand van Ian Buchanan,Whatisheterology? (New Blackfriars)

 

Dirk

 

 

 

 

 

9 HoeMicheldeCerteau begon en eindigde met mystiek (Dirk, 9-2-2000)

Aanwezig: Hans, Louis, Jo, Dirk.
Verhinderd: Tjeerd, Wim (griep).

 

Ochtendbijeenkomst.

1. Wij begonnen met een voorbespreking over“Hoeverder?”,diewe kort hielden.De kwestie was of het niet vruchtbaarder wastewerkenmet eenreeks geplande onderwerpen zodat we grip krijgen op hetgeheel,ofdat het hetvruchtbaarst was dat ieder behandelt wat hem het meestinter­esseert,invertrouwendat de rode draad wel voort zal vloeien uit hetonderwerp:Certeau.We werdenhet min of meer eens over het laatste.

2. Dirk sprak over: “Hoe Michel de Certeaubegoneneindigdemet mystiek.” Begonnen met een groot interessevoormystiekeschrijvers (o.a.Surin), verschoof zijn aandacht gaandewegnaarsociologie enanthropologie (alséén voorbeeld uit velen: Bourdieu’sstudieover deKabylen), met alsbeslissende ervaring de Studentenrevolte vanmei1968, omten slotte toch weerbij de mystiek uit te komen (“La FableMystique”).Mijnstelling is dat ookzijn keuze van 1968 een mystieke keuze was,zij hetingesaeculariseerde vorm.Zoals Surin zegt: in de eigenlijke keuze isergeenmeer of minder, geen“ernaar toe groeien”, er is alleen destap,resoluut,nu. Is dat niet heer­lijk,als je dat kunt? Ik denk dat C.daaraltijdheimwee naar gehad heeft en er tenslotte vorm aan gegeven heeftdoorzichtoe te vertrouwen, niet aan eeninstituut maar aan debewegingzelf,toekomstgericht. Later zal hij zeggen datde teksten van zijnbeschermerSurin(en anderen) altijd zijn waar­nemingenbewaakt hebben. In deFablekrijgtSurin een eigen paragraaf, zeer kritisch,dat wel.

3. Uit de discussie. Louis: HoeverantwoordtC.zijnconclusies weten­schappelijk? Verant­woordt hij ze wel? EnLouisreflecteerdeopzijn eigen proefschrift destijds, dat hij typeerde als“niet alteorigineel,want grotendeels gebaseerd op boeken van anderen”,maarwelafgerond met eeneigen onderzoekje, al was dat eigenlijk te kort(uittijdgebrek)en te weinigrepresentatief. Het werd door dePromotorengeaccepteerd. Hijwerd geachtwetenschappelijk werk te hebbengeleverden zijnstelling tehebben bewezen;al was het niet goed voor een cummetje.
Dirk: Ik hoor hier twee dingen: diewetenschappelijkeobjectiviteitblijktvatbaar te zijn voor “meer” en “minder”en ze wordtuiteinde­lijkgetoetstaan het subjectieve oordeel van de mensen metgezag.
Heeft C. zijn conclusies bewezen? Ik denk dat de vraag moetzijn:zitersamenhang in zijn oeuvre? In elk geval niet in een doorhemopgebouwdbegrippensysteem,meer in de innerlijke geloofwaardigheid vanzijnbetoog,een kwestie vanartisticiteit en van persoonlijke standvastigheid.
C. zelf zegt iets in die geest over het boek van Bourdieu, dathijprijstomzijn observaties, maar bekritiseert om zijnwetenschappelijkepretenties.Deweidse titel luidt: “Schets van een theorie vandepraktijk”.C.concludeert:“Zijn praktijk(observaties) zijn beter danzijntheorie”.Hetboek begint namelijk met een drietal korte studies van 20jaartevorenoverde gebruiken bij de Kabylen, o.a.over het eergevoelzoalsdatfunctioneerdein een samen­leving waar de sociale verbanden nognietverstoordzijn.Bourdieu vertelt:

Een moeilijke man had zijn buurman uitgedaagd,doordestenenvan zijn muurtje te pikken voor wat hij zelf bouwen wilde; hetwaszoiemand dieje beter niet voor de voeten kunt lopen. De buurman deeddatdanook niet enleed daarmee geen gezichtsverlies, omdat iedereen inhetdorpwist dat het eenmoeilijke man was. De buurman sprak er echter weldebroervan die man op aan,toen die weer eens terug was in het dorp. Dezezei:Maardaar moet je werk vanmaken! - Oh nee, ik ga toch geen ruziezoekenvanwegeeen paar stenen!...Maarjij bentwijs en verstandig; jij weet welwater moet gebeuren... (VergelijkAbrahamin Gen.23)

Zulke observaties onthullen iets waarvandestrekkingveelwijder is dan plaatselijke gebruiken; maar je kuntzebeternietgeneraliseren tot een sociologische theorie die overaltoepasbaarzouzijn,aldus C.

 

Middagbijeenkomst

 

(Verslag is onaf; zie echter de tekst vandevoordrachthieronder.)

 

 

 

 

10 Hoe Michel de Certeaubegonen eindigde met mystiek(tekst voordracht)




Tien jaar geleden heb ik alwat vandeCerteaugelezen,zonder te voorzien dat ik daar later op terug zou komendankzijonzeCerteau-groep. Het ging om de Inleiding op de door hem verzorgdeuitgavevandeGuide Spirituel van Surin. De naam de Certeau zei mij toenniets, maareris weliets van bij mij blijven hangen.

Met de Certeau is het ook zo gegaan.Aanvankelijksterkopspiritualiteit gericht (tekstuit­gaven van Fabre enSurin)iszijnbelangstelling gaandeweg meer ‘werelds’ geworden: socio­logie,psychologie,anthropologie.Metals beslissend keerpunt de studentenrevoltevan 1968. Tochgaat zijnlaatstegrote boek weer over de ‘mystiek’, maar dannu veelkritischer. Je zoukunnendenken, dat het voor hem een soorteindafrekeningis. Des te opvallenderis, datin deze kritische beschouwingenSurin weer eenplaats krijgt en dat hijhem nietverloochent. Integendeel, inde Inleidingerkent hij dat Surin hem zijnlevenlang begeleid heeft.

In de Fable spreekt hij zich niet uit vóóroftegenMystiek,en is misschien juist daarom in staat, als psycholoog,socioloogenhistoricuste laten zien, wat haar plaats in onze geschie­denis is.

 

Mijn stelling is, dat zijn keuze van1968ingeseculariseerdevorm een mystieke keuze was; en dat hij in deFableMystiquerekenschap wildegeven van de samenhang in zijn leven... en inonzeWesterseBeschaving. Ik wildat uitleggen aan de hand van een paarflardenuit:

deGuideSpirituel(ca.1661, 1963)
de Kunst des Handelns(l‘Invention du Quotidien I) (1980),
en de Fable Mystique (1982).

Surin heeft altijd bewonderaars gehad, onderwiegrotenamenals Bossuet, Fénélon, Clori­vière; hij heeft ookaltijdweerstandopgeroepen.Een zekere pater Gamard, in 1875 door zijnProvinciaalgevraagdom adviest.a.v. de onuitgegeven geschriften van Surin wasvanoordeel:

‘De geschriften van Pater Surin behorentotdemeestsubstantiële en solide die ik ken. Zijn leer en zijnspiritualiteitzijnvanbegin tot eind die van St.Ignatius, met dit verschil dathij inzijntalrijketoepassingen de mensen zo op de huid zit en zo in de tangneemt,dathij zenauwelijks een adempauze laat. (p.11)

De eerste stap zal bij Surin altijd moetenbestaanineenkeuze. ‘Elke goede gewoonte komt niet op gang zondergeweld.’(p.28).Datklinkt hard; maar van begin af aan heeft hij ook be­moedigendewoorden:‘Gewoonlijkmagde aldus toegewijde ziel, ten minste voor een deelvan detijd, reeds inditleven de vreugde smaken van God tebezitten.Immers,wanneer ons geluk vannaturegelegen is in drie zaken: grandeur,genietingenen het bezitten vanmooiedingen, dan zal men reeds nu, in ditleven, hethonderdvoud ervaren vanwat menprijsge­geven heeft en dusgelukkig zijn.’(p.67).

Ervaringskennis. Uit de Certeau's inleiding:

'Surin valt meteen op door zijnhelderheid:eenzindelijkheidvan denken die vurig en to the point is. Het isnietzozeerscherpzinnigheid diede finesse is van de psychologische analyse;hetiseigenlijk evenmin hetdoordringende dat kenmerkend is voor verdiepingvanhetweten. De helderheid isbij hem kennis uit ervaring; zij onderscheidtermeteen toenemende scherpte hetware van het valse. De duidelijkheidvanhetexposé vloeit hier voort uit devastberadenheid van een absoluteenconstantekeuze. Waar het dagelijks levenzich als een ‘mengeling’voordoet,zal deonderscheiding verhelderen, wàt bijdraagttot en wàt ingaattegen devoorkeurvan een exclusieve liefde; zij is de vruchten het instrumentvaneenhartstocht, enkelvoudig en radikaal, gericht op de Goddie haarwekt.'(p.22)

Misschien vond de Certeau er iets dat niet meervandezetijd is, datook niet iets van hem persoonlijk was, maar waar hijwelheimweenaar had.

Iets als een katechismus, maar dan weleendynamische,metoog voor de nuances, waarbij hij steeds aangeeft, inwelkerichting zewijzen.

Heel illustratief is het hoofdstuk over hetgemengdeleven,hoeomte gaan met de beslom­meringen, zonder je geestelijk leventeverspelen.Hijonderscheidt de mensen in drie soorten:
1. Mensen die de kantjes eraf lopen;
2. Mensen die strijd leveren en de vereiste middelen aanwenden, als:
dagelijkse geestelijke oefeningen - maandelijks een gesprekhebbenmethungeestelijke leidsman - en jaarlijks retraite doen;
3. Degenen die boven de strijd uitgegroeid zijn.

Het gaat er om, in het kort, of iemandeennormaalchristelijkleven wil leiden, of dat hij naar de volmaaktheid wilstreven.Jekunt jenatuurlijk afvragen, of hij op die manier van despiritualiteitietselitairsmaakt. Ik denk dat de Certeau zelf ook met dievraaggeworsteldheeft, (metbetrekking dus tot de door hem bewonderde Surin).
(Dit stuk veel later, 23-9-2003, uit klad-concept uitgetypt. Zie ook--A2--).

 

 

 

 

 

11 Referentiekaders bij de Certeau (Jo,11-4-2000)

 

Laten we “referentiekader” definiëren als “het totaalvanherkenbare(maar niet noodzakelijk herkende) schema’swaarinredeneringen,beschrijvingen,waardebepalingen, etc. begrijpelijk worden.

Bijvoorbeeld:Iemandzegt:

Tegenover God heeft demensvannature een relatieve autonomie.

De volgende schema’s zijn hier operationeel:

[1] De concepten “God” en “mens” kunnencorrelatiefgebruiktworden;
[2] De mens wordt geacht bepaalbaar te zijn door een(verondersteldonveranderlijke)“natuur”;
[3] “Autonomie” wordt gedacht als eventueel verschillend in graad.

Referentiekaders kunnen worden “beleden” (zoals “ikbenfenomenoloog”;of “ik analyseer alles hermeneutisch”; of “ik ben atheïst”).

Michel de Certeau “belijdt” geen referentiekader, maaridentificeertdeschema’s daarin ook niet (bij naam). Zulke schema’s zijnechterherkenbaar.Hier zijn er een paar:

[1] De geschreven taal kan een middel zijn om machtuitteoefenen:het scripturaire. Wat in orale taal voorbijgaand en hervormbaaris,is meerblijvend indien opgeschreven.
[2] Ten onrechte wordt vaak aan een individu als “oorspronkelijk”eeneigenschaptoegeschreven die in feite “afgeleid” is - van het “andere”,vaneen “ander”.Nog belangrijker: aan “de mens” worden als “wezenlijk”dingentoegeschrevendie beter begrepen worden als “van buiten”ontstaan. Metnamehier:identiteitsmetafisiek.
[3] Men kan het “wezen” van iets niet definiëren zonder dat ietsteverabsoluterenen dus (bijna) te “vergoddelijken”.
[4] Is onze taal conform de “werkelijkheid”? (Of kunnenwede“correspondentie-theorie”van de waarheid vertrouwen?) VolgensdeCerteau:neen. Taal is “referentiëel obscuur”.
[5] No.4 uitvergroot: kunnen wij de werkelijkheid kennen? Antwoord:hetprinciepvan Parmenides (alles wat is, kan gekend worden; alles wat wekunnenkennenis).
[6] Bestaat er een “logica” die als een hoger “hof” kan oordelenoverkenproblemen?- Neen.
[7] De “rede” van de Verlichting, als objectiverend en verhelderend enalsbronvan inzicht, is een fictie. Die opvatting is een vorm van“gnosticisme”enalduseen mythisch verzinsel.

 

Aanhangsel:Over“mystiek”bijde Certeau.

 

[1] Wat wij nu “mystiek” noemen is een geloofservaringzointensief,alomvattend en inspirerend, dat die(verondersteldelijk)de“gewone”geloofservaring verre te boven gaat. Dus: “mystiek”isnu(zegmaar)“elitair”.
Het is natuurlijk waar dat er in deze zin altijd “mystieken” geweestzijn,vanafde eerste martelaren onder de Romeinen.
Certeau vertrouwt (met vele anderen) het hedendaagse conceptvan“mystiek”niet,omdat het elitair is en een discontinuïteitsuggereerttussen“gewone” en”mystieke” geloofservaring. Er is tussen die twee natuurlijkwelverschil ingraad (sommige mensen zijn meer begenadigd dan anderen),maarniet van “aard”.
Laat ik het huidige verstaan van “mystiek” noemen “mystiek-1”.

[2] De vraag komt dus op: waar komt de opvatting “mystiek-2”vandaan?
Die is ontstaan uit een vroegere betekenis van “mystès” (die ik“mystiek-2”noem), nl. van “mystieke THEOLOGIE”. Dat is begonnen rond1600,toen het wezenlijk was dat mystieke personen SCHREVEN, en wel als alternatief (en concurrent) voor de dogmatische theologie. “Mystiek-2” is dus de naam van een protestbeweging, met sociale achtergronden (voorbeelden van het laatste, en ten dele aanzienlijk ouder dan ong. 1600: Teresa van Avila’s voorouders waren uit het jodendom en dus voorwerp van vervolging geweest; Johannes van het Kruis was uit een verpauperde hidalgo-familie - daarvoor zijn Duitse mystici gemarginaliseerd geweest; etc.)

[3] Vóór ongeveer 1600 werden voor “mystiek-1”andere termen gebruikt zoals: “contemplatio”, “spiritualitas”, “perfectio”,etc. Wat nu met “mystiek-1” wordt bedoeld (als iets elitairs, in wezen verschillend van de“gewone” geloofsgave) was toen ondenkbaar (en volgens de Certeau ook nu nog onverdedigbaar).
Vóór 1600 betekende “mystiek” (die ik “mystiek-3” noem) het“overdrachtelijk gebruik van een uitdrukking” (m.n. in de Middeleeuwse leer van het “corpus Christi mysticum”:de Kerk is het “Lichaam” van Christus in overdrachtelijke zin.
De band van “mystiek-3” met het latere “mystiek-2” is dat “mystiek-2” als theologie zich met de dogmatische theologie (die geen overdrachtelijke taal gebruikte) vergeleek als een theologie die wel overdrachtelijke uitdrukkingen gebruikte.

[4] Wat eerdere “mystieken” (in onze taal dus “mystiek-1”) schreven (Hadewych b.v., Angelus Silesius, en vele anderen) was “literair”, niet concurrerend met enige “theologie”. Het was wel een“protest”-beweging, en was in die hoedanigheid een der bronnen van de latere “mystiek-2”.

 

(11-1-2002 overgetypt van een voordracht-papier van Jo Verhaar. - Dirk B.)

 

 

 

 

 

12 Agenda 8-9-2000 (o.a. Labadie)

 

Den Haag 3 september 2000

 

Beste allemaal,

 

Even een kattebelletje.
Wij komen volgens afspraak bijeen op vrijdag 8september, om 10.30 uur,
in de ’t Hoenstraat. Jo zorgt voor reserveren van de spreekkamer.

Onderwerpen:
Wim: over Labadie (La Fable Mystique, hs.9);
Dirk: bespreekt de inleiding van W.Godzich op Heterologies.

Met het aanwerven vannieuwe leden wil het niet zo vlotten.

Nog iets: ik voel mijn handen jeuken om met een websitetekomen,getiteldDeCerteauGroep, of iets in die geest.
Voorlopig experimenteel. Ze zeggen dat men dat altijdonderschat. Maarookdatje je niet moet laten weerhouden door een al tegroteneigingtotperfectionisme. Het dwingt mij - ons - erover na te denken,watjeaan“onbekend” erbij moet vertellen, van datgene wat wijonderelkaartegemakkelijk bekend veronderstellen. En hoe je het kort enbondighoudt.Ookdit mag ter sprake komen a.s. vrijdag.

Tot vrijdag,

Dirk

 

 

13Labadielenomade,1610-1674

 

 

Herinneringen:

 

1 De Voetiusstraat inUtrecht,metgedenksteenvan het woonhuis van de Nederlandse, piëtistische,mysticaAnnaMaria vanSchurman. 1607-1678.

Nederlands, latijn,duits,frans,italiaans,engels, grieks, hebreeuws, syrisch,koptisch,arabisch.Geschiedenis enwiskunde. Muziek. Tekenen en schilderen.Gobelins alals12-jarige.

In vele landen gold ze als'wondervanhaargeslacht'.Bezongen door dichters uit tal van landen.bezochtdoorgeleerden envorsten.

2. Maria Sybille Merian (en de labadisten).

 

---------------------------------

 

Jean de Labadie, geboren op 13feb.1610teBourg en Guyenne. Vader was militaire commandant van de citadel.

Met 7 jaar, samen met tweebroers,naardejezuieten op school in Bordeaux.

Al heel jong 'getekend door God':zowel'doorde innerlijke genade van de Geest als door die van de Schrift'.'

Een instinct, een ingeborenneiging.Hetisgoed al op jongen leeftijd 'het juk van God te dragen'.

Op 15 jarige leeftijd treedthijinhetnoviciaat.

Vanuit Spanje beheerstedequietistischemystiekde hele romaanse wereld en had zich verspreidinontelbare kloosters inallelagen van de maatschappij. Confrèries die zichmetde zorg voor hetinnerlijkbezig hielden en vooral met het 'oraisonmental'.

Sterk gestimuleerd doordekerkelijkehiërarchie(tegenstelling met Vitteleschi??). Bisschoppenlijkenvaangefascineerd, } doormensen 'die het hadden', zoals ookjezuietenprofessorendoor heilige pupillen.

Dan al verhandelingen over de mystiek.

1628-1631 Filosofie. De jarenvanhetgonzenvan verhalen over 'bijzondere devoties.'32-'34scholastiekenjaren.Vervolgensweer naar Bordeaux voor theologie. In1639priester gewijd.

Al in 1637 verontrustingbijVitelleschioverde reclame van pater Baiole voor een jonge theologantdie'permodumpurispiritus leeft'.

Omringt door bewonderaars,zoalsDabillon,professorin de logica die met hem de Sociëteit zal verlaten

 

DE epitatha hem toegekendliegenernietom:'Commencements si beaux' als 'uneétoile qui se lève'.

Dit zal heel zijn leven zo blijven.

Het moet een zeerfascinerendepersoonlijkheidgeweestzijn.

Maar er leefde ookkennelijkeengrotebehoefte aan.

Het hebben en ervarengerelateerdaandegenendie het hebben en ervaren als locus, houvast. Centraleplaats vanhetsubject.

Vervagen en verdwijnen deKerkenanderestructuren.

Toch preekt hij een Kerk, deKerkdiehijpreekt is een beeld, image, zoals uitgewerkt door C. 'Hetprestigevandeprimitieve Kerk, de plaats van de heilige Geest, Daarnaar terug.ennietzoalszijn medebroeders in Guyenne, naar de oorsprong van de Sociëteit.

Door de terugkeer naar eenbeginbehoorthijevenwel evenals zij tot die 'mystiques réformés' dieVitelleschivreestals depest.

 

Terugkeer naar het begin. S.haaktdatvastaan de drift in de 17e eeuw om 'images' te produceren.Lenzen,cameraobscura,optica, Huygens, van Leeuwenhoek, beelden van hoe hetecht is,vandeoorsprong.Ruses de l'image.

Maar 'het visioen (vision),maniervankijken,blikrichting)' toont wat niet hier is, een afwezige (eendode,eenverleden, eenkoning. Het onthult tegelijkertijd een verdubbeling vanhetik.Wat ik zie inhet beeld van het/de andere, dat ben ik. Ik ben niethierwaar ikben, maarelders,in de spiegel die het/de afwezige anderetegenwoordigstelt.En ik wisthet niet: iconisch thema van die jaren. De/hetandere dat verschijntinhetvisioen (vision) is een onbekend ik. De 'zuiverespiegel'

is dus 'het raadsel' dieeenafwezigheidvanzich-zelf uitspreekt. Het is slechts een fictie ofeen(schijn)beeld vandeziel. De helderheid van het verschenen object(désigne)(be)tekentdeobscuriteit (duister) dat de geest scheidt van zichzelf.Zij iseen'artifice'maar innerlijk.

Labadie is afhankelijk vandit'barokkevisionairemysticisme'. Maar de 'kopie' of het 'portret' dat hijmaaktvandeoriginelenis precies de niet-plaats (non-lieu) van zijn geest'eengeleendverblijf', eenmetafoor, een transport buiten zichzelf. Zijn'visioen'leerthem dat hij nietthuis is. Hij is berooft van zichzelf door deplaatswaar hijis.

Het gebaar van het verlatenvandejezuietenis in de grond het logisch gevolg van die ervaring.

 

Zijn 'visioen' is zijnroeping.'Dessein'Planom te zijn in het beeld, om het te doen samenvallen metdeplaats waar hijis,moet hij die plaats verlaten. Het is God die hem dieeisstel, Het brengthemniet tot wanhoop. Die eis (clause) wordt hem ookgestelddoor een ander,een vromepersoon. Het ideaal is ginds, ergens anders,je moetheen-gaan. Woorden beeldhouden zich op buiten de plaats die hij nuheeft(zijn lichaam, zijnsociaallichaam) Zij leren hem zijn vervreemding.Maar hetis (zal zijn) vooralhetbeeld, die andere ruimte, die hem zijn exildoetZIEN. Het visioen zelfisexilique, verbannend. Breder gezien schijnt hetdatde geesten van de 17eeeuwdoor het construeren van een optisch universumzichscheiden van derealiteitendie hun identiteit bepaalden.

Labadie verlaat de jezuieten lente1639.Hetjaardaarvoor woont hij samen met tien jaar oudere Surin, die ziekis,gekenverdacht.

Labadie geniet nogalgemenebewondering,maarhij is niet meer daar.

Hunconfrontatie staat op het niveauvanhunvreemde en verschillendegenieën.

Verondersteld dat LabadieSurinkonhelpen.Zie de verschillende kijk op hun relatie, op elkaarendeverschillende kijk oproeping (pag. 382).

Twee soortensymboliek,fundamenteelbijbeiden,: bij Surin de zee met zijn stormen. Hij inhet schip.

De'lucht'(airienne).Hij is eengeest,die 'laag' wordtgehouden,zijn vleugels zijn gebonden.

Hij verlaat de sociëteit.

De verwondering over deredenzijngezondheidbij Vitelleschi.

Er waren meer geluiden eerder toch??

De lichamelijke zwakheidenmystiek.Klachtenbij anderen dat lichamelijke zwakte de vlucht omhoog(deverstervingvan hetlichaam) tegenhoudt. Tot het lijden zelf eenmystiekeervaring wordt.Op eendag valt hij te midden van medebroeders flauw,wat hijzelf ziet alseenbevrijdende godservaring. Ziekten, vier artsen enz.Viermaanden extrazorg ineen 'bijzondere kamer', maar met schriftstudie,gebeden,openbaringeneninspiraties, vooral over het hem te wachten staandelijden envervolgingen.

 

Vitelleschi richt zijnverwijtennietzozeertegen L. zelf, maar tegen degenen om hem heen diepagina'sgevuldhebben metlofliederen op hem.

 

Gaat door alswereldheer.Altijdgericht,zoals hij zelf zegt: later inzijn"Declaration": 'ophetvestigenvan een geheime school voor deeenvoudigen'.

Zeer sterk: een Jezus-mystiek, metheelveelreminiscentiesaan de Geestelijke Oefeningen, waarbij de gedachtenvanbijv.het Fundamenttotaal ondergedompeld worden in die Jezus-mystiek.

Ook hier weer eerst deGeestendanondergeschikt het Woord.

In katholieke kring schrikvoordeeffecten:verdamping van DE Kerk en devotionele wildgroei

In reformatorische kring latereenelementinhet grote debat

over de norm van de bijbelinterpretatie.

 

Hij wilde het leven vanJezuslerenkennen,maar beschikte niet over een bijbel. Stelde zelf 'een levenvanJezussamen uitperikopen en andere uittreksels. Cf de 'stof', hetpatchwork,dieIgnatiuspresenteert in de GO, los van een bijbelTEKST.

NB. De gevolgen vande'tekstversnippering'intheologie, spiritualiteit, pastoraal.

 

Onmiddellijk zeeractievepreekactiviteit,metgroot succes.

Denunciaties van dejezuietenbijdebisschoppen.

Vrijgesproken van alleketterij,steedsmeerlof en succes.

Bordeaux wilde hem graag houden.

Maar naar het centrum Parijs.Opname,nagoeddoorstane test, in de clerus van het aartsbisdom.

Wederom groot succes in allekringenvanlekenen clerus.

Lof van bisschoppen, kardinaal Richelieu.

Opkomst vangeruchtenstroom(aangezetdoorjezuieten)

Veroordeeld en uit deordewegensketterijenen haat tegen Richelieu.

Labadie vindt hetverstandigerteverhuizennaar Amiens, Hij krijgt van de aartsbisschop de kanselindekathedraal.

Lof van Dr. Bourgeois,jansenist.WaarvoorinParijs de abbe van St. Cyran in de gevangenis zit, wordtin Amiensvrij vandekansel verkondigd.

Weerstand vandegeestelijkheid,Concurrentie,maar ook actie van L. tegen depopulaireprediking(heiligenverering e.d.)

Acties van jezuieten en capucijnen.

Acties tegen hem bijRichelieu.(L.'sbroerzat in de gevangenis in Parijs vanwege een of andervergrijp).

Bezoek van Lodewijk XIIIenRichelieuaanAmiens. Volledige rehabiltatie.

Preken tegendevoties,devotieboeken,heiligenvereringrozenkransen etc. L. verspreidtmassaal eenfranse vertalingvan het NieuweTestament.

Naar Peronne gehaaldbij het hofvanLodewijk.

Weer Parijs, dan Abbeville, allesopverzoekvande aartsbisschop, voor advents- en vastenpreken. Het was metnamenvoordeordesgeestelijken al gauw duidelijk wie hij met defarizeëenenschriftgeleerdenbedoelde.

Aan zijn prekenverbondhijgebedsoefeningen,met een duur van ruim drie uren. Omeenplek tekrijgenzatende mensen al uren van tevoren, zodat ze op zondag vaak dehele dagin dekerkverbleven.

Benoemd tot 'theological' aandeDom.Prekenover de leer van Augustinus over zonde, vrije wil en genade.

Felle haat en actiesvankerkelijkezijde.Onrust in de stad.

Acties aan het hof, mn Noyer (dejezuietmetde korte rok).

'Vrijspraak' door Richelieu. Maar aub:rust.

Enige (8?) jaren werkt hij door in Amiens.

Tijd van relaties ? metdejansenisten.Allesporen van de verrader zijn uitgewist. Versterking vansmaadengeruchten.

 

Later als Labadisten enJansenistenelkaardehand reiken ging Richelieu wel anders denken.

Maar Mazarin vindt het beterdatL.enDabillon vertrekken van wege de onrust in de staat.

Naar Zuid-Frankrijk: Toulouse.!VolgensHeppein eenCarmelietenklooster, waar hij onderenthousiasteaanhangers hethabijtaantrekt.

'Verspreid het gift vanhetjansenismeonderde ursulinen'

Moet toch onderduiken, ondervalsenamen:Jeande St. Nicolas en Jean de Jezus-Christ, Sainthe Marthe.Duiktonder bij degraafvan Favas. Ontkomt ternauwernood aan een arrestatieopaandringen vandebisschop van Bazas.

 

De Certeau:

Zijn welsprekendheid boeitdeeneenverontwaardigt de andere:

Wat vindt men het goed dat ikdewaarheidzeg,zoals die het verdient, dat wil zeggen een beetje sterk.

Het woord doorklieft deplaats(place).Deniet-plek van het discours snijdt dwars door deondoorzichtige(opaque)stratificatie,waarvan de cohesie van een groep isgemaakt, en planter het mesis van eendichotomische fictie: God roep sommigen,uitrechtvaardigheid, totde eeuwigestraffen, de anderen, uit barmhartigheidtotzijn glorie.Chirurgischeoperatie, 'anatomisch'.

Zijn teksten:

De niet-plek. De val. Hetaccepterenvandevernietiging. Het accepteren, als de stoicijnen van hetultiemenoodlot,de'natuurlijke' voorbestemming tot de eeuwige dood. Hetaanvaardenvandeverdoeming als ultieme liefdesact. Het wezen van allebeweging,deval:Aristoteles. Maar ook het oude idee van de afval vandekosmos.(Gnosis).'moderne' religieuze ontworteling. Alleen nog: hetuniekeheil, hetwonderopgevangen, ontvangen, uitverkoren te worden. Naar datkanbedrog zijn.Hijdaagt zijn gehoor uit. De weigering is een zekerdergarantievan debewondering.Vijandigheid is de uitzonderlijke plek van demartelaar.Hunvijandigheidgarandeert hem de uitzonderlijke plaats van de martelaar,dieheeftalsprivilege de niet-plek waar zij hem heendrukken.Zijonderhoudenzijnuitverkiezing bewezen door het negatief. Zij maken van hemdeware'solitaire'.De oude traditie van de mystiek, maar verplaatst(déplacée).

Vervolgens uitweiding over de pijndesmart,voorL. niet in zijn eigen lichaam, maar in zijn sociale lichaam.

Verre van zich te verliezen indemenigte(watde sociale metafoor is van het Reële), houdt L. niet opdiemenigteteprovoceren. Hij tart hem. Lacht hem uit. Met ongeduld,metarrogantie,wachthij op het moment dat de leugen van de menigtezichopenbaart, wantzijninnerlijke uitverkiezing steunt op die leugen. Deafkeervan het reëlewordtbron van het ware.

Uitweiding over de retoriek van dieteksten.

Hij houdt niet op de evangelische'crisis'indepraktijk te brengen: Ik ben gekomen om te scheiden.

Maar in al die scènes die hij speeltinaldietheaters, waar is de auteur? Wie is hij? een dode in aanleg?eenmirakelvangenade? een don Juan? een comedien? Het publiek verschillenmetpassievanmening over de personages die zij denken te herkennen inzijnrepertoire.Wathem betreft, hij duidt tamelijk exact de relatie aandiezijnroepingonderhoudt met die leugens, wanneer hij die noemt een 'donkerenachtvanhetgeloof'.

Zijnovergang naar de reformatie.Overalvolgthij de 'originele orde (Zie moeilijkepassage 388). Maar altijdweerkijkendnaar een"image'

Die Kerk omschrijft alleeneenplaatswaarvande inhoud is een onbereikbare regeneratie.

Daardoor worden weldra ook weerdeautoriteitendieook weer politiek zijn geworden in de naam zelf vaneen'geest' diehenontsnapt.

 

Euforische eerste tijd in Montauban.ZijnlangeDeclarationdeJean de Labadie..contenant les raisons qui l'ont obligédequitterl'EgliseRomain.

In Zuid-Frankrijk:Kennismakingmetdegeschriften van Calvijn.

Overgang naar de reformatieinMontauban16okt. 1650.

Prof. Garisol: Sinds Calvijnendeeersterefomatoren nooit een man tot de gemeenschap van zijnKerktoegetreden.

1/2 jaar als privé-man,schrijft'Elevationdel'esprit a Dieu'.

Door zijn succes onderdemensen(ziekenzorgen preken in kleine groepen) beroepen als predikant.Voorheteerst deceremonie van handoplegging in de ger. kerk. Vervolgenshoogleraarindetheologie.

Achtergrond:

Overeenstemming in leer vangenadeenuitverkiezingen het presbiteriale gemeenschapsleven en vooral deernst vandekerkelijketucht. Maar hij ervaart dat die tucht niet zo strenggenomenwerd erdaarom meersprake was van een gedeformeerde kerk.

Actie tegen:theater,pronkzucht,spel,dronkenschap. ontucht.

Maar ook daarin ziet hijinMontaubanzelfssucces.

 

Schriftelijke activiteit in Montauban.

Hij legt zelf de relatie metzijnideeënendie van de jansenisten. Direct gebruiken de jezuieten hemalsargumenttegen dejansenisten. Verweer van Arnaud tegen de verrader.

1657-1739 Orange.Zie deromeinsedocumentenmet alle rumoer. Maar een geest vanvernieuwing gaatdegereformeerdegemeente.Orange bedreigt door Lodewijk 14. Gelukkig.

Hem wordt een post als predikantinLondenaangeboden.

Wil reizen over Genève en Duitsland.

Hij blijft in genève vanaf 1659.Ookhierdemeest glanzende resultaten. De gemeente van Calvijn wasverslapt.Deordeningvan kerkelijke leven en discipline dito. Er was eenroepomvernieuwdereformatie. Genève plotseling door toedoen van L. weereenGodsstad(Heppe).Kerken konden de gelovigen niet meer herbergen.Herbergenstondenleeg.Zondagen werden in alle strengheid gevierd.Recht engerechtigheidstrenggehandhaafd. Handel eerlijk bedreven.Twisten verzoend.

Drinkers en brassers werdenmatigengokkersgaven hun winsten terug. (Ontleend aan A.M. van Schurman.

Groot succes van zijngebedsoefeningeninzijnhuis. Een aantal jonge vrienden sloten zich aan, dielater het zaadvanzijnmystiek uitstrooiden.

Blijkbaar ineensgezindheidmetanderepredikanten en autoriteiten opbouwend aan devernieuwing van de kerkinGenève.

Intussen sterke neiging tot chiliasme.

 

Intussen had hemontmoetGodschalkvanSchurman. Zeer enthousiaste geluiden naar Nederland. Viahem, envooralzijnzuster Anna Maria verspreiding van de geschriften inNederland.

Intussen in Genève reactietegenhem,politiekaangewakkerd vanuit Savoye.

Door Anna Mariatoedoenuitnogingvoorpredikantenplaats in Middelburg, dat gold in heeldegereformeerde werelddoortoedoen van Willem Teelinck als een voorbeeld vaneenechtegereformeerdekerkgemeente.

AankomstinUtrecht,verblijfbij Anna Maria, begin van een intense relatie. Labadieenzijn prekenhetgesprek van de dag in Utrecht.

MaardanaltwijfelsVoetius, Essenius en Lodenstein, de theologische autoriteitenindeDomstad.

Twijfelsaanzijnradicalebedoelingen van zuivering van de Kerk. Later een brief aandeherenuitMiddelburg versterkte dit.

HijvonddeKerkin Middelburg zwaar verwaarloosd. Strenge tucht,meditatie,versterving,vasten.Gebed om de boze geesten uit te drijven.Bevordering vanconventikels,huisdienstenvolgens vast schema, die ook eldersin het landnavolging vonden.In 20 maandengrote opleving. Talrijkepolemisch-apologetischegeschriften uit76 en 68.

Tochwordtlangzaamduidelijkdat hijeen totaalvreemd kerkbegrip hanteert en wilinvoeren. Hetwekt sterkeantipathieën enhaat. Hij blijft weg op de synodes.

Raaktverwikkeldintheologischediscussies.

Synodeverklaarthemafvalligvan de ware leer. Suspensie. Bevestigd door de StatenvanZeeland. WeguitMiddelburg.

Zijnroemroepthemnaar Veere. De Staten wijzen erop dat hij een bron van onrustenopstandis.Veere weigert hem weg te sturen. De Staten sturentroepen.Bijnaburgeroorlog.

 

L.vertrektnaarAmsterdam.Anna Maria trekt bij hem in.

Begintdaarzijneigen,zuivere gemeente.

DethesenvanVoetius.

Niemandmagdekerkverlaten omdat daar lauwheid wordt aangetroffen.

Niemandmagdekerkverlaten om zich in afgesloten,kloosterlijkegemeenschappengodsdienstoefeningente gaan houden.

Niemandmagdekerkverlaten en zich te voegen in een gemeenschap van gehuwdemannenenvrouwen,alleen al om de schijn van het boze en ergernis tevermijden.

Eenlawinevanstrijdschriften.

Degemeentegroeit:Aankomstvan de zusters, Anna, MariaLucia d'Aerssen deSommelsdijk, dochtersvan degouverneur van Suriname,met een landgoed teWiewerd in Friesland.

SynodesvragendeStatenvan Holland op te treden tegen deze seperatistische beweging.

JohandeWitthoudtaf op grond van beginsel van godsdienstvrijheid.Geruchten,lawaaienschandalen: er zo iemand in zijn huis zijn doodgeslagen.Een vanzijnadeptenwordt gek en sterft. Oproer tegen L. van het volk.

ContactmetAntoinetteBourignon,'die andere noordelijke mystica'. Poging zichtevestigenop"Noorderstrand'(??)

 

AnnaMariaprobeertdegemeenschap naar Herford te krijgen bij haar vriendin degravin.Met 50personendaar naartoe.

Zijvestigenzichdaar:Labadie en de oude eerbiedwaardige Anna Maria wordenalgemeen Papaenmamagenoemd.

Weergrootsucces:godsdienstoefeningenin de slotkapelmet 300-400 toehoorders.

Strengetucht,gemeenschapvangoederen. Levendige godsdienstoefeningen met omhelzingenendansen.

Groteschriftelijkeactiviteit.Degeschriften vinden brede verspreiding in NederlandenDuitsland. Ontstaanvanandere labadistische groepen.

Nieuwrumoer.Meden.a.v.geheime huwelijken van de pastores, terwijl in Amsterdamnoghetcelibaat gehoudenwerd.

KlachtenbijdeKeurvorstvan Brandenburg.

Pogingenviapublikatiestegetuigen van hun oprechte reformatorische geloof.

Naheelveeltroublesis het rampjaar: oorlog met Frankrijk, Engeland, MunsterenKeulen, dereden omte vertrekken naar Altona, bij Hamburg, toenDeensgrondgebied.

Daarin1674sterftLabadie. Begraven in de tuin van het huis.

 

DedreigendeoorlogtussenZweden de Denemarken opnieuw aanleiding te vertrekken,naar hetlandgoedinWiewerd. Een zelfsupporting gemeenschap in de goede tijdmeer dan300 leden.Metweverij, drukkerij, smederij enz.

In1732opgeheven,nade mislukte avonturen in Suriname en Noord-Amerika (NewYork).

 

Nogrondhetmiddenvan de negentiende eeuw sprak men in Friesland van'labadistenwol',eendurelakense stof.

 

C.

Aldezegrensgangers,bekeerlingenhebben misschien als

modellendebekeerlingentussenjodendom en christendom in Spanje een eeuw eerder.

Hetculturelemodelvande converso verspreid zich als een aanwijzing, fundamenteelvan eenbreuktussende plek en de zin, een breuk moeilijk te verdragen, maarzonderwelkemen nietkan begrijpen, in de 17e eeuw de agressieverestauratievanlokalelegitimiteiten op een politieke en nationale wijze.

 

Alhoewelslechtseenfiguurtussen al die passanten, verbindt toch L., doorzijnuitzonderlijkereis, enkeleessentiële krachtlijnen aan de 'mystiek' diezicheen eeuwtevoren als'wetenschap' had geconstitueerd. En hij is eenlucide,ofschoon'condemnatieve'getuige van hun afvalligheid (defection).

 

 

 

 

14 Agenda Certeaugroep vrijdag 10 Nov.2000

 

10.30-16.30 uur op 't Hoenstraat

(ochtend:)

1. Eventuele nieuwe leden; en andere praktische punten.

2. Dirk over:"Heb oog voor hethaakseleven",overde Inleiding op Heterologies, van de hand vanWladGodzich.

(middag:)

3. Wim over de:"Église Éclatée", aandehandvanJeremy Ahearne,"The Shattering of Christianity andtheArticulationofBelief", waarvan wij een fotocopie hebben uit NewBlackFriars.

 

groeten, Dirk

 

 

 

15 Le Christianisme éclaté (Wim, 10-11-2000)

 

M. de Certeau

(Université de Paris VII, départementd'antropologie}enInstitut catholique (departement theologie)

Le christianisme éclaté (1974)

(naaraanleidingvaneenspecial van Esprit Réinventer '

l'Eglise}

Een radiodebat met Jean-MarieDomenach,hoofdredacteurvanEsprit, Le Christianisme, une nouvellemythologie.(1973)

 

 

1. Un christianisme culturel

Een zeer belangrijkeontwikkelingvandesituatie van het christendom in Frankrijk.

Bij elk debat tredenwelkerkelijkevertegenwoordigersop, maar niet meer als getuigen van eenwaarheid.

Zij maken deel uit van eenrepertoirevandesociale cambodia duelleerde.

Aantal jaren geledenwashetchristelijkegeloof(sgoed) solide verankerd in groepen en specifiekgedrag.Menstond achtereen taal of bestreed die.

Nu een fragment van decultuur,nietmeergebonden aan het geloof van een bepaalde groep.

Aan de andere kant bij dechristenenwordtdereligieuze expressie, taal zeldzamer.

Christenen spreken over gerechtigheidenbevrijdingDeduivel,Jezus en de paushebben een plek in het theater van demass media.

Hetzelfde in de praktijk: demilitantenvandegrote christelijke bewegingen verlaten de instituten, díewegkwijnenenzoekenhet in politieke, sociale en culturele zaken.

Zij blijven of worden militantenenhoudenopte zitten op objectief christelijke posten. Hetzijnjuistchristelijkemotivaties die hen de christelijke plekken doenverlaten.

Een nog radicalerfenomeenontwikkeltzich:steeds meer christenen zijn steeds minderpractiserend,naarmate zijmeergelovig zijn.

Juist hun geloof verwijdertzevandesacramentele en liturgische praktijk.

Statistieken wijzen uit:destabielerelatietussen objectief gedrag en persoonlijke overtuiging valtuitelkaar.

Er blijven nog wel relaties tussenwijzevanlevenen geloof, maar de band is obscuur, vaakdramatisch,ambivalentenlangzamerhand doorgesneden.

De delen van het systeemvallenuiteen.Iederdaarvan verandert stil van betekenis. Hier nog blijftdeuitdrukkingvangeloof, daar wordt het een teken van conservatisme ofeenpolitiekinstrument.

Het wil zeggen dathetchristelijkinstituutuiteenscheurt, zoals een als een verlaten woning,degelovigenverlaten hetdoor het venster. de krakers, komen binnen doordedeuren.

De kerkelijke constellatieverstrooitzichnaarmate de elementen hun samenhang verliezen (desorbiter).

Er is geen ferme articulatiemeertussendeact van geloven en de objectieve tekenen.

Ieder teken volgt zijneigenweg,gehoorzaamdaan verschillende vormen van hergebruik, zoals de woordenvaneenzin zichverstrooien over de pagina en binnentreden in anderecompositiesvanbetekenis.

Van het systeem vanexpressievanhetchristelijk geloof blijft een lexicon over waarvanbepaaldeelementendienen omuitdrukking te geven aan nieuwe vragen. In hetbijzonder:hetreligieuzerepertoire om uitdrukking te geven aan de problemendie inhetleven wordengeroepen door het verdwijnen van de traditionelemaatschappij.

Het verzekert de overgang vandeenesocialestructuur naar de andere.

Twee punten:

de dissociatie tussen geloofendeinstitutenis geen probleem alleen van de kerk.

Alle instituten(naties,partijenvakbonden)hadden een kerkelijke vorm overgenomen en behouden.

Kort: het afscheid van de ideologie.

Men behoort tot (hangtaan)eenpressiegroep,tot een middel van sociale transformatie,en steedsminderaaneen 'sens de l'histoire'. Men 'gelooft' er nietmeer in, men gebruiktze.

 

Van de andere kant: het lijktwelofdefundamentele ervaring van het geloof zich niet meer bevindtopdezelfdeplekkenals de religieuze taal.

Zie daar het massievefeit:hetobjectievechristendom, wordt meer en meer een folklore, maakt zichlosvanhet geloof omte horen bij een cultuur, en in eenalgemeneontwikkelingverschaft hetsymbolen en metaforen voor bepaalde sectorenincrisis.

Als het zo is, alsdechristelijketaalfunctioneert als representatie van sociale problemen,hoedrukt degelovigeervaring zelf zich dan uit en wat kan die dan wel zijn.

 

Vertaling van de vraag naardeFransesituatie.De christelijke referentie gebruikt zowel door linksalsdoorrechts.

 

Op welke wijze gebruikt?

1. Esthetisering.

Het corpus van ritenengeschriftengebruiktals materie voor theater, poëzie, beeldende kunst.

Bewonderenswaardige ruinesvaneensymboliekdie tal van mogelijkheden geeft.

Voorbeelden: succes vangregoriaansinJapanen hier.

JezusChristSuperStaretc.

Voorbeeld gebruik vandebijbel.Vroegeralleen voorzien van een commentaar dat de warebetekenisaangaf. Detekst zelfwas niet essentieel. Het hele apparaat eromheenwasbelangrijker.

Wat telde was de relatie metderegelsvanlectuur. Een manier van lezen (de kerkelijke) bracht de zin vandetekstvoort.

Dit is de traditionelepositie:dewaarhedenkomen niet voort (geheel geharnast) uit de tekst: zijzijnhetresultaat vaneen wijze van gebruik van de tekst, dat wil zeggenvaneenkerkelijke maniervan ze te lezen.

Het boek wasdus'ingeschreven'engeïntegreerd in een gemeenschappelijke en presentegelovigeervaring, ineenmanier van het 'ontvangen' (een traditie), van hetpraktiseren(eenlecture) envan het denken (een theologie).

 

Sinds vier eeuwen, omredenenvandeomwikkeling van de moderne westerse beschaving heeft de bijbelsetekstzichlosgemaakt van de kerkelijke praktijk.

De betekenis komt nu ofwelvandeindividueleervaring, gevat in algemene sociale praktijken, ofwelvanwetenschappelijkeregels, uitgewerkt voor iedere tekst, sacraal of niet.

Het boek ligt nuinelkewillekeurigeboekwinkel, de interpretatie wordt beslistdoorwetenschappelijkeen socialeoperaties die ontsnappen aan de gelovigegemeenschap.

Vergelijk metdeGriekse,klassiekeliteratuur. gepraktiseerd, bewerkt en belegd metbetekenisdoor eenwereld dievreemd is aan die welke hem heeft geproduceerd.

 

J.M. Domenach vertaalt het weersterknaardeFranse situatie.

Het misbruik van christelijkmateriaalvoorpolitiek.

 

24.

We hebben nog niet gesprokenoverdenatuurvan de christelijke ervaring. Slechts de huidigesociaal-culturelecontext.Ophet theater van de massamedia spelen priesters enbisschoppen derolvanbinnenlandse indianen.

Maar het wil zwel zeggen dat detaalambiguenonzeker is.

Wat is het geloof? Wat isdeliefde(charité)?

 

25

Een belangrijk element.Discussiesoverhetstatuut van de priester (katholiek en protestant).

Het personage van declericus,eenwelgesneden silhouet op het tableau van de maatschappij. isslechtseeneerstemanier, nog metaforisch, om de mogelijkheid in kwestie testellenvoorde Kerkom de rol uit te oefenen van een bemiddeling tussendemenselijkeervaring enhet absolute.

Deze vraag, dit debatinfiltreertenverschijntin andere sectoren, sacramenten, het leergezag, detraditie,enz.

Ten laatste: is hetgeloofgeconditioneerdenmoet het zich uitdrukken door een 'behoren tot' eenKerk?

 

27

Al drie eeuwen is hetfonctionerenvandewaarheid aangevochten in meer en meer uitgebreide regionenvandechristelijkeervaring.

Het gaat hier niet omdekritiekvanniet-christenen, hoewel die ook een spirituele betekenis heeft.

Maar het ontstaan na de reformatievandevele'sekten'. Het nieuwe van hen: de evangelische wil om de Kerk aftewijzenalsinstituut, in staat om het leven van haar leden te voorzienvanbetekenis.

Maar ook bij de mystieken van de17eeeuw:eenanaloge dissociatie tussen de existentiële radicaliteit vanhetgeloof endesociale objectiviteit van de kerkelijke instituten.

Het aantal 'Christenenzonderkerk'vermenigvuldigtzich.

 

27

Twee actuele stromingen:

secularisatie, en

mystiek, charismatiek

 

Dat de Kerk geen 'corps du sens'meeris,datde christenen de weduwen zijn van het kerkelijk instituut,datisdefundamentele kwestie. Nog eens: alle grote ideologischeinstitutenondergaandezelfdecrisis.

 

30

De uitdrukking vanovertuigingenneemteenandere vorm aan: die van kleine groepen, vangemeenschappenvanuitwisseling enrelaties

De technocratischeuniformeringroeptdetegenkrachten op van de vermeerdering van kleine eenhedenbevorderlijkvoordepersoonlijke communicatie en voor de representatie vangedeeldewaarden.

 

Theologisch: wat hier inkwestiewordtgesteldis niet God, is niet een ervaring van een absolute'Andersheid'.

Zij duikt juist op overal waar menHemdachttehebben uitgebannen. Een proliferatie van spirituele bewegingen.

Waar het om gaat is niet God, maar de Kerk.

In de historie van de mensheidgaatGodvoorafaan de Kerk en schijnt haar te moeten overleven. Zou deKerkslechtseenhistorische figuur zijn van de vraag naar God, eenvariantgeproportioneerdaaneen systeem dat op weg is te verdwijnen?

 

 

pag. 32

Rol van de kritiek.

 

Onkruid wieden om de grond vrijtemaken.Elkegrond is weer het onkruid voor de volgende.Reizen zonderterugkeernaarhetbegin: Levinas Abraham.

Ben ik misschien gedeformeerddoormijnlangebezig zijn met de mystieken, die niet ophoudenderepresentatiestebekritiseren en steeds weer iedervan hun ervaringenteoverschrijden.

 

Terug naar twee socialevormen,heterogeenmaargecombineerd.

Degrotetechnocratischeproductieorganisatiesen de groei van de kleine groepen.

 

34

Karakteristieken:

1. De onmogelijkheid alleeneenlangagedusens uit te werken of alleen een dieptedimensie te latenoplichten.

2. De wijze van collectieve creatie,dienogmogelijkis in een kleine groep.

Het gaat om de communautairepraktijk,hetgebaarschepper van arabesken.

Niet het resultaatgeldteigenlijk,hetproduct.

De mogelijkheid voor degroepzichzelfvoortte brengen, geboren te worden, te veranderen, te leven,tekenenvoortbrengend.

3. De groepen zijn marginaal enminderheden.

Dat terwijl grote organisatieszichrichtenophet mobiliseren van waarheden. Bedrijfsethiek, Missionstatemenstsetc.

Om hun personeel te fixeren enklantentewerven.

Maar de zinsgevingsvraag kiesteenandersociaalmodel. Zij is gelocaliseerd in kleine groepen.

 

36

Het gebeuren in de kerk.

Groepen die deorganisatiepostulatenvandieKerk omkeren.

 

Het gaat nietmeeromverontwaardigdeprotesten. Die profetische verontwaardiging wasslechtseenaankondiging.

Zij verwachttten nog eenantwoordvanhetinstituut.

Daaraan blijven vasthouden, aanRome,depaus,de onfeilbaarheid, de bisschoppen is een lachwekkendebezigheidgeworden.

De discussies tussen de theologenendemannenvan de paus, de gevechten van Horaces en Curaces, kunnen nogdeeluitmakenvanhet kerkelijk theater; ze hebben niets te maken met hetlevenvandechristenen.

 

37

De kwestie is serieuzer,hoegaateencommunautaire geloofservaring zich uitwerken en zich formuleren?

 

 

54

Zijn 'persoonlijke opvattingen'.

 

 

Fases:

1 Historische studies: mystiek.

2. Werkzaam bij Christus,Etudes.Zelfspreekthij over een apologetische invalshoek.

Tegelijk zijn ervaring met 1968.

3. Radicale kritiek.

Le Christianisme Eclaté

4.Persoonlijkeontkerkelijking.Wetenschapperen staretz?

 

 

 

 

 

16 Godzich I: De Certeau en de Postmodernisten(Dirk)

Wlad Godzich, Voorwoord bij Heterologies.

 

Een paar trefwoorden: Parmenides,Gnostiek,VersnipperdZelfen Bevrijdingsoorlogen.

Certeau en de Postmodernisten wildenafrekenenmethetHegeliaanse model van de wereld in je greep krijgendooruniverselebegrippen;en wat daar niet valt in te passen, moet danmaarpassend gemááktworden.

Wie tegen God gezondigd had wasvatbaarvoorvergiffenis,want zijn Gods wegen niet kronkelig en moeilijktedoorgronden?Maar wietegen de Rede zondigde was gewoon stom, naar menmeende,omdat zijnfoutgemakkelijk te bewijzen was. Zijn houding vroeg om“correctie”in elkezinvan het woord.

Verwante wegen:Foucauldoverweldigde tezeermetzijnargumenten, meekijken als hij deed met de machthebbersenhunperspectief.
Geertzworstelt met de ethische en religieuse tegenkracht;hijzagdenoodzaak ervan, maar tegelijk het gevaar vaneensoortneo-clericalismezonder echte kritische zin.
De Certeauweet een zuiverder midden te houden, omdathijziet,hoezeerdenken in taal gefundeerd is. Terwijl Hegel met zijn“geest”dematerieontgroeid meent te zijn, is hij in feite blind voorhetmateriëlegehalte vannu juist de taal, zijn instrument toch immers omzijngedachten inte gieten.De Certeau kijkt ook minder met de machthebbersmee,omdat hij meerop dekleintjes let, hoe mensen zich weten te redden ineenwereld die henvoortdurendonder druk zet.
Een ander geluid in deze samenhang, waar de Certeau (enGodzichzelf)helemaalachter staat, is dit: Het zg. natuurlijke overwicht,datdevoormaligekoloniserende landen nog altijd in staat stelt, devoorwaardenvandewereldhandel naar hun hand te zetten, isgeennatuurverschijnsel,maaruitvloeisel van hun eigen - kortzichtige - keuzes.

In dit voorwoord van 6 paragrafen geeft Godzichzijnkijkopde Certeau. Hij ziet hem als “postmodern”, d.w.z. alsiemanddiedegelijkstelling van “denken” en “zijn” (Parmenides)wiloverwinnen.Wanneerwij proberen te begrijpen wat er om ons heen gebeurt,danstoten wijtelkensweer op “alteritas”, het totaal andere. Niet alleen Godis deAndere,maarook de medemens die wij ontmoeten, degene aan wie wijjuistduidelijkwillenmaken, wat wij menen te hebben ontdekt. Zonder taalgeendenken, zonderhetgesproken woord geen geschreven taal. Taal kanaltijdgebruikt wordenombevelen te geven; de geschreven taal nog meer, methaargestolde bevelenvande bureaucratie.
Wanneer je meent dat denken en zijn gelijk zijn, dan moet dat“andere”jewelverontrusten. Voor de ontdekkingsreiziger die je bent isernietszodringend, als dat andere aan jezelf gelijk te maken, het intelijvenals(meer van) hetzelfde.

Levinasheeft ons geleerd het bestaan alsdialoogteaanvaarden.
Er zijn namelijk twee wegen om uit het dilemma te ontsnappen:
1) de vrome weg, tevens de weg van de naastenliefde (Geertz),
2) de analytische weg van de deconstructie (Foucauld).
Ze lijken niet samen te kunnen vallen.
Wat de Certeau doet is dit: Hij weigert te kiezen tussen (1) en(2);inplaatsdaarvan richt hij zijn aandacht op het “discours”, op het onvoor­spel­barevanhetgesprek,niet op de rechtlijnige afleiding à la Hegel.

 

 

 

 

 

17 Godzich II: Onze Arthur-legende....

Uit de Inleiding van Wlad Godzich op Heterologies, par.IV

(Vertaling: Dirk, 7/9)

 

Westers denken heeft (de) het anderealtijdgethematiseerdalseen dreiging die gereduceerd moet worden, alseenpotentieel “zelfde”,eennog-niet-hetzelfde. Het paradigma is hier hetverhaalvan de queeste inderidderromans, waarin de onder­nemende ridder hethof vanKoning Arthurverlaat -het rijk van het bekende - om een vorm vanandersheidte ontmoeten,een domeinwaar de hoofse waarden van de wereld vanArthur nietgelden. DeQueeste is teneinde wanneer dit vreemde domein binnendeheerschappij van dewereld van Arthurgebracht is: het andere isgereduceerdtot (meer van) hetzelfde. De Queesteheeft bewezen dat hetandereontvankelijk is voor eenherleiding tot de statusvan het “zelfde”. Enin dezeldzame gevallen dat dedolende ridder - Lohengrinbij voorbeeld - eenvormvan andersheid tegenkomtdie hij verkiest boven hetrijk van het zelfdewaarhij vandaan kwam, is dezeandersheid geïnterpreteerd -doorhedendaagsecritici evenzeer als doorMiddeleeuwse schrijvers - als hetrijkvan de dood,want het is ideologischondenkbaar dat er een andersheidzoubestaan vandezelfde ontologische statusals het eigene, zonder dateronmiddellijk actiewordt ondernomen om het toete eigenen.

 

Ook hier (net als in de vorige paragraaf), mogehetonzekrachtte boven gaan om een bevredigende theorie te geven vanhetverbandtussenKenleer en bredere vormen van Sociale Praktijk, maar hetisduidelijkdat deoverheersingsimpuls die in de ridderlijkequeestegethematiseerd werd,eencultuurgegeven was en dat zijn falen op hetpolitieketerrein - getuigehetgeval van de oorlogen tegen de Islam (deKruistochten) -geenszins zijngreepop andere gebieden teniet deed, met name inde beoefeningvan deKennis, zoalsEdward Said overtuigend heeft aangetoond. Inpolitiekopzichtheeft het Westenmet tegenzin het bestaan van deIslamitischeAndersheidaanvaard, maar in hetrijk van de kennis erkende heteendergelijkemogelijkheid niet.

 

Deze overheersingstendens op het gebied van dekennisisnietenkel het gezichtsveld van de traditionele vakken. Hetdoordringtdegeschriftenvan zelfs de theoretisch meest gewaagde denkers,zoals evidentisin het gevalvan Michel Foucault. Foucault zag zichzelf als deopzienervanjuist dezeheersersmanieren van de kennis, als iemand die hunsystematiekenhun succes zoubeschrijven. Hoewel hij zijn onderneming eenvormvanarcheologie noemde, gafhij minimale aandacht aan de manierenwaaropdekennis­overheersing zichvestigde en op de middelen waarmee zij haargreepwistte hand­haven. In feitedwong zijn speciale aandacht voordieoverheersing hem,om even onbarmhartig alsdatgene wat hij aanhetbeschrijven was, elke praktijkte negeren, die in woordof daadprobeerdeiets van autonomie te handhaventegenover deze hegemo­nischekolossen.Ditleidde tot het beroemde probleem vanzijn onvermogen om ietszinnigstezeggen over de beweging of de wisseling vanhet ene overheersendeken­modelnaarhet andere.

De Certeau daarentegen is nu juist attent op ditconstitutieve moment,zelfsmetbetrekking tot Foucauld’s eigen situatie, ophet spel dus vande“opkomende” ende “overblijven­de” krachten (emergent andresidualforces)zoals RaymondWilliams ze passend noemt. Dat wil zeggen: hetgaat hemom deimpulsen en degunstige condities om te kunnen leven metdieoverheersendekrachten. Om diereden is hij altijd geïnteresseerdinpraktijken endiscoursen - en het verschiltussen die twee is wat hembetreftniet wezenlijk(ontological) - of ze nu aanhet verdwijnen of juistinopkomst zijn, of erzelfs niet geheel in slagenzichzelf vorm tegeven.Foucault’s beschrijvingenpresenteren een enormemachtsmachinerie; dievan deCerteau laat ons kijkennaar de krachtsinspanningenvan enkelingen ofkleinegroepen tegen die machi­nerie,als de wijze vaninteractie die degeleefdeervaring van die mensen uitmaakt.Daarom is hij meerattent op defeitelijkeuitwerking van die macht en op detaktieken, strategieënen listendieneutralisering van zo’n geweldige machtvereist.

 

 

 

18 GodzichIII:....Toegepastop de 20e Eeuw

Heb oog voor het haakse leven!

 

Godzich.DeArthur-legendesymboliseertde ontembare westerse neiging om de vreemdebuitenwereld,waar dieontdektwordt, “gelijk” te willen maken. Het “andere”wil menherleiden tot“(meer van)hetzelfde”.
Hoewel dit projekt spaak liep op de Islamietische wereld, in de Kruistochten,
(en bij voorbeeld in de China-missionering, waar het Boeddhismemetzijngrotereaanpassingsvermogen wèl slaagde),
zette het zijn inspanningen onverminderd voort in de sfeer van het denken.
(Islamietische theologen gaan nu, rond het jaar 2000, indetegenaanvalenzeggen:
“Ze willen ons hun manier van denken opdringen - evolutieleer,inculturatie-omons geloof uit te hollen!”)

Nu, in de 2ehelftvande20eEeuw, ziet de Certeau de Crisis van het Westersedenkenvooralintwee fenomenen:

Deversplinteringvande“takken van wetenschap”, zo genoemd, als vormden zijsamenéénorganischgegroeide boom, terwijl zij in feite berusten opeenprincipiëlekeuze vooroogkleppen, met verlies van werkelijkheidscontact.Zijclaimen elkop “hunterrein” objectieve geldigheid, zonder te willenkijkennaar watdaarbuiten“valt”. Vraag je echter naar een omschrijving vandateigen terrein,danblijkt het om een constructie te gaanvanuitvooropgezetteuitgangspunten,geenszins objectief dus.
Het irrationele viert er hoogtij, zoals blijkt uit demanierwaaropzijleentjebuur spelen bij andere takken vanwetenschappen.Geenorgsanischgeheel dus, maar een gecompliceerdvlechtwerkvanwederzijdseafhankelijkheden. Gecompliceerd in Freudiaanse zin:want hetgaatom“verdrongen bindingen”.

Dewerkelijkheidheeftteruggeslagenin de ingrijpende gevolgen van dedekolonisatie endebevrijdingsbewegingen. Hetwesterse denken probeerde zeopverschillendemanieren te verklaren:

alstriomfvanhetgelijkheids-ideaal. Sartre: “ze claimen niet meer dan hun recht”.

Amerika:liberalenbewonderdenensteunden de emancipatie van hun zwarte medeburgers,totdatbleek, datdiezichzelf als Black Power begrepen (“Mogen wij ook eenkeeronzenationaleidentiteit bevechten?”) Toen verkoelde de belangstellingenverkeerdeze inregelrechte vijandschap.

Marxisten:Zegniet“onzemedeburgers” maar “de arbeiders”, want het gaat omdeKlassenstrijd.Terwijl devoorbeeldstaat, de Sowjet Unie zich juist toenalskolonialemogendheid vanformaat ontpopte.
Godzich zag Cuba als de grote uitzondering (we schrijven (copyright)1986)).

Crisisvandekenleer.Anthropologen zagen hoe hun kennis van andere culturengebruiktwerdtotvernietiging van die culturen, en zelfs tot uitroeiing vandievolken.Zijbegonnen te twijfelen aan de zin van hun onderneming.GrotediscussieinAmerika. Veel kwam er nog niet uit, daar was deprobleemstellingnogteincidenteel voor. Het probleem is veel fundamenteler,een zwakheidvanonsdenken, zozeer dat ook de meest radikale bezinningenerdoorwerdenaangetasten in de fout vervielen die zij meenden te bestrijden.ZoFoucauld,die demachtsstructuren aan de kaak stelt, maar intussenhelemaalmetdiemachthebbers meekijkt, zich concentreert op de almacht vandestructuren,enbijgevolg onmachtig is om te zien, hoe het komt datdeheersendeparadigma’stoch van tijd aan het verschuiven raakten. Datgebeurdenamelijkvan onderop.Maar daar moet je dan wel gedetailleerd naarwillenkijken, ofliever: inwillen kruipen. En dat heeft de Certeau telkensweergeprobeerd.Daarmeekreeg hij wel zicht op de bronnen van de verandering.

Zieookmijnnotitiehieronder overWladGodzich.

 

 

 

 

 

 

19 Teresa schreef - in wiens opdracht?26 oktober 2000.
Naar"LaFableMystique",p.257 (hs.6, par.3)

 

 

“Mysticischrijven”.Datisvoor de Certeau een belangrijk gegeven, geheelin het verlengdevanzijnaandacht voortaal en voor het verschil tussen spreken en schrijven.

 

Teresaschrijfttrouwensopeen manier alsof zij zit te praten met haarmedezusters.Niettemin brengtzij zoop papier babbelend haar hoofdwerk voort,de Moradas,(De geestelijkeBurcht).

 

Op wiens gezagschrijft zij? Op bevel vandiegeleerdemannen,waar zij als vrouw niet aan tippen kan zogezegd.

 

Maarwatmoet zij schrijven? Wat er bij haar van binnen uitopkomt.

 

Hoeschrijftzij?Vrouwelijk.“Mannelijk”schrijven is iets van jezelf naar buiten werpen,dewereld in.“Vrouwelijk”schrijven daarentegen is je bewegen binnen deruimtevan hetgesprek. De“ander” is hier van meet af aan aanwezig.

 

Als zij vrijisomteschrijven wat in haar opkomt (makkelijker gezegd dan gedaan),dansteltzichopnieuw de vraag:op grond van welk gezag? Je zultdaarmaarzitten meteen wit vel papier voor je. Waar begin je? Haar antwoord:“Ervielmij een beeldin, dat van een burcht met vele zalen, helder alseendiamant.”
Er is wel gezegd, om haar heiligheid te propageren, dat diteenechtvisioenwas; en dat God haar daarin getoond had, wat de ziel is. -Nietsdaarvan,zegtde Certeau. Zelf stelt zij het helemaal niet voor alseenvisioen. Enhet is ookgewoon wat een schrijver doet, die op zoek isnaareenuitgangspunt. Hijvertrekt inderdaad vanuit een gelijkenis, die -toevallig-bij hem opkomt,wetend, dat wat daar aan eenzijdigs of beperktsinschuilt,al schrijvend welwordt aangevuld. Zo is de fictie van eenmetafoordegrondslag waar zij haarbetoog op bouwt, met geen ander gezag,dandeinnerlijke geloofwaardigheid vande woorden en de schoonheid vanhetgeheel.

 

Tweebronnen:eenopdrachtvan haar overheden, en een metafoor. Voor haar isditgeentegenstelling: beidekomen van God, want ook die geleerden warenopdatogenblik een werktuig in Godshand. Tegelijk is er ook de onzekerheidvanhetallemaal van binnen uit jezelfte moeten putten. Telkens beroept zijzichophet begrip van haarlezers/lezeressen: “Jullie begrijpen wat ikbedoel.”Of:“Ik kan het nietduidelijker zeggen.”

 

Kunnenwijzeggen:Zijschrijftop gezag van God? Het probleem is dat ookvoorhaargeldt, datzij God enkel ervaart in zijn afwezigheid - aanwezig enkelinhaarverlangen.(“Er moet iets zijn”, eigenlijk heel eigentijds).

 

Die afwezigheid van God was aan het begin vandeModerneTijd,rond 1500, een nieuwe ervaring. Tot dan toe sprak God tot onsdoordekosmos:“De hemelen verkondigen Gods glorie!”(“Quam sordida est mihi tellus, quando aspiciocoelum!”Ignatius)Nuechterwerd de mens zelfstandiger - en eenzamer.Het “ik” komt nu tersprake,juistomdat het problematisch geworden is.

(God sprak door de kosmos en door de “auctoritates”.)
Wat Teresa, de mystica, nu doet is dit: zij zegt “ik”en “volo”, maarnietuiteigen naam. Zij spreektin opdracht, namens de Andere. Daar is Godintevermoeden,maar dan een God, voor wie er geen plaats meer is, nietindewereld, in dekosmos. Waar dan wel? Wij zullen plaats voor Hemmoeteninruimen,in hetinwendige van de ziel. Daar wordt hij ook gekend, indeinwendigebewegingen.Maar helaas, ook die zijn ongrijpbaar, “ze vindennietplaats”,zevervluchtigen, tenzij er een plaats voor hen gemááktwordt.Teresa doet datinde literaire fictie van dat kasteel, waarin je vanzaaltot zaal kuntgaan.Gastvrijheid. Bij haar mag de Heer wonen. En bij haarindat kasteel, iserook ruimte voor bewegingen, worden zij voorstelbaar.


Een Spanningsveld (Fable, 260 v.). - IndeProloog,vóórhoofdstuk 1 van het Kasteel der Ziel, zegt zij twee dingen.Vande enekantspreekt zij haar vaste wil uit om het werk dat haar isopgedragen,aantepakken, hoezeer haar lichaam zich er ooktegenverzet(hoofdpijn,orensuizen), van de andere kant is er haar besluit omzich,terwille vanhaar band met de H. Rooms Katholieke Kerk, te onderwerpenaanhetoordeel vande mannen van grote geletterdheid.

‘Tweeelementendus:dekracht van een wil, de onzekerheid vaneen weten. Het enebetrekt zich ophettot stand brengen vaneen werk door de auteur, het andereop het oordeeloverhaar tekst door deofficiële lezers. Tussen die twee polentekent zich deplaatsaf van hetgeschrift (een “plaats”).

Heteerstebetreftdearbeid van het schrijven. Een “maken” (hacer)ishet object dat overgaat van de wil van deopdrachtgeversnaar die vanTeresa.“Doe het,” zeggen de geletterden, “schrijfhet.” Zijantwoordt: “Ikwil hetdoen,” omdat deze opdracht tot haar komt vanverder danvan hen.Teresa aarzeltniet: zij moet, zij wil, zij kan dus. Dit“zwoegen”bestaathierin, dat zij ietsverliest van haar eigen lichaam, om eentekstgeboren telaten worden, het enelijf voor het andere. “De gehoorzaamheid,”zegtzij,“doet haar hoofdpijntoenemen,” enz. Een pathos van het lichaamtekent dewilen betaalt de literaireproductie. De “zwakheid” van dit lijf (flaqueza)wordt verzwaarddoorhetondergaan van het “geweld” (fuerza)dathaarbesluit haar oplegt. Een smart staat garant vooreen geboorteindeboekenwereld, waar de geletterden zitten te wachten op eennieuwgeschrift.Ditvrouwenlijf, getroffen door haar instemming methetwilsbesluit, dat, alsdoorde pijl van de engel in het standbeeld vanBernini,door de boodschap vandeclerici aan haar wordt overgebracht, offertzich dusaan haargeadresseerde, alsin het eerste geschrift van Teresa:ziehier mijncorpus,geschreven/gewond doorjouwverlangen.

Hetandereelementstelttegenover de vastbeslotenheid van de wil:een onzekerheidvan hetweten. VoorTeresa gaat het er hierniet meer om, het liefdewerk vanhetgeschrift te “doen”(hacer),maarom daar te “zijn” (estar), waarzijverwacht wordt. Hoekanik weten, of het preciesdaaris waarjij mij hebben wilt, en of het preciesdatiswat jij van mij verlangt?Dekwestie van hetrendez-vous,-vanplaats en vaninhoud. Het willen is niet genoeg; het moetverlichtworden.Voortaan is het“zwakke” niet meer het lichaam, maar de tekstzelf,hetgegeven antwoord, hetproduct van haar arbeid. Teresa weet het niet.Zijisniet zeker van deplaats waar zij zich bevindt, overgeleverd aan hetgevaarenaan de roes vande extase. “Ik weet niet wat ik zeg,” [hiermee rijgtzijdebeelden aaneenwaarmee zij ervaringen beschrijft, die bijna nietonderwoordente brengenzijn; zie VI, 5, §9] - ik weet nietwatik zeg, noch waar ik ben. Waarheen heeft haar “dwaasheid”haarmeegevoerd?Zijheeftgarde-fous(borstweringen,brugleuningen!)nodig,van wie zij kan leren, of zij hetgebied dat de wil van“ZijneMajesteit” voorhaar heeft vastgesteld, buitenhaar weten heeftverlaten, ofdat zij het nogbewoont. Zij valt dus terug opde “letrados”(geletterden); zijzoekt debetrouwbaarsten - een voortdurendezorg, bijnaobsessief; zij rekentop hen omhaar lichaam, gewond door deliefde, terug tebrengen naar hetterrein van deSchriften. Telkens weer ishun goedkeuringvoor haar een“troost”. Deze spanningtussen haar sprekendelichaam en deschriftuurlijkeorde kenmerkt reeds haarLibrode la vida:een schriftelijke orde(libro)strijdter met deontsporingen en verwarringen van eenpassie (vida). De autobiografie iseen toneelopgebouwd uit eenvoortdurend“uittreden” van Teresa (“dromen”en“dwaasheden”), steeds weergevolgd doorhaar “terugkeer” naar de plaatsvanhetrendez-vous,die het bevelhaarheeft gewezen (“keren wij terugtot…”). Maar langzamerhandwijkt de orde.Inde laatste hoofdstukken gaat deverliefde wil er alleenvandoor, zingendvanhaar “dromen” (hs.41). Op dezelfdemanier wordt aan hetbegin van deMoradaseen galerij van “letrados” geplaatst,belast met debewaking vanhaargrenzen. Daar het geschrift extatisch zal gaanontsnappen,moet menookvoorzien in een vangnet. De bewakers van wat bij deplaatspast,zullendatgene kunnen afsnijden wat op een dwaalspoor voert.Teresazelfvraagt dathaar tekst wordt gesnoeid door hun oordeel, zoals haarlijfisgeraakt doorhun wil.

En tochweetzij,datzij deletradosbijdeneusneemt (ondankszichzelf?). Zij maakt zich ongerust over haar machtenhunkneedbaarheid. Zij isdus evenmin zeker van hen. Hun oordeel is nooitmeerdaneen opinie, dat wat hunjuist lijkt (parecer).Ookheeft zijaltijd weer behoefte aan mensen met “meerautoriteit” om haarteverzekeren datzij niet buiten haar weten de plaatsenheeft verlaten. Maarhunweten ontsnaptaan de criteria van haar ervaring. Hetis tegelijk vreemdennodig voor de“wetenschap” waar zij over spreekt. Hetschetst de muren vanhethuis, maar alseen flexibele grens [een soortschuivende panelen] waarvandedefinitie vanbuiten komt. Ook heeft Teresaeens en voor al besloten zichteonderwerpen aandie willekeurigenoodzakelijke wet van de schrijfkunst,wet vande ander, wetvan het reële.

Hetkaderwaarinzijwerkt wordt zo bepaald door een orde die de kracht geeft omteschrijvenvoorde prijs van lichamelijke pijn en door een oordeel dathettoebehorentot dekatholieke ruimte inperkt. Die orde is mannelijk. Hetzijnmannen,dezelfdegeletterden, die de opdracht geven en die hetproducttoetsen.binnen deomheining van dat kader vindt er een vrouwelijkgesprekplaats:“vrouwenverstaan beter de taal van andere vrouwen.” [Proloog4].Eenmeervoud. Er isgeen auteur meer, maar een spreken tussen vrouwen.Deliefdemaakt hetverstaanbaar: “De liefde die zij mij toedragen opent henvoordedingen waar ikhun over spreek.” Een vrouwelijke kring dus, dieinwendigis,waar de vraagcollectief is en het begrip gedeeld.

Tussendeopdrachtomteschrijvenendebeoordelingvan hetgeschrevene, beide mannelijk, ontplooit zichdevrouwelijke daad vanhetspreken:“Hetis tot hen dat ikga praten(hablar)inhetgeen ikzal schrijven (escribir)”.Hetvrouwelijkespreken voegtzich in de mannelijke omschrijving vanhetgeschrift. In decompagñía(gemeenschap),dierbaaraanTeresa, begrijpt elke zusterdat “wanneer iets ter sprake blijkttekomen(arrive à se dire), op die manier,onder vrouwen, dat dat dannietbehoort aanéén auteur -no es mio-maar is toete schrijven aan een spreken dat ontsnaptzowel aaneenindividueletoeeigening als aan geleerde contrôles. Indiesubtielecombinatie is de(kerkelijke) autoriteit mannelijk, en alszodanigeensociaal toneel voor denaam van de Vader; het sprekenisvrouwelijk,overeenkomstig de Joodsetraditie van deSekina,vrouwelijkegestalte van de Geest, die Woord is (Parole).Teresaoffert aandie autoriteithaar werkend lichaam en de tekst die hetvoortbrengt:het isvoor hen. Maarhetwoord(parole),collectieve uitwisseling, isonderhaar(dezusters):onderons. Demannelijkeautoriteitsnoeit, omschrijft, beveelt en beoordeeltonderscheidenobjecten, maarisuiteindelijk vreemd aan het spreken,overvloedig en“ononderscheiden”, datdeindividuële of schriftelijkebeperkingen doorbreekten datongetwijfeldverwijst naar de verdubbeling van eenvrouwelijkeervaring dooreen marraanseervaring. Aan dat woord (parole), zal indebespreking zelf(discours), eenfictie het “fundament” leveren.


 

‘Nadatzijditgoedduidelijk heeft gemaakt, zet Teresa zich “schrijvend aanhetspreken”,alsprekend aan het schrijven. In feite een mondelingetekst,telkensonderbrokendoor uitweidingen en gedachtesprongen, afgekaptdooraanvallenvan ongeduld(dat is het niet…, maar…, goed…, jullie begrijpenmij…)in losseletters,zonder dik en dun, inderhaast op het papiergeworpenalsstenen, deeen na deander gerukt uit de stilte van haar lichaam. Hetmomentwaarop eengeschrevenlichaam ontstaat. Moment dat het zich laatwegrukken.Allegetuigenbevestigen: Teresa heeft het gemaaktcongran velocidad, “zonder stil tehouden”, het gezicht“ontvlamd”(met enkop als vuur?), het bloed naar het hoofdgestegen.’

 

 

 

 

20 Agenda 19-1-2001 (Tweemaal Foucault)

Den Haag 4 Januari 2001

 

Beste mensen,

 

Zoals jullie weten is Jo naar hetBerchmanianumverhuisdenernstig ziek.

Voor hij vertrok heeft hij eendoosmetCertalianatoevertrouwd, waarin:

Zijn uitgebreide collectie fotocopieën vanartikelenvandeCerteau,
bij elkaar ruim 100.

Een aantal boeken.

Ik heb er een inventarisje van gemaakt, omtevoorkomendatdeze kostbare
verzameling, waar veel werk in zit, ongecontroleerd gaatverwateren.(Zolagenze
bijv. in strikt chronologische volgorde). Een copievandieinventarislijstsluit ik hierbij in.

 

Onze eerstvolgende bijeenkomst is gepland op19 januari.

Op deagendastaan de “Heterologies”,beidehoofdstukkenoverFoucault:

 

Ikzelf over hs.12:TheBlackSun of Language;

Tjeerd over hs.14:TheLaughof Michel Foucault.

Los daarvan heeftJoeenverhaaltje over “Taal, Drijfzanden Geloof”.

Het is de vraag of dat nu door kan gaan. Hij hoopt vanwel,
afhankelijk van hoe het zit met het vervolg van de chemokuur.
Mijn voorstel is dat we de bijeenkomst dit keer in het Berchmanianum
houden, afhankelijk van hoe zijn toestand zich ontwikkelt en van
jullie eigen agenda.

 

Verder is er in de ’t Hoenstraat op zondagmiddag14 januari om 16.00
een voordracht van Frans Kurris over de Certeau, die hijooitpersoonlijkgekend
heeft, terwijl hij veel weet van Franse spiritualiteit.
Niet een bijeenkomst vanonze groep,maar wij zijn wel welkom;
en ik hoop er zelf heen te gaan.
Laat me even weten, of je komt en met name, of je daar na afloop wiltmeeëten,
want dat moet ik opgeven.

 

Verder wens ik jeeengoedjaar2001!

 

Dirk

 

 

 

21Agenda6-3-2001(Foucault en Nicolaas van Cusa)

DenHaag,6maart2001

 

Beste mensen,

 

Even een klein berichtje: Onzebijeenkomstiszoalsafgesproken Vrijdag 9 maart in het Berchmanianum(Kombuiskamer),aanvang11.00uur. (Vanaf 10.30 is er koffie).

Op de agenda staat:

Tjeerd Jansen over hs.14 van Heterologies:“ThelaughofMichel Foucault”.

Wim Pisa: “Hetkijken van God”, een causerieoverdeCerteauen Nicolaas van Cusa, aan de hand van een artikel van C. uit1984.

Tenslotte: Hoe gaan we verder? Zelf heb ik zin omnogeenkeerwat te doen rond Lacan, misschien aan de hand vanSherryTurkle,PsychoanalyticPolitics. Maar dat heeft wel wat tijdnodig.Anderevoorstellen?

 

Groeten, en tot vrijdag,

 

Dirk

 

 

 

22 Mystic Speechenmodern management (Paul, 17-5-2001)

 

Aanwezig: Jo, Wim, Paul enDirk

Verhinderd: Tjeerd (wil wel naarmogelijkheidmeeblijvendoen).

 

Paul de Blot sprak over “Mystic Speech”(hs.6vanHeterologies) in samenhang met hedendaagse ideeën over management.

Het raakpunt is, dat vernieuwing altijd weeropgangblijktte komen vanuit een crisis-situatie.
In het geestelijk leven spreekt men van “bekering”. C. analyseertdemaniervanspreken (of schrijven) van de mystici van de 17eeeuw.Vaakwarenzijafkomstig uit verarmde adel,

hadden betere tijden gekend en gingen nu op zoek,hoezijhunleven moesten veranderen om verder te kunnen.

Teilhard spreekt over “fasensprong”.

Er lijkt een soort wetmatigheid te bestaan:uitdecrisisontstaat iets nieuws.

Crisismanagement heeft hier oog voor enwilditbewusthanteren.

Neem het effect van een bosbrand. Wanneer eenbos,dievaakeeuwenoude biotoop teloor gaat, dan zie je mettertijdallerleinieuwesoortenopduiken, waarvoor opeens plaats is: het ecologisch model.

Want zo gaat het bij de mensen ook.Zijstrevenernaar,eenstabiel systeem te creëren, waarin zij alles ondercontrolehebben,enhanteren daarmee een mechanistisch model, en zien niet datdat dedood indepot is. De crisismanager forceert zo nodig een crisis,opdatervernieuwingmogelijk wordt. Het systeem valt uiteen en de mensengaanuitarmoedenetwerken formeren. Zij ontdekken hun eigenrelatievormendvermogen.

Ik heb ik Indonesië gezien hoe AmnestyInternationalmethunbriefkaartenactie een ramp aanrichtten. Men wilde devervolgdendieals“communisten” gebrandmerkt werden laten profiteren vandewesterseverworvenheden.Het werkte averechts! “Interesse van uithetbuitenland? -Hoort niet bijons!”

Terwijl, als ik zei: “Dit is mijn broer,” danlietmenhemlos; hij had een organische plaats in de samenleving. Zohebikhonderdenkunnen redden.

Dat spiritualiteit en management in elkaargrijpen,datzieje bij de Quakers, mensen met een paar heel eenvoudigebeginselen.(Weesgoedvoor anderen - wees eerlijk). Daarmee hadden ze zich eenvernieuwendekrachteigengemaakt, die werkte. Zodat ze overal een plaatskregen inhetbedrijfsleven.(“Quaker Oats” en vele andere).

Kort en goed: in de open natuur heb jegeenharmonie.Maarjuist in de disharmonie blijf je stabiel.

 

Tot zover Paul de Blot. - Hoe verdermetdeCerteau-groep?Wij besluiten toch nog door te gaan. Dirk wil voorlopignietoptreden,wileven wat afstand nemen van de Certeau, maar blijft heteeninspirerendegroepvinden en wil wel verslagjes blijven maken. Ook heb iknoghet “ArchiefJoVerhaar” onder mijn hoede, met ruim 100gefotocopieerdeartikelen. Omtevoorkomen dat het uit elkaar valt lijkt het hetbeste om tewerken metcopieënvandeze copieën. (kenbaar aan dezwartenummers-ik had ze metgroeneviltstift genummerd).

Jo heeft nog een mogelijke nieuwe deelneemster op het oog.

 

Wij spreken een datum af:vrijdag 13 juliom 10.30 uurophetBerchmanianum.

Onderwerpen:

 

Paul:over“l’Espacedudésir” (nr.61, uit 1973), vanwege zijn interesse voorhetFundament vandeG.Oef.

Wim:over“Lecroyable,ou l’institution du croire” (nr. 74, uit 1985) en

“Le croyable(préliminairesàuneanthropologie des croyances)” (nr.78, uit 1985)

 

Tot over 2 ½ week,alshetzijnmag.

Dirk

 

23 Verslag 13 september2001

 

Aanwezig: Jo, Paul,Wim,Dirk;en’s middags een tijdje Hans.

 

“SeeingManhattan fromthe110th floor of the World TradeCentre.”(Aanhefvanhet hoofdstuk“Walking in the City”), heeft nu, na de rampvaneergisteren,wel een heelwrange betekenis gekregen.

 

We hebben drie onderwerpen besproken:

-Wim:“Believingandmaking people believe” (Practice of Everyday Life, hs. 13)

- Jo: “Wat is structuralisme en waarom isC.erinverzeildgeraakt?”

- Paul: “Corps torturés, paroles capturées”(postuuminhetgedenkboek uitgegeven fragment)

 

Wim Pisa:“Believingand making people believe”.

“Joden zijn Fransen, die, in plaats van niet langernaardekerkte gaan, niet langer naar de synagoge gaan,” aldus LéonPoliakov.Zobrokkelenalle geloofspraktijken af, ook bv. van de Socialisten,dienogsteeds“geloven” in het Socialisme, maar er niets meer voor doen,ofhoogstenseensin de paar jaar, als er gestemd moet worden.

Fantoomgetuigenissen, litanieën. De capaciteitomtegelovenverdwijnt steeds meer en erkent steeds minder autoriteit.

Vroeger dacht men dat de reserves vanhetgeloofgrenzenlooswaren - een zee met enkele “eilanden van rationaliteit”.Nuzijner enkel nog“eilanden van geloof”, die bovendien snel afbrokkelen.Hetgeloofraakt langzamerhandvervuild en mensen investeren er niet meer in.

Demobilisering van de werkers - Péruque(privé-klussenindebaas zijn tijd) - omgekeerd proberen bedrijven een eigenspiritualiteituittedragen en hebben graag een aalmoezenier.

Wat is er gebeurd met de macht nu deKerkgeentegenwichtmeer biedt en haar taak lijkt overgenomen door delinkseoppositie?

 

Jo Verhaar: “Structuralisme en hoe deCerteau erin verzeild raakte”.

De Certeau begon vanuit de mystiek. Hij haddeLubacalstheologieprofessor. Deze wees het onderscheid tussenNatuurenBovennatuuraf. (1946 Le Surnaturel): “Er is geenNaturaPura”.Halfveroordeeld door het Vaticaan. Paulus VI urgeerde inHumaniGenerisde NaturaPura als grensbegrip.

Mooie reactie van de Lubac in een boek over de Kerk(DeBruiloftvanhet Lam).

En “Le drame de l’Humanisme Athée”, waarin hijlietzienhoeje theologische onderwerpen aan de orde kon stellenvanuitderoman-literatuur(Dostojewski e.a.) kreeg als reactie datscholastiekenhemtoen eentijdlanghebben geboycot, waarophij de Rector gevraagdheeft omhem dan maareen taak te geven als portier -tot dezelfdescholastiekenverteerd door berouwhem vroegen om terug tekomen.

We hebben ons verwonderd, dat C. zichaangetrokkenvoeldetotSurin, eigenlijk toch een psychiatrisch geval, maar hettoont inelk gevaldatC. nog steeds met het mysterie van het goddelijke bezigwas. Inelk gevalkwamzijn opdracht in die lijn te liggen: bestudeer degeschiedenisvan demystiek,vanaf de 15eeeuw. Zijn nooitrechtstreeksuitgesprokenhoofdstellingzal blijken te zijn, dat vanaf de 15eeeuwdemystiekin concurrentietreedt met de verdukkende autoriteit vandedogmatischetheologie. “Mystiek”gaat meer en meer betekenen“mystiekgeschrift”. Tevorenschreef men ook wel,maar dat waren gedichten,literatuurdus. Nu werd het eennieuw discours datgeopend werd, een vorm vanverholensociaal protest (Teresaen Johannes van hetKruis, wegens hun joodseherkomstgediscrimineerd; ook gingmen theologie zoekenbij mensen diehelemaal nietgestudeerd hadden, wijs inhun onwetendheid).

Vandaar C.’s“secularisatie”. “Former Jesuit”wordthijergens op een flaptekstgenoemd, omdat men niet kon plaatsen dat hijvanzóspiritueel zó seculierwerd. (Van “Christus” overgegaan naar “Études”;gewerktbijLacan).

 

Wat is nu eigenlijk structuralisme? Alleengoedtebegrijpenals symptoom van een culturele omslag. De term issomsverwarrend,maar het iseen symptoom van een veel algemenerestructureleomslag.

Ontologisch betekent het dat het idee van eenreëleobjectiviteitwordtverlaten. Het traditionele begrip “Substantie” isnietadaequaat omdatgeensubstantie in zich volledig is. Men accepteert nietmeerde substantieals“indivisum in se - divisum ab omni alio”, omdathet“andere” er bij hoorten erniet uit weg te denken is.

 

Drukkebezighedendeafgelopen6wekenrond mijn verhuizing hebben mij belet om ditverslag toteengoed einde tebrengen. Ik voltooi het nu (10 nov.) met eenpaartrefwoordenplus deafspraken.

 

Jo bracht nog ter sprake:Lacan, Durkheim, Comte, Levi-Strauss,en verder (alsikhetgoedweergeef):

 

De Saussure,dieopzoekging naar de “Oertaal”, door de vokalen-stelsels vandeverschillendetalentevergelijken,puur relationeel dus. Hij kwam daarbijuit bij het Hettitisch,alsde taaldie er het dichtst bij kwam. Interessantis daarbij minderdezeconclusie,maar des te meer de mentaliteit.

Winteler(?)deedietsdergelijksdichter bijhuis, met de Zwitserse dialecten. Onder zijnleerlingentreffen wij- totonze verbazing - ook Albert Einstein, die laterverklaarde,dat hij zijn zinvoorrelativiteit met name aan deze leermeesterte danken had.

 

Ook nogMondriaanenRietveld.

 

3.Pauloverhetartikel"Corpstorturés,parolescapturées",

 

dat hij in verband bracht met zijnervaringinIndonesië,waar westerse helpers met ethische principes kwamen,zonder oogtehebbenvoor de aanwezige netwerken, waar zij a) geen greep opkregen, diezijb)niet wisten te gebruiken en c) vernietigden, zodat zij demensendiezijwilden helpen vooral de vernieling in hielpen.

Ignatius kweekte netwerken over desocialetegenstellingenheen.Hij had geen utopie.

 

 

Afspraken:

 

Volgende bijeenkomst op donderdag 15 novemberom10.30uur,weer op het Berchmanianum.

Onderwerpen:

 

1.PauloverCerteau’sartikel:“L’universalismeignatien: mystique et mission”,Christus50(1966),
nummer 23 in onze lijst.

2.Dirkover“Ignatius’langebekeringsweg” aan de hand van MarjorieO’Rourke Boyle’s boek“Loyola’sActs”.

 

Met vriendelijkegroetenentotziens donderdag,

Dirk

 

 

24 Marjorie O'Rourke Boyle, Loyola’s Acts

 

Epideictische retoriek

Het “Verhaal van de Pelgrim” wordt indeoorspronkelijketitel“Acta” genoemd, “De Handelingen van Vader Ignatius”zegtzij, en ditverhaalwordt vaak verstaan als autobiografie, wat het niet is.Evenminalsbv. deBelijdenissen van Augustinus. Daar staat niet het Ikcentraal(zoalsin demoderne biografie), maar de Schepper die erin verheerlijktwordt.Ookbovengenoemde“Acta” zijn ook waar ze feiten bevatten nietfeitelijkquafeitelijkheid, maarfeitelijk qua evaluatie. (p.3) Hetis“epideictischeretoriek”, conform Loyola’somschrijving in zijnGeestelijkeOefeningenvan hetprimairedoel van het leven alsepideictisch: God“prijzen”. Epideictischeretoriek washet genre datklassiek lof of afkeuringbehandelde, met debedoeling om de wiltemotiveren, ongeveer als demartelaarsakten en andereheiligenlevens.

Hij heeft het trouwens ook niet zelfgeschreven,ooknietgedicteerd; hij heeft het verteld aan G. de Camara, die ereenboekvangemaakt heeft. Hier komen alle categorieën vandetoenmaligecompositieleeren retorica aan de orde. Tussen vertellenenopschrijvenonderscheidt deschrijfster vijf stappen:

auditionluisteren
memorizationherinneren
notationnoteren in punten
compositionuitwerken
transscriptionin het net schrijven

De Camara geeft zelf aan, dat hijhetverteldemeteenopschreef, om zo min mogelijk details te verliezen.Hetgeheugenspeelde eengrote rol in de klassiek retorica, ook trouwens indiezin, datwat je nietmeteen op papier krijgt omdat je er geen samenhanginziet, devolgende dagvaak zonder moeite lukt.

Klassieke auteurs, schrijvers van wie het werk deeeuwengetrotseerdheeft,hebben opvallend vaak ook iets nagelaten over huntheorievan hetschrijven:literator en literatuur-professor in één persoon.Datgeldt zowelvoor deAntieke Beschaving als voor de Renaissance. In hetkleinzien wij datbijGonsalvez de Câmara, waar hij in zijn inleiding zijnwerkwijzebeschrijft………

O’Rourke werkt het op een verrassende wijzeuit.Terwijljehet verhaal van de Pelgrim in één avond uitleest, zo kort enbondigwordteralles verteld, heeft het voor de moderne lezer toch ietsbevreemdends,dingenwaarje makkelijk overheen leest, maar die om interpretatieroepen.O’Rourkeis daaringesprongen (en ik glij erop uit, maar probeer hettoch).Het oudeverhaalroept om aandacht voor de “intertextualiteit”. Hoeschreefmen toen?Welkecliché’s kun je er verwachten? Wat was de retoriek vandietijd? Daarmeegaatzij bewust verder dan “close reading”.

Het was een tijd die zichzelf verstond alsRenaissancevandeAntieke Beschaving. Wat toen herboren werd was nu juist deretorica.Naeeuwenvan concentratie op omvattende schema’s om de wereld invastteleggen, descholastiek, kreeg men nu oog voor de beweging en voordekunstvan hetmotiveren, retoriek dus. Men was zich daarvan bewust enschreefdaarook over.In de Oudheid Aristoteles, Seneca, Cicero; in de tijdvannieuwebloei Dante,Petrarca, Erasmus.(Heb ik allemaal van gehoord, maarbijnanietsgelezen). Menwist dat nietde“spontane” uiting de echtste is (naaronsromantische idee),maar de uitingvan hem die zich bewust is van wat hijaanhet doen is. 1)

 

Pinnakel

De Tinne van de Tempel heeft in de opvatting van de 16eeeuwaltijdtemaken met “ijdele glorie”. Geijkte leer, zij haalt BernardvanClairveauaan:“Het getuigt van onbegrip t.a.v. de (eigen) ongoddelijkheidenberokkentgroteschade (…) wanneer men zich op de tinne plaatst endegeschonken genadevoor jeeigen belangen gebruikt en niet voor dievanChristus, deGever."(p.82)Deze “Acta” zijn bepaald niet bedoeldalsheiligenleven, bijiemands levengeschreven, omdat ze een voorbeeld zijnvanhoe hetnietmoet.De aanhefstelt het thema aan de orde: “Totaanzijn zesentwintigste jaar washij iemanddie zich aan de ijdelheden vandewereld gaf.” (n.1) De bekoring totijdeleglorie blijft als een rodedraaddoor het boek lopen.

In “Loyola’s Acts” zien wij hem alsridder/soldaat,nietzomaarineens veranderd. Het is niet de losbol, die eenkeuze maakt enzichbekeert endan opeens een heilige is; ook niet, nadat hijnadat hijzijnbeslissendevisioen heeft gehad aan de Cardoner, en hetSlangachtigeWezenmet de vele ogenals de Duivel herkend heeft en het heeftafgewezen“metgrote instemming van dewil”. Hij is nog altijd de mandieblijftuitdagenen daardoor telkensmoeilijkheden krijgt. Ook als delevenskeusvormbegint te krijgen en hij eengelofte heeftafgelegd, samenmetgezellen,blijft hijnog altijd hongerennaarerkenning. Maar dan: “Te Romezalik u genadig zijn”, zegt Maria (ofJezus),bij de Paus dus. En als hijdienszegen krijgt is de boog voltooid; nuheefthij een Vader en kan hijzichvoegen bij de Zoon, niet meer opzichzelfteruggeworpen.

Wat doe ik hier nu weer retorisch mee?
Wie wil ik overtuigen? (behalve mijzelf dan?)

De krachtige vernieuwingsbeweging die hijgestichtheeft(ofGod door hem als instrument)moest blijkbaar zo’naanloopfasehebben.Endit was wat zijn medebroeders van hem wilden weten,hoe hijertoe gekomenwas.Dan pas zou zijn stichting af zijn.

De geestelijke ridder trektdoorEuropa,oorlogsgebied,zonder angst te tonen. Hij wordt als spiongepakt,peinst erniet over voorde kapitein zijn hoed af te nemen. Hij komt opeengegevenogenblik op zoeknaar een pad in een kloof, waar een rivierdoorheenstroomt,steeds smaller,steeds minder pad, “de grootste fysiekeinspanning diehij inzijn levenheeft meegemaakt”. Ook hier geen woord overangst.

Omgekeerd is ook Amadis van Gallië, hetboekvanzijnwereldse dromen van ijdele eer, vromer, dan je uitIgnatius’verhaalzouopmaken. Vooreerst is er die nachtwake bijMaria,zijnrechtstreeksevoorbeeld. Maar er is méér naar ik meen.
Zoals Ignatius als dolende ridder wel degelijk idealen najoeg,zijhetgeprojecteerdop een onbereikbare Vrouwe, zo zocht hij als pelgrimnogsteedsnaar een weg omnaar zijn idealen te kunnen leven - dezelfde? -maarnugeprojecteerd op (devoor hem onbereikbaar lijkende dienst in) de Kerk.Hijmoestzich telkensverdedigen bij kerkelijke instanties en voelde zichtelkensgenoopttotuitdagend optreden, op het vermetele af. Monseigneurgewoon met“U”aanspreken,niet met “uw Eerwaarde”.
Hij kwam pas tot rust, toen hij zich kon toevertrouwen aan dePaus.Actieverustdus. Apostolaat: niet meer (hij en zijn metgezellen)die(Italiaanse)kindertjesbij elkaar riepen om hun (in het Spaans) het geloofteverkondigen- ook datuitdagend genoeg. Maar sociaal werk dat hout sneed.Hetismisschien geentoeval, dat op dit punt het verhaal eindigt:

Tenslotte kreeg hij de Paus te spreken… ‘en legdehemzijnredenenvoor. De Paus had daar begrip voor en beval dat ereenofficiëleuitsspraakgedaan zou worden. Deze luidde in zijnvoordeel,enzovoorts.
Er werden in Rome met de hulp van de pelgrim en de gezellenenkelevromewerkenopgezet, zoals het katechumenaat, het Martahuis,hetWeeshuis,enzovoorts. Deandere dingen kan magister Nadal wel vertellen.”


Mijn stelling is:Het moest zó gebeuren,ruimtescheppenbinnende kerk voor een religieus leven naar een nieuwconcept. Destrijd diedaarvoornodig was was zoiets als het gevecht metwindmolens van -inderdaad -eendolende ridder.

Wat ookmoestgebeuren: datIgnatiuszijnnoodzakelijkestudie zelf bij elkaar gesprokkeld heeft. Er was bijhemeenintuïtie van detekenen van de tijd die om vernieuwing riepen, maarhoedieintuïtie vast tehouden onder de onvermijdelijke socialiseringsdrukvaneenreguliere scholing(waarvoor hij trouwens rijkelijk oud was gelukkig)?
Daarom probeerde hij opnieuw het wiel uit te vinden, (alspeeldehijtegelijkertijdmet de gedachte in een bestaande religieuse orde intetreden- maar dan weleen die in verval verkeerde). (n.71)

In het boek van de pelgrim zie ik datweerspiegeldineenduidelijke tweedeling: eerst het naïeve worstelen met zijnheelpersoonlijkedevotiesen angsten en boetedoeningen (en al meteen beginnenmetgeestelijkeleiding tegeven) - daarna de meer rationele strijd om alsoudereprofijt tetrekken vanhet bestaande onderwijssysteem.

Voor mij isditde voornaamste reden om het boekgeen(auto)-biografietenoemen:het is qua methode te weinig comsistent. Deeenheid zit inhetgetuigenis.
O’Rourke beroept zich meer op de thematiek waaronder de schrijverdeCamarahetverhaal heeft geordend en waaraan hij het dienstbaarheeftgemaakt:eenstichtelijk boek voor jezuieten-medebroeders over de vraag,hoe inhetreinete komen met je ingeboren neiging tot ijdele eer. Al gaat zijnietzoverals deflaptekst die stelt dat de Jezuieten de naïeve opvattinghuldigendatdit eengetrouw verslag zou zijn van hoe het werkelijk gegaan is:

“MarjorieO’RourkeBoyleargues that the text- revered by the Jesuits as hisautobiographyandconsidered a literal,documentaryaccount - is, rather,epideictic rhetoric,anexemplary mirror of vainglory.”

Wat zij wel zegt is dit: ‘De eerste zin vanhetvoorwoordvandeActasignaleertdeuitstoting(elision)uit geschiedenis naar moraliteit: hij begint meteendatum maareindigt met eenondeugd. “In het jaar 53, op een vrijdagmorgen,4augustus,vigilie vanO.L.Vrouw ter Sneeuw, toen de Vader in de tuin wasdiegrenst aanhet huis datgenoemd werd “van de Hertog”, begon ik hemrekenschapte geven vanenkeleintieme dingen van mijn ziel, en onder anderesprak ikhem over ijdeleglorie.”’
Dit wordt dan de aanleiding dat Ignatius hem vraagt om degeen te zijnaanwiehijzijn eigen verhaal wil vertellen.

-----------

1)Luisteren volgens Rogers, Hiltner, de Camara.

“Goed luisteren” is volgens Rogers inderdaadjuistnietvande kant van de counselor “spontaan reageren”, maar ruimtegevenaandespontaneïteit van de ander, terugspiegelen waar die mee bezig is.
Hiltner gaat in “pastoral counseling” verder, omdatdepastor/counseloreigenhulpbronnen heeft, waar o.a. de “kunst vanmotiveren”haar wortelsheeft.Daartoe moet de Counselor op de een of anderemanierzichzelf kenbaarmaken,aanwezig niet enkel als reagerend, maar vanbinnen uit.

Het luisteren van de Camara lijkthieropgeënt,omdathetbegonnen is met een spreken van zijn kant, overzijnworsteling. Ignatiusherkentdat en ziet daarin een signaal dat dit is wathijzoekt, en dat zijnverhaalhier over gaan moet, ijdele glorie. En dat hijhemdus uitkiest omzijnverhaal te horen en op te schrijven.

14-11-2001.

 


25 Jeroen Bosch; Une culture très ordinaire.

Besteallemaal,

Om te beginnen een klein verslagje van 10 jan.2002 in hetBerchmanianum(meteenpaar trefwoorden).
Voltallig aanwezig: Wim, Paul, Marc en ik.

Uitgedeeld: een artikel van Sheldrake, “Unending Desire-deCerteau’s‘mystics’”,(The Way Supplement, Nr…,2001)

Ochtend: Wim over de “Fable Mystique” hs.2 “The Garden: DeliriumandDelightsofHieronymus Bosch”, een soort inleiding die de Certeaugeeftopzijnbeschouwingen over de mystiek, waar het boek verder aan gewijd is.
De ervaring van het kijken naar dit overvolle schilderij zou jezokunnensamenvatten:de overdaad aan kijken doodt de betekenis.

Middag: Paul vertelt over: “Une culture très ordinaire” (art. inEsprit1978,nr66 van de Titellijst). ‘De falsificatie van de Moderne Tijd:Despecialistmoetzich waarmeken als expert; en dat betekent dat hij doorzijnwetenschapeenautoriteit krijgt die zijn krachten te boven gaat, wanthijheeft ookdewaarheid niet in pacht.
Ignatius vraagt steeds: wat is je ervaring. Vanuit eenuniverselevisiekijkthij naar de concrete realiteit (Contingentiemodel). Hijlaat delocaleoverstezelf bepalen, wat onder de gegeven omstandigheden hetmeestdienstigis. (Ennog een heleboel meer).

Onze werkwijze: het voorstel is, dat we proberen als leesgroepvereertegaan.Een tekst rondsturen, zelf doorlezen, en dan samen(geheelofgedeeltelijk)lezen. Dirk belooft een voorstel te doen en rond tee-mailen.

De nieuwe afspraak: Dinsdag 19 maart, om 10.30 uur,wederominhetBerchmanianum.

Tot zover het verslag.


+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Mijn voorstel (ik heb wat geneusd in de aanwezige artikelen):

1.
“Utopiesvocales:Glossolalie”(Traverses1980, art. 69 in de lijst).
Glossolalie, bekend in het N.T. als de Gave der Talen,tevensbekendalseen psychiatrisch verschijnsel, levert bij de Certeau stofvooreenheelpregnant verhaal, waarin verschillende van zijn items aan deordekomen.

2. Ook zou ik best nog een keerdeInleiding van Godzich opHeterologiesalsleesstof willen nemen. Het is al eenkeer tersprake geweest insept.2000,maarhet is zo rijk, dat we er goed samennaar zouden kunnen kijken.

Ik stuur dit verslag/agenda nu rond als e-mail; graagspoedigantwoord.Ofhebben jullie nog andere suggesties? Ik stuur jullie danper postdatgenetoe,waar onze keuze op gevallen is.

Groeten, Dirk

 

 

 

 

Antony: de Certeau maakt van het christendom eenpsychoanalytischemethode.
Dirk: de Certeau deed zelf bewust geen vertrouwenwekkendeuitspraken,hijhadgeen eigen doctrien en wilde geen school maken.
Piet: vastgelopen op een God die tot je spreekt.
Reactie van Paul: Ignatius legt zich ook nietvastopdefinities:"gehoorzaamheid","armoede"istelkenswatanders.

DirkoverGlossolalie(aan de hand van vertaaldartikel)

 

Wanneermensen"intalenspreken"menen degenendie rationeel denken, dat ereen betekenisonder moetzitten. De geschiedenisvan de glossolalie is bijnaaltijd eengeschiedenis vande interpretaties.
Het zou kunnen zijn dat die"zinloze"praat juist een manierisomteontkomen aan de valstrik van de betekenis (voorlopig) endegeleerdentrappenerin. Dit wordt door de Certeau ad absurdum gevoerd indevoorbeeldenvanPfister en de Saussure. Alherinner ik mij van Jo Verhaar,delinguist, eenandere kijk op deSaussure, waarbij het hem minder ging omdiensconclusiesdan om de houdingdie eruit sprak. (Toch iets van wetenschapdiebegint bij deervaring; enbereid is elke ervaring te onderzoeken, en niet bangisvoordwaalwegen.)
Bij de raadselachtige uitdrukking"een sabbat vandestem"werdmijde"heksensabbat"aangereikt, iets als eenwildedans vandestemmen.

Volgende keer afgesprokenDonderdag8Juli,10.30 uur, in de Amaliastraat.
Piet wou iets vertellen over"L'écriture de l'histoire";
Paul wou doorgaan over"La Faiblesse deCroire":Geschiedenisalspsychoanalyse van het heden.

 

Tot ziens

Dirk

 

 

 

31 Verslag 8-7-2004

 

Wijwarenbijeenin de Amaliastraat van 10.30 tot 15.30, met een lunchpause vanca.12.45 tot14.00.

Aanwezig:WimPisa,Paul de Blot, Piet Vlaar, AntonySingelenberg, Dirk Bruggeman.

 

l'Écrituredel'Histoire(Piet)

 

'sOchtendsbesprakPiet de Certeau's boek"l'Écriture del'Histoire"(1975) aande handvan een blad met eenschets van de Inhoud.

Eneentweedeblad gaat wat meer in op de Certeau'sgrondintuïtie, dat dehistoricusaltijdzal moeten proberen, een verleden datdood is weer tot levente roepen.Hijvult de leegte met zijn conclusies.

Erkwameenverhaspeld Frans citaat in voor, waarvan hijmij intussen dejuistetekstheeft gestuurd. In plaats van"Stout livreiDDT....."hadermoetenstaan:


"Tout livre d’histoire constitue une préparation d’uncertaintype,unesavante alchimie qui s’efforce de rèpondre auxattentesdedifférentescatégories de lecteurs et qui, fondamentalement,prétendcombler‘l’espacelaissé vacant par les morts, en exploitant de façonplus oumoinsaffichéeles sentiments de perte, de vénération et de rejet quenouspouvonsnourrir àleur égard."

 

En alshetoverde spiritualiteit gaat van bijv. hetJansenisme, kan men (metJeanOrcibal)proberen de oorspronkelijkste aandriftop het spoor te komen, ofhaar(metGoldman) socio-economisch te verklaren.Hoe dan ook, de historicusdoeteriets mee.

 

LaFaiblessedeCroire (Paul)

 

Paulbespreekt"LaFaiblessedecroire"(1987??).Over devragen: is het mogelijk uitgeschrifteneenauthentieke Ignatiaansespiritualiteit te construeren op basisvan wat jedaarvindt? En moet jedaarvoor bij voorkeur zijn bij Ignatiuszelf, of bijietslatere teksten, dieje vindt bij Nadal? Er dreigt altijdeencirkelredenering,die tot eendubbele vervalsing leidt: eenschrijverselecteert onbewust vanuitzijn eigenverwachting en wordt in dieverwachtingbevestigd door wat hijvindt.

Ignatiusheeftdeoorspronkelijke ervaring van zijnbekeringal"vervalst"doordathijdeze beschrijft in het licht vanzijn latereCardoner-ervaring. Nadalbrengthet terug naar de"realiteit"(van deTrinitaire deelname aanhetMysterie van deZoon).

Watisnouoorspronkelijk? Aan het theologisch tekort vande practicusIgnatiusvoegtNadal een theologische interpretatie toe.Sindsdien hebben veleneraanverdergebreid, telkens naar de behoeften vanhet ogenblik, eenniet-lineairproces.

Moetenweditproberen vast te leggen?De Certeau vond van niet. Hetzoudespiritualiteitdood maken. Laat de preciese inhoud maar vervagen;watblijft,dat is deeenheids-ervaring,de samenhang, waarin detraditievoortleeft.

 

Discussiegingoverde toekomst van de religie, heeft dietrekken van de Pinkstergemeente?Hoezietde Certeau dat? (Zie Harvey Cox,een nieuw boek waarin religie weereenplaatskrijgt).

 

Overigensdateerthetboek"La Faiblesse deCroire"(de oorspronkelijke tekst?)van vóórdebreuk in de Certeau'sleven (1968).

 

 

Programma voordinsdag 14 septemberom10.30indeAmaliastraat:

 

Wijlezen(eendeelvan)detekst vanHoofdstuk7van de Fable Mystique,

"L'IllettréÉclairé",

 

Het gaatomeenbrief, ooit geschreven door Joseph Surin,over een ontmoetingdieoneindigveel voor hem betekend heeft. Eigenlijk meereen soortmanifest:eenvoud beterdan boekengeleerdheid. Het was eenonderwerp dat in demode was,sinds men dewijsheid ontdekt had van de"wilden"indeoerwouden,"van wiewij nog heel wat kunnenleren". Hier washeteenvoudige boerenjongen, inzijn ogen een “engel”.

Deoriginelebriefis verloren gegaan, maar de inhoud isbewaard gebleven, doordathij velemalenis overge­schreven, en een keer oftwintig in druk isuitgekomen,telkens eenbeetje gecorrigeerd. Een inspirerendetaak voor deCerteau, (hijlaat onsuitvoerig meegenieten), om viatekstkritische studietwee dingen tebereiken:

 

Hetorigineelzogoed mogelijk te reconstrueren (hetresultaat staat aan het beginvanhs.7);

Aldoendegrondigvertrouwd te raken met de tekst èn metde veranderende receptieervanin de loopvan 60 jaar (1630-1690). (De vruchthiervan vormt het derdeenlaatste deel vanhs.7)

 

Over dat derde deel zalhet14september vooral moetengaan, denk ik.

Hulde aan Antony,voorzijnscan-werk, enzovoorts.Bedankt.

Tot dan,

Dirk

 

Attachment: Bij regel 768 deAngelus NovusvanPaulKlee,vanhet net geplukt. De Certeau verwijst ernaar inzijnparagraaf “L’Ange dudésert”(zie het volgende verslag).

 

 

 

 

ZuWalterBenjaminsGeschichtsphilosophische These IX

 

ÜberdenBegriffder Geschichte

 

MeinFlügel ist zum Schwung bereit
ich kehrte gern zurück
denn blieb ich auch lebendige Zeit
ich hätte wenig Glück
Gerhard Scholem, Gruß vom Angelus


Es gibt ein BildvonKlee,das Angelus Novus heißt. Ein Engelist darauf dargestellt, deraussieht,alswäre er im Begriff, sich von etwaszu entfernen, worauf er starrt.SeineAugensind aufgerissen, sein Mund stehtoffen und seine Flügelsindausgespannt. DerEngel der Geschichte muß soaussehen. Er hat das AntlitzderVergangenheitzugewendet. Wo eine Kette vonBegebenheiten vor uns erscheint,dasiehtereineeinzigeKatastrophe, die unablässig Trümmer aufTrümmerhäuft und sie ihm vordieFüße schleudert. Er möchte wohl verweilen, dieTotenwecken unddasZerschlagene zusammenfügen. Aber ein Sturm weht vomParadieseher, dersichin seinen Flügeln verfangen hat und so stark ist, daßder Engelsienichtmehr schließen kann. Dieser Sturm treibt ihn unaufhaltsamindieZukunft, derer den Rücken kehrt, während der Trümmerhaufen vor ihmzumHimmelwächst.Das, was wir den Fortschritt nennen, istdieserSturm.

 

 

32Samenlezen:L’Illettré Éclairé (14-9-2004)

 

Wij waren bijeenindeAmaliastraat, van 10.30 tot 15.30,met een lunchpause.

Aanwezig: Wim Pisa,PauldeBlot, Piet Vlaar, AntonySingelenberg, Dirk Bruggeman, Rob vanHellenbergHubar.

 

Een opmerking vooraf:Het verslag stelt ditkeer niet zo veel voor.Datkomtdoordat ik niet zo in conditie was. Maar erzit ook wat anders achter.Ikwasgewend de rol te spelen van secretaris -een beetje informeel,maarhetwerkte. Nu we opeens met zijn zessen zijn, iser weer wat meerbehoefteaaneen gespreksleider. En dat deed ik donderdagdus ook. Samen is datwatteveelvan het goede. Daar zouden wij volgende keeroverleg overmoetenplegen.Vragen:

Moet er eengespreksleiderzijn,of althans iemand die debijeenkomst opent en sluit?

Moeten er verslagenzijn(waarieder toch wel datgenenoteert wat voor hem van belang is)?

Hoe lossen wij dit op?

 

Ons onderwerp:L'Illettré éclairé (hs. 7 van de FableMystique)

 

De opzetwas,(gedeeltenvan) de tekst die ieder vantevoren gelezen had samen te lezen.

Webegonnenmeteen rondje, waarin ieder kon zeggen wathem in de tekst getroffenhad.

Mijisbijgebleven:

C.(deCerteau)geeft blijk van een groot respect voor hetmateriaal dat hij voorzichheeft(Antony).

C.bewiijstdatje op een niet-religieuse manier overspiritualiteit kunt schrijven(Wim)

(Een paarbenikvergeten; ik weet nog dat iemand zei:)
Ik was speciaal geboeid door de 3eparagraafLe Légendaire du Pauvre

Mijtrof,hoeSurin als kind geleden heeft onder een ergbazige moeder. (Dirk)

 

Toelichtingachteraf:
- Voetnoot 142 verwijst naarSurin's relatie met zijn moeder, dietersprakekomt in de inleiding op deCorrespondence(p.43v.).Hoehij alskind tijdens een epidemie bij familie buiten de stadwerdondergebracht,naarzijn herinnering een paradijselijk verblijf, waar hijdehele dag konspelenen rondlopen,zondervooriemandbangte zijn., (d.w.z. niet onder het oog was van zijn moeder)
- Bij herlezingzie ik hoe C. in de 2eparagraaf,L'Ange du Désert, niet meegaatindemanier waarop Surin deze"engel"heilig verklaart."Surinontloktaan deze al tesimpelegesprekspartnerdevlijmscherpewaarheden, waar hij zelf zijn kwaal meevoedt"(r.674).Ditwas nu preciesdatgene waar zijn instructorLallemant zich niet toegeleendhad."Andersdan de boerenjongen in dekoets weigerde de instructorzichgarant te stellenvoor de geste waarmeeSurin, om een eind te maken aandegespletenheid, tendeerdenaarvernietiging"(r.740). Daarom moesthijvertrekken. Een vertrek waarhijniets van geleerd had. Hij bleef gewoonzoekennaar een gewilligklankbord.
- Volgens mij is dat de reden waarom C. speelt met het thema vandejongenalsSurin'sdubbelganger,zonderoverigenshetrealiteitsgehalte van het verhaal geheel te ontkennen. Wijziennamelijkin deuitspraken van de jongen, zoals S. die zich herinnert,eeneigencoherentie, zegetuigen van iets authentieks, iets wat S. inzichzelfmistemaar met vreugde indeze ander herkende.
- Het blijft C. fascineren;hij vermoedt dat S. ondanks alleszichgeschooldheeft aan de eenvoud vandezeander.Laterzalhet de stijluitmaken van zijn brieven en zijn verhandelingen, datzij eenwoordzijn (een"lied") dat geboren wordt in en door dewoordenvandecorrespondenten. Dan hoef je niet meer te weten of het hetwoord isvandeeen of van de ander. (r.881 v.)
- Einde toelichting

 

Van het"samenlezenvaneentekstgedeelte"is dit keer niet zoveel gekomen.

 

Eenverdertrefwoordwas"beliefystems"wat voormij een beetje in de luchthing.Maar het gingover de vraag naar hetreligieuse, en wat daar inonzemaatschappij nog van overis. - Hoewel hetlijkt te verdwijnen, zie jeooktelkens uitingen van een grotevitaliteit,alleen anders:

Pinksterkerken

Afrikaanseinheemsekerken

ook:Evangelicals,Creationisme,vroom maar ook hard (ofromantisch ènrechtlijnig).

 

Buiten de agenda brachtRobtersprake:

Een mogelijke uitgave van het2eboekvanRuudSonnen;

EenmogelijketoekomstigeRegout-leerstoel.

Over beide puntenzijnafsprakengemaakt.

 

Volgende bijeenkomst:

Vrijdag26 November 2004om10.30uur Amaliastraat

 

Onderwerpen:

 

Ik stel voor tebeginnenmetkort in te gaan opbovengenoemde methodische vragen:

a.Moet ereengespreksleiderzijn, of althans iemand diede bijeenkomst opent en sluit?

b.Moeten er verslagen zijn?

Piet Vlaar zalietsvertellenover de Inleiding opLaFableMystique.Ieder heeft nu meenik de tekst tot zijn beschikking - al ofnietin fotocopie.

Wim Pisa zaleenhoofdstukbehandelen uitCultureinPlural.Hij zal dat hoofdstukgefotocopieerd aan ieder van onstoesturen.

 

m.v.g.,

Dirk

 

P.S. Mocht iemandzichgeprangdvoelen om iets over deafgelopen bijeenkomst of anderszins overdeCerteau oppapier te zetten enrond te emailen, doen! Het is altijd watandersdan wat deanderen bedachthebben. Hier volgen de e-mail-adressen:

 

de.blot@hccnet.nl;wimpisa@wanadoo.nl;gulaar@xs4all.nl;togni@xs4all.nl;

bruggeman@prov.jezuieten.org;

herman_Peters@hetnet.nl(=RobvanHellenberg Hubar)

 

33LaFableMystique, De Inleiding (Piet, Paul, 26-11-2004)

 

Van: antony singelenberg[togni@xs4all.nl]

Verzonden: woensdag26januari2005 9:10

Onderwerp: Michel de Certeau

Aanstaande vrijdagzienwijelkaar om 10.30 uur bij DirkBruggeman.

Hetagenda-voorstelontvingenjullie juist voor de kerst !

Hieronder ter 'warmingup'hetverslag van de vorigebijeenkomst.

 

vriendelijke groet,

antony singelenberg

Verslag bijeenkomst 26november 2004 Amaliastraat

Aanwezig: DirkBruggeman,Paulde Chauvigny de Blot, WimPisa, Piet Vlaar en AntonySingelenberg

Rob van HellenbergHubarisverhinderd

Voortaan verzorgtAntonydesecretaris-functie.

Of er door hem zo veel vantemakenis als Dirk Bruggemantot nu toe deed, is ongewis.

 

Piet Vlaar over deInleidingopLa Fable Mystique

 

Pietheefteentekst gemaakt. Deze deelt hij uit. Vierbladzijden. Hij beperkt zichtotheteerste deel van de introductie.

 

Pietbegintmetde voorlezing van de mythe van Kafka(tweezijdig afgedrukt op een blad)overdeWachter voor de Wet. Hij vindt datSurin op zo'n wachter lijkt.

Vervolgensneemthijmet ons door wat hij op de vierbladzijden heeft samengebracht.Lafablemystique is een boek over het gemis.In de 16e en 17e eeuw kondemystiek ookal niet meer bij hetgeen waarnaarzij streefde. La fablemystiqueis wat demysticus over zijn gevoelensuitzegt.

time-out

 

WimmerktopdatSurineen ander soort wachter dan Kafka is: de deur van Surinislichtend.Wim heeftBruno de Rouck gezien. Elk verhaal (van hem) isietsstralends: eenstralendedeurwachter, doch 'jankend naar de maan'.

Paulwijsteropdatelke generatie een eigen dialoog moet aangaan.

Dirkbewaartlieverwatmeerafstand: de ascese van de Surin heeft iets onmenselijks,debrievenzijnbemoedigend.

Piet Vlaar over deinleiding op lafablemystique(vervolg)

 

Pietverwijstnognaar: Peter Bot, 'O, allerliefstlichaam...', Lijfelijke mystiekvanvrouwen inde late Middeleeuwen,paperback 118 blz., Kok Agora, Kampen 1997,7,00

 

discussievoordelunch

 

Paulstelthetprocesvande secularisatie aan de orde.

Pietvindtdatsecularisatiebegintmet het christendom.

Wimsteltdatsecularisatiedeovergang is van het religieuze naar het sociale,naarhetpolitieke.Secularisatie is dus ook sacralisering van wat eerdernietsacraalwas.

Vorigeweekhoordehij prof. Doorman: Hoe krijg je greepop de chaos ? Deze sprakoverdriestrategieën: monotheïsme, politheïsme, dedood in de greepkrijgen.Detop-strategie is die van de predikant inChartres: 'kijk naar deramen'.

PietoverhandigtscarabeeaanAntony

 

lunch

 

noemen vanmogelijkeonderwerpenvoor volgende keren

 

We willen over eengrootaantalzaken met elkaar nader vangedachten wisselen. Dezezakeninventariseren we alsvolgt:

secularisatie

ervaring vanhetmystiekelichaam

in relatie tot het instituut

in relatie tothetcorpsmanquant

taal

theologisch - conceptueel

mystiek - experimenteel

gesproken taal

une pragmatique de language

priestertaal

lekentaal ?

Dirk:psychoanalyseversusmystiek

in relatie tot het monotheïsme

Wim:lichaam [Hoekomt ieineneop lichaam ?]

was er voor dietijdgeenaandacht voor het lichaam ?

geest - lichaam ?

erotiek in eenheelbredebetekenis ?

 

Paul de Chauvigny de Blot over l'illettré éclairé

 

Paul presenteert zijntekstoverl'illettré éclairé. Hijvindt dat we in de Kerk meer de nadrukmoetenleggen opde relatie-structuurvan de ontmoetingen. De leek wordtmeester; depriester(verlichting) wordtgeleerde.

intermezzo

 

Paul de Chauvigny de Blot overde inleidingoplafable mystique

 

Paul geeftonsdetekst die hij indertijd maakte. De kernvan het verhaal is dathetfundament vande Kerk niet zozeer bestaat in hetEvangelie als wel inderelatie-structuur vande ontmoetingen. Op dezelfdewijze ziet hij de relatiesvanjezuïeten enoud-jezuïeten als dragers van despiritualiteit. Zo is ooktijdensde opheffingvan de sociëteit despiritualiteit ondergronds gegaan. Inditverband noemt Paulde namen vanMary Ward (1585-1645; stichteres vandeCongregation of Jesus,Institute ofthe Blessed Virgin, Ladies of Loretto)envan Moeder Theresa (MaryTheresaBejaxhiu, van de Missionaries of Charity)diein de traditie van MaryWardstaat.

 

finalediscussie

 

Paulvindtditeenactueelprobleem. Er zijn geen priesters, parochiesfuseren,schaalvergroting,ruzies.Kortom er gebeurt niets meer. Dus moeten weterugnaar relaties /woorddienst /gesprekken. Neem nou Indonesië: menwordtjezuïet, haalt graad,treedt uit. Ditlevert prima mensen op.

Wimwijsteropdater een boek is van de Certeau met TV-interviews: l'Église éclatée.Erzoumeermogelijk zijn, maar hoe dan ? Hoe kun je weer tot je recht komen?BrunodeRouck had jeugdhonk met commies en zo, krijgt brief van Bluysen....

Wim:wemoetenderelatiesgaan creëren.

Dirk:datjeineenorganisatie bent kan je beknotten, het kan ook werken alseenstimulans;het isambivalent.

Wim:Jezietiets,maarje kunt het bijna niet geloven. Als jij een idee hebt en hetwordtinnaam vande gemeenschap niet bezegeld, dan wordt het niets.

Paul:Jemoetideeëninnetwerken door kunnen geven.

Dirk:Hetziterinmaar het komt er niet uit.

Paul:Jehebtexterne-en interne gastvrijheid. Bij jezuïeten is de internegastvrijheidheel arm.

Wim:OphetIgwasik surveillant toen [een oude pater] stierf. Dehuisartszei:"datzijnnou jezuïeten en ze kunnen zo moeilijksterven".

Wim:toch,Voltairehadaltijvriendschappelijke relaties met zijn leraren.

Paul:Galileïhadookgoederelaties met de jezuïeten...

Wim:Jezuïetenkozenookgeenpartij.

Piet:naaraanleidingvanwatPaul zegt over dat het kleiner worden van de Sociëteit ookvoordelenheeft:Pietkan zich niet aan de indruk onttrekken dat dit eenzoethouder is.Kan jenietgewoon zeggen: het komt en gaat voorbij ?

Paul:Ishetergdatde Sociëteit dood gaat ? In India, Cambodja, in IndonesiëneemtdeSociëteittoe. Er is iets groeiende... De leiding komt geleidelijkaaninhanden vanniet-westerlingen.

Piet:WaaromzoudeKerkmoeten blijven bestaan ?

Paul:IndeSociëteitblijfthet doel relatie-vorming.

Dirk:Ditisnietonsmonopolie...

Piet:Deinspiratievandejaren 60 vervliegt. [We zitten op de breuklijn tussen:] eeninspiratiemoetineen institutie gevat worden en voorbij voorgoed voorbij.

Dirk:DenoodvandeKerk maakt deel uit van de nood van de wereld.

 

genoemdwordtdetuin van de aardse geneugten van JeroenBosch

 

rondvraag

 

Wimwildatweonsrichten op kwesties die interessant zijn voor vandaag de dag.

Dirkherontdektzijnvader(eveneensD.A.G.), leraar biologie, wis- en natuurkundige,interessevoorseismologie.Zoeken met google levert ruim 300 hits op dieverwijzennaarartikelen in deAnalen der Physik.

PietheeftBasKromhout,foutgeboren met smaak gelezen.

Piet:Inmijnstuk[overde inleiding op la fable mystique] gaat het over de mystiekvan de16e en17eeeuw: radicale christenen die met mystiek bezig waren-ondergaande zon.Gaat deCerteau ook door op mystici in de 18e en 19e eeuw ?

Dirkverwijstnaargedichtachterin de fable mystique.

Pietbegintinjanuarieencursus over secularisatie: Durkheim, Peter Burger[?](desecularisatie),GilesCapel [?].[zieook: promotie Piet Winkelaar, 15dec. 2004:"Andersdan wedenken",een geseculariseerde benaderingvan het religieuze.] Hijzoektnaarlitteratuur over secularisatie van fransezijde.

Wim:Erloopteengroot(Europees ?) project (onder Nederlandse leiding ?) over detoekomstvandereligie. [zieook:http://www.nwo.nl/subsidiewijzer.nsf/pages/NWOP_59HJMQ]

PaulverwijstnaarhetDictionaire de laSpiritualité

Paulwilnogingaanopde vraag over godsdienst van Piet. Je kunt godsdienst plaatseninde contextvancultuur. Paul onderscheidt: 1) de buitenkant = de hardware,2)debinnenkant =de software en 3) de interface = deorganisatieware.Deorganisatie-ware kun jebeschouwen: a) vanuit het ik: watvoor voordeelhebik er aan ?, b) vanuit hetjij: ik help jou, jij mij -dienstverlening,c)vanuit het wij: gemeenschap vande heiligen - corporateimage, d) vanuithetniet tastbare wij: [oma gaat dood].Islam is meer hardware,hetboeddhismeheeft sterke organisatie-ware. Orale taalis software.

 

 

34 La Culture au pluriel (15-4-2005)

 

Wij werken aan de hand van “La cultureaupluriel”,eenbundeling van artikelen van C. uit de jaren 1968 - 1973,metalscentralebegrippen: cultuur en geloofwaardigheid.

Wij behandelden het eerste deel, de hoofdstukken 1,2 en 4 (volgens de Franse uitgave; hs.3 over de schoonheid van de dood ontbreekt in de Engelse), resp. over het geloofwaardige, de stad en “taal en geweld”. Telkens ingeleid door Antony.

Ch.1: Les révolutions du « croyable ». (zie ook Paul’s uittreksel).

 

 

35 L'architecture sociale du savoir (30-6-2005)

 

De sociale structuur van de kennis, hs. VIII van La culture au pluriel van de Certeau

Voordracht 30-6-2005 DB

 

Michel de Certeau was zich in Mei 1968 bewust, dat er iets belangrijks aan de hand was, iets nieuws. Hij heeft er tussen 1968 en 1973 een aantal artikelen aan gewijd, die nu de hoofdstukken vormen van "La culture au pluriel", waarvan de eerste druk in 1974 verschenen is. Het is nuttig om te weten, dat dus elk hoofdstuk min of meer op zichzelf staat.

Hoofdstuk 8, "L'architecture social du savoir" is duidelijk heet van de naald omstreeks herfst 1968 geschreven. Je kunt je afvragen, of daardoor dit alles niet gedateerd is, geschreven vanuit de euforie, dat "alles moet kunnen", waar wij nu in 2005 de terugslag van beleven, in een roep om herstel van "normen en waarden". Toch lijkt er veel in te staan dat lijkt te resoneren met onze actualiteit. Ik kom daarop terug. Om te beginnen alleen dit: toen hij dit schreef was hij er van overtuigd, dat de betekenis van dit lokale gebeuren in Frankrijk, in Parijs meer in het bijzonder, een veel universelere betekenis had. Al uitte hij hierover ook zijn twijfel, in de opmerking: “Is dit verhaal niet specifiek Frans?” In Frankrijk met zijn sterk etatistische tradities, met een soort ritme van woeste revoluties, gedoemd om te mislukken, en lange periodes, waarin iedereen steunt op het centrale gezag. Actueel dus toch, om dat telkens terugkerende ritme.

 

Elite en massa. "Een opvatting"

 

Machthebbers en professoren zullen, wanneer hun iets onverwachts overkomt, altijd proberen het te begrijpen binnen hun verklaringsmodellen.

Welnu, zij zien zichzelf als de bron, waaruit de maatschappij haar ideeën put; (onderwijzers leren op de Normaalschool wat ze hun leerlingen moeten vertellen; de leerlingen leren van hen hoe het leven in elkaar zit, tout court). Want zij zijn de elite, de massa is passief. Wordt de massa dan toch oproerig, dan kan het niet anders zijn dan het werk van "groupules", groepjes, die de massa hebben opgehitst. De remedie is dus: vernietig die gevaarlijke contra-elite en verschaf de massa weer goede leiders.

Zo begrepen zij ook dat wonderlijke samengaan in Mei 1968 van studenten- en arbeiders-opstanden.

De Certeau zag dat het anders was, en al was de revolte binnen een maand weggeëbt, ze was een teken geweest van een veel omvattender problematiek die allerminst was uitgewerkt.

 

"Het getal begint te leven"

 

De heersende elite probeert zich te handhaven. Zij probeert de crisis te "begrijpen", maar haar zó te begrijpen, dat "haar niets overkomt". (Zoals onze Regering zegt blij te zijn met de uitslag van het Referendum over de Europeese Grondwet - "De democratie heeft gewekt," zegt ze). Meer in het algemeen: de machthebbers zeggen: "Het was niets anders dan een herhaling van ons culturele verleden, enkel gedevalueerd door de vulgarisatie." Logisch dat ze zo denken, maar het is niet waar! De "massa" bestaat uit individuen, die zich bewust worden van hun situatie, (Vb. van de Azteekse boer, (in Nicaragua?) die inderdaad "het woord nam".

Onze manier van denken is aan het veranderen, of wij willen of niet. Aan de oorsprong van een wetenschap staan altijd culturele en ethische opties. Die moeten wij herzien.

Nu het hiërarchische model wankelt (cultuuroverdracht vaders - kinderen; meesters - leerlingen; overheid - onderdanen) zullen wij een keuze moeten maken, hoe wij daarmee om moeten gaan. Want de wetenschap moet veranderen. D.w.z. het moet niet, maar het is wel nodig. Anders wordt ze een soort hogere folklore, met steeds minder contact met de realiteit.

 

Marcuse is sterk getekend door het mislukken van de revolutie van 1918 in Duitsland, toen er allerwegen "radenrepublieken" gevormd werden.

 

Het functioneren van de kennis in de consumptie-maatschappij (Herbert Marcuse)

 

"Vanwege zijn revolutionaire verleden hanteert hij begrippen van het formaat van straatstenen.

 

Wat is er gebeurd met het revolutionaire elan? Het lijkt te zijn geneutraliseerd, ingepakt. Wij kennen allemaal de begrippen "repressieve tolerantie" en "consumptie-slaven".

Marcuse legt het falen van het Marxisme uit door middel van Freudiaanse begrippen. Freud zegt:

"de scheppende en revolutionaire rol van de arbeid had men begrepen door het Marxisme; de onderdrukkende en overheersende rol van de vader in het Freudisme.

Culturele ontplooiing moet op de een of andere manier haar elan krijgen vanuit het "Lustprinzip", gesublimeerd doordat mensen uitgroeien boven het directe pakken van wat ze begeren. Daar waren de mensen niet op voorbereid. Zo kwamen zij zichzelf tegen. Rijkdom, je "alles" kunnen veroorloven, maakt niet gelukkig, maar jaloers.

 

Ik hoop dat ik de Certeau nog volg, zoals hij - tot een bepaald punt - probeert Marcuse te volgen.

 

Marcuse ziet een dubbele onderdrukking, een economische en een psychologische.Hij tracht ze vanuit twee denkmodellen te begrijpen.

Hij wil met de vinger een plek aanwijzen, van waaruit een revolutie nu nog zou kunnen beginnen; hij weet dat het Marxisme gefaald heeft, daarom probeert hij het nu van een andere kant en roept freudiaanse begrippen te hulp, maar blijft daarbij hangen in zelfbeklag!

Zijn verhaal heeft iets van een tragisch epos, een soort Ilias.

Vanuit zijn villa in Californië overziet als vanuit een Olympus de Amerikaanse maatschappij, waar de goden "instinkt en plezier" en "principe van rendement" hun strijd uitvechten over de ruggen van de mensen.

Beide denkmodellen zijn echter historisch gedateerd (2e helft 19e Eeuw en 1e helft 20e Eeuw). Daarom zijn ze niet geschikt om de nu ontstane crisis te begrijpen. Het zijn de mensweten­schappen zelf die op de helling moeten.

 

Hij wil intussen Marcuse geen onrecht doen. Want de kwestie die deze opwerpt is van kapitaal belang. (De Certeau prefereert boven de mythe van de "consumptiemaatschappij" de analyse van John Kenneth Galbraith van een "technostructuur" en een "corps van opvoeders en wetenschappers").

 

Sociale structuren en presentatiesystemen

 

Binnen een gevestigde orde zal een diepergaande beweging zich alleen symbolisch kunnen uiten, door een ander gebruik te maken van bestaande begrippen. Dat betekent dat dit woordgebuik eigenlijk niet correct is, gezien vanuit de oude definities, en dat het onnauwkeurig is ten aanzien van de toekomst. Dus naar twee kanten irriterend, en een beetje om te lachen. Maar zo begint het. Elk begin is broos.

 

Tot slot

 

Voor ons actueel? Ja, in elk geval voor onze generatie, voor het zelfverstaan van onze situatie.

Voor de jongeren generatie van nu wellicht minder, zij worden met heel andere problemen geconfronteerd, die zij zelf zullen moeten oplossen. (Zo heb ik het gezegd).

 

 

(Wim Pisa: "Ik was toen in Frankrijk - niet in Parijs. Wij zagen de beelden op de TV. Om mij heen geen spoor van euforie - maar hoofdzakelijk angst - wat is daar in Godsnaam aan de hand - een wereld stort in.")

 

 

36 La Culture dans la Société (12-10-2005)

 

Verslag woensdag 12 oktober 2005, Houtlaan 4, 10.30 - 12.30 en 14.30 - 16.00.

Aanwezig: Paul, Dirk, Antony, Wim, Frans en Rob (alleen ’s middags).

Piet was helaas verhinderd wegens griep. Wij begonnen met vertraging, door file en verkeerde trein.

 

Voor de ochtend stond hs. IX (Franse telling), ‘La Culture dans la Société’, op het programma.

 

(Verdere gegevens ontbreken; zie echter de vertaling van hs.X: --A4--

 

 

 

Appendices

 

A1 Kopiisten en vertalers : een vijftal citaten uit La Fable Mystique, hs. 4

 

1. ...le copiste mue son corps en parole de l’autre, il imite et il incarne le texte en une liturgie de la reproduction; simultanément, il donne corps au verbe...            (164)

2. ... Le traducteur ... il fabrique de l’autre, mais dans un champs qui n’est pas davantage le sien et où il n’a aucun droit d’auteur...         (164)

3. Le copiste et le traducteur ont même endurance, à corps perdu, mais le premier d’une maniére contemplative, dans un rite d’identification, le second de façon plus éthique, dans une production d’altérité. L’histoire de la mystique pourrait bien avoir converti le «copiste» en ce traducteur, ascète saisi par la langue de l’autre et créant par elle du possible tout en se perdant lui-même dans la foule. En tout cas, les manières de parler relèvent de cette opérativité itinérante qui n’a pas de place propre.   (165)

4. (Men ging op zoek naar een oorspronkelijke taal...)
... Mais, plus que ces mythes ou scénarios de «la» langue, frappe l’activité de brasser, réemployer, et collationner des mots sélectionnés dans toutes les langues selon la «force» de dire qu’ils tiendraient de leur origine...         (161)

5. ... Cent autres filières tissent la toile d’aragnée européenne d’une population des mots immigrants, déplacés et transformable. Ce «melting pot» linguistique est une sorte de pidgin spirituel.           (163)

 

 

A2 De Certeau’s Inleiding bij de Guide Spirituel van Surin.

(Fragment, vertaling en commentaar DB)

 

Surin valt meteen op door zijn helderheid: een zindelijkheid van denken die vurig en raak is. Het is niet zozeer scherpzinnigheid die de finesse is van de psychologische analyse; het is eigenlijk evenmin het door­dringende dat kenmerkend is voor een verdieping van het weten. De helderheid is bij hem kennis uit ervaring; zij onderscheidt er met een toenemende scherpte het ware van het valse. De duidelijkheid van het exposé houdt hier verband met de vastberadenheid van een keuze, die tegelijkertijd absoluut en constant is. Terwijl het dagelijks leven zich als een “mengeling” voordoet, zal de onderscheiding verhelderen, wàt bijdraagt tot en wàt ingaat tegen de voorkeur van een exclusieve liefde; zij is de vrucht en het instrument van een hartstocht, enkelvoudig en radicaal, gericht op de God die haar wekt. Aan een verlangen dat door niets van zijn object wordt afgeleid beantwoordt een onophoudelijk distingeren tussen datgene wat wel en datgene wat niet past bij God. De gedachte zet de beweging van de ziel zonder omwegen voort: “Ik zou als een bliksem naar voren willen schieten naar mijn God, om niets toe te laten en niets te omhelzen dan Hem en om mij geheel en al aan Hem te binden,” aldus schrijft hij in een brief aan Madame du Houx. De frase echter is niet meer dan het gebaar van dat elan; in een eerdere brief aan haar schreef hij: “Ik ben niet zo goed in allerlei bespiegelingen over formaliteiten... Ik ga rechtstreeks op het punt af dat ik belangrijk vind. Ga er ook heen.”

Tot zover de brief. Eenzelfde strengheid bezielt het hart en de geest. Wat is er voor vreemds aan dat de gedachte schittert en snijdt als een diamant? Het is het geweld van de liefde dat de ziel is van deze helderheid.                                                                                       (22)

 

 

Opmerking van de vertaler: De manier waarop C. met synoniemen speelt maakt het ver­talen wel moeilijk: wèl lucidité, maar niet zozeer perspicacité - het Nederlands geeft beide keren scherpzinnigheid.

 

In de Fable Mystique komt C. terug op de helderheid die op ervarings­kennis berust, maar duidelijk met meer distantie, omdat hij ziet hoezeer zij veronderstelt dat er een kloof is tussen “deze” wereld en de “andere” wereld. Schijnduidelijkheid.

 

Man uit één stuk worden, de versnippering overwinnen door een vastberaden keuze! Wie heeft daar geen heimwee naar? Certeau zelf ongetwijfeld. Het is deze nood van de moderne mens, die als een rode draad door zijn leven loopt. C. heeft zijn persoonlijke keuze gemaakt in 1968: meteen enthousiast voor het gebeuren van de Studenten-revolte maakte zijn keuze voor het leven - voor de Beweging. Het was een seculariserende keuze, vanuit de draai die hij van Surin had meegekregen; toch heeft hij Surin nooit verloochend. Tenslotte is hij tot het onderwerp Mystiek teruggekeerd, met zijn verbrede ervarings­kennis.

 

Elders in de Inleiding brengt C. reeds de “andersheid”, de “alteritas” ter sprake, naïefweg verteld. Surin had in het Tertiaat onder leiding van Pater Lallemant vergeefs met God geworsteld, totdat hij er over­spannen van werd. Hij werd weggestuurd naar een andere omgeving. Dáár vond hij God, overvloedig, bij de mensen, d.w.z. bij de eenvoudigen. Wat hij in de boeken en in de Oefeningen niet gevonden had, vond hij bij hen: troost, licht. Tegelijk ontdekt hij wat hij hun te bieden heeft: hulp, leiding. Hij stoot er op 'het onmetelijke en geheimzinnige Koninkrijk, waar de Heer van heel dichtbij zijn aanwezigheid voelbaar maakt en de medewerking van de apostel nodig heeft.’              (16)    

 

Heimwee? Hoewel het strenge, harde van Surin afsschrikt, is een mens van onze tijd zeer wel ontvankelijk voor een medicijn tegen de verstrooiing, verveling en eenzaamheid. Als je door omstandigheden van buiten af geholpen wordt, voel je dat als iets weldadigs, soms ook kunstmatigs; in dat geval is een te grote gespannenheid het signaal dat er iets mis is. Maar van binnen uit? Is het niet zo, dat een keuze die uit jezelf voortkomt, rijkere vrucht oplevert? Maar hoe is die vol te houden!

Hulp van buiten af, zoals Surin in het Tertiaat. Het Instituut dus; en de Overste of Geestelijke leidsman, of ook een charismatisch Leider. Alles wat je afhoudt van die afgrond van het eigen Ik is dan welkom.

Er is een middenweg en Surin bewandelde die. Het is het teken dat je krijgt door de toevallige ontmoeting met een eenvoudige van geest. Te klein van spanwijdte komt hij of zij als een toevallig teken in je leven om datgene te verwoorden wat je moest horen, zonder het verbindende van het Instituut, zonder de geestelijke bagage van een ontwikkeld priester, psycholoog, enz.

Surin vindt dit bij de jongen in de reiskoets en in vele anderen uit zijn eerste apostolaatsjaren. Ze werden “door God op zijn weg ge­plaatst,” zal C. met hem mee zeggen. “Projectie vanuit zijn eigen wor­stelende Ik?” zal hij zich later, in de Fable Mystique, afvragen.

Certeau zelf zal het vinden bij de studenten. Ook jong, ook met een geringere geestelijke bagage - hij constateert het met mildheid - uit armoede stamelen ze: Marx - Mao - Marx - Mao. Maar er gebeurt iets: ze doen voor het eerst hun mond open! En ze zijn met velen. Dat is het verbindende, bij hen wèl. Als de zaak verzandt - zij begrijpen zelf niet, hoe, maar het is door dreigend militair ingrijpen - dan is toch de wereld voorgoed veranderd. En Certeau. Hij zegt “Ja” en zal dat blijven zeggen. Dit moest komen en hij heeft - met hen - de toekomst.

 

14-1-2000. La Bombe Chéron. (p.39 v.)

Surin’s Guide Spirituel is een antwoord op een boek van Chéron, een helder antwoord op een vrij rommelig boek (veel tamtam en weinig zeggend), zodat het wat dat betreft geen weerlegging nodig had. Maar hij voelde zich aangevallen en verdedigde zich, zij het ook op een heel wat hoger niveau dan de aanval was. Zo versta ik C.

Chéron staat op: de oude leeuw stort zich uit zijn schuilhoek voor nieuwe gevechten en gaat meer kabaal maken dan dat hij zegt. (41)

 

 

 

 

A3 Michel Foucault: Tussen twee werelden (een paar reflecties).

 

Jezus liet zijn blik rondgaan om te zien wie dat gedaan had…. (Markus 5,30).

Op de redelijke vraag van zijn leerlingen naar zijn onredelijk gedrag (‘Wie heeft mij aangeraakt?’) geeft hij geen enkel antwoord, redelijk noch onredelijk. Hij kijkt alleen, op zoek naar dat contact op een ‘dieper’ niveau dat hij gevoeld heeft. En zij ongetwijfeld ook: dat zij zijn kracht voelde en in zichzelf het verlangen ‘iets van hem’ aan te raken. En daarna in haar lichaam het effect van die aanraking, heilzaam, betrouwbaar.

Gevoelsmatig dus, van beide kanten. En dat onttrekt zich aan het oordeel van het verstand en heeft geen behoefte om ‘redelijk’ te zijn, wel echter ‘geestelijk’, tegelijk dieper en hoger dus.

 

Wat herkent de Certeau nu bij zijn vriend Foucault?[1] De kloof, de onoverbrugbare tegenstelling tussen de verschillende denkmodellen die elkaar aflossen. Foucault heeft dat nageplozen in de geschiedenis van vooral de 17e Eeuw. ‘Opeens’ is er wat anders. Hij ziet vooral de tegenstelling en maakt die tegelijk tot zijn methode van presentatie. Hij laat de lezers delen in zijn verbazing. ‘Moet je kijken! De gekken, éérst waren dat zogenaamd boodschappers uit een andere wereld, toen opeens een sociaal probleem (je kunt ze beter maar opsluiten); en toen waren het zieken (die je moet verplegen). Tenslotte weer (met Freud) getuigen van een andere wereld, maar nu in jou zelf, in mij zelf.

Certeau ziet de kloof dus ook, maar wil deze liever overbruggen door op de kleintjes te letten. Hoe redden zij het? Hoe gebeurt het dat er onder de permanente druk van de samenleving bij hen iets groeit, dat vroeg of laat door zal breken?
Zijn vriend verwijt hij, dat deze wat al te briljant schrijft.

 

Ik herken iets. De paradigma’s lossen elkaar af in de geschiedenis, maar zijn voor een deel ook gelijktijdig en alleen van plaats gescheiden.
Als 13-jarige heb ik (in Voorschoten) de verbijsterende ervaring opgedaan, hoe binnen één week de wereld er anders uitzag, met de komst van de Duitsers namelijk. Andere soldaten, maar dat niet alleen, ‘alles’ was anders. Op 18-jarige leeftijd heb ik nog een keer hetzelfde door moeten maken, bewuster, maar even onbevattelijk. Ze hadden mij niet eens verteld, ‘dat achter het front de zon ook scheen’, (op de Luneburger Heide, april ’45 - het was een verbijsterend mooie lente). Voor mij betekende het de hele oorlog door en ook nog lang daarna een leven in twee werelden, waarvan telkens maar één dominant kon zijn. Ik moest wel. Wie er uiteindelijk gelijk zou blijken te hebben? ‘Dat zoek ik later wel uit.’ Zo ongeveer voelde ik dat.

Mijn veronderstelling is, dat mijn leeftijdgenoten de Certeau en Foucault in hun interesse mee bepaald zijn door de ook in Frankrijk als zeer traumatisch beleefde Duitse bezetting. Maar ze schrijven er nooit over (voor zover ik weet.) Wel zegt Luce Giard dat in Juni ’40 voor hem de hele generatie van zijn ouders hun gezag verspeeld hadden.[2] Michel de Certeau was als jonge man koerier voor de Résistance. Van Foucault weet ik niets.

 

De Certeau gebruikt Foucault als bron voor een paar hss. van Heterologies. Hij is gewend een boek samen te stellen als een bundel boekbesprekingen van een bijzondere soort, evenzeer kritiek op dat boek als kruipen in het boek, het spoor vervolgend, termen overnemend. Het maakt zijn woordenschat breder en zijn begrippen minder eenduidig. een voortgezet experimenteren met taal.[3] Hij merkt overigens op, dat Foucault zijn materiaal grotendeels ontleent aan één ander boek:

Jacques Roger, Les sciences de la vie dans la pensée francaise du XVIIIe siècle (1963).

 

Dirk

 

 

 

 

A5

Boeken rond de Certeau

 

Nr.

Auteur

Titel

Jaartal

01

de Certeau

Le voyage mystique

 

02

de Certeau

The Writing of History

 

03

de Certeau

Culture in the Plural

 

04

de Certeau

The Practice of Everyday Life (2 ex.)

 

05

de Certeau

Heterologies

 

06

de Certeau

The Capture of Speech & other political Writings

 

07

de Certeau

La Fable Mystique

 

08

de Certeau

The Mystic Fable

 

09

Geldof e.a.

Sluipwegen van het denken

 

10

Blonsky, M., ed.

On Signs

 

11

Bourdieu, Pierre

Language and Symbolic Power

 

12

Bourdieu, Pierre

Méditations pascaliennes

 

13

Boyle, Marjorie O’Rourke

Loyola’s Acts: The Rhetoric of the Self

 

14

Turkle, Sherry

Psychoanalytic Politics

 

 

 

Artikelen van de Certeau
met toegevoegd bijdragen Gedenkboek en besprekingen

 

 

Titel

Tijdschrift

Nummer

01

Jean-Joseph Surin, Guide Spirituel, Introduction

 

1963

02

L’Énonciation Mystique

RSR

1976

03

Les Pélerins d’Emmaüs

Christus

13 (1957)

04

Aspects de la Prière

Christus

13 (1957)

05

Les Lendemains de la Décision (La “confirmation” dans la vie spirituelle)

Christus

14 (1957)

06

La Prière des Ouvriers

Christus

15 (1957)

07

L’Expérience du Salut chez Pierre Favre

Christus

17 (1958)

08

L’Ascension

Christus

22 (1959)

09

Exégèse, Théologie et Spiritualité

RAM 1)

36 (1960)

10

Des Enfants Avisés

Christus

38 (1963)

11

De Saint-Cyran au Jansénisme

Christus

39 (1963)

12

Politique et Mystique (René d’Argenson, 1596-1651)

RAM

 

13

La Réforme dans le Catholicisme (art. “France”, 16e Siècle)

DSAM 2)

1963

14

La Conversion du Missionnaire

Christus

40 (1963)

15

Le temps des conflicts

Christus

41 (1964)

16

Situations culturelles, vocation spirituelle

Christus

43 (1964)

17

Donner la parole

Christus

44 (1964)

18

Comme un voleur

Christus

45 (1965)

19

Expérience chrétienne et langages de la foi

Christus

46 (1965)

20

Unité et divisions des catholiques

Christus

47 (1965)

21

Ouverture sociale et renouveau missionnaire de l’école chrétienne

Christus

48 (1965)

22

La rénovation de la vie religieuse

Christus

49 (1966)

23

L’universalisme ignatien: mystique et mission

Christus

50 (1966)

24

L’épreuve du temps

Christus

51 (1966)

25

De la participation au discernement (tâche chrétienne après Vatican II)

Christus

52 (1966)

26

La vie religieuse en Amérique latine

Études

326 (1967)

27

Les écrivains devant Dieu

Études

326 (1967)

28

Les sciences humaines et la mort de l’homme

Études

326 (1967)

29

“Che” Guevara en Régis Debray (le révolution entre sa légende et sa vérité

Études

327 (1967)

30

Amérique latine: ancien ou nouveau monde? (notes de voyage)

Christus

55 (1967)

31

Apologie de la différence

Études

328 (1968)

32

[Notes Bibliographiques] Sciences humaines, la rève

Études

328 (1968)

33

Pour une nouvelle culture: prendre la parole

Études

329 (1968)

34

Pour une nouvelle culture: le pouvoir de parler (2 ex.)

Études

329 (1968)

35

La révolution fondatrice, ou le risque d’exister

Études

329 (1968)

36

[Notes bibliographiques] Mai 1968, L’ORTF

Études

329 (1968)

37

---

---

---

38

La loi Faure, ou le statut de l’enseignement dans la Nation

Études

329 (1968)

39

[Notes bibliogr.]L’anthropologie d’un psychanalyste (Géza Róheim)

Études

330 (1969)

40

L’Étranger

Études

330 (1969)

41

[Notes bibliographiques] Religion et société: les messianismes

Études

330 (1969)

42

[Notes bibliographiques] Une litérature inquiète: mai 1968

Études

330 (1969)

43

Structures sociales et autorités chrétiennes

Études

331 (1969)

44

Structures sociales et autorités chrétiennes (suite)

Études

331 (1969)

45

[Notes bibliographiques] Une histoire ‘globale’ du 14e Siècle: Ibn Khaldûn

Études

331 (1969)

46

Cuernavaca: le Centre intellectuel et Mgr Illich

Études

331 (1969)

47

Les structures de communion à Boquen

Études

332 (1970)

48

Autorités chrétiennes

Études

332 (1970)

49

Foi Chrétienne et engagement marxiste

Études

332 (1970)

50

[Notes bibliogr.] Une interprétation marxiste de la mystique du 17e Siècle

Études

332 (1970)

51

[Notes bibliographiques]Une anthropologie du geste: Marcel Jousse

Études

332 (1970)

52

La misère de l’Université

Études

332 (1970)

53

Le prophète et les militaires: Dom Helder Camara

Études

332 (1970)

54

Qu’est-ce qu’un congrès de théologie? (Bruxelles, 12-17 sept.1970)

Études

333 (1970)

55

L’expérience spirituelle

Christus

68 (1970)

56

[Notes bibliographiques] Une théorie du système d’enseignement

Études

334 (1971)

57

Le silence des étudiants

Études

334 (1971)

58

Conscience Chrétienne et Conscience Politique aux U.S.A.

Études

335 (1971)

59

Culture américaine et théologie catholique (Convention de Baltimore (6/71)

Études

335 (1971)

60

La culture dans la société: quelques préalables

Études

336 (1972)

61

L’espace du désir (ou Le “fondement” des Exercices Spirituels)

Christus

77 (1973)

62

Christianisme et “Modernité” dans l’historiographie contemporaine (Réemploi de la tradition dans les pratiques

RSR

(1975)

63

L’altérité diabolique (à propos du film “L’Exorciste”)

Études

342 (1975

63a

Qu’est-ce qu’un séminaire?

Esprit

1976

64

L’étrange secret (“Manières d’écrire” pascalienne: La 4e lettre à Melle de Roannez

Rivista 3)

13 (1977)

65

L’idée de traduction de la Bible au 17e Siècle: Sacy et Simon

RSR

1978

66

Une culture très ordinaire

Esprit

1978

67

[Notes bibliographiques] Introduction à la sémiotique

Études

351 (1979)

68

Writing vs. Time: History and Anthropology in the works of Lafiteau

Yale 4)

59 (1980)

69

Utopies vocales: Glossolalie

Traverses

20 (1980)

70

L’histoire dans une politique de la science

Esprit

1981

71

History: ethics, science, and fiction (in: Social Science as Moral Inquiry)

(boek)

1983

72

Nicolas de Cues: le secret d’un regard

Traverses

1984

73

Historicités mystiques

RSR 5)

1985

74

Le croyable, ou l’institution du croire

Semiotica

54 (1985)

75

L’actif et le passif des appartenances

Esprit

1985

76

Possession (bezetenheid)

E.Univ. 6)

1985

77

Histoire et anthropologie chez Lafiteau (in: sec last sheet)

 

1985

78

Le croyable (préliminaires à une anthropologie des croyances

 

1985

79

Marcuse (Herbert) 1898-1979

E. Univ.

1985

80

Mystique

E. Univ.

1985

81

Marguerite Duras: On dit

 

1985

82

Le sabbat encyclopédique du voir

Esprit

1987

83

M. de Certeau, Écritures

“Certeau” 7)

1987

84

M. de Certeau, Corps torturés, paroles capturées

“Certeau”

1987

85

M. de Certeau, Notes de Voyage. Mexico (1980)

“Certeau”

1987

86

M. de Certeau, Mystique et psychanalyse

“Certeau”

1987

87

Luce Giard, La passion de l’altérité

“Certeau”

1987

88

Jacques Derrida, Nombre de oui

“Certeau”

1987

89

Luce Giard, Biobibliographie (de Certeau)

“Certeau”

1987

90

M. de Certeau, L’expérience religieuse

RSR

1988

91

Christopher Norris, Against Postmodernism: Derrida, Kant and nuclear politics

Paragraph

9 (1987)

92

Ian Maclean, The heterologies of Michel de Certeau

Paragraph

9 (1987)

93

Hent de Vries, Anti-Babel: The ‘Mystical Postulate’ in Benjamin, de Certeau en Derrida

 

1992

94

Jack Katz, Michel de Certeau: Interpretation and its other

 

1997

95

Jeremy Ahearne, Michel de Certeau: Interpretation and its other

 

1997

96

Joachim Valentin, Schreiben aufgrund eines Mangels, zum Leben und Werk von Michel de Certeau

Orientie­rung

61 (1997)

97

Joachim Valentin, Michel de Certeau: Historiker oder Philosoph?

idem

62 (1998)

98

Johannes Hoff, Erosion der Gottesrede und christliche Spiritualität, Antworten von Michel Foucault und Michel de Certeau im Vergleich (1.Teil)

Orientie­rung

63 (1999)

99

idem, (2. Teil)