|
|
Zes jaar de Certeaugroep De Certeau Groep was een clubje met een wisselend aantal leden, allen jezuieten of vrienden van jezuieten. Dit groepje hield zich bezig met de werken van de in 1986 overleden Franse jezuiet Michel-Jean-Emmanuel de la Barge de Certeau, of kortweg Michel de Certeau. Een paar keer per jaar kwamen wij samen. Dit zijn degenen die voor kortere of langere tijd zijn meegelopen, in volgorde van toetreding: Hans, Wim, Louis, Jo, Tjeerd, Dirk, Paul, Marc, Antony, Piet, Rob en Frans. Ondergetekende trad daarbij de meeste tijd op als secretaris, in een nogal informele stijl. Ik had namelijk de gewoonte, mijn eigen impressies uit te werken en rond te sturen; iedereen vond dat een goed idee; dat waren dus mijn "verslagen"; vanzelf kwamen daar agenda's bij. En zo werd ik dus secretaris, maar het bleef geïmproviseerd. Nadat wij op 19 januari 2006 onze activiteiten als groep hadden beeindigd, wilde ik toch een keer bij elkaar zetten, wat ik daar aan materiaal van had overgehouden. Eigenlijk drong nu pas tot mij door, hoeveel leemtes daarin zaten, (agenda's die niet of anders zijn uitgevoerd, verslagen waar een deel aan ontbrak, of waar juist als "toegift" iets bij kwam, wat niet besproken was). Tegelijk kwam ook weer de herinnering boven aan de inspiratie die dit mooie studie-experiment mij gegeven heeft. Ik heb er een website van gemaakt voor de deelnemers van weleer en voor ieder die geïnteresseerd is in deze veelzijdige en geniale schrijver. Ik heb de bestanden bij elkaar gesprokkeld van mijn harde schijf, met slechts minimale correcties. Ik heb ze alleen genummerd en ze voorzien van een suggestieve titel. Misschien heb ik op deze manier onbedoeld mijn eigen aandeel overbelicht, al heb ik getracht, iedereen tot zijn recht te laten komen. Want wij waren een groep van wederzijdse inspiratie. Eén leemte wil ik noemen. Hoofdstuk 8 van La Fable Mystique vertelt over de "kleine heiligen" van Aquitanië. Daar zijn wij in onze eerste jaren aandachtig mee bezig geweest, maar ik kan er niets van terugvinden. Het onderwerp is interessant genoeg, een "mouvement" onder de jonge jezuieten in de 17e eeuw. Als beweging is ze mislukt, maar ze heeft lang doorgewerkt. Ik begin mijn verzameling zoals ik zelf toen begonnen ben, met een gedicht. Nijmegen, 24 Maart 2006 Dirk Bruggeman
Overal brengt
klikken op onderstaand scheidingsteken INHOUD
-home- Terug naar Homepage. --o-- Catherine Pozzi: Ouverture à une poétique du corps --1-- Persoonlijke Proloog --2-- Beraad over mogelijke onderwerpen (11-3-1999) --3-- “De praktijk van het dagelijks leven” (Jo) en “Het woord nemen” (Wim, 22-4-1999) --4-- “Corpus Mysticum” of het Ontbrekende Lichaam (Tjeerd,
9-6-1999) --5-- Wat te doen aan de Communication Gap? (Hans, 15-9-1999) --6-- L'Histoire Lausiaque: De voetveeg van het klooster (Dirk, 31-10-1999) --7-- L'Histoire Lausiaque (De Franse tekst) --8-- Verslag 13-12-1999 -
"Believing and making people believe" (Wim) -
--9-- Hoe Michel de Certeau begon en eindigde met mystiek (Dirk, 9-2-2000) --10-- "Hoe Michel de Certeau begon en eindigde met mystiek" (tekst voordracht) --11-- Referentiekaders bij de Certeau (Jo,11-4-2000) --12-- Agenda 8-9-2000 (o.a. Labadie) --13-- Labadie le nomade (Wim, 8-9-2000) --14-- Agenda 10-11-2000 (o.a. Godzich III) --15-- Le Christianisme Éclaté (Wim, 10-11-2000) --16-- Godzich I: De Certeau en de Postmodernisten (Dirk) --17-- Godzich II: Onze Arthur-legende.... (= vertaald fragment) --18-- Godzich III: .... Toegepast op de 20e Eeuw --19-- Teresa schreef - in wiens opdracht? --20-- Agenda 19-1-2001 (Tweemaal Foucault) --21-- Agenda 6-3-2001 (Foucault en Nicolaas van Cusa) --22-- Mystic
Speech en modern management (Paul, 17-5-2001) --23-- Verslag
13-9-2001: - "Believing and making people believe" (Wim)
--25-- 20 Jeroen Bosch; Une culture très ordinaire. --26-- Waarom er geen vervolg kwam op La Fable Mystique I (Dirk, 27-5-2002) --27--
Tweemaal Freud (18-10-2002): -
Hoe vertel je over de Certeau? (voor SJ-oud-SJ 25 oktober) --29-- De Bezeten Zusters van Loudun (Wim, 26-2-2004) --30-- Verslag 6-5-2004: - La Faiblesse de Croire (Paul) - Glossolalie (Dirk) --31-- Verslag 8-7-2004: --36-- La Culture dans la Société (12-10-2005) --A1-- Kopiisten en vertalers: een vijftal citaten uit La Fable Mystique, hs. 4 --A2-- De Certeau’s Inleiding bij de Guide Spirituel van Surin (fragment) --A3-- Michel Foucault: Tussen twee werelden (een paar reflecties). --A4-- Le lieu d'où l'on traite de la culture (Ned.vert.) --A5-- Collectie Jo Verhaar (boeken en gefotocopieerde artikelen, bij mij beschikbaar) --B1-- Aanvullingen --B2-- Links. -home- Terug naar Homepage. De Certeau's
laatste boek, La Fable Mystique, eindigt met een gedicht: Ouverture
à une poétique du corps
Très haut amour, s’il se peut que je meure Catherine Pozzi
Persoonlijke Proloog“Wat het was en wat het werd”. Wanneer je in iets nieuws gaat duiken, is het altijd goed om van te voren op papier te zetten, wat het is in jouw verwachting. Naderhand, als je ziet wat het geworden is, kun je vergelijken of het anders uitpakte dan je gedacht had. Toen ik op uitnodiging van Jo Verhaar een bijeenkomst had bijgewoond, heb ik aan de deelnemers een brief geschreven, die ik hier graag afdruk als Persoonlijke Proloog. Wat erna volgt is de vrucht van zes jaar secretariswerk, of wat ik daarvan gemaakt heb. Ik begin echter zoals ik toen begonnen ben, met een gedicht. Hier volgt de brief: Den Haag, 25 februari 1999 Beste mensen, Met genoegen heb ik op 10
februari deelgenomen aan de Certeau-bijeenkomst met Hans v.d.Loo, Louis
Kuylaers, Jo Verhaar en Wim Pisa. Tjeerd Jansen was helaas verhinderd, wegens
griep. De afspraak is om op 10 maart
weer bijeen te komen (als iedereen kan), wanneer er althans iemand in staat
is, om dan het gebeuren te leiden. Hierover dus contact opnemen met Hans. Als ik het goed heb begrepen
ging het op 10 febr. nog vooral over de modus procedendi. Een heel doordacht
voorstel van Louis, om een aantal werken van C. onder elkaar te verdelen, die
samen een dwarsdoorsnede door zijn oeuvre vormen, zodat ieder daar op zijn
beurt een referaat over zou kunnen houden, heeft het toch niet gehaald. Het leek
ons een te zware aanpak. Tenslotte werd het voorstel (als ik het goed
weergeef), dat ieder een eigen onderwerp kiest, en vervolgens een schatting
maakt, wanneer hij een beurt kan verzorgen. Dat zou hij dan zo mogelijk vóór
ca. 17 febr. aan Hans laten weten (wat ik dus niet gehaald heb). Het gaat dan
meer om het ‘onderwerp’ dat hij kiest dan om het ‘boek’. Zelfs wanneer twee
mensen het zelfde boek, of hetzelfde onderwerp of zelfs dezelfde passage
zouden kiezen, dan is er nog niets mis, want ieder haalt er toch het zijne
uit. Zo ongeveer hebben wij dat besproken. Ik wil jullie graag mijn
probleem voorleggen. Ik heb namelijk een onderwerp, maar nog geen vindplaats
bij Certeau. Toch lijkt het mij wel in de lijn te liggen. Ik denk aan de
militaire beeldspraak van Ignatius. Volop 16e eeuw, was zelf als
militair aanvoerder begonnen, las daarna heiligenlevens over de
kruistochttijd (Franciscus!), en gaf het kruistochtideaal later een plaats in
de Geestelijke Oefeningen. Ook dit een voorbeeld van een overgeleverde
woordenschat op een nieuwe manier gebruikt. Dit heeft lang in de Societeit
doorgewerkt, met name in Frankrijk (‘La Compagnie de Jésu’, ‘Miles Christi’).
Dit lijkt ons nu misschien verouderd, maar het is volgens mij actueel genoeg;
kijk maar hoe onthand wij in Europa zijn met de Balkan-achtige toestanden op
onze eigen drempel; wij met onze geïndividualiseerde beschaving! Mijn vraagstelling is misschien
niet helemaal Certeau-achtig, omdat C. minder geïnteresseerd lijkt in de
figuur van de charismatische legeraanvoerder dan in de manier hoe de kleine
man zich erdoor heen slaat, eerder dus in Soldaat Schweyk dan in Generaal
Patton. Maar als C. werkelijk zo veelzijdig is als men ons vertelt, dan moet
hij ook deze fabel van Ignatius wel ergens ter sprake brengen. Waar? Als iemand mij kan helpen houd
ik mij aanbevolen. Misschien is het bovenstaande tevens een kleine injectie
om het proces bij anderen op gang te helpen. Vandaar dat ik het - na overleg
met Hans - aan U rondstuur. Groeten, Dirk. En dit gebeurde met mijn vraag
naar de "militante" Ignatius:
2 Beraad over mogelijke onderwerpen (11-3-1999) Tjeerd had tevoren in fotocopie rondgestuurd (n.a.v. mijn brief) hs.1 van Marjorie O’Rourke Boyle, ‘Loyola’s Acts. The Rhetoric of the Self’ Jo geeft een ex. om rond te sturen van nr. van nov.1996 van: New Black Friars, Special Issue Michel de Certeau SJ. o.a. bijdrage van Jeremy Ahearne: ‘Het christendom is als een vuurwerk uiteengespat, maar tijdens dat proces wel diep verankerd geraakt in onze cultuur.’ Louis meldt: maart 1998 hielden Dominicanen Utrecht een cyclus over Certeau. Zijn er verslagen verkrijgbaar? Iemand (ik meen Tjeerd) zou erover opbellen. Brigittestraat 15 3512 KJ Utrecht Plannen (in
beginsel twee inleidingen per keer): Do. 22 april: En de keer daarop (mei): Jo suggereerde nog: ‘De kleine heiligen van Aquitanië’,
hs. 8 van de Fable. Dirk beloofde aan Hans op te geven wat hij wil gaan doen,
als hij zover is. Na deze lange planningsgesprekken was er ’s middags een Inleiding door Louis: Uitgaande van de Introduction van ‘The Capture of Speech and other political writings’ en in het bijzonder van het citaat uit het begin ‘Something happened to us...’ bracht Louis de discussie op gang over hoe wij ‘1968’ beleefd hadden. Voornaamste Certeau-titels, Engels: Engels: ISBN-nummer Culture in the Plural 0-8166-2767-3 The Practice of Everyday Life, 1 0-520-06168-3 idem, 2 0-8166-2877-7 The Capture of Speech and other political
writings 0-8166-2769-X Heterologies. Discourse on the Others 0-8166-14040 The Writing of History 0231055757 Frans: La Prise de parole, Parijs (Seuil) 1994. L’Ecriture de l’histoire, Parijs (Gallimard) 1984. L’Invention du Quotidien 1, Parijs (Gallimard) 1990. L’Invention du Quotidien 2, Parijs (Gallimard) 1994. Fable Mystique, Parijs
(Gallimard) 1987 ? Hétérologies Duits: Die
Kunst des Handelns, Berlijn 1988. (=L’Invention 1) Dit waren mijn eigen notities, maar misschien hebben jullie er wat aan. Met vriendelijke groet, Dirk. 3 “De praktijk van het dagelijks leven” (Jo) en “Het woord nemen”
(Wim, 22-4-1999) Wim had ons tevoren toegestuurd als voorbereiding op zijn referaat over ‘Mei 1968’: ‘Tegen de Stroom’, No.1 van een ‘Anti-Stalinistisch, Non-Leninistisch, Revolutionair-Libertair Blad, april 1999. Jo deelt bij het begin 2 artikelen van hemzelf uit: - ‘Raison, foi
et discernement’, in Recherches de Science Religieuse, No.1, jan-maart 1999; - ‘Taal en pluralisme’, te verschijnen in Filosofie, mei 1999; Alsmede een drietal fotocopieën uit ‘The practice of every day life’, ter voorbereiding op zijn referaat. Jo over ‘The
Practice of Every Day Life’, 1e hoofdstuk. Een paar flarden: geleerden die over de ‘gewone man’ willen filosoferen, komen altijd zichzelf tegen. ‘Representatie’ is namelijk altijd representatie van iets anders, en in dat ‘anders’ ligt de vloek., want het zit ook in henzelf. Cultuur is datgene wat bij de verbanning van de geleerde uit zijn geliefde gebied overblijft, nadat hij het holle van zijn metabegrippen begint te ontdekken. Als iedereen deskundige is, is niemand deskundige. De gewone man is geen ‘lachende Elckerlyc’ meer, dat zie je bij Freud, die zo intensief bezig was met de gewone man: bij hem lacht hij nooit. In Londen kwam Freud zichzelf tegen: ‘Toen ik ging uitleggen, wat godsdienst was, zat ik in de boot met iedereen. Ik wist het namelijk ook niet.’ Postmodernisme is ook niet alles (als ik Jo goed weergeef); verondersteld wordt namelijk, dat de mens ‘causa sui’ is, en dat is hij niet. Daarom blijven ook in een pluriforme samenleving de ‘grote verhalen’ mogelijk, voor individuen en groepen van eensgezinden, als men ze maar niet meer als iets elitairs beleeft, dat normatief zou moeten zijn voor ‘de gewone man’. Louis insisteerde op de vraag: Maar wie is nu die gewone man? - In Parijs mei 1968 werd duidelijk: Fysiek was hij aan beide kanten van de barrikades. - Waarom doodgelopen? - Over die vragen ging het ’s middags. Wim over ‘The
Capture of Speech’ (La Prise de Parole). (gegevens ontbreken) Plannen: Louis: The every day nature of communication. Hans neemt contact op met
Tjeerd; en hij zal nog rondbellen over de definitieve datum. Een kleine toegift bij het verslag: De historicus Jacques
Presser worstelde met de vraag naar historische causaliteit. Kun je daar
eigenlijk iets zekers over zeggen?
Hij ging te rade bij de exacte vakken, die het immers zo precies weten, en
merkte dat ze daar ook tegen grenzen opliepen. Hij schrijft aan een vriend: Groeten, Dirk. 4 “Corpus Mysticum” of het Ontbrekende Lichaam (Tjeerd, 9-6-1999) Rondgedeeld: Jo: Een boekbespreking voor The Journal of Pidgin and Creole Languages van het boek: Mühlhäusler, Linguistic Ecology. Dirk: ‘Pied Beauty’, gedicht van G.M.Hopkins, met commentaar van Bronzwaer. Tjeerd
bespreekt Fable, Hs.3, par.1, ‘Corpus Mysticum’, ou le corps manquant. Hiervan
de beide eerste subparagrafen: 1. Du ternaire au binaire; 2. Une stratégie du visible. Ternair. In het voetspoor van de Lubac ziet C., tot de 13-14e eeuw, drie betekenissen van ‘Lichaam van Christus’, nl. Historisch, Sacramenteel en Kerkelijk, de tweede en de derde nog in ongebroken eenheid. Het h.Sacrament is dan het Mystieke Lichaam. Binair. In de 13e eeuw verschuift het. De kerk wordt ‘mystiek’ ofwel ‘onzichtbaar’, aanwezig als een nog te verwezenlijken ideaal. Zichtbaar blijven alleen het Historische (het Corpus Scripturarum) en het Sacramentele, als twee massieve blokken, die ons als referentiekader gegeven zijn. Zij leiden tot de grote breuk tussen Reformatie en Contrareformatie, gefocust op respectievelijk Schrift en Sacramenten. Strategie. De kerk organiseert zich meer klerikaal, met het oog op een reconquista van de gelovigen, zichtbaar en effectief aanwezig. Tjeerd heeft kritische vragen: 1) Is het niet wat negatief van toon? 2) Hoe rijmt C. die toename van zichtbaarheid met die mystieke onzichtbaarheid? - Antwoord: oorspronkelijk was het geen doelbewuste strategie. De ‘zichtbaarheid’ begon als volksdevotie, de hiërarchie wilde deze aanvankelijk enkel kanaliseren. 3) Klopt wat C. zegt over het jodendom, dat verankerd blijft in zijn biologische en sociale realiteit, in tegenstelling tot het christendom dat een ‘verloren lichaam’ als uitgangspunt heeft? - Deze vraag is blijven liggen. Reacties: Jo constateert instemmend: Mystiek lijkt bij C. niet ‘superadditioneel’ te zijn, een soort hoge school van het geloof, maar veeleer ‘complementair’, uit nood geboren, nu God niet meer in het openbaar spreekt door de schepping en de mens zelf moet proberen contact te krijgen. Louis: Mystieke beleving, is dat uitsluitend iets tussen God en de mens persoonlijk, of kan het ook een groepservaring zijn? - Leek ons vooral ervan af te hangen wat je onder mystiek verstaat. Hoe hoog leg je de lat? Of is er toch meer aan de hand? Dirk geeft aan paar impressies bij hs.2 (Woestijnvaders en -moeders) en hs.8 (de ‘kleine heiligen’ van Aquitanië). De Sociëteit was in 50 jaar vertienvoudigd en dreigde versnipperd te raken in haar vele werken. Het boek van Rodriguez over de Christelijke Volmaaktheid kwam uit in 1609, en dat is ook de tijd dat de jacht op de ‘bijzondere devoties’ begon. Dit lijkt geen toeval. Men zocht naar houvast in de zeer oude traditie van het religieuze leven. Reactie van Hans: Je hebt de spanning tussen ‘werken’ en ‘geestelijk leven’ aangestipt, een punt om bij gelegenheid op door te gaan. Hoe gaan we verder? We hebben nog een lijstje liggen van mogelijke onderwerpen, misschien wat disparaat. We pendelen wat heen en weer tussen een meer systematische aanpak, om een overzicht te krijgen van het hele oeuvre van C. en een wat ludiekere aanpak, om met dat lijstje te werken, dat niet af hoeft, en dat ook vatbaar is voor uitbreiding. Wij besluiten om vanaf september voor een keer of vijf bij elkaar te komen; en dan verder te zien. Eerstvolgende datum: 15 september. (NB. Het laatste deel van de bijeenkomst heb ik helaas gemist, zodat ik ook niet weet wat er over die onderwerpen is afgesproken, en wie er iets prepareren voor 15 sept.). Groeten, Dirk 5 Wat te doen aan de Communication Gap? (Hans,
15-9-1999) Opening. Een nagekomen correctie bij het vóórvorige verslag (22 april), waarin
staat: Ochtendbespreking. Middagbespreking. Zakelijke punten Voor de volgende keer, 2 november, staat op het programma: 2. Dirk zal uit de ‘Fable Mystique’ de ‘Histoire Lausiaque’ ter tafel brengen, met het commentaar van C., (hoofdstuk 1, par.1, blz.49-58). Over de vrouw, die voetveeg is in een nonnenklooster, en over een abt die haar ontdekt. In de Introductie op zijn boek schetst C. een viertal manieren om dat ongrijpbare onderwerp, de Mystiek, te benaderen; hieraan wil ik de vertelling en het commentaar toetsen. Postscriptum 1. Ik heb het gevoel, dat wij in de groep nogal langs elkaar heen praten. Zo vreemd is dat niet, waar wij ieder vanuit een eigen interessesfeer met Certeau bezig zijn. Toch is het van belang om te proberen daar boven uit te komen. Daarom zou ik graag tot een samen lezen van de tekst van Certeau zelf komen. Wanneer dàn de discussie dreigt uit te waaieren, hebben we een vast punt om toe terug te keren. Zo kunnen wij ons dan vergewissen of wij nog over hetzelfde praten. En over hetzelfde als Certeau, wanneer hij eerst een verhaaltje letterlijk weergeeft, en vervolgens zijn interpretatie geeft. 2. Door onze middag-discussie speelde - meen ik - ook weer
de vraag, of er uit de gebeurtenissen van 1968 iets goeds is voortgekomen
(bijv. een dieper zicht op de zin van conflicten, die zich ook in de mens
zelf afspelen) of dat het alleen maar een dwaalweg was (‘Hoog tijd dat de
touwtjes weer aangehaald worden’). Met andere woorden, of Certeau eigenlijk
gedateerd is. Zelf kom ik er niet helemaal uit, want ik voel voor allebei
iets. En ik meen dat Certeau er ook mee geworsteld heeft; een late vrucht is,
hoe hij in de ‘Fable’ op een nieuwe manier is teruggekeerd tot zijn
oorspronkelijke onderwerp, de geschiedenis van het geestelijk leven. Hoogst
actueel en allerminst gedateerd! De ‘Histoire Lausiaque’ is het eerste verhaaldataanbodkomt in Certeau’s laatste boek, La Fable Mystique. ‘Verhaal’,wantzijnwerkwijze (in dit boek) is telkens weer, dat hij uitgaatvaneentekstfragment, 1 à 2 pagina’s vaneen verhaal, zorgvuldiguitgekozenenopgediept, soms mèt alle varianten, endat dan vervolgens inzijnonnavolgbarestijl analyseert, waar allerleivakliteratuur aan te paskomt(getuige de voetnoten),waar hij juist veelminder exact mee omspringt,maardie hij wel tot uitingvan zichzelf maakt. Het resultaat is een boeiende maarongrijpbarestijl;allezend
raak ik telkens geboeid, maar op het eind blijf ikmetdevraagzitten:wat
heeft hij nu eigenlijk gezegd?!Laermans,dieinhoudelijk heelwat kritiek op hem
heeft, besluit toch:‘Deonwaarschijnlijkekrachtvan ditoeuvre ligt
èlders. Elke inhoudelijke kritiekschamptuiteindelijk af opdetalloze pagina’s
waarin de act van het schrijvendedoodsheid vandestrategische schriftuur overstijgt,
en,’ zegt hij, ‘latenwenietvergeten,dat zowat alle kritiek, ook de
hierbovengeventileerde,eenstrategischkarakter bezit:ze wil de ander
dodelijk kwetsen...’(70). Ik als lezer kan mij dus ook laten uitnodigen omhetspelmeete spelen en hem te volgen. Maar dan moet ik mijzelfwelrekenschapgeven, wathet bijzondere is dat mij hier en nu boeit. - Ik zalhetproberen.Ik werdherinnerd aan de geestelijke lezing in hetnovitiaat,Rodriguez, OverdeChristelijke Volmaaktheid. Een boek van een heelanderetijd, metverhaaltjesvan Plinius de Jongere, envan de Woestijnvaders. Hetismij altijd bijgebleven alseen signaal,dat onze bronnen meer zijn danalléénIgnatius en zijn metgezellen,dat wijgeworteld zijn in eentraditiestroom dieteruggaat op de eerste eeuwenvanhet Christendom. Misschienis mij dat vooralbijgebleven door een reactievanmijn jongere medenovicen,die er vooral eenverzameling bizarreverhaaltjesin zagen, terwijl ik als kindal geleerd had,om wat door dievreemdheid heente kijken en er een schat vanwijsheid althansin te vermoeden.- Uitgerekendbij Certeau vond ik ditbevestigd, in het hs.over de ‘KleineHeiligen’(332), waar het boek vanRodriguez deel blijkt uitte maken van eenbewustbeleid van Pater Aquaviva,vanwege de ‘DetrimentaSocietatis’ die hij zagendie om een tegengif vroegen.De zich ontplooiendeOrde moest, om in debewogenmoderne wereld zichzelf tekunnen blijven, dieperverworteld raken inhetverleden. Teruggrijpen om tot jezelf te komen.EigenlijkdeedCerteaudat ook. Zoals de lezer de schrijver nodig heeft alsbronvaninformatie, zoheeft de schrijver de lezer nodig om te herleven. Hetiseenwisselwerking.Geschiedschrijving is altijd een herschrijven. Want netalsdeverloren God,waar de mystici naar op zoek zijn (‘Zij hebbenmijnHeerweggenomen en ik weetniet waar ze Hem hebben neergelegd!’), zo is ookhet‘corpusvan feiten’ uithet verleden, waar Certeau over wil schrijven,nietmeeraanwezig, weg. De‘mystiek’ als beweging van de 17een 18eeeuwisverdampt,en toch ligt ze er nog - als realiteit van hetverleden.Delezer/schrijver vanonze tijd die over het werk van deze mensenschrijft,isa.h.w. hun collega inhet grijpen naar het onbereikbare, of dat nudeHemelis of de Historie. Aldusongeveer Certeau. Omdat de mystici van die tijd teruggrepenopouderethema’s,moest Certeau, om een diepergaande kijk op hun tijd tekunnengeven,diebeweging meemaken en die thema’s terugvervolgen die in de 17een18eeeuwzo’nrol hadden gespeeld. Wat is het eigene van die twee eeuwen? Certeau ziet:‘Mystiek’alssubstantiefen ‘mystici’ als mensen die zich thematisch op diemystiektoeleggen.Zijherkenden zich in die oude verhalen uit een tijd toenmen hetnog nietover‘mystiek’ had, maar dikwijls wel met dezelfde dingenbezig was.Ik denk datdatde reden was, dat Certeau zijn boek over deMystiek in deModerne Tijdbegonmet een verhaal uit de Laatromeinse Tijd. Het thema is hier de ‘Verlichte Ongeletterde’,eenthemadatvan alle eeuwen is, en dat in het boek herhaaldelijk terugzalkomen. Indelate Middeleeuwen Tauler met de man uit het Oberland.Maarhetmodernevoorbeeld is Surin met de jongen die hij in de reiskoetsontmoette.Hetverhaalvan de ‘Spons’ uit de 4eeeuw,schijnt heteerstevoorbeelduit dechristelijke tijd te zijn.Dit isde Histoire Lausiaque.Voor ik eropinga eerst nog wat uitdeinleidingop het boek. ‘Dit boek presenteert zich innaam van eenincompetentie:hetisverbannen uit zijn eigen onderwerp.’Niet weten wie Godis en toch overHemschrijven, omdat je wel moet. Je staatdaarmee wel aan dekant van demensenover wie je schrijft, godzoekers ook zij,ook zij levenduit eenfundamenteelgemis. Hij wil schrijven over een onderwerpwaar hijnooit greepop zal kunnenkrijgen, maar dat hij wil proberen een beetjein tekaderenvanuit vierbenaderingswijzen: Eros. Godsdienst als gesublimeerde erotiek. Psychoanalyse. Al het menselijke heeft zijnlicht-enzijnschaduwzijde. Voor een adequate beschrijving moet je beide rechtdoen. Historie. Zijn jarenlange ervaring vanwroeteninarchieven,met de stille jubel, van soms iets werkelijksignificantstevinden. De Fabel. Wat er van de mondelingetraditieoverblijft,bijgeloof,sprookjes. Dit alles is wetenschappelijk nietmeerrelevant,tenzij als objectvoor interpretatie. Maar we moeten welbeseffen,dat we metdeoraliteitietsverlorenhebben,wat onstoch niet met rust laat. De ‘Idioot’, ook wel ‘Spons’ genaamd, leefde in de 4eeeuwineenklooster met 500 nonnen, als iemand die overal tussendoor liep,nergenstotlastwas, integendeel voor elk smerig klusje in was. Ze hadgeenenkelepretentie om‘iemand’ te zijn. Maar juist daarom was ze iemand,zoietsals eenheilige. Eenoude monnik die op een berg leefde kreeg eenverschijningvan eenengel, die hemop haar attent maakte. ‘Jij denkt dat jeiets heelbijzondersbent, Pittéroum?Ik zal je iemand laten zien, die beter isdanjij. Daar endaar in het klooster,je kent haar aan de vaatdoek die zeomhaar hoofdgewonden heeft. Zij is beterdan jij.’ Hij gaat op zoek envindthaar.... Speurend naar ‘eros’ dacht ik het
eerstaandeoverweldigendeontdekking: zij is beter dan ik; bij haar vind ik
watmijontbreekt.De engelhad het hem gezegd, maar dat doet niet af aan
hetthema.Het is er welingesublimeerd: de constatering ‘zij is beter dan
ik’betreftniet alleenmijpersoonlijk, maar jullie allemaal, aldus Pittéroum. Psychoanalyse biedt zich in onze tijd
aanalseeninstrumentwaarmee wij het verhaal van een andere kant
kunnendoorprikken.-Ook dit omdodelijk te kwetsen? - De bedoeling is anders:
om tegenezenvaneen dodelijkekwetsuur die er al was. Historie: het tragische slot, haar
verdwijning,toeneenmaaldatgenegebeurd was wat zij het meeste gevreesd had,
dat maakthetverhaal pasecht toteen verhaal dat staat. Dat is het moment
vanwaarheid.In een van deandereverhalen uit het bundeltje, waar
dehoofdpersoon sterften eenprachtigmausoleum krijgt, is voor Certeau
eenaanwijzing, dat zo deverdringingvan deschaduw onherroepelijk werd en
dekans tot integratiegemist werd.(zoongeveer). Fabel. Mijn verhaal werd een halfschriftelijk,halfmondelinggebeuren, drijvend op de weerklank, die ik bijjullie hooptetevinden.Daarom mag ik besluiten: ik dank u voor uw aandacht. 7
L'HistoireLausiaque(DeFranse tekst) Encemonastèreily
eut une vierge qui simulait la folie et le démon. Les autreslaprirentendégoût
au point que personne ne mangeait aves elle, cequ’elleavaitjugépréférable.
Errant à travers la cuisine, ellerendaitn’importequelleservice. C’était,
comme on dit, l’éponge du monastère.Enfaitelleaccomplissait ce qui est écrit:
‘Si quelqu’un a le proposded’êtresageparmi nous en cette vie, qu’il devienne
fou pour devenirsage.’Elleavaitnoué un torchon autour de sa tête - toutes les
autres sontraséesetportentdes capuches -, et c’est dans cette tenue qu’elle
faisaitlaservice.Desquatre cents [soeurs], aucune ne la vit jamais
mâcherquelquechosedurantles années de sa vie; jamais elle ne s’assit à
table;jamais ellenepartageala pain avec les autres. Elle se contentait des
miettesdetablequ’elleépongeait et de l’eau des marmites qu’elle récurait,
sansfaireinjureàpersonne, sans murmurer, sans parler peu ou prou, bien
quefrappéedecoups,injuriée, chargée de malédictions et traitée avec dégoût. Voiciqu’unangeseprésenta
au saint homme Pitéroum, anachorète qui avait faitsespreuvesetrésidait au
[Mont] Porphyrite. Il lui dit: ‘Pourquoi as-tubonneopiniondetoi, à cause de
ta vie religieuse et du lieu où turésides?Veux-tu voirunefemme plus
religieuse que toi? Va au monastère desfemmesTabennésiotes etlàtu en
trouveras une avec une bandeau sur la tête.Elleest meilleure quetoi.Aux
prises avec cette foule, elle n’a jamais écartédeDieu son coeur,tandisque
toi, qui résides ici, en pensée tu vagabondesparles villes.’ Luiquin’étaitjamaissorti,
il y partit. Il demande aux supérieurs d’entrerdanslemonastère desfemmes.
Comme il était illustre et déjà vieux,ilsn’hésitèrentpas à le faireentrer.
Une fois entré, il réclame de lesvoirtoutes. Maiselle ne se montraitpas. À la
fin il leur dit:‘Amenez-les-moitoutes. Il enmanque une.’ Elles luidisent:
‘Nous avons uneidiote(salê)au-dedans,à
lacuisine’ - c’estainsi qu’on nomme lesmalades. Il leur dit: ‘Faites-laveniraussi,
que je lavoie.’ Elles allèrentl’appeler. Elle refuse, peut-êtreparcequ’elle
serendait compte de ce quise passait, ou même parce qu’elle
enavaiteurévélation. Elles l’entraînentde force et lui disent:
‘LesainthommePitéroum veut te voir.’ Il était engrand renom. Quandellefutlà,il
vit le torchon sur son front et, tombant à ses pieds,
illuidit:‘Bénis-moi,[Mére(Amma)].’Commelui,elle
tombaaussi à ses pieds en disant: ‘Toi, bénis-moi, Seigneur(kurie).’ Les
voilàtouteshorsd’elles-mêmes. Elles disent au sainthomme: ‘Père(Abba), ne le prendspas comme
uneinjure: c’est une idiote(salê).’Pitéroumleurs
dit àtoutes:‘C’est vous qui êtes des idiotes(salai),carelle est pour moi et pourvous notre mère(Ammas)-on appelleainsi les
guidesspirituelles - et je priepour être trouvé digned’elle aujour du
jugement.’ Àces mots, ellestombèrent aux pieds du moine enavouanttoutes
sortes de choses:l’unel’avait arrosée avec l’eau de lavaisselle,l’autre
l’avait bourrée decoupsde poing, l’autre lui avaittumifié le nez...Enfin
elles avaient toutesbiendes injures à confesser.Ayant prié pour elles,il s’en
alla. Quelquesjoursaprès,nepouvant
supporter l’estime et l’admiration de ses soeurs,accabléeparleursexcuses,
elle sortit du monastère. Où elle s’en alla,oùelles’enterra,comment elle
finit, personne ne l’a su.(p. 49-51) 8 Verslag13-12-1999 Ochtendbijeenkomst. Jo Verhaarvertelt over Jacques Lacan, aan de handvaneenpapier dat hij uitdeelt. Eenpaar trefwoorden: Lacan was, metveleandereberoemdheden,(Sartre,Merleau-Ponty), een leerlingvan(ong.)Cogève,Hegeliaan, eigenlijk eencharlatan, kennelijk een mètcharisma. Lacan vetaalde Freud naar het Structuralismetoe.-Taalheeft geen centrum. - De ware identiteit? Die is er niet!Devraagisveeleer: wat voor huis heb je? (cf.Teresia van Avila) -Indeontwikkelingvan het kind plaatste hij tussen de freudiaanse fasenvanhet“spenen” en het“oedipuscomplex” als tussenfase de eerste“confrontatiemethet eigenspiegelbeeld”. Kind in verwarring: wie is wie? Alshij moederhoortroepengaat hij niet zelf op weg, maar begint met te kijkenofzijnspiegelbeeldgaat lopen. Maar ook dat gaat over.-Lacan brak metdeofficiëlePsychoanalytische Vereniging en stichtte eeneigen Vereniging.Maartoen hijhet gevaar zag dat het weer zo’n school meteenvoorgeschrevendoctrien zouworden heeft hij die vereniging na 16 jaarweeropgeheven. Literatuur: een heel mooi boek:A.Mooij, “Taal en verlangen” (1975). Walking in the city Middagbijeenkomst. Een paar punten uit de discussie: Vraag van Louis aan Wim: (Louis:) Kun je over wel over mystiek sámenpraten, ofishetmeer iets persoonlijks, de ervaring van een onmiddellijkeband met God? Voor mensen die vragen “Wie was toch diedeCerteau?”:Leesde
inleiding vanLuceGiard,“HowTomorrowIs
Already Being Born”, die we allemaal in onze maphebben. Planning Wij spreken nog twee data af; of en hoewedaarnadoorgaan,daar zijn we nog niet uit. De data zijn:woe.9febr.endi.4 april. (Louis:) Waarméé gaan we nu door,
boeiendetopicsofproberenwij een greep op C. te krijgen? (Deze vraag
blijftonbeantwoordliggen).
Woe.9febr.HansCatholicabij
de Certeau. DirkHoedeCerteaubegon
en eindigdemet mystiek. Di. 4 aprilHansCatholica bij de Certeau. Louis“Alteriteit”.A.d.hand van Ian
Buchanan,Whatisheterology? (New Blackfriars) Dirk 9
HoeMicheldeCerteau begon en eindigde met mystiek (Dirk, 9-2-2000) Ochtendbijeenkomst. 1. Wij begonnen met een voorbespreking over“Hoeverder?”,diewe kort hielden.De kwestie was of het niet vruchtbaarder wastewerkenmet eenreeks geplande onderwerpen zodat we grip krijgen op hetgeheel,ofdat het hetvruchtbaarst was dat ieder behandelt wat hem het meestinteresseert,invertrouwendat de rode draad wel voort zal vloeien uit hetonderwerp:Certeau.We werdenhet min of meer eens over het laatste. 2. Dirk sprak over: “Hoe Michel de Certeaubegoneneindigdemet mystiek.” Begonnen met een groot interessevoormystiekeschrijvers (o.a.Surin), verschoof zijn aandacht gaandewegnaarsociologie enanthropologie (alséén voorbeeld uit velen: Bourdieu’sstudieover deKabylen), met alsbeslissende ervaring de Studentenrevolte vanmei1968, omten slotte toch weerbij de mystiek uit te komen (“La FableMystique”).Mijnstelling is dat ookzijn keuze van 1968 een mystieke keuze was,zij hetingesaeculariseerde vorm.Zoals Surin zegt: in de eigenlijke keuze isergeenmeer of minder, geen“ernaar toe groeien”, er is alleen destap,resoluut,nu. Is dat niet heerlijk,als je dat kunt? Ik denk dat C.daaraltijdheimwee naar gehad heeft en er tenslotte vorm aan gegeven heeftdoorzichtoe te vertrouwen, niet aan eeninstituut maar aan debewegingzelf,toekomstgericht. Later zal hij zeggen datde teksten van zijnbeschermerSurin(en anderen) altijd zijn waarnemingenbewaakt hebben. In deFablekrijgtSurin een eigen paragraaf, zeer kritisch,dat wel. 3. Uit de discussie. Louis: HoeverantwoordtC.zijnconclusies
wetenschappelijk? Verantwoordt hij ze wel? EnLouisreflecteerdeopzijn eigen
proefschrift destijds, dat hij typeerde als“niet alteorigineel,want
grotendeels gebaseerd op boeken van anderen”,maarwelafgerond met eeneigen
onderzoekje, al was dat eigenlijk te kort(uittijdgebrek)en te
weinigrepresentatief. Het werd door dePromotorengeaccepteerd. Hijwerd
geachtwetenschappelijk werk te hebbengeleverden zijnstelling tehebben
bewezen;al was het niet goed voor een cummetje. Een moeilijke man had zijn buurman uitgedaagd,doordestenenvan zijn muurtje te pikken voor wat hij zelf bouwen wilde; hetwaszoiemand dieje beter niet voor de voeten kunt lopen. De buurman deeddatdanook niet enleed daarmee geen gezichtsverlies, omdat iedereen inhetdorpwist dat het eenmoeilijke man was. De buurman sprak er echter weldebroervan die man op aan,toen die weer eens terug was in het dorp. Dezezei:Maardaar moet je werk vanmaken! - Oh nee, ik ga toch geen ruziezoekenvanwegeeen paar stenen!...Maarjij bentwijs en verstandig; jij weet welwater moet gebeuren... (VergelijkAbrahamin Gen.23) Zulke observaties onthullen iets waarvandestrekkingveelwijder is dan plaatselijke gebruiken; maar je kuntzebeternietgeneraliseren tot een sociologische theorie die overaltoepasbaarzouzijn,aldus C. Middagbijeenkomst (Verslag is onaf; zie echter de tekst vandevoordrachthieronder.) 10 Hoe Michel de Certeaubegonen eindigde met mystiek(tekst voordracht)
Tien jaar geleden heb ik alwat vandeCerteaugelezen,zonder te voorzien dat ik daar later op terug zou komendankzijonzeCerteau-groep. Het ging om de Inleiding op de door hem verzorgdeuitgavevandeGuide Spirituel van Surin. De naam de Certeau zei mij toenniets, maareris weliets van bij mij blijven hangen. Met de Certeau is het ook zo gegaan.Aanvankelijksterkopspiritualiteit gericht (tekstuitgaven van Fabre enSurin)iszijnbelangstelling gaandeweg meer ‘werelds’ geworden: sociologie,psychologie,anthropologie.Metals beslissend keerpunt de studentenrevoltevan 1968. Tochgaat zijnlaatstegrote boek weer over de ‘mystiek’, maar dannu veelkritischer. Je zoukunnendenken, dat het voor hem een soorteindafrekeningis. Des te opvallenderis, datin deze kritische beschouwingenSurin weer eenplaats krijgt en dat hijhem nietverloochent. Integendeel, inde Inleidingerkent hij dat Surin hem zijnlevenlang begeleid heeft. In de Fable spreekt hij zich niet uit vóóroftegenMystiek,en is misschien juist daarom in staat, als psycholoog,socioloogenhistoricuste laten zien, wat haar plaats in onze geschiedenis is. Mijn stelling is, dat zijn keuze van1968ingeseculariseerdevorm een mystieke keuze was; en dat hij in deFableMystiquerekenschap wildegeven van de samenhang in zijn leven... en inonzeWesterseBeschaving. Ik wildat uitleggen aan de hand van een paarflardenuit: deGuideSpirituel(ca.1661,
1963) Surin heeft altijd bewonderaars gehad, onderwiegrotenamenals Bossuet, Fénélon, Clorivière; hij heeft ookaltijdweerstandopgeroepen.Een zekere pater Gamard, in 1875 door zijnProvinciaalgevraagdom adviest.a.v. de onuitgegeven geschriften van Surin wasvanoordeel: ‘De geschriften van Pater Surin behorentotdemeestsubstantiële en solide die ik ken. Zijn leer en zijnspiritualiteitzijnvanbegin tot eind die van St.Ignatius, met dit verschil dathij inzijntalrijketoepassingen de mensen zo op de huid zit en zo in de tangneemt,dathij zenauwelijks een adempauze laat. (p.11) De eerste stap zal bij Surin altijd moetenbestaanineenkeuze. ‘Elke goede gewoonte komt niet op gang zondergeweld.’(p.28).Datklinkt hard; maar van begin af aan heeft hij ook bemoedigendewoorden:‘Gewoonlijkmagde aldus toegewijde ziel, ten minste voor een deelvan detijd, reeds inditleven de vreugde smaken van God tebezitten.Immers,wanneer ons geluk vannaturegelegen is in drie zaken: grandeur,genietingenen het bezitten vanmooiedingen, dan zal men reeds nu, in ditleven, hethonderdvoud ervaren vanwat menprijsgegeven heeft en dusgelukkig zijn.’(p.67). Ervaringskennis. Uit de Certeau's inleiding: 'Surin valt meteen op door zijnhelderheid:eenzindelijkheidvan denken die vurig en to the point is. Het isnietzozeerscherpzinnigheid diede finesse is van de psychologische analyse;hetiseigenlijk evenmin hetdoordringende dat kenmerkend is voor verdiepingvanhetweten. De helderheid isbij hem kennis uit ervaring; zij onderscheidtermeteen toenemende scherpte hetware van het valse. De duidelijkheidvanhetexposé vloeit hier voort uit devastberadenheid van een absoluteenconstantekeuze. Waar het dagelijks levenzich als een ‘mengeling’voordoet,zal deonderscheiding verhelderen, wàt bijdraagttot en wàt ingaattegen devoorkeurvan een exclusieve liefde; zij is de vruchten het instrumentvaneenhartstocht, enkelvoudig en radikaal, gericht op de Goddie haarwekt.'(p.22) Misschien vond de Certeau er iets dat niet meervandezetijd is, datook niet iets van hem persoonlijk was, maar waar hijwelheimweenaar had. Iets als een katechismus, maar dan weleendynamische,metoog voor de nuances, waarbij hij steeds aangeeft, inwelkerichting zewijzen. Heel illustratief is het hoofdstuk over hetgemengdeleven,hoeomte
gaan met de beslommeringen, zonder je geestelijk leventeverspelen.Hijonderscheidt
de mensen in drie soorten: Het gaat er om, in het kort, of
iemandeennormaalchristelijkleven wil leiden, of dat hij naar de volmaaktheid
wilstreven.Jekunt jenatuurlijk afvragen, of hij op die manier van despiritualiteitietselitairsmaakt.
Ik denk dat de Certeau zelf ook met dievraaggeworsteldheeft, (metbetrekking
dus tot de door hem bewonderde Surin). 11 Referentiekaders bij de Certeau (Jo,11-4-2000) Laten we “referentiekader” definiëren als “het totaalvanherkenbare(maar niet noodzakelijk herkende) schema’swaarinredeneringen,beschrijvingen,waardebepalingen, etc. begrijpelijk worden. Bijvoorbeeld:Iemandzegt: Tegenover God heeft
demensvannature een relatieve autonomie. De volgende schema’s zijn hier operationeel: [1] De concepten “God” en “mens”
kunnencorrelatiefgebruiktworden; Referentiekaders kunnen worden “beleden” (zoals “ikbenfenomenoloog”;of “ik analyseer alles hermeneutisch”; of “ik ben atheïst”). Michel de Certeau “belijdt” geen referentiekader, maaridentificeertdeschema’s daarin ook niet (bij naam). Zulke schema’s zijnechterherkenbaar.Hier zijn er een paar: [1] De geschreven taal kan een middel zijn om
machtuitteoefenen:het scripturaire. Wat in orale taal voorbijgaand en
hervormbaaris,is meerblijvend indien opgeschreven. Aanhangsel:Over“mystiek”bijde
Certeau. [1] Wat wij nu “mystiek” noemen is een
geloofservaringzointensief,alomvattend en inspirerend, dat
die(verondersteldelijk)de“gewone”geloofservaring verre te boven gaat. Dus:
“mystiek”isnu(zegmaar)“elitair”. [2] De vraag komt dus op: waar komt de opvatting “mystiek-2”vandaan? [3] Vóór ongeveer 1600 werden voor “mystiek-1”andere termen
gebruikt zoals: “contemplatio”, “spiritualitas”, “perfectio”,etc. Wat nu met “mystiek-1”
wordt bedoeld (als iets elitairs, in wezen verschillend van de“gewone” geloofsgave)
was toen ondenkbaar (en volgens de Certeau ook nu nog onverdedigbaar). [4] Wat eerdere “mystieken” (in onze taal dus “mystiek-1”) schreven (Hadewych b.v., Angelus Silesius, en vele anderen) was “literair”, niet concurrerend met enige “theologie”. Het was wel een“protest”-beweging, en was in die hoedanigheid een der bronnen van de latere “mystiek-2”. (11-1-2002 overgetypt
van een voordracht-papier van Jo Verhaar. - Dirk B.) 12 Agenda 8-9-2000 (o.a. Labadie) Den Haag 3 september 2000 Beste allemaal, Even een kattebelletje. 13Labadielenomade,1610-1674 Herinneringen: 1 De Voetiusstraat inUtrecht,metgedenksteenvan
het woonhuis van de Nederlandse, piëtistische,mysticaAnnaMaria vanSchurman.
1607-1678. Nederlands,
latijn,duits,frans,italiaans,engels, grieks, hebreeuws,
syrisch,koptisch,arabisch.Geschiedenis enwiskunde. Muziek. Tekenen en schilderen.Gobelins
alals12-jarige. In vele landen gold ze
als'wondervanhaargeslacht'.Bezongen door dichters uit tal van
landen.bezochtdoorgeleerden envorsten. 2. Maria Sybille Merian (en de labadisten). --------------------------------- Jean de Labadie, geboren op
13feb.1610teBourg en Guyenne. Vader was militaire commandant van de citadel. Met 7 jaar, samen met
tweebroers,naardejezuieten op school in Bordeaux. Al heel jong 'getekend door
God':zowel'doorde innerlijke genade van de Geest als door die van de Schrift'.' Een instinct, een
ingeborenneiging.Hetisgoed al op jongen leeftijd 'het juk van God te dragen'. Op 15 jarige leeftijd
treedthijinhetnoviciaat. Vanuit Spanje
beheerstedequietistischemystiekde hele romaanse wereld en had zich
verspreidinontelbare kloosters inallelagen van de maatschappij. Confrèries
die zichmetde zorg voor hetinnerlijkbezig hielden en vooral met het
'oraisonmental'. Sterk gestimuleerd
doordekerkelijkehiërarchie(tegenstelling met Vitteleschi??).
Bisschoppenlijkenvaangefascineerd, } doormensen 'die het hadden', zoals
ookjezuietenprofessorendoor heilige pupillen. Dan al verhandelingen over de mystiek. 1628-1631 Filosofie. De
jarenvanhetgonzenvan verhalen over 'bijzondere
devoties.'32-'34scholastiekenjaren.Vervolgensweer naar Bordeaux voor
theologie. In1639priester gewijd. Al in 1637
verontrustingbijVitelleschioverde reclame van pater Baiole voor een jonge
theologantdie'permodumpurispiritus leeft'. Omringt door
bewonderaars,zoalsDabillon,professorin de logica die met hem de Sociëteit zal
verlaten DE epitatha hem
toegekendliegenernietom:'Commencements si beaux' als 'uneétoile qui se lève'. Dit zal heel zijn leven zo blijven. Het moet een
zeerfascinerendepersoonlijkheidgeweestzijn. Maar er leefde ookkennelijkeengrotebehoefte
aan. Het hebben en
ervarengerelateerdaandegenendie het hebben en ervaren als locus, houvast.
Centraleplaats vanhetsubject. Vervagen en verdwijnen
deKerkenanderestructuren. Toch preekt hij een Kerk,
deKerkdiehijpreekt is een beeld, image, zoals uitgewerkt door C.
'Hetprestigevandeprimitieve Kerk, de plaats van de heilige Geest, Daarnaar
terug.ennietzoalszijn medebroeders in Guyenne, naar de oorsprong van de
Sociëteit. Door de terugkeer naar
eenbeginbehoorthijevenwel evenals zij tot die 'mystiques réformés' dieVitelleschivreestals
depest. Terugkeer naar het begin. S.haaktdatvastaan
de drift in de 17e eeuw om 'images' te
produceren.Lenzen,cameraobscura,optica, Huygens, van Leeuwenhoek, beelden van
hoe hetecht is,vandeoorsprong.Ruses de l'image. Maar 'het visioen (vision),maniervankijken,blikrichting)'
toont wat niet hier is, een afwezige (eendode,eenverleden, eenkoning. Het
onthult tegelijkertijd een verdubbeling vanhetik.Wat ik zie inhet beeld van
het/de andere, dat ben ik. Ik ben niethierwaar ikben, maarelders,in de
spiegel die het/de afwezige anderetegenwoordigstelt.En ik wisthet niet:
iconisch thema van die jaren. De/hetandere dat verschijntinhetvisioen
(vision) is een onbekend ik. De 'zuiverespiegel' is dus 'het raadsel'
dieeenafwezigheidvanzich-zelf uitspreekt. Het is slechts een fictie
ofeen(schijn)beeld vandeziel. De helderheid van het verschenen
object(désigne)(be)tekentdeobscuriteit (duister) dat de geest scheidt van
zichzelf.Zij iseen'artifice'maar innerlijk. Labadie is afhankelijk
vandit'barokkevisionairemysticisme'. Maar de 'kopie' of het 'portret' dat
hijmaaktvandeoriginelenis precies de niet-plaats (non-lieu) van zijn
geest'eengeleendverblijf', eenmetafoor, een transport buiten zichzelf.
Zijn'visioen'leerthem dat hij nietthuis is. Hij is berooft van zichzelf door
deplaatswaar hijis. Het gebaar van het verlatenvandejezuietenis
in de grond het logisch gevolg van die ervaring. Zijn 'visioen' is
zijnroeping.'Dessein'Planom te zijn in het beeld, om het te doen samenvallen
metdeplaats waar hijis,moet hij die plaats verlaten. Het is God die hem
dieeisstel, Het brengthemniet tot wanhoop. Die eis (clause) wordt hem
ookgestelddoor een ander,een vromepersoon. Het ideaal is ginds, ergens
anders,je moetheen-gaan. Woorden beeldhouden zich op buiten de plaats die hij
nuheeft(zijn lichaam, zijnsociaallichaam) Zij leren hem zijn
vervreemding.Maar hetis (zal zijn) vooralhetbeeld, die andere ruimte, die hem
zijn exildoetZIEN. Het visioen zelfisexilique, verbannend. Breder gezien
schijnt hetdatde geesten van de 17eeeuwdoor het construeren van een optisch
universumzichscheiden van derealiteitendie hun identiteit bepaalden. Labadie verlaat de jezuieten
lente1639.Hetjaardaarvoor woont hij samen met tien jaar oudere Surin, die
ziekis,gekenverdacht. Labadie geniet nogalgemenebewondering,maarhij
is niet meer daar. Hunconfrontatie staat op het
niveauvanhunvreemde en verschillendegenieën. Verondersteld dat LabadieSurinkonhelpen.Zie
de verschillende kijk op hun relatie, op elkaarendeverschillende kijk
oproeping (pag. 382). Twee soortensymboliek,fundamenteelbijbeiden,:
bij Surin de zee met zijn stormen. Hij inhet schip. De'lucht'(airienne).Hij is eengeest,die 'laag'
wordtgehouden,zijn vleugels zijn gebonden. Hij verlaat de sociëteit. De verwondering over
deredenzijngezondheidbij Vitelleschi. Er waren meer geluiden eerder toch?? De lichamelijke
zwakheidenmystiek.Klachtenbij anderen dat lichamelijke zwakte de vlucht
omhoog(deverstervingvan hetlichaam) tegenhoudt. Tot het lijden zelf
eenmystiekeervaring wordt.Op eendag valt hij te midden van medebroeders
flauw,wat hijzelf ziet alseenbevrijdende godservaring. Ziekten, vier artsen
enz.Viermaanden extrazorg ineen 'bijzondere kamer', maar met
schriftstudie,gebeden,openbaringeneninspiraties, vooral over het hem te
wachten staandelijden envervolgingen. Vitelleschi richt
zijnverwijtennietzozeertegen L. zelf, maar tegen degenen om hem heen
diepagina'sgevuldhebben metlofliederen op hem. Gaat door alswereldheer.Altijdgericht,zoals
hij zelf zegt: later inzijn"Declaration": 'ophetvestigenvan een
geheime school voor deeenvoudigen'. Zeer sterk: een Jezus-mystiek,
metheelveelreminiscentiesaan de Geestelijke Oefeningen, waarbij de
gedachtenvanbijv.het Fundamenttotaal ondergedompeld worden in die
Jezus-mystiek. Ook hier weer eerst
deGeestendanondergeschikt het Woord. In katholieke kring
schrikvoordeeffecten:verdamping van DE Kerk en devotionele wildgroei In reformatorische kring
latereenelementinhet grote debat over de norm van de bijbelinterpretatie. Hij wilde het leven vanJezuslerenkennen,maar
beschikte niet over een bijbel. Stelde zelf 'een levenvanJezussamen
uitperikopen en andere uittreksels. Cf de 'stof',
hetpatchwork,dieIgnatiuspresenteert in de GO, los van een bijbelTEKST. NB. De gevolgen
vande'tekstversnippering'intheologie, spiritualiteit, pastoraal. Onmiddellijk
zeeractievepreekactiviteit,metgroot succes. Denunciaties van
dejezuietenbijdebisschoppen. Vrijgesproken van
alleketterij,steedsmeerlof en succes. Bordeaux wilde hem graag houden. Maar naar het centrum Parijs.Opname,nagoeddoorstane
test, in de clerus van het aartsbisdom. Wederom groot succes in
allekringenvanlekenen clerus. Lof van bisschoppen, kardinaal Richelieu. Opkomst
vangeruchtenstroom(aangezetdoorjezuieten) Veroordeeld en uit deordewegensketterijenen
haat tegen Richelieu. Labadie vindt
hetverstandigerteverhuizennaar Amiens, Hij krijgt van de aartsbisschop de
kanselindekathedraal. Lof van Dr.
Bourgeois,jansenist.WaarvoorinParijs de abbe van St. Cyran in de gevangenis
zit, wordtin Amiensvrij vandekansel verkondigd. Weerstand
vandegeestelijkheid,Concurrentie,maar ook actie van L. tegen
depopulaireprediking(heiligenverering e.d.) Acties van jezuieten en capucijnen. Acties tegen hem bijRichelieu.(L.'sbroerzat
in de gevangenis in Parijs vanwege een of andervergrijp). Bezoek van Lodewijk
XIIIenRichelieuaanAmiens. Volledige rehabiltatie. Preken
tegendevoties,devotieboeken,heiligenvereringrozenkransen etc. L.
verspreidtmassaal eenfranse vertalingvan het NieuweTestament. Naar Peronne gehaaldbij het hofvanLodewijk. Weer Parijs, dan Abbeville,
allesopverzoekvande aartsbisschop, voor advents- en vastenpreken. Het was
metnamenvoordeordesgeestelijken al gauw duidelijk wie hij met
defarizeëenenschriftgeleerdenbedoelde. Aan zijn
prekenverbondhijgebedsoefeningen,met een duur van ruim drie uren. Omeenplek
tekrijgenzatende mensen al uren van tevoren, zodat ze op zondag vaak dehele
dagin dekerkverbleven. Benoemd tot 'theological'
aandeDom.Prekenover de leer van Augustinus over zonde, vrije wil en genade. Felle haat en actiesvankerkelijkezijde.Onrust
in de stad. Acties aan het hof, mn Noyer
(dejezuietmetde korte rok). 'Vrijspraak' door Richelieu. Maar aub:rust. Enige (8?) jaren werkt hij door in Amiens. Tijd van relaties ? metdejansenisten.Allesporen
van de verrader zijn uitgewist. Versterking vansmaadengeruchten. Later als Labadisten
enJansenistenelkaardehand reiken ging Richelieu wel anders denken. Maar Mazarin vindt het beterdatL.enDabillon
vertrekken van wege de onrust in de staat. Naar Zuid-Frankrijk:
Toulouse.!VolgensHeppein eenCarmelietenklooster, waar hij
onderenthousiasteaanhangers hethabijtaantrekt. 'Verspreid het gift vanhetjansenismeonderde
ursulinen' Moet toch onderduiken,
ondervalsenamen:Jeande St. Nicolas en Jean de Jezus-Christ, Sainthe
Marthe.Duiktonder bij degraafvan Favas. Ontkomt ternauwernood aan een
arrestatieopaandringen vandebisschop van Bazas. De Certeau: Zijn welsprekendheid
boeitdeeneenverontwaardigt de andere: Wat vindt men het goed dat ikdewaarheidzeg,zoals
die het verdient, dat wil zeggen een beetje sterk. Het woord doorklieft
deplaats(place).Deniet-plek van het discours snijdt dwars door
deondoorzichtige(opaque)stratificatie,waarvan de cohesie van een groep
isgemaakt, en planter het mesis van eendichotomische fictie: God roep
sommigen,uitrechtvaardigheid, totde eeuwigestraffen, de anderen, uit
barmhartigheidtotzijn glorie.Chirurgischeoperatie, 'anatomisch'. Zijn teksten: De niet-plek. De val.
Hetaccepterenvandevernietiging. Het accepteren, als de stoicijnen van
hetultiemenoodlot,de'natuurlijke' voorbestemming tot de eeuwige dood.
Hetaanvaardenvandeverdoeming als ultieme liefdesact. Het wezen van
allebeweging,deval:Aristoteles. Maar ook het oude idee van de afval
vandekosmos.(Gnosis).'moderne' religieuze ontworteling. Alleen nog:
hetuniekeheil, hetwonderopgevangen, ontvangen, uitverkoren te worden. Naar
datkanbedrog zijn.Hijdaagt zijn gehoor uit. De weigering is een
zekerdergarantievan debewondering.Vijandigheid is de uitzonderlijke plek van
demartelaar.Hunvijandigheidgarandeert hem de uitzonderlijke plaats van de
martelaar,dieheeftalsprivilege de niet-plek waar zij hem
heendrukken.Zijonderhoudenzijnuitverkiezing bewezen door het negatief. Zij
maken van hemdeware'solitaire'.De oude traditie van de mystiek, maar
verplaatst(déplacée). Vervolgens uitweiding over de
pijndesmart,voorL. niet in zijn eigen lichaam, maar in zijn sociale lichaam. Verre van zich te verliezen
indemenigte(watde sociale metafoor is van het Reële), houdt L. niet
opdiemenigteteprovoceren. Hij tart hem. Lacht hem uit. Met
ongeduld,metarrogantie,wachthij op het moment dat de leugen van de
menigtezichopenbaart, wantzijninnerlijke uitverkiezing steunt op die leugen.
Deafkeervan het reëlewordtbron van het ware. Uitweiding over de retoriek van dieteksten. Hij houdt niet op de
evangelische'crisis'indepraktijk te brengen: Ik ben gekomen om te scheiden. Maar in al die scènes die hij
speeltinaldietheaters, waar is de auteur? Wie is hij? een dode in
aanleg?eenmirakelvangenade? een don Juan? een comedien? Het publiek
verschillenmetpassievanmening over de personages die zij denken te herkennen
inzijnrepertoire.Wathem betreft, hij duidt tamelijk exact de relatie
aandiezijnroepingonderhoudt met die leugens, wanneer hij die noemt een
'donkerenachtvanhetgeloof'. Zijnovergang naar de
reformatie.Overalvolgthij de 'originele orde (Zie moeilijkepassage 388). Maar
altijdweerkijkendnaar een"image' Die Kerk omschrijft
alleeneenplaatswaarvande inhoud is een onbereikbare regeneratie. Daardoor worden weldra ook weerdeautoriteitendieook
weer politiek zijn geworden in de naam zelf vaneen'geest' diehenontsnapt. Euforische eerste tijd in Montauban.ZijnlangeDeclarationdeJean
de Labadie..contenant les raisons qui l'ont obligédequitterl'EgliseRomain. In Zuid-Frankrijk:Kennismakingmetdegeschriften
van Calvijn. Overgang naar de
reformatieinMontauban16okt. 1650. Prof. Garisol: Sinds
Calvijnendeeersterefomatoren nooit een man tot de gemeenschap van
zijnKerktoegetreden. 1/2 jaar als privé-man,schrijft'Elevationdel'esprit
a Dieu'. Door zijn succes onderdemensen(ziekenzorgen
preken in kleine groepen) beroepen als predikant.Voorheteerst deceremonie van
handoplegging in de ger. kerk. Vervolgenshoogleraarindetheologie. Achtergrond: Overeenstemming in leer
vangenadeenuitverkiezingen het presbiteriale gemeenschapsleven en vooral
deernst vandekerkelijketucht. Maar hij ervaart dat die tucht niet zo
strenggenomenwerd erdaarom meersprake was van een gedeformeerde kerk. Actie tegen:theater,pronkzucht,spel,dronkenschap.
ontucht. Maar ook daarin ziet
hijinMontaubanzelfssucces. Schriftelijke activiteit in Montauban. Hij legt zelf de relatie metzijnideeënendie
van de jansenisten. Direct gebruiken de jezuieten hemalsargumenttegen
dejansenisten. Verweer van Arnaud tegen de verrader. 1657-1739 Orange.Zie
deromeinsedocumentenmet alle rumoer. Maar een geest vanvernieuwing
gaatdegereformeerdegemeente.Orange bedreigt door Lodewijk 14. Gelukkig. Hem wordt een post als
predikantinLondenaangeboden. Wil reizen over Genève en Duitsland. Hij blijft in genève vanaf
1659.Ookhierdemeest glanzende resultaten. De gemeente van Calvijn
wasverslapt.Deordeningvan kerkelijke leven en discipline dito. Er was
eenroepomvernieuwdereformatie. Genève plotseling door toedoen van L.
weereenGodsstad(Heppe).Kerken konden de gelovigen niet meer
herbergen.Herbergenstondenleeg.Zondagen werden in alle strengheid
gevierd.Recht engerechtigheidstrenggehandhaafd. Handel eerlijk
bedreven.Twisten verzoend. Drinkers en brassers
werdenmatigengokkersgaven hun winsten terug. (Ontleend aan A.M. van Schurman. Groot succes van
zijngebedsoefeningeninzijnhuis. Een aantal jonge vrienden sloten zich aan,
dielater het zaadvanzijnmystiek uitstrooiden. Blijkbaar
ineensgezindheidmetanderepredikanten en autoriteiten opbouwend aan
devernieuwing van de kerkinGenève. Intussen sterke neiging tot chiliasme. Intussen had
hemontmoetGodschalkvanSchurman. Zeer enthousiaste geluiden naar Nederland.
Viahem, envooralzijnzuster Anna Maria verspreiding van de geschriften
inNederland. Intussen in Genève
reactietegenhem,politiekaangewakkerd vanuit Savoye. Door Anna
Mariatoedoenuitnogingvoorpredikantenplaats in Middelburg, dat gold in
heeldegereformeerde werelddoortoedoen van Willem Teelinck als een voorbeeld
vaneenechtegereformeerdekerkgemeente. AankomstinUtrecht,verblijfbij
Anna Maria, begin van een intense relatie. Labadieenzijn prekenhetgesprek van
de dag in Utrecht. MaardanaltwijfelsVoetius,
Essenius en Lodenstein, de theologische autoriteitenindeDomstad. Twijfelsaanzijnradicalebedoelingen
van zuivering van de Kerk. Later een brief aandeherenuitMiddelburg versterkte
dit. HijvonddeKerkin
Middelburg zwaar verwaarloosd. Strenge tucht,meditatie,versterving,vasten.Gebed
om de boze geesten uit te drijven.Bevordering
vanconventikels,huisdienstenvolgens vast schema, die ook eldersin het
landnavolging vonden.In 20 maandengrote opleving.
Talrijkepolemisch-apologetischegeschriften uit76 en 68. Tochwordtlangzaamduidelijkdat
hijeen totaalvreemd kerkbegrip hanteert en wilinvoeren. Hetwekt
sterkeantipathieën enhaat. Hij blijft weg op de synodes. Raaktverwikkeldintheologischediscussies. Synodeverklaarthemafvalligvan
de ware leer. Suspensie. Bevestigd door de StatenvanZeeland. WeguitMiddelburg. Zijnroemroepthemnaar
Veere. De Staten wijzen erop dat hij een bron van onrustenopstandis.Veere
weigert hem weg te sturen. De Staten sturentroepen.Bijnaburgeroorlog. L.vertrektnaarAmsterdam.Anna
Maria trekt bij hem in. Begintdaarzijneigen,zuivere
gemeente. DethesenvanVoetius. Niemandmagdekerkverlaten
omdat daar lauwheid wordt aangetroffen. Niemandmagdekerkverlaten
om zich in afgesloten,kloosterlijkegemeenschappengodsdienstoefeningente gaan
houden. Niemandmagdekerkverlaten
en zich te voegen in een gemeenschap van gehuwdemannenenvrouwen,alleen al om
de schijn van het boze en ergernis tevermijden. Eenlawinevanstrijdschriften. Degemeentegroeit:Aankomstvan
de zusters, Anna, MariaLucia d'Aerssen deSommelsdijk, dochtersvan
degouverneur van Suriname,met een landgoed teWiewerd in Friesland. SynodesvragendeStatenvan
Holland op te treden tegen deze seperatistische beweging. JohandeWitthoudtaf
op grond van beginsel van godsdienstvrijheid.Geruchten,lawaaienschandalen: er
zo iemand in zijn huis zijn doodgeslagen.Een vanzijnadeptenwordt gek en
sterft. Oproer tegen L. van het volk. ContactmetAntoinetteBourignon,'die
andere noordelijke mystica'. Poging zichtevestigenop"Noorderstrand'(??) AnnaMariaprobeertdegemeenschap
naar Herford te krijgen bij haar vriendin degravin.Met 50personendaar
naartoe. Zijvestigenzichdaar:Labadie
en de oude eerbiedwaardige Anna Maria wordenalgemeen Papaenmamagenoemd. Weergrootsucces:godsdienstoefeningenin
de slotkapelmet 300-400 toehoorders. Strengetucht,gemeenschapvangoederen.
Levendige godsdienstoefeningen met omhelzingenendansen. Groteschriftelijkeactiviteit.Degeschriften
vinden brede verspreiding in NederlandenDuitsland. Ontstaanvanandere
labadistische groepen. Nieuwrumoer.Meden.a.v.geheime
huwelijken van de pastores, terwijl in Amsterdamnoghetcelibaat gehoudenwerd. KlachtenbijdeKeurvorstvan
Brandenburg. Pogingenviapublikatiestegetuigen
van hun oprechte reformatorische geloof. Naheelveeltroublesis
het rampjaar: oorlog met Frankrijk, Engeland, MunsterenKeulen, dereden omte
vertrekken naar Altona, bij Hamburg, toenDeensgrondgebied. Daarin1674sterftLabadie.
Begraven in de tuin van het huis. DedreigendeoorlogtussenZweden
de Denemarken opnieuw aanleiding te vertrekken,naar hetlandgoedinWiewerd. Een
zelfsupporting gemeenschap in de goede tijdmeer dan300 leden.Metweverij,
drukkerij, smederij enz. In1732opgeheven,nade
mislukte avonturen in Suriname en Noord-Amerika (NewYork). Nogrondhetmiddenvan
de negentiende eeuw sprak men in Friesland van'labadistenwol',eendurelakense
stof. C. Aldezegrensgangers,bekeerlingenhebben
misschien als modellendebekeerlingentussenjodendom
en christendom in Spanje een eeuw eerder. Hetculturelemodelvande
converso verspreid zich als een aanwijzing, fundamenteelvan eenbreuktussende
plek en de zin, een breuk moeilijk te verdragen, maarzonderwelkemen nietkan
begrijpen, in de 17e eeuw de agressieverestauratievanlokalelegitimiteiten op
een politieke en nationale wijze. Alhoewelslechtseenfiguurtussen
al die passanten, verbindt toch L., doorzijnuitzonderlijkereis,
enkeleessentiële krachtlijnen aan de 'mystiek' diezicheen eeuwtevoren
als'wetenschap' had geconstitueerd. En hij is
eenlucide,ofschoon'condemnatieve'getuige van hun afvalligheid (defection). 14 Agenda Certeaugroep vrijdag 10 Nov.2000 10.30-16.30 uur op 't Hoenstraat (ochtend:) 1. Eventuele nieuwe leden; en andere praktische punten. 2. Dirk over:"Heb oog voor
hethaakseleven",overde Inleiding op Heterologies, van de hand
vanWladGodzich. (middag:) 3. Wim over de:"Église Éclatée",
aandehandvanJeremy Ahearne,"The Shattering of Christianity andtheArticulationofBelief",
waarvan wij een fotocopie hebben uit NewBlackFriars. groeten, Dirk 15 Le Christianisme éclaté (Wim, 10-11-2000)
1. Un christianisme culturel Een zeer
belangrijkeontwikkelingvandesituatie van het christendom in Frankrijk. Bij elk debat tredenwelkerkelijkevertegenwoordigersop,
maar niet meer als getuigen van eenwaarheid. Zij maken deel uit van
eenrepertoirevandesociale cambodia duelleerde. Aantal jaren
geledenwashetchristelijkegeloof(sgoed) solide verankerd in groepen en
specifiekgedrag.Menstond achtereen taal of bestreed die. Nu een fragment van
decultuur,nietmeergebonden aan het geloof van een bepaalde groep. Aan de andere kant bij
dechristenenwordtdereligieuze expressie, taal zeldzamer. Christenen spreken over
gerechtigheidenbevrijdingDeduivel,Jezus en de paushebben een plek in het
theater van demass media. Hetzelfde in de praktijk:
demilitantenvandegrote christelijke bewegingen verlaten de instituten,
díewegkwijnenenzoekenhet in politieke, sociale en culturele zaken. Zij blijven of worden militantenenhoudenopte
zitten op objectief christelijke posten. Hetzijnjuistchristelijkemotivaties
die hen de christelijke plekken doenverlaten. Een nog
radicalerfenomeenontwikkeltzich:steeds meer christenen zijn steeds
minderpractiserend,naarmate zijmeergelovig zijn. Juist hun geloof
verwijdertzevandesacramentele en liturgische praktijk. Statistieken wijzen
uit:destabielerelatietussen objectief gedrag en persoonlijke overtuiging
valtuitelkaar. Er blijven nog wel relaties
tussenwijzevanlevenen geloof, maar de band is obscuur,
vaakdramatisch,ambivalentenlangzamerhand doorgesneden. De delen van het
systeemvallenuiteen.Iederdaarvan verandert stil van betekenis. Hier nog
blijftdeuitdrukkingvangeloof, daar wordt het een teken van conservatisme
ofeenpolitiekinstrument. Het wil zeggen
dathetchristelijkinstituutuiteenscheurt, zoals een als een verlaten
woning,degelovigenverlaten hetdoor het venster. de krakers, komen binnen
doordedeuren. De kerkelijke constellatieverstrooitzichnaarmate
de elementen hun samenhang verliezen (desorbiter). Er is geen ferme articulatiemeertussendeact
van geloven en de objectieve tekenen. Ieder teken volgt
zijneigenweg,gehoorzaamdaan verschillende vormen van hergebruik, zoals de
woordenvaneenzin zichverstrooien over de pagina en binnentreden in
anderecompositiesvanbetekenis. Van het systeem
vanexpressievanhetchristelijk geloof blijft een lexicon over
waarvanbepaaldeelementendienen omuitdrukking te geven aan nieuwe vragen. In
hetbijzonder:hetreligieuzerepertoire om uitdrukking te geven aan de
problemendie inhetleven wordengeroepen door het verdwijnen van de
traditionelemaatschappij. Het verzekert de overgang
vandeenesocialestructuur naar de andere. Twee punten: de dissociatie tussen geloofendeinstitutenis
geen probleem alleen van de kerk. Alle
instituten(naties,partijenvakbonden)hadden een kerkelijke vorm overgenomen en
behouden. Kort: het afscheid van de ideologie. Men behoort tot
(hangtaan)eenpressiegroep,tot een middel van sociale transformatie,en
steedsminderaaneen 'sens de l'histoire'. Men 'gelooft' er nietmeer in, men
gebruiktze. Van de andere kant: het
lijktwelofdefundamentele ervaring van het geloof zich niet meer
bevindtopdezelfdeplekkenals de religieuze taal. Zie daar het massievefeit:hetobjectievechristendom,
wordt meer en meer een folklore, maakt zichlosvanhet geloof omte horen bij
een cultuur, en in eenalgemeneontwikkelingverschaft hetsymbolen en metaforen
voor bepaalde sectorenincrisis. Als het zo is, alsdechristelijketaalfunctioneert
als representatie van sociale problemen,hoedrukt degelovigeervaring zelf zich
dan uit en wat kan die dan wel zijn. Vertaling van de vraag
naardeFransesituatie.De christelijke referentie gebruikt zowel door
linksalsdoorrechts. Op welke wijze gebruikt? 1. Esthetisering. Het corpus van
ritenengeschriftengebruiktals materie voor theater, poëzie, beeldende kunst. Bewonderenswaardige
ruinesvaneensymboliekdie tal van mogelijkheden geeft. Voorbeelden: succes vangregoriaansinJapanen
hier. JezusChristSuperStaretc. Voorbeeld gebruik vandebijbel.Vroegeralleen
voorzien van een commentaar dat de warebetekenisaangaf. Detekst zelfwas niet
essentieel. Het hele apparaat eromheenwasbelangrijker. Wat telde was de relatie
metderegelsvanlectuur. Een manier van lezen (de kerkelijke) bracht de zin
vandetekstvoort. Dit is de
traditionelepositie:dewaarhedenkomen niet voort (geheel geharnast) uit de
tekst: zijzijnhetresultaat vaneen wijze van gebruik van de tekst, dat wil
zeggenvaneenkerkelijke maniervan ze te lezen. Het boek wasdus'ingeschreven'engeïntegreerd
in een gemeenschappelijke en presentegelovigeervaring, ineenmanier van het
'ontvangen' (een traditie), van hetpraktiseren(eenlecture) envan het denken
(een theologie). Sinds vier eeuwen, omredenenvandeomwikkeling
van de moderne westerse beschaving heeft de bijbelsetekstzichlosgemaakt van
de kerkelijke praktijk. De betekenis komt nu
ofwelvandeindividueleervaring, gevat in algemene sociale praktijken,
ofwelvanwetenschappelijkeregels, uitgewerkt voor iedere tekst, sacraal of
niet. Het boek ligt
nuinelkewillekeurigeboekwinkel, de interpretatie wordt
beslistdoorwetenschappelijkeen socialeoperaties die ontsnappen aan de
gelovigegemeenschap. Vergelijk metdeGriekse,klassiekeliteratuur.
gepraktiseerd, bewerkt en belegd metbetekenisdoor eenwereld dievreemd is aan
die welke hem heeft geproduceerd. J.M. Domenach vertaalt het
weersterknaardeFranse situatie. Het misbruik van
christelijkmateriaalvoorpolitiek. 24. We hebben nog niet gesprokenoverdenatuurvan
de christelijke ervaring. Slechts de huidigesociaal-culturelecontext.Ophet
theater van de massamedia spelen priesters enbisschoppen derolvanbinnenlandse
indianen. Maar het wil zwel zeggen dat
detaalambiguenonzeker is. Wat is het geloof? Wat isdeliefde(charité)? 25 Een belangrijk
element.Discussiesoverhetstatuut van de priester (katholiek en protestant). Het personage van declericus,eenwelgesneden
silhouet op het tableau van de maatschappij. isslechtseeneerstemanier, nog
metaforisch, om de mogelijkheid in kwestie testellenvoorde Kerkom de rol uit
te oefenen van een bemiddeling tussendemenselijkeervaring enhet absolute. Deze vraag, dit
debatinfiltreertenverschijntin andere sectoren, sacramenten, het leergezag,
detraditie,enz. Ten laatste: is hetgeloofgeconditioneerdenmoet
het zich uitdrukken door een 'behoren tot' eenKerk? 27 Al drie eeuwen is
hetfonctionerenvandewaarheid aangevochten in meer en meer uitgebreide
regionenvandechristelijkeervaring. Het gaat hier niet
omdekritiekvanniet-christenen, hoewel die ook een spirituele betekenis heeft. Maar het ontstaan na de
reformatievandevele'sekten'. Het nieuwe van hen: de evangelische wil om de
Kerk aftewijzenalsinstituut, in staat om het leven van haar leden te
voorzienvanbetekenis. Maar ook bij de mystieken van de17eeeuw:eenanaloge
dissociatie tussen de existentiële radicaliteit vanhetgeloof endesociale
objectiviteit van de kerkelijke instituten. Het aantal
'Christenenzonderkerk'vermenigvuldigtzich. 27 Twee actuele stromingen: secularisatie, en mystiek, charismatiek Dat de Kerk geen 'corps du
sens'meeris,datde christenen de weduwen zijn van het kerkelijk
instituut,datisdefundamentele kwestie. Nog eens: alle grote
ideologischeinstitutenondergaandezelfdecrisis. 30 De uitdrukking vanovertuigingenneemteenandere
vorm aan: die van kleine groepen, vangemeenschappenvanuitwisseling enrelaties De
technocratischeuniformeringroeptdetegenkrachten op van de vermeerdering van
kleine eenhedenbevorderlijkvoordepersoonlijke communicatie en voor de
representatie vangedeeldewaarden. Theologisch: wat hier
inkwestiewordtgesteldis niet God, is niet een ervaring van een
absolute'Andersheid'. Zij duikt juist op overal waar
menHemdachttehebben uitgebannen. Een proliferatie van spirituele bewegingen. Waar het om gaat is niet God, maar de Kerk. In de historie van de
mensheidgaatGodvoorafaan de Kerk en schijnt haar te moeten overleven. Zou
deKerkslechtseenhistorische figuur zijn van de vraag naar God,
eenvariantgeproportioneerdaaneen systeem dat op weg is te verdwijnen? pag. 32 Rol van de kritiek. Onkruid wieden om de grond
vrijtemaken.Elkegrond is weer het onkruid voor de volgende.Reizen
zonderterugkeernaarhetbegin: Levinas Abraham. Ben ik misschien
gedeformeerddoormijnlangebezig zijn met de mystieken, die niet ophoudenderepresentatiestebekritiseren
en steeds weer iedervan hun ervaringenteoverschrijden. Terug naar twee
socialevormen,heterogeenmaargecombineerd. Degrotetechnocratischeproductieorganisatiesen
de groei van de kleine groepen. 34 Karakteristieken: 1. De onmogelijkheid alleeneenlangagedusens
uit te werken of alleen een dieptedimensie te latenoplichten. 2. De wijze van collectieve
creatie,dienogmogelijkis in een kleine groep. Het gaat om de
communautairepraktijk,hetgebaarschepper van arabesken. Niet het resultaatgeldteigenlijk,hetproduct. De mogelijkheid voor degroepzichzelfvoortte
brengen, geboren te worden, te veranderen, te leven,tekenenvoortbrengend. 3. De groepen zijn marginaal enminderheden. Dat terwijl grote
organisatieszichrichtenophet mobiliseren van waarheden. Bedrijfsethiek,
Missionstatemenstsetc. Om hun personeel te fixeren
enklantentewerven. Maar de zinsgevingsvraag
kiesteenandersociaalmodel. Zij is gelocaliseerd in kleine groepen. 36 Het gebeuren in de kerk. Groepen die deorganisatiepostulatenvandieKerk
omkeren. Het gaat
nietmeeromverontwaardigdeprotesten. Die profetische verontwaardiging
wasslechtseenaankondiging. Zij verwachttten nog
eenantwoordvanhetinstituut. Daaraan blijven vasthouden,
aanRome,depaus,de onfeilbaarheid, de bisschoppen is een lachwekkendebezigheidgeworden. De discussies tussen de
theologenendemannenvan de paus, de gevechten van Horaces en Curaces, kunnen
nogdeeluitmakenvanhet kerkelijk theater; ze hebben niets te maken met
hetlevenvandechristenen. 37 De kwestie is serieuzer,hoegaateencommunautaire
geloofservaring zich uitwerken en zich formuleren? 54 Zijn 'persoonlijke opvattingen'. Fases: 1 Historische studies: mystiek. 2. Werkzaam bij
Christus,Etudes.Zelfspreekthij over een apologetische invalshoek. Tegelijk zijn ervaring met 1968. 3. Radicale kritiek. Le Christianisme Eclaté 4.Persoonlijkeontkerkelijking.Wetenschapperen
staretz? 16 Godzich I: De Certeau en de Postmodernisten(Dirk) Een paar trefwoorden: Parmenides,Gnostiek,VersnipperdZelfen Bevrijdingsoorlogen. Certeau en de Postmodernisten wildenafrekenenmethetHegeliaanse model van de wereld in je greep krijgendooruniverselebegrippen;en wat daar niet valt in te passen, moet danmaarpassend gemááktworden. Wie tegen God gezondigd had wasvatbaarvoorvergiffenis,want zijn Gods wegen niet kronkelig en moeilijktedoorgronden?Maar wietegen de Rede zondigde was gewoon stom, naar menmeende,omdat zijnfoutgemakkelijk te bewijzen was. Zijn houding vroeg om“correctie”in elkezinvan het woord. Verwante wegen:Foucauldoverweldigde
tezeermetzijnargumenten, meekijken als hij deed met de
machthebbersenhunperspectief. In dit voorwoord van 6 paragrafen geeft Godzichzijnkijkopde
Certeau. Hij ziet hem als “postmodern”, d.w.z. alsiemanddiedegelijkstelling
van “denken” en “zijn” (Parmenides)wiloverwinnen.Wanneerwij proberen te
begrijpen wat er om ons heen gebeurt,danstoten wijtelkensweer op “alteritas”,
het totaal andere. Niet alleen Godis deAndere,maarook de medemens die wij
ontmoeten, degene aan wie wijjuistduidelijkwillenmaken, wat wij menen te
hebben ontdekt. Zonder taalgeendenken, zonderhetgesproken woord geen
geschreven taal. Taal kanaltijdgebruikt wordenombevelen te geven; de
geschreven taal nog meer, methaargestolde bevelenvande bureaucratie. Levinasheeft ons geleerd het bestaan
alsdialoogteaanvaarden. 17 Godzich II: Onze Arthur-legende.... (Vertaling: Dirk, 7/9) Westers denken heeft (de) het anderealtijdgethematiseerdalseen dreiging die gereduceerd moet worden, alseenpotentieel “zelfde”,eennog-niet-hetzelfde. Het paradigma is hier hetverhaalvan de queeste inderidderromans, waarin de ondernemende ridder hethof vanKoning Arthurverlaat -het rijk van het bekende - om een vorm vanandersheidte ontmoeten,een domeinwaar de hoofse waarden van de wereld vanArthur nietgelden. DeQueeste is teneinde wanneer dit vreemde domein binnendeheerschappij van dewereld van Arthurgebracht is: het andere isgereduceerdtot (meer van) hetzelfde. De Queesteheeft bewezen dat hetandereontvankelijk is voor eenherleiding tot de statusvan het “zelfde”. Enin dezeldzame gevallen dat dedolende ridder - Lohengrinbij voorbeeld - eenvormvan andersheid tegenkomtdie hij verkiest boven hetrijk van het zelfdewaarhij vandaan kwam, is dezeandersheid geïnterpreteerd -doorhedendaagsecritici evenzeer als doorMiddeleeuwse schrijvers - als hetrijkvan de dood,want het is ideologischondenkbaar dat er een andersheidzoubestaan vandezelfde ontologische statusals het eigene, zonder dateronmiddellijk actiewordt ondernomen om het toete eigenen. Ook hier (net als in de vorige paragraaf), mogehetonzekrachtte boven gaan om een bevredigende theorie te geven vanhetverbandtussenKenleer en bredere vormen van Sociale Praktijk, maar hetisduidelijkdat deoverheersingsimpuls die in de ridderlijkequeestegethematiseerd werd,eencultuurgegeven was en dat zijn falen op hetpolitieketerrein - getuigehetgeval van de oorlogen tegen de Islam (deKruistochten) -geenszins zijngreepop andere gebieden teniet deed, met name inde beoefeningvan deKennis, zoalsEdward Said overtuigend heeft aangetoond. Inpolitiekopzichtheeft het Westenmet tegenzin het bestaan van deIslamitischeAndersheidaanvaard, maar in hetrijk van de kennis erkende heteendergelijkemogelijkheid niet. Deze overheersingstendens op het gebied van
dekennisisnietenkel het gezichtsveld van de traditionele vakken.
Hetdoordringtdegeschriftenvan zelfs de theoretisch meest gewaagde
denkers,zoals evidentisin het gevalvan Michel Foucault. Foucault zag zichzelf
als deopzienervanjuist dezeheersersmanieren van de kennis, als iemand die
hunsystematiekenhun succes zoubeschrijven. Hoewel hij zijn onderneming
eenvormvanarcheologie noemde, gafhij minimale aandacht aan de
manierenwaaropdekennisoverheersing zichvestigde en op de middelen waarmee
zij haargreepwistte handhaven. In feitedwong zijn speciale aandacht
voordieoverheersing hem,om even onbarmhartig alsdatgene wat hij
aanhetbeschrijven was, elke praktijkte negeren, die in woordof
daadprobeerdeiets van autonomie te handhaventegenover deze hegemonischekolossen.Ditleidde
tot het beroemde probleem vanzijn onvermogen om ietszinnigstezeggen over de
beweging of de wisseling vanhet ene overheersendekenmodelnaarhet andere. 18
GodzichIII:....Toegepastop de 20e Eeuw Godzich.DeArthur-legendesymboliseertde
ontembare westerse neiging om de vreemdebuitenwereld,waar dieontdektwordt,
“gelijk” te willen maken. Het “andere”wil menherleiden tot“(meer
van)hetzelfde”. Nu, in de 2ehelftvande20eEeuw,
ziet de Certeau de Crisis van het Westersedenkenvooralintwee fenomenen: Deversplinteringvande“takken
van wetenschap”, zo genoemd, als vormden zijsamenéénorganischgegroeide boom,
terwijl zij in feite berusten opeenprincipiëlekeuze vooroogkleppen, met
verlies van werkelijkheidscontact.Zijclaimen elkop “hunterrein” objectieve
geldigheid, zonder te willenkijkennaar watdaarbuiten“valt”. Vraag je echter
naar een omschrijving vandateigen terrein,danblijkt het om een constructie te
gaanvanuitvooropgezetteuitgangspunten,geenszins objectief dus. Dewerkelijkheidheeftteruggeslagenin
de ingrijpende gevolgen van dedekolonisatie endebevrijdingsbewegingen.
Hetwesterse denken probeerde zeopverschillendemanieren te verklaren: alstriomfvanhetgelijkheids-ideaal.
Sartre: “ze claimen niet meer dan hun recht”. Amerika:liberalenbewonderdenensteunden
de emancipatie van hun zwarte medeburgers,totdatbleek, datdiezichzelf als
Black Power begrepen (“Mogen wij ook eenkeeronzenationaleidentiteit
bevechten?”) Toen verkoelde de belangstellingenverkeerdeze inregelrechte
vijandschap. Marxisten:Zegniet“onzemedeburgers”
maar “de arbeiders”, want het gaat omdeKlassenstrijd.Terwijl
devoorbeeldstaat, de Sowjet Unie zich juist toenalskolonialemogendheid
vanformaat ontpopte. Crisisvandekenleer.Anthropologen
zagen hoe hun kennis van andere culturengebruiktwerdtotvernietiging van die
culturen, en zelfs tot uitroeiing vandievolken.Zijbegonnen te twijfelen aan
de zin van hun onderneming.GrotediscussieinAmerika. Veel kwam er nog niet
uit, daar was deprobleemstellingnogteincidenteel voor. Het probleem is veel
fundamenteler,een zwakheidvanonsdenken, zozeer dat ook de meest radikale
bezinningenerdoorwerdenaangetasten in de fout vervielen die zij meenden te
bestrijden.ZoFoucauld,die demachtsstructuren aan de kaak stelt, maar
intussenhelemaalmetdiemachthebbers meekijkt, zich concentreert op de almacht
vandestructuren,enbijgevolg onmachtig is om te zien, hoe het komt
datdeheersendeparadigma’stoch van tijd aan het verschuiven raakten.
Datgebeurdenamelijkvan onderop.Maar daar moet je dan wel gedetailleerd
naarwillenkijken, ofliever: inwillen kruipen. En dat heeft de Certeau
telkensweergeprobeerd.Daarmeekreeg hij wel zicht op de bronnen van de
verandering. Zieookmijnnotitiehieronder
overWladGodzich. 19 Teresa schreef - in wiens opdracht?26 oktober 2000. “Mysticischrijven”.Datisvoor
de Certeau een belangrijk gegeven, geheelin het verlengdevanzijnaandacht
voortaal en voor het verschil tussen spreken en schrijven. Teresaschrijfttrouwensopeen
manier alsof zij zit te praten met haarmedezusters.Niettemin brengtzij zoop
papier babbelend haar hoofdwerk voort,de Moradas,(De geestelijkeBurcht). Op wiens gezagschrijft zij? Op bevel
vandiegeleerdemannen,waar zij als vrouw niet aan tippen kan zogezegd. Maarwatmoet zij schrijven? Wat er bij haar van binnen uitopkomt. Hoeschrijftzij?Vrouwelijk.“Mannelijk”schrijven
is iets van jezelf naar buiten werpen,dewereld in.“Vrouwelijk”schrijven
daarentegen is je bewegen binnen deruimtevan hetgesprek. De“ander” is hier
van meet af aan aanwezig. Als zij
vrijisomteschrijven wat in haar opkomt (makkelijker gezegd dan
gedaan),dansteltzichopnieuw de vraag:op grond van welk gezag? Je
zultdaarmaarzitten meteen wit vel papier voor je. Waar begin je? Haar
antwoord:“Ervielmij een beeldin, dat van een burcht met vele zalen, helder
alseendiamant.” Tweebronnen:eenopdrachtvan
haar overheden, en een metafoor. Voor haar isditgeentegenstelling: beidekomen
van God, want ook die geleerden warenopdatogenblik een werktuig in Godshand.
Tegelijk is er ook de onzekerheidvanhetallemaal van binnen uit jezelfte
moeten putten. Telkens beroept zijzichophet begrip van haarlezers/lezeressen:
“Jullie begrijpen wat ikbedoel.”Of:“Ik kan het nietduidelijker zeggen.” Kunnenwijzeggen:Zijschrijftop
gezag van God? Het probleem is dat ookvoorhaargeldt, datzij God enkel
ervaart in zijn afwezigheid - aanwezig enkelinhaarverlangen.(“Er moet iets
zijn”, eigenlijk heel eigentijds). Die afwezigheid van God was aan het begin vandeModerneTijd,rond 1500, een nieuwe ervaring. Tot dan toe sprak God tot onsdoordekosmos:“De hemelen verkondigen Gods glorie!”(“Quam sordida est mihi tellus, quando aspiciocoelum!”Ignatius)Nuechterwerd de mens zelfstandiger - en eenzamer.Het “ik” komt nu tersprake,juistomdat het problematisch geworden is. (God sprak door de kosmos en door de “auctoritates”.) Een Spanningsveld (Fable, 260 v.). - IndeProloog,vóórhoofdstuk 1 van het Kasteel der Ziel, zegt zij twee dingen.Vande enekantspreekt zij haar vaste wil uit om het werk dat haar isopgedragen,aantepakken, hoezeer haar lichaam zich er ooktegenverzet(hoofdpijn,orensuizen), van de andere kant is er haar besluit omzich,terwille vanhaar band met de H. Rooms Katholieke Kerk, te onderwerpenaanhetoordeel vande mannen van grote geletterdheid. ‘Tweeelementendus:dekracht
van een wil, de onzekerheid vaneen weten. Het enebetrekt zich ophettot stand
brengen vaneen werk door de auteur, het andereop het oordeeloverhaar tekst
door deofficiële lezers. Tussen die twee polentekent zich deplaatsaf van
hetgeschrift (een “plaats”). Heteerstebetreftdearbeid
van het schrijven. Een “maken” (hacer)ishet
object dat overgaat van de wil van deopdrachtgeversnaar die vanTeresa.“Doe
het,” zeggen de geletterden, “schrijfhet.” Zijantwoordt: “Ikwil hetdoen,”
omdat deze opdracht tot haar komt vanverder danvan hen.Teresa aarzeltniet:
zij moet, zij wil, zij kan dus. Dit“zwoegen”bestaathierin, dat zij
ietsverliest van haar eigen lichaam, om eentekstgeboren telaten worden, het
enelijf voor het andere. “De gehoorzaamheid,”zegtzij,“doet haar
hoofdpijntoenemen,” enz. Een pathos van het lichaamtekent dewilen betaalt de
literaireproductie. De “zwakheid” van dit lijf (flaqueza)wordt verzwaarddoorhetondergaan van het “geweld” (fuerza)dathaarbesluit haar oplegt. Een
smart staat garant vooreen geboorteindeboekenwereld, waar de geletterden
zitten te wachten op eennieuwgeschrift.Ditvrouwenlijf, getroffen door haar
instemming methetwilsbesluit, dat, alsdoorde pijl van de engel in het
standbeeld vanBernini,door de boodschap vandeclerici aan haar wordt
overgebracht, offertzich dusaan haargeadresseerde, alsin het eerste geschrift
van Teresa:ziehier mijncorpus,geschreven/gewond
doorjouwverlangen. Hetandereelementstelttegenover
de vastbeslotenheid van de wil:een onzekerheidvan hetweten. VoorTeresa gaat
het er hierniet meer om, het liefdewerk vanhetgeschrift te “doen”(hacer),maarom daar te “zijn” (estar), waarzijverwacht wordt.
Hoekanik weten, of het preciesdaaris
waarjij mij hebben wilt, en of het preciesdatiswat
jij van mij verlangt?Dekwestie van hetrendez-vous,-vanplaats
en vaninhoud. Het willen is niet genoeg; het moetverlichtworden.Voortaan is
het“zwakke” niet meer het lichaam, maar de tekstzelf,hetgegeven antwoord,
hetproduct van haar arbeid. Teresa weet het niet.Zijisniet zeker van deplaats
waar zij zich bevindt, overgeleverd aan hetgevaarenaan de roes vande extase.
“Ik weet niet wat ik zeg,” [hiermee rijgtzijdebeelden aaneenwaarmee zij
ervaringen beschrijft, die bijna nietonderwoordente brengenzijn; zie VI, 5,
§9] - ik weet nietwatik zeg, noch
waar ik ben. Waarheen heeft haar “dwaasheid”haarmeegevoerd?Zijheeftgarde-fous(borstweringen,brugleuningen!)nodig,van
wie zij kan leren, of zij hetgebied dat de wil van“ZijneMajesteit” voorhaar
heeft vastgesteld, buitenhaar weten heeftverlaten, ofdat zij het nogbewoont.
Zij valt dus terug opde “letrados”(geletterden); zijzoekt debetrouwbaarsten -
een voortdurendezorg, bijnaobsessief; zij rekentop hen omhaar lichaam, gewond
door deliefde, terug tebrengen naar hetterrein van deSchriften. Telkens weer
ishun goedkeuringvoor haar een“troost”. Deze spanningtussen haar
sprekendelichaam en deschriftuurlijkeorde kenmerkt reeds haarLibrode la vida:een schriftelijke
orde(libro)strijdter met
deontsporingen en verwarringen van eenpassie (vida). De autobiografie iseen toneelopgebouwd uit
eenvoortdurend“uittreden” van Teresa (“dromen”en“dwaasheden”), steeds
weergevolgd doorhaar “terugkeer” naar de plaatsvanhetrendez-vous,die het bevelhaarheeft gewezen (“keren wij
terugtot…”). Maar langzamerhandwijkt de orde.Inde laatste hoofdstukken gaat
deverliefde wil er alleenvandoor, zingendvanhaar “dromen” (hs.41). Op
dezelfdemanier wordt aan hetbegin van deMoradaseen galerij van “letrados”
geplaatst,belast met debewaking vanhaargrenzen. Daar het geschrift extatisch
zal gaanontsnappen,moet menookvoorzien in een vangnet. De bewakers van wat
bij deplaatspast,zullendatgene kunnen afsnijden wat op een dwaalspoor
voert.Teresazelfvraagt dathaar tekst wordt gesnoeid door hun oordeel, zoals
haarlijfisgeraakt doorhun wil. En
tochweetzij,datzij deletradosbijdeneusneemt
(ondankszichzelf?). Zij maakt zich ongerust over haar
machtenhunkneedbaarheid. Zij isdus evenmin zeker van hen. Hun oordeel is
nooitmeerdaneen opinie, dat wat hunjuist lijkt (parecer).Ookheeft zijaltijd weer behoefte aan mensen met
“meerautoriteit” om haarteverzekeren datzij niet buiten haar weten de
plaatsenheeft verlaten. Maarhunweten ontsnaptaan de criteria van haar
ervaring. Hetis tegelijk vreemdennodig voor de“wetenschap” waar zij over
spreekt. Hetschetst de muren vanhethuis, maar alseen flexibele grens [een
soortschuivende panelen] waarvandedefinitie vanbuiten komt. Ook heeft
Teresaeens en voor al besloten zichteonderwerpen aandie
willekeurigenoodzakelijke wet van de schrijfkunst,wet vande ander, wetvan het
reële. Hetkaderwaarinzijwerkt
wordt zo bepaald door een orde die de kracht geeft omteschrijvenvoorde prijs
van lichamelijke pijn en door een oordeel dathettoebehorentot dekatholieke
ruimte inperkt. Die orde is mannelijk. Hetzijnmannen,dezelfdegeletterden, die
de opdracht geven en die hetproducttoetsen.binnen deomheining van dat kader
vindt er een vrouwelijkgesprekplaats:“vrouwenverstaan beter de taal van
andere vrouwen.” [Proloog4].Eenmeervoud. Er isgeen auteur meer, maar een
spreken tussen vrouwen.Deliefdemaakt hetverstaanbaar: “De liefde die zij mij
toedragen opent henvoordedingen waar ikhun over spreek.” Een vrouwelijke
kring dus, dieinwendigis,waar de vraagcollectief is en het begrip gedeeld. Tussendeopdrachtomteschrijvenendebeoordelingvan
hetgeschrevene, beide mannelijk, ontplooit zichdevrouwelijke daad vanhetspreken:“Hetis tot hen dat ikga
praten(hablar)inhetgeen ikzal
schrijven (escribir)”.Hetvrouwelijkespreken
voegtzich in de mannelijke omschrijving vanhetgeschrift. In decompagñía(gemeenschap),dierbaaraanTeresa,
begrijpt elke zusterdat “wanneer iets ter sprake blijkttekomen(arrive à se
dire), op die manier,onder vrouwen, dat dat dannietbehoort aanéén auteur -no es mio-maar is toete schrijven aan
een spreken dat ontsnaptzowel aaneenindividueletoeeigening als aan geleerde
contrôles. Indiesubtielecombinatie is de(kerkelijke) autoriteit mannelijk, en
alszodanigeensociaal toneel voor denaam van de Vader; het
sprekenisvrouwelijk,overeenkomstig de Joodsetraditie van deSekina,vrouwelijkegestalte van de
Geest, die Woord is (Parole).Teresaoffert aandie autoriteithaar werkend
lichaam en de tekst die hetvoortbrengt:het isvoor hen. Maarhetwoord(parole),collectieve uitwisseling, isonderhaar(dezusters):onderons. Demannelijkeautoriteitsnoeit,
omschrijft, beveelt en beoordeeltonderscheidenobjecten,
maarisuiteindelijk vreemd aan het spreken,overvloedig en“ononderscheiden”,
datdeindividuële of schriftelijkebeperkingen doorbreekten
datongetwijfeldverwijst naar de verdubbeling van eenvrouwelijkeervaring
dooreen marraanseervaring. Aan dat woord (parole), zal indebespreking
zelf(discours), eenfictie het “fundament” leveren. ‘Nadatzijditgoedduidelijk
heeft gemaakt, zet Teresa zich “schrijvend aanhetspreken”,alsprekend aan het
schrijven. In feite een mondelingetekst,telkensonderbrokendoor uitweidingen
en gedachtesprongen, afgekaptdooraanvallenvan ongeduld(dat is het niet…,
maar…, goed…, jullie begrijpenmij…)in losseletters,zonder dik en dun,
inderhaast op het papiergeworpenalsstenen, deeen na deander gerukt uit de
stilte van haar lichaam. Hetmomentwaarop eengeschrevenlichaam ontstaat.
Moment dat het zich laatwegrukken.Allegetuigenbevestigen: Teresa heeft het
gemaaktcongran velocidad, “zonder
stil tehouden”, het gezicht“ontvlamd”(met enkop als vuur?), het bloed naar
het hoofdgestegen.’ 20 Agenda 19-1-2001 (Tweemaal Foucault) Den Haag 4 Januari 2001 Beste mensen, Zoals jullie weten is Jo naar
hetBerchmanianumverhuisdenernstig ziek. Voor hij vertrok heeft hij
eendoosmetCertalianatoevertrouwd, waarin: Zijn uitgebreide collectie fotocopieën
vanartikelenvandeCerteau, Een aantal boeken. Ik heb er een inventarisje van gemaakt,
omtevoorkomendatdeze kostbare Onze eerstvolgende bijeenkomst is gepland op19 januari. Op deagendastaan de
“Heterologies”,beidehoofdstukkenoverFoucault: Ikzelf over
hs.12:TheBlackSun of Language; Tjeerd over
hs.14:TheLaughof Michel Foucault. Los daarvan heeftJoeenverhaaltje
over “Taal, Drijfzanden Geloof”. Het is de vraag of dat nu door kan gaan. Hij hoopt vanwel, Verder is er in de ’t Hoenstraat op zondagmiddag14 januari om 16.00 Verder wens ik
jeeengoedjaar2001! Dirk 21Agenda6-3-2001(Foucault
en Nicolaas van Cusa) Beste mensen, Even een klein berichtje:
Onzebijeenkomstiszoalsafgesproken Vrijdag 9 maart in het
Berchmanianum(Kombuiskamer),aanvang11.00uur. (Vanaf 10.30 is er koffie). Op de agenda staat: Tjeerd Jansen over hs.14 van
Heterologies:“ThelaughofMichel Foucault”. Wim Pisa: “Hetkijken van God”, een causerieoverdeCerteauen
Nicolaas van Cusa, aan de hand van een artikel van C. uit1984. Tenslotte: Hoe gaan we verder? Zelf heb ik zin
omnogeenkeerwat te doen rond Lacan, misschien aan de hand
vanSherryTurkle,PsychoanalyticPolitics. Maar dat heeft wel wat
tijdnodig.Anderevoorstellen? Groeten, en tot vrijdag, Dirk 22 Mystic Speechenmodern management (Paul, 17-5-2001) Aanwezig: Jo, Wim, Paul enDirk Verhinderd: Tjeerd (wil wel naarmogelijkheidmeeblijvendoen). Paul de Blot sprak over “Mystic Speech”(hs.6vanHeterologies) in samenhang met hedendaagse ideeën over management. Het raakpunt is, dat vernieuwing altijd weeropgangblijktte
komen vanuit een crisis-situatie. hadden betere tijden gekend en gingen nu op zoek,hoezijhunleven moesten veranderen om verder te kunnen. Teilhard spreekt over “fasensprong”. Er lijkt een soort wetmatigheid te bestaan:uitdecrisisontstaat iets nieuws. Crisismanagement heeft hier oog voor enwilditbewusthanteren. Neem het effect van een bosbrand. Wanneer eenbos,dievaakeeuwenoude biotoop teloor gaat, dan zie je mettertijdallerleinieuwesoortenopduiken, waarvoor opeens plaats is: het ecologisch model. Want zo gaat het bij de mensen ook.Zijstrevenernaar,eenstabiel systeem te creëren, waarin zij alles ondercontrolehebben,enhanteren daarmee een mechanistisch model, en zien niet datdat dedood indepot is. De crisismanager forceert zo nodig een crisis,opdatervernieuwingmogelijk wordt. Het systeem valt uiteen en de mensengaanuitarmoedenetwerken formeren. Zij ontdekken hun eigenrelatievormendvermogen. Ik heb ik Indonesië gezien hoe AmnestyInternationalmethunbriefkaartenactie een ramp aanrichtten. Men wilde devervolgdendieals“communisten” gebrandmerkt werden laten profiteren vandewesterseverworvenheden.Het werkte averechts! “Interesse van uithetbuitenland? -Hoort niet bijons!” Terwijl, als ik zei: “Dit is mijn broer,” danlietmenhemlos; hij had een organische plaats in de samenleving. Zohebikhonderdenkunnen redden. Dat spiritualiteit en management in elkaargrijpen,datzieje bij de Quakers, mensen met een paar heel eenvoudigebeginselen.(Weesgoedvoor anderen - wees eerlijk). Daarmee hadden ze zich eenvernieuwendekrachteigengemaakt, die werkte. Zodat ze overal een plaatskregen inhetbedrijfsleven.(“Quaker Oats” en vele andere). Kort en goed: in de open natuur heb jegeenharmonie.Maarjuist in de disharmonie blijf je stabiel. Tot zover Paul de Blot. - Hoe verdermetdeCerteau-groep?Wij
besluiten toch nog door te gaan. Dirk wil voorlopignietoptreden,wileven wat
afstand nemen van de Certeau, maar blijft heteeninspirerendegroepvinden en
wil wel verslagjes blijven maken. Ook heb iknoghet “ArchiefJoVerhaar” onder
mijn hoede, met ruim 100gefotocopieerdeartikelen. Omtevoorkomen dat het uit
elkaar valt lijkt het hetbeste om tewerken metcopieënvandeze copieën.
(kenbaar aan dezwartenummers-ik had ze metgroeneviltstift genummerd). Jo heeft nog een mogelijke nieuwe deelneemster op het oog. Wij spreken een datum af:vrijdag 13 juliom 10.30
uurophetBerchmanianum. Onderwerpen: Paul:over“l’Espacedudésir”
(nr.61, uit 1973), vanwege zijn interesse voorhetFundament vandeG.Oef. Wim:over“Lecroyable,ou
l’institution du croire” (nr. 74, uit 1985) en “Le croyable(préliminairesàuneanthropologie
des croyances)” (nr.78, uit 1985) Tot over 2 ½ week,alshetzijnmag. Dirk 23 Verslag 13 september2001 Aanwezig: Jo, Paul,Wim,Dirk;en’s middags een tijdje Hans. “SeeingManhattan fromthe110th floor of the World TradeCentre.”(Aanhefvanhet hoofdstuk“Walking in the City”), heeft nu, na de rampvaneergisteren,wel een heelwrange betekenis gekregen. We hebben drie onderwerpen besproken: -Wim:“Believingandmaking
people believe” (Practice of Everyday Life, hs. 13) - Jo: “Wat is structuralisme en waarom isC.erinverzeildgeraakt?” - Paul: “Corps torturés, paroles capturées”(postuuminhetgedenkboek uitgegeven fragment) Wim Pisa:“Believingand making people believe”. “Joden zijn Fransen, die, in plaats van niet langernaardekerkte gaan, niet langer naar de synagoge gaan,” aldus LéonPoliakov.Zobrokkelenalle geloofspraktijken af, ook bv. van de Socialisten,dienogsteeds“geloven” in het Socialisme, maar er niets meer voor doen,ofhoogstenseensin de paar jaar, als er gestemd moet worden. Fantoomgetuigenissen, litanieën. De capaciteitomtegelovenverdwijnt steeds meer en erkent steeds minder autoriteit. Vroeger dacht men dat de reserves vanhetgeloofgrenzenlooswaren - een zee met enkele “eilanden van rationaliteit”.Nuzijner enkel nog“eilanden van geloof”, die bovendien snel afbrokkelen.Hetgeloofraakt langzamerhandvervuild en mensen investeren er niet meer in. Demobilisering van de werkers - Péruque(privé-klussenindebaas zijn tijd) - omgekeerd proberen bedrijven een eigenspiritualiteituittedragen en hebben graag een aalmoezenier. Wat is er gebeurd met de macht nu deKerkgeentegenwichtmeer biedt en haar taak lijkt overgenomen door delinkseoppositie? Jo Verhaar: “Structuralisme en hoe deCerteau erin verzeild raakte”. De Certeau begon vanuit de mystiek. Hij haddeLubacalstheologieprofessor. Deze wees het onderscheid tussenNatuurenBovennatuuraf. (1946 Le Surnaturel): “Er is geenNaturaPura”.Halfveroordeeld door het Vaticaan. Paulus VI urgeerde inHumaniGenerisde NaturaPura als grensbegrip. Mooie reactie van de Lubac in een boek over de Kerk(DeBruiloftvanhet Lam). En “Le drame de l’Humanisme Athée”, waarin hijlietzienhoeje theologische onderwerpen aan de orde kon stellenvanuitderoman-literatuur(Dostojewski e.a.) kreeg als reactie datscholastiekenhemtoen eentijdlanghebben geboycot, waarophij de Rector gevraagdheeft omhem dan maareen taak te geven als portier -tot dezelfdescholastiekenverteerd door berouwhem vroegen om terug tekomen. We hebben ons verwonderd, dat C. zichaangetrokkenvoeldetotSurin, eigenlijk toch een psychiatrisch geval, maar hettoont inelk gevaldatC. nog steeds met het mysterie van het goddelijke bezigwas. Inelk gevalkwamzijn opdracht in die lijn te liggen: bestudeer degeschiedenisvan demystiek,vanaf de 15eeeuw. Zijn nooitrechtstreeksuitgesprokenhoofdstellingzal blijken te zijn, dat vanaf de 15eeeuwdemystiekin concurrentietreedt met de verdukkende autoriteit vandedogmatischetheologie. “Mystiek”gaat meer en meer betekenen“mystiekgeschrift”. Tevorenschreef men ook wel,maar dat waren gedichten,literatuurdus. Nu werd het eennieuw discours datgeopend werd, een vorm vanverholensociaal protest (Teresaen Johannes van hetKruis, wegens hun joodseherkomstgediscrimineerd; ook gingmen theologie zoekenbij mensen diehelemaal nietgestudeerd hadden, wijs inhun onwetendheid). Vandaar C.’s“secularisatie”. “Former Jesuit”wordthijergens op een flaptekstgenoemd, omdat men niet kon plaatsen dat hijvanzóspiritueel zó seculierwerd. (Van “Christus” overgegaan naar “Études”;gewerktbijLacan). Wat is nu eigenlijk structuralisme? Alleengoedtebegrijpenals symptoom van een culturele omslag. De term issomsverwarrend,maar het iseen symptoom van een veel algemenerestructureleomslag. Ontologisch betekent het dat het idee van eenreëleobjectiviteitwordtverlaten. Het traditionele begrip “Substantie” isnietadaequaat omdatgeensubstantie in zich volledig is. Men accepteert nietmeerde substantieals“indivisum in se - divisum ab omni alio”, omdathet“andere” er bij hoorten erniet uit weg te denken is. Drukkebezighedendeafgelopen6wekenrond
mijn verhuizing hebben mij belet om ditverslag toteengoed einde tebrengen. Ik
voltooi het nu (10 nov.) met eenpaartrefwoordenplus deafspraken. Jo bracht nog ter sprake:Lacan, Durkheim, Comte, Levi-Strauss,en verder (alsikhetgoedweergeef): De Saussure,dieopzoekging naar de “Oertaal”, door de vokalen-stelsels vandeverschillendetalentevergelijken,puur relationeel dus. Hij kwam daarbijuit bij het Hettitisch,alsde taaldie er het dichtst bij kwam. Interessantis daarbij minderdezeconclusie,maar des te meer de mentaliteit. Winteler(?)deedietsdergelijksdichter bijhuis, met de Zwitserse dialecten. Onder zijnleerlingentreffen wij- totonze verbazing - ook Albert Einstein, die laterverklaarde,dat hij zijn zinvoorrelativiteit met name aan deze leermeesterte danken had. Ook nogMondriaanenRietveld. 3.Pauloverhetartikel"Corpstorturés,parolescapturées", dat hij in verband bracht met zijnervaringinIndonesië,waar westerse helpers met ethische principes kwamen,zonder oogtehebbenvoor de aanwezige netwerken, waar zij a) geen greep opkregen, diezijb)niet wisten te gebruiken en c) vernietigden, zodat zij demensendiezijwilden helpen vooral de vernieling in hielpen. Ignatius kweekte netwerken over desocialetegenstellingenheen.Hij had geen utopie. Afspraken: Volgende bijeenkomst op donderdag 15
novemberom10.30uur,weer op het Berchmanianum. Onderwerpen: 1.PauloverCerteau’sartikel:“L’universalismeignatien:
mystique et mission”,Christus50(1966), 2.Dirkover“Ignatius’langebekeringsweg”
aan de hand van MarjorieO’Rourke Boyle’s boek“Loyola’sActs”. Met
vriendelijkegroetenentotziens donderdag, Dirk 24 Marjorie O'Rourke Boyle, Loyola’s ActsEpideictische retoriek Het “Verhaal van de Pelgrim” wordt indeoorspronkelijketitel“Acta” genoemd, “De Handelingen van Vader Ignatius”zegtzij, en ditverhaalwordt vaak verstaan als autobiografie, wat het niet is.Evenminalsbv. deBelijdenissen van Augustinus. Daar staat niet het Ikcentraal(zoalsin demoderne biografie), maar de Schepper die erin verheerlijktwordt.Ookbovengenoemde“Acta” zijn ook waar ze feiten bevatten nietfeitelijkquafeitelijkheid, maarfeitelijk qua evaluatie. (p.3) Hetis“epideictischeretoriek”, conform Loyola’somschrijving in zijnGeestelijkeOefeningenvan hetprimairedoel van het leven alsepideictisch: God“prijzen”. Epideictischeretoriek washet genre datklassiek lof of afkeuringbehandelde, met debedoeling om de wiltemotiveren, ongeveer als demartelaarsakten en andereheiligenlevens. Hij heeft het trouwens ook niet zelfgeschreven,ooknietgedicteerd; hij heeft het verteld aan G. de Camara, die ereenboekvangemaakt heeft. Hier komen alle categorieën vandetoenmaligecompositieleeren retorica aan de orde. Tussen vertellenenopschrijvenonderscheidt deschrijfster vijf stappen: auditionluisteren De Camara geeft zelf aan, dat hijhetverteldemeteenopschreef, om zo min mogelijk details te verliezen.Hetgeheugenspeelde eengrote rol in de klassiek retorica, ook trouwens indiezin, datwat je nietmeteen op papier krijgt omdat je er geen samenhanginziet, devolgende dagvaak zonder moeite lukt. Klassieke auteurs, schrijvers van wie het werk deeeuwengetrotseerdheeft,hebben opvallend vaak ook iets nagelaten over huntheorievan hetschrijven:literator en literatuur-professor in één persoon.Datgeldt zowelvoor deAntieke Beschaving als voor de Renaissance. In hetkleinzien wij datbijGonsalvez de Câmara, waar hij in zijn inleiding zijnwerkwijzebeschrijft……… O’Rourke werkt het op een verrassende wijzeuit.Terwijljehet verhaal van de Pelgrim in één avond uitleest, zo kort enbondigwordteralles verteld, heeft het voor de moderne lezer toch ietsbevreemdends,dingenwaarje makkelijk overheen leest, maar die om interpretatieroepen.O’Rourkeis daaringesprongen (en ik glij erop uit, maar probeer hettoch).Het oudeverhaalroept om aandacht voor de “intertextualiteit”. Hoeschreefmen toen?Welkecliché’s kun je er verwachten? Wat was de retoriek vandietijd? Daarmeegaatzij bewust verder dan “close reading”. Het was een tijd die zichzelf verstond alsRenaissancevandeAntieke Beschaving. Wat toen herboren werd was nu juist deretorica.Naeeuwenvan concentratie op omvattende schema’s om de wereld invastteleggen, descholastiek, kreeg men nu oog voor de beweging en voordekunstvan hetmotiveren, retoriek dus. Men was zich daarvan bewust enschreefdaarook over.In de Oudheid Aristoteles, Seneca, Cicero; in de tijdvannieuwebloei Dante,Petrarca, Erasmus.(Heb ik allemaal van gehoord, maarbijnanietsgelezen). Menwist dat nietde“spontane” uiting de echtste is (naaronsromantische idee),maar de uitingvan hem die zich bewust is van wat hijaanhet doen is. 1) Pinnakel De Tinne van de Tempel heeft in de opvatting van de 16eeeuwaltijdtemaken met “ijdele glorie”. Geijkte leer, zij haalt BernardvanClairveauaan:“Het getuigt van onbegrip t.a.v. de (eigen) ongoddelijkheidenberokkentgroteschade (…) wanneer men zich op de tinne plaatst endegeschonken genadevoor jeeigen belangen gebruikt en niet voor dievanChristus, deGever."(p.82)Deze “Acta” zijn bepaald niet bedoeldalsheiligenleven, bijiemands levengeschreven, omdat ze een voorbeeld zijnvanhoe hetnietmoet.De aanhefstelt het thema aan de orde: “Totaanzijn zesentwintigste jaar washij iemanddie zich aan de ijdelheden vandewereld gaf.” (n.1) De bekoring totijdeleglorie blijft als een rodedraaddoor het boek lopen. In “Loyola’s Acts” zien wij hem alsridder/soldaat,nietzomaarineens veranderd. Het is niet de losbol, die eenkeuze maakt enzichbekeert endan opeens een heilige is; ook niet, nadat hijnadat hijzijnbeslissendevisioen heeft gehad aan de Cardoner, en hetSlangachtigeWezenmet de vele ogenals de Duivel herkend heeft en het heeftafgewezen“metgrote instemming van dewil”. Hij is nog altijd de mandieblijftuitdagenen daardoor telkensmoeilijkheden krijgt. Ook als delevenskeusvormbegint te krijgen en hij eengelofte heeftafgelegd, samenmetgezellen,blijft hijnog altijd hongerennaarerkenning. Maar dan: “Te Romezalik u genadig zijn”, zegt Maria (ofJezus),bij de Paus dus. En als hijdienszegen krijgt is de boog voltooid; nuheefthij een Vader en kan hijzichvoegen bij de Zoon, niet meer opzichzelfteruggeworpen. Wat doe ik hier nu weer retorisch mee? De krachtige vernieuwingsbeweging die hijgestichtheeft(ofGod door hem als instrument)moest blijkbaar zo’naanloopfasehebben.Endit was wat zijn medebroeders van hem wilden weten,hoe hijertoe gekomenwas.Dan pas zou zijn stichting af zijn. De geestelijke ridder trektdoorEuropa,oorlogsgebied,zonder angst te tonen. Hij wordt als spiongepakt,peinst erniet over voorde kapitein zijn hoed af te nemen. Hij komt opeengegevenogenblik op zoeknaar een pad in een kloof, waar een rivierdoorheenstroomt,steeds smaller,steeds minder pad, “de grootste fysiekeinspanning diehij inzijn levenheeft meegemaakt”. Ook hier geen woord overangst. Omgekeerd is ook Amadis van Gallië, hetboekvanzijnwereldse
dromen van ijdele eer, vromer, dan je uitIgnatius’verhaalzouopmaken.
Vooreerst is er die nachtwake bijMaria,zijnrechtstreeksevoorbeeld. Maar er is
méér naar ik meen. Tenslotte kreeg hij de Paus te spreken… ‘en
legdehemzijnredenenvoor. De Paus had daar begrip voor en beval dat
ereenofficiëleuitsspraakgedaan zou worden. Deze luidde in
zijnvoordeel,enzovoorts. Mijn stelling is:Het moest zó gebeuren,ruimtescheppenbinnende kerk voor een religieus leven naar een nieuwconcept. Destrijd diedaarvoornodig was was zoiets als het gevecht metwindmolens van -inderdaad -eendolende ridder. Wat ookmoestgebeuren: datIgnatiuszijnnoodzakelijkestudie
zelf bij elkaar gesprokkeld heeft. Er was bijhemeenintuïtie van detekenen van
de tijd die om vernieuwing riepen, maarhoedieintuïtie vast tehouden onder de
onvermijdelijke socialiseringsdrukvaneenreguliere scholing(waarvoor hij trouwens
rijkelijk oud was gelukkig)? In het boek van de pelgrim zie ik datweerspiegeldineenduidelijke tweedeling: eerst het naïeve worstelen met zijnheelpersoonlijkedevotiesen angsten en boetedoeningen (en al meteen beginnenmetgeestelijkeleiding tegeven) - daarna de meer rationele strijd om alsoudereprofijt tetrekken vanhet bestaande onderwijssysteem. Voor mij isditde voornaamste reden om het boekgeen(auto)-biografietenoemen:het
is qua methode te weinig comsistent. Deeenheid zit inhetgetuigenis. “MarjorieO’RourkeBoyleargues
that the text- revered by the Jesuits as hisautobiographyandconsidered a
literal,documentaryaccount - is, rather,epideictic rhetoric,anexemplary
mirror of vainglory.” Wat zij wel zegt is dit: ‘De eerste zin
vanhetvoorwoordvandeActasignaleertdeuitstoting(elision)uit
geschiedenis naar moraliteit: hij begint meteendatum maareindigt met
eenondeugd. “In het jaar 53, op een vrijdagmorgen,4augustus,vigilie
vanO.L.Vrouw ter Sneeuw, toen de Vader in de tuin wasdiegrenst aanhet huis
datgenoemd werd “van de Hertog”, begon ik hemrekenschapte geven
vanenkeleintieme dingen van mijn ziel, en onder anderesprak ikhem over
ijdeleglorie.”’ ----------- 1)Luisteren volgens Rogers, Hiltner, de Camara. “Goed luisteren” is volgens Rogers inderdaadjuistnietvande
kant van de counselor “spontaan reageren”, maar ruimtegevenaandespontaneïteit
van de ander, terugspiegelen waar die mee bezig is. Het luisteren van de Camara lijkthieropgeënt,omdathetbegonnen is met een spreken van zijn kant, overzijnworsteling. Ignatiusherkentdat en ziet daarin een signaal dat dit is wathijzoekt, en dat zijnverhaalhier over gaan moet, ijdele glorie. En dat hijhemdus uitkiest omzijnverhaal te horen en op te schrijven. 14-11-2001.
Antony: de Certeau maakt van het christendom eenpsychoanalytischemethode. DirkoverGlossolalie(aan
de hand van vertaaldartikel) Wanneermensen"intalenspreken"menen
degenendie rationeel denken, dat ereen betekenisonder moetzitten. De
geschiedenisvan de glossolalie is bijnaaltijd eengeschiedenis vande
interpretaties. Volgende keer afgesprokenDonderdag8Juli,10.30
uur, in de Amaliastraat. Tot ziens Dirk 31 Verslag 8-7-2004 Wijwarenbijeenin
de Amaliastraat van 10.30 tot 15.30, met een lunchpause vanca.12.45 tot14.00. Aanwezig:WimPisa,Paul
de Blot, Piet Vlaar, AntonySingelenberg, Dirk Bruggeman. l'Écrituredel'Histoire(Piet) 'sOchtendsbesprakPiet
de Certeau's boek"l'Écriture del'Histoire"(1975) aande handvan een
blad met eenschets van de Inhoud. Eneentweedeblad
gaat wat meer in op de Certeau'sgrondintuïtie, dat dehistoricusaltijdzal
moeten proberen, een verleden datdood is weer tot levente roepen.Hijvult de
leegte met zijn conclusies. Erkwameenverhaspeld
Frans citaat in voor, waarvan hijmij intussen dejuistetekstheeft gestuurd. In
plaats van"Stout livreiDDT....."hadermoetenstaan:
En alshetoverde
spiritualiteit gaat van bijv. hetJansenisme, kan men (metJeanOrcibal)proberen
de oorspronkelijkste aandriftop het spoor te komen, ofhaar(metGoldman)
socio-economisch te verklaren.Hoe dan ook, de historicusdoeteriets mee. LaFaiblessedeCroire
(Paul) Paulbespreekt"LaFaiblessedecroire"(1987??).Over
devragen: is het mogelijk uitgeschrifteneenauthentieke
Ignatiaansespiritualiteit te construeren op basisvan wat jedaarvindt? En moet
jedaarvoor bij voorkeur zijn bij Ignatiuszelf, of bijietslatere teksten,
dieje vindt bij Nadal? Er dreigt altijdeencirkelredenering,die tot eendubbele
vervalsing leidt: eenschrijverselecteert onbewust vanuitzijn eigenverwachting
en wordt in dieverwachtingbevestigd door wat hijvindt. Ignatiusheeftdeoorspronkelijke
ervaring van zijnbekeringal"vervalst"doordathijdeze beschrijft in
het licht vanzijn latereCardoner-ervaring. Nadalbrengthet terug naar
de"realiteit"(van deTrinitaire deelname aanhetMysterie van deZoon). Watisnouoorspronkelijk?
Aan het theologisch tekort vande practicusIgnatiusvoegtNadal een theologische
interpretatie toe.Sindsdien hebben veleneraanverdergebreid, telkens naar de
behoeften vanhet ogenblik, eenniet-lineairproces. Moetenweditproberen
vast te leggen?De Certeau vond van niet. Hetzoudespiritualiteitdood maken.
Laat de preciese inhoud maar vervagen;watblijft,dat is deeenheids-ervaring,de
samenhang, waarin detraditievoortleeft. Discussiegingoverde
toekomst van de religie, heeft dietrekken van de Pinkstergemeente?Hoezietde
Certeau dat? (Zie Harvey Cox,een nieuw boek waarin religie
weereenplaatskrijgt). Overigensdateerthetboek"La
Faiblesse deCroire"(de oorspronkelijke tekst?)van vóórdebreuk in de
Certeau'sleven (1968). Programma voordinsdag 14 septemberom10.30indeAmaliastraat: Wijlezen(eendeelvan)detekst
vanHoofdstuk7van de Fable Mystique, "L'IllettréÉclairé", Het
gaatomeenbrief, ooit geschreven door Joseph Surin,over een
ontmoetingdieoneindigveel voor hem betekend heeft. Eigenlijk meereen
soortmanifest:eenvoud beterdan boekengeleerdheid. Het was eenonderwerp dat in
demode was,sinds men dewijsheid ontdekt had van
de"wilden"indeoerwouden,"van wiewij nog heel wat
kunnenleren". Hier washeteenvoudige boerenjongen, inzijn ogen een
“engel”. Deoriginelebriefis
verloren gegaan, maar de inhoud isbewaard gebleven, doordathij velemalenis
overgeschreven, en een keer oftwintig in druk isuitgekomen,telkens eenbeetje
gecorrigeerd. Een inspirerendetaak voor deCerteau, (hijlaat onsuitvoerig
meegenieten), om viatekstkritische studietwee dingen tebereiken: Hetorigineelzogoed
mogelijk te reconstrueren (hetresultaat staat aan het beginvanhs.7); Aldoendegrondigvertrouwd
te raken met de tekst èn metde veranderende receptieervanin de loopvan 60
jaar (1630-1690). (De vruchthiervan vormt het derdeenlaatste deel vanhs.7) Over dat derde deel
zalhet14september vooral moetengaan, denk ik. Hulde aan
Antony,voorzijnscan-werk, enzovoorts.Bedankt. Tot dan, Dirk Attachment: Bij regel 768 deAngelus NovusvanPaulKlee,vanhet
net geplukt. De Certeau verwijst ernaar inzijnparagraaf “L’Ange dudésert”(zie
het volgende verslag).
ZuWalterBenjaminsGeschichtsphilosophische
These IX ÜberdenBegriffder
Geschichte MeinFlügel ist zum Schwung bereit
32Samenlezen:L’Illettré
Éclairé (14-9-2004) Wij waren bijeenindeAmaliastraat,
van 10.30 tot 15.30,met een lunchpause. Aanwezig: Wim Pisa,PauldeBlot,
Piet Vlaar, AntonySingelenberg, Dirk Bruggeman, Rob vanHellenbergHubar. Een opmerking vooraf:Het verslag stelt ditkeer niet zo veel
voor.Datkomtdoordat ik niet zo in conditie was. Maar erzit ook wat anders
achter.Ikwasgewend de rol te spelen van secretaris -een beetje
informeel,maarhetwerkte. Nu we opeens met zijn zessen zijn, iser weer wat
meerbehoefteaaneen gespreksleider. En dat deed ik donderdagdus ook. Samen is datwatteveelvan
het goede. Daar zouden wij volgende keeroverleg overmoetenplegen.Vragen: Moet er
eengespreksleiderzijn,of althans iemand die debijeenkomst opent en sluit? Moeten er
verslagenzijn(waarieder toch wel datgenenoteert wat voor hem van belang is)? Hoe lossen wij dit op? Ons onderwerp:L'Illettré éclairé (hs. 7 van de FableMystique) De
opzetwas,(gedeeltenvan) de tekst die ieder vantevoren gelezen had samen te
lezen. Webegonnenmeteen
rondje, waarin ieder kon zeggen wathem in de tekst getroffenhad. Mijisbijgebleven: C.(deCerteau)geeft
blijk van een groot respect voor hetmateriaal dat hij voorzichheeft(Antony). C.bewiijstdatje
op een niet-religieuse manier overspiritualiteit kunt schrijven(Wim) (Een
paarbenikvergeten; ik weet nog dat iemand zei:) Mijtrof,hoeSurin
als kind geleden heeft onder een ergbazige moeder. (Dirk) Toelichtingachteraf: Van
het"samenlezenvaneentekstgedeelte"is dit keer niet zoveel gekomen. Eenverdertrefwoordwas"beliefystems"wat
voormij een beetje in de luchthing.Maar het gingover de vraag naar
hetreligieuse, en wat daar inonzemaatschappij nog van overis. - Hoewel
hetlijkt te verdwijnen, zie jeooktelkens uitingen van een
grotevitaliteit,alleen anders: Pinksterkerken Afrikaanseinheemsekerken ook:Evangelicals,Creationisme,vroom
maar ook hard (ofromantisch ènrechtlijnig). Buiten de agenda
brachtRobtersprake: Een mogelijke uitgave van het2eboekvanRuudSonnen; EenmogelijketoekomstigeRegout-leerstoel. Over beide
puntenzijnafsprakengemaakt. Volgende bijeenkomst: Vrijdag26 November
2004om10.30uur Amaliastraat Onderwerpen: Ik stel voor tebeginnenmetkort
in te gaan opbovengenoemde methodische vragen: a.Moet
ereengespreksleiderzijn, of althans iemand diede bijeenkomst opent en sluit? b.Moeten er verslagen zijn? Piet Vlaar zalietsvertellenover
de Inleiding opLaFableMystique.Ieder
heeft nu meenik de tekst tot zijn beschikking - al ofnietin fotocopie. Wim Pisa
zaleenhoofdstukbehandelen uitCultureinPlural.Hij
zal dat hoofdstukgefotocopieerd aan ieder van onstoesturen. m.v.g., Dirk P.S. Mocht
iemandzichgeprangdvoelen om iets over deafgelopen bijeenkomst of anderszins
overdeCerteau oppapier te zetten enrond te emailen, doen! Het is altijd
watandersdan wat deanderen bedachthebben. Hier volgen de e-mail-adressen: de.blot@hccnet.nl;wimpisa@wanadoo.nl;gulaar@xs4all.nl;togni@xs4all.nl; bruggeman@prov.jezuieten.org; herman_Peters@hetnet.nl(=RobvanHellenberg
Hubar) 33LaFableMystique,
De Inleiding (Piet, Paul, 26-11-2004) Van: antony singelenberg[togni@xs4all.nl] Verzonden:
woensdag26januari2005 9:10 Onderwerp: Michel de Certeau Aanstaande
vrijdagzienwijelkaar om 10.30 uur bij DirkBruggeman. Hetagenda-voorstelontvingenjullie
juist voor de kerst ! Hieronder ter
'warmingup'hetverslag van de vorigebijeenkomst. vriendelijke groet, antony singelenberg Verslag bijeenkomst 26november 2004 Amaliastraat Aanwezig: DirkBruggeman,Paulde
Chauvigny de Blot, WimPisa, Piet Vlaar en AntonySingelenberg Rob van
HellenbergHubarisverhinderd Voortaan
verzorgtAntonydesecretaris-functie. Of er door hem zo veel
vantemakenis als Dirk Bruggemantot nu toe deed, is ongewis. Piet Vlaar over deInleidingopLa
Fable Mystique
Pietheefteentekst
gemaakt. Deze deelt hij uit. Vierbladzijden. Hij beperkt zichtotheteerste
deel van de introductie. Pietbegintmetde
voorlezing van de mythe van Kafka(tweezijdig afgedrukt op een
blad)overdeWachter voor de Wet. Hij vindt datSurin op zo'n wachter lijkt. Vervolgensneemthijmet
ons door wat hij op de vierbladzijden heeft samengebracht.Lafablemystique is
een boek over het gemis.In de 16e en 17e eeuw kondemystiek ookal niet meer
bij hetgeen waarnaarzij streefde. La fablemystiqueis wat demysticus over zijn
gevoelensuitzegt. time-out WimmerktopdatSurineen
ander soort wachter dan Kafka is: de deur van Surinislichtend.Wim heeftBruno
de Rouck gezien. Elk verhaal (van hem) isietsstralends:
eenstralendedeurwachter, doch 'jankend naar de maan'. Paulwijsteropdatelke
generatie een eigen dialoog moet aangaan. Dirkbewaartlieverwatmeerafstand:
de ascese van de Surin heeft iets onmenselijks,debrievenzijnbemoedigend. Piet Vlaar over deinleiding op
lafablemystique(vervolg) Pietverwijstnognaar:
Peter Bot, 'O, allerliefstlichaam...', Lijfelijke mystiekvanvrouwen inde late
Middeleeuwen,paperback 118 blz., Kok Agora, Kampen 1997,7,00 discussievoordelunch Paulstelthetprocesvande
secularisatie aan de orde. Pietvindtdatsecularisatiebegintmet
het christendom. Wimsteltdatsecularisatiedeovergang
is van het religieuze naar het sociale,naarhetpolitieke.Secularisatie is dus
ook sacralisering van wat eerdernietsacraalwas. Vorigeweekhoordehij
prof. Doorman: Hoe krijg je greepop de chaos ? Deze sprakoverdriestrategieën:
monotheïsme, politheïsme, dedood in de greepkrijgen.Detop-strategie is die
van de predikant inChartres: 'kijk naar deramen'. PietoverhandigtscarabeeaanAntony lunch noemen
vanmogelijkeonderwerpenvoor volgende keren We willen over
eengrootaantalzaken met elkaar nader vangedachten wisselen.
Dezezakeninventariseren we alsvolgt: secularisatie ervaring vanhetmystiekelichaam in relatie tot het instituut in relatie tothetcorpsmanquant taal theologisch - conceptueel mystiek - experimenteel gesproken taal une pragmatique de language priestertaal lekentaal ? Dirk:psychoanalyseversusmystiek in relatie tot het monotheïsme Wim:lichaam [Hoekomt ieineneop
lichaam ?] was er voor
dietijdgeenaandacht voor het lichaam ? geest - lichaam ? erotiek in
eenheelbredebetekenis ? Paul de Chauvigny de Blot over l'illettré éclairé Paul presenteert
zijntekstoverl'illettré éclairé. Hijvindt dat we in de Kerk meer de
nadrukmoetenleggen opde relatie-structuurvan de ontmoetingen. De leek
wordtmeester; depriester(verlichting) wordtgeleerde. intermezzo Paul de Chauvigny de Blot overde
inleidingoplafable mystique Paul
geeftonsdetekst die hij indertijd maakte. De kernvan het verhaal is
dathetfundament vande Kerk niet zozeer bestaat in hetEvangelie als wel
inderelatie-structuur vande ontmoetingen. Op dezelfdewijze ziet hij de
relatiesvanjezuïeten enoud-jezuïeten als dragers van despiritualiteit. Zo is
ooktijdensde opheffingvan de sociëteit despiritualiteit ondergronds gegaan.
Inditverband noemt Paulde namen vanMary Ward (1585-1645; stichteres
vandeCongregation of Jesus,Institute ofthe Blessed Virgin, Ladies of
Loretto)envan Moeder Theresa (MaryTheresaBejaxhiu, van de Missionaries of
Charity)diein de traditie van MaryWardstaat. finalediscussie Paulvindtditeenactueelprobleem.
Er zijn geen priesters, parochiesfuseren,schaalvergroting,ruzies.Kortom er
gebeurt niets meer. Dus moeten weterugnaar relaties /woorddienst /gesprekken.
Neem nou Indonesië: menwordtjezuïet, haalt graad,treedt uit. Ditlevert prima
mensen op. Wimwijsteropdater
een boek is van de Certeau met TV-interviews: l'Église
éclatée.Erzoumeermogelijk zijn, maar hoe dan ? Hoe kun je weer tot je recht
komen?BrunodeRouck had jeugdhonk met commies en zo, krijgt brief van
Bluysen.... Wim:wemoetenderelatiesgaan
creëren. Dirk:datjeineenorganisatie
bent kan je beknotten, het kan ook werken alseenstimulans;het isambivalent. Wim:Jezietiets,maarje
kunt het bijna niet geloven. Als jij een idee hebt en hetwordtinnaam vande
gemeenschap niet bezegeld, dan wordt het niets. Paul:Jemoetideeëninnetwerken
door kunnen geven. Dirk:Hetziterinmaar
het komt er niet uit. Paul:Jehebtexterne-en
interne gastvrijheid. Bij jezuïeten is de internegastvrijheidheel arm. Wim:OphetIgwasik
surveillant toen [een oude pater] stierf. Dehuisartszei:"datzijnnou
jezuïeten en ze kunnen zo moeilijksterven". Wim:toch,Voltairehadaltijvriendschappelijke
relaties met zijn leraren. Paul:Galileïhadookgoederelaties
met de jezuïeten... Wim:Jezuïetenkozenookgeenpartij. Piet:naaraanleidingvanwatPaul
zegt over dat het kleiner worden van de Sociëteit ookvoordelenheeft:Pietkan
zich niet aan de indruk onttrekken dat dit eenzoethouder is.Kan jenietgewoon
zeggen: het komt en gaat voorbij ? Paul:Ishetergdatde
Sociëteit dood gaat ? In India, Cambodja, in IndonesiëneemtdeSociëteittoe. Er
is iets groeiende... De leiding komt geleidelijkaaninhanden
vanniet-westerlingen. Piet:WaaromzoudeKerkmoeten
blijven bestaan ? Paul:IndeSociëteitblijfthet
doel relatie-vorming. Dirk:Ditisnietonsmonopolie... Piet:Deinspiratievandejaren
60 vervliegt. [We zitten op de breuklijn tussen:] eeninspiratiemoetineen
institutie gevat worden en voorbij voorgoed voorbij. Dirk:DenoodvandeKerk
maakt deel uit van de nood van de wereld. genoemdwordtdetuin
van de aardse geneugten van JeroenBosch
rondvraag Wimwildatweonsrichten
op kwesties die interessant zijn voor vandaag de dag. Dirkherontdektzijnvader(eveneensD.A.G.),
leraar biologie, wis- en natuurkundige,interessevoorseismologie.Zoeken met
google levert ruim 300 hits op dieverwijzennaarartikelen in deAnalen der
Physik. PietheeftBasKromhout,foutgeboren
met smaak gelezen. Piet:Inmijnstuk[overde
inleiding op la fable mystique] gaat het over de mystiekvan de16e en17eeeuw:
radicale christenen die met mystiek bezig waren-ondergaande zon.Gaat
deCerteau ook door op mystici in de 18e en 19e eeuw ? Dirkverwijstnaargedichtachterin
de fable mystique. Pietbegintinjanuarieencursus
over secularisatie: Durkheim, Peter Burger[?](desecularisatie),GilesCapel
[?].[zieook: promotie Piet Winkelaar, 15dec. 2004:"Andersdan
wedenken",een geseculariseerde benaderingvan het religieuze.]
Hijzoektnaarlitteratuur over secularisatie van fransezijde. Wim:Erloopteengroot(Europees
?) project (onder Nederlandse leiding ?) over detoekomstvandereligie.
[zieook:http://www.nwo.nl/subsidiewijzer.nsf/pages/NWOP_59HJMQ] PaulverwijstnaarhetDictionaire
de laSpiritualité Paulwilnogingaanopde
vraag over godsdienst van Piet. Je kunt godsdienst plaatseninde
contextvancultuur. Paul onderscheidt: 1) de buitenkant = de
hardware,2)debinnenkant =de software en 3) de interface =
deorganisatieware.Deorganisatie-ware kun jebeschouwen: a) vanuit het ik:
watvoor voordeelhebik er aan ?, b) vanuit hetjij: ik help jou, jij mij
-dienstverlening,c)vanuit het wij: gemeenschap vande heiligen -
corporateimage, d) vanuithetniet tastbare wij: [oma gaat dood].Islam is meer
hardware,hetboeddhismeheeft sterke organisatie-ware. Orale taalis software. 34 La Culture au pluriel (15-4-2005) Wij werken aan de hand van “La
cultureaupluriel”,eenbundeling van artikelen van C. uit de jaren 1968 -
1973,metalscentralebegrippen: cultuur en geloofwaardigheid. Wij behandelden het eerste deel, de hoofdstukken 1,2 en 4 (volgens de Franse uitgave; hs.3 over de schoonheid van de dood ontbreekt in de Engelse), resp. over het geloofwaardige, de stad en “taal en geweld”. Telkens ingeleid door Antony. Ch.1: Les révolutions du « croyable ». (zie ook Paul’s uittreksel). 35 L'architecture
sociale du savoir (30-6-2005) De sociale structuur van de kennis, hs. VIII van La culture au pluriel van de Certeau Voordracht
30-6-2005 DB Michel de Certeau
was zich in Mei 1968 bewust, dat er iets belangrijks aan de hand was, iets nieuws.
Hij heeft er tussen 1968 en 1973 een aantal artikelen aan gewijd, die nu de
hoofdstukken vormen van "La culture au pluriel", waarvan de eerste
druk in 1974 verschenen is. Het is nuttig om te weten, dat dus elk hoofdstuk
min of meer op zichzelf staat. Hoofdstuk 8,
"L'architecture social du savoir" is duidelijk heet van de naald
omstreeks herfst 1968 geschreven. Je kunt je afvragen, of daardoor dit alles
niet gedateerd is, geschreven vanuit de euforie, dat "alles moet
kunnen", waar wij nu in 2005 de terugslag van beleven, in een roep om
herstel van "normen en waarden". Toch lijkt er veel in te staan dat
lijkt te resoneren met onze actualiteit. Ik kom daarop terug. Om te beginnen
alleen dit: toen hij dit schreef was hij er van overtuigd, dat de betekenis
van dit lokale gebeuren in Frankrijk, in Parijs meer in het bijzonder, een
veel universelere betekenis had. Al uitte hij hierover ook zijn twijfel, in
de opmerking: “Is dit verhaal niet specifiek Frans?” In Frankrijk met zijn
sterk etatistische tradities, met een soort ritme van woeste revoluties,
gedoemd om te mislukken, en lange periodes, waarin iedereen steunt op het
centrale gezag. Actueel dus toch, om dat telkens terugkerende ritme. Elite en massa. "Een
opvatting" Machthebbers en
professoren zullen, wanneer hun iets onverwachts overkomt, altijd proberen
het te begrijpen binnen hun verklaringsmodellen. Welnu, zij zien
zichzelf als de bron, waaruit de maatschappij haar ideeën put; (onderwijzers
leren op de Normaalschool wat ze hun leerlingen moeten vertellen; de
leerlingen leren van hen hoe het leven in elkaar zit, tout court). Want zij
zijn de elite, de massa is passief. Wordt de massa dan toch oproerig, dan kan
het niet anders zijn dan het werk van "groupules", groepjes, die de
massa hebben opgehitst. De remedie is dus: vernietig die gevaarlijke
contra-elite en verschaf de massa weer goede leiders. Zo begrepen zij ook dat wonderlijke samengaan in Mei 1968 van studenten- en arbeiders-opstanden. De Certeau zag dat
het anders was, en al was de revolte binnen een maand weggeëbt, ze was een
teken geweest van een veel omvattender problematiek die allerminst was
uitgewerkt. "Het getal begint te leven" De heersende elite
probeert zich te handhaven. Zij probeert de crisis te "begrijpen",
maar haar zó te begrijpen, dat "haar niets overkomt". (Zoals onze
Regering zegt blij te zijn met de uitslag van het Referendum over de
Europeese Grondwet - "De democratie heeft gewekt," zegt ze). Meer
in het algemeen: de machthebbers zeggen: "Het was niets anders dan een herhaling
van ons culturele verleden, enkel gedevalueerd door de vulgarisatie."
Logisch dat ze zo denken, maar het is niet waar! De "massa" bestaat
uit individuen, die zich bewust worden van hun situatie, (Vb. van de Azteekse
boer, (in Nicaragua?) die inderdaad "het woord nam". Onze manier van
denken is aan het veranderen, of wij willen of niet. Aan de oorsprong van een
wetenschap staan altijd culturele en ethische opties. Die moeten wij herzien.
Nu het
hiërarchische model wankelt (cultuuroverdracht vaders - kinderen; meesters -
leerlingen; overheid - onderdanen) zullen wij een keuze moeten maken, hoe wij
daarmee om moeten gaan. Want de wetenschap moet veranderen. D.w.z. het moet
niet, maar het is wel nodig. Anders wordt ze een soort hogere
folklore, met steeds minder contact met de realiteit. Marcuse is sterk
getekend door het mislukken van de revolutie van 1918 in Duitsland, toen er
allerwegen "radenrepublieken" gevormd werden. Het functioneren van de kennis in de
consumptie-maatschappij (Herbert Marcuse) "Vanwege zijn
revolutionaire verleden hanteert hij begrippen van het formaat van
straatstenen. Wat is er gebeurd
met het revolutionaire elan? Het lijkt te zijn geneutraliseerd, ingepakt. Wij
kennen allemaal de begrippen "repressieve tolerantie" en "consumptie-slaven". Marcuse legt het
falen van het Marxisme uit door middel van Freudiaanse begrippen. Freud zegt: "de scheppende en revolutionaire rol van de arbeid had men begrepen door het Marxisme; de onderdrukkende en overheersende rol van de vader in het Freudisme. Culturele ontplooiing moet op de een of andere manier haar elan krijgen vanuit het "Lustprinzip", gesublimeerd doordat mensen uitgroeien boven het directe pakken van wat ze begeren. Daar waren de mensen niet op voorbereid. Zo kwamen zij zichzelf tegen. Rijkdom, je "alles" kunnen veroorloven, maakt niet gelukkig, maar jaloers. Ik hoop dat ik de
Certeau nog volg, zoals hij - tot een bepaald punt - probeert Marcuse te
volgen. Marcuse ziet een dubbele onderdrukking, een economische en een psychologische.Hij tracht ze vanuit twee denkmodellen te begrijpen. Hij wil met de
vinger een plek aanwijzen, van waaruit een revolutie nu nog zou kunnen
beginnen; hij weet dat het Marxisme gefaald heeft, daarom probeert hij het nu
van een andere kant en roept freudiaanse begrippen te hulp, maar blijft
daarbij hangen in zelfbeklag! Zijn verhaal heeft
iets van een tragisch epos, een soort Ilias. Vanuit zijn villa
in Californië overziet als vanuit een Olympus de Amerikaanse maatschappij,
waar de goden "instinkt en plezier" en "principe van
rendement" hun strijd uitvechten over de ruggen van de mensen. Beide denkmodellen
zijn echter historisch gedateerd (2e helft 19e Eeuw en 1e helft 20e Eeuw).
Daarom zijn ze niet geschikt om de nu ontstane crisis te begrijpen. Het zijn
de menswetenschappen zelf die op de helling moeten. Hij wil intussen
Marcuse geen onrecht doen. Want de kwestie die deze opwerpt is van kapitaal
belang. (De Certeau prefereert boven de mythe van de
"consumptiemaatschappij" de analyse van John Kenneth Galbraith van
een "technostructuur" en een "corps van opvoeders en
wetenschappers"). Sociale structuren en presentatiesystemen Binnen een gevestigde orde zal een diepergaande beweging zich alleen symbolisch kunnen uiten, door een ander gebruik te maken van bestaande begrippen. Dat betekent dat dit woordgebuik eigenlijk niet correct is, gezien vanuit de oude definities, en dat het onnauwkeurig is ten aanzien van de toekomst. Dus naar twee kanten irriterend, en een beetje om te lachen. Maar zo begint het. Elk begin is broos. Tot slot Voor ons actueel?
Ja, in elk geval voor onze generatie, voor het zelfverstaan van onze
situatie. Voor de jongeren
generatie van nu wellicht minder, zij worden met heel andere problemen
geconfronteerd, die zij zelf zullen moeten oplossen. (Zo heb ik het gezegd). (Wim Pisa:
"Ik was toen in Frankrijk - niet in Parijs. Wij zagen de beelden op de
TV. Om mij heen geen spoor van euforie - maar hoofdzakelijk angst - wat is
daar in Godsnaam aan de hand - een wereld stort in.") 36 La Culture dans la Société (12-10-2005) Verslag woensdag 12 oktober 2005, Houtlaan 4, 10.30 - 12.30 en 14.30 - 16.00. Aanwezig: Paul, Dirk, Antony, Wim, Frans en Rob (alleen ’s middags). Piet was helaas verhinderd wegens griep. Wij begonnen met vertraging, door file en verkeerde trein. Voor de ochtend stond hs. IX (Franse telling), ‘La Culture dans la Société’, op het programma. (Verdere gegevens ontbreken; zie echter de vertaling van hs.X: --A4-- Appendices
A1 Kopiisten en
vertalers : een vijftal citaten uit La Fable Mystique, hs. 4
1. ...le
copiste mue son corps en parole de l’autre, il imite et il incarne le texte en
une liturgie de la reproduction; simultanément, il donne corps au verbe... (164) 2. ... Le
traducteur ... il fabrique de l’autre, mais dans un champs qui n’est pas
davantage le sien et où il n’a aucun droit d’auteur... (164) 3. Le copiste
et le traducteur ont même endurance, à corps perdu, mais le premier d’une
maniére contemplative, dans un rite d’identification, le second de façon plus
éthique, dans une production d’altérité. L’histoire de la mystique pourrait
bien avoir converti le «copiste» en ce traducteur, ascète saisi par la langue
de l’autre et créant par elle du possible tout en se perdant lui-même dans la
foule. En tout cas, les manières de parler relèvent de cette opérativité
itinérante qui n’a pas de place propre. (165) 4. (Men ging op
zoek naar een oorspronkelijke taal...) 5. ... Cent
autres filières tissent la toile d’aragnée européenne d’une population des
mots immigrants, déplacés et transformable. Ce «melting pot» linguistique est
une sorte de pidgin spirituel. (163) A2 De Certeau’s Inleiding bij de Guide Spirituel
van Surin. Surin valt
meteen op door zijn helderheid: een zindelijkheid van denken die vurig en
raak is. Het is niet zozeer scherpzinnigheid die de finesse is van de
psychologische analyse; het is eigenlijk evenmin het doordringende dat
kenmerkend is voor een verdieping van het weten. De helderheid is bij hem
kennis uit ervaring; zij onderscheidt er met een toenemende scherpte het ware
van het valse. De duidelijkheid van het exposé houdt hier verband met de
vastberadenheid van een keuze, die tegelijkertijd absoluut en constant is. Terwijl
het dagelijks leven zich als een “mengeling” voordoet, zal de onderscheiding
verhelderen, wàt bijdraagt tot en wàt ingaat tegen de voorkeur van een
exclusieve liefde; zij is de vrucht en het instrument van een hartstocht,
enkelvoudig en radicaal, gericht op de God die haar wekt. Aan een verlangen
dat door niets van zijn object wordt afgeleid beantwoordt een onophoudelijk
distingeren tussen datgene wat wel en datgene wat niet past bij God. De
gedachte zet de beweging van de ziel zonder omwegen voort: “Ik zou als een
bliksem naar voren willen schieten naar mijn God, om niets toe te laten en
niets te omhelzen dan Hem en om mij geheel en al aan Hem te binden,” aldus
schrijft hij in een brief aan Madame du Houx. De frase echter is niet meer
dan het gebaar van dat elan; in een eerdere brief aan haar schreef hij: “Ik
ben niet zo goed in allerlei bespiegelingen over formaliteiten... Ik ga
rechtstreeks op het punt af dat ik belangrijk vind. Ga er ook heen.” Tot zover de
brief. Eenzelfde strengheid bezielt het hart en de geest. Wat is er voor
vreemds aan dat de gedachte schittert en snijdt als een diamant? Het is het
geweld van de liefde dat de ziel is van deze helderheid. (22) Opmerking van
de vertaler: De manier waarop C. met synoniemen speelt maakt het vertalen
wel moeilijk: wèl lucidité, maar
niet zozeer perspicacité - het
Nederlands geeft beide keren scherpzinnigheid. In de Fable
Mystique komt C. terug op de helderheid die op ervaringskennis berust, maar
duidelijk met meer distantie, omdat hij ziet hoezeer zij veronderstelt dat er
een kloof is tussen “deze” wereld en de “andere” wereld. Schijnduidelijkheid. Man uit één
stuk worden, de versnippering overwinnen door een vastberaden keuze! Wie
heeft daar geen heimwee naar? Certeau zelf ongetwijfeld. Het is deze nood van
de moderne mens, die als een rode draad door zijn leven loopt. C. heeft zijn
persoonlijke keuze gemaakt in 1968: meteen enthousiast voor het gebeuren van
de Studenten-revolte maakte zijn keuze voor het leven - voor de Beweging. Het
was een seculariserende keuze, vanuit de draai die hij van Surin had
meegekregen; toch heeft hij Surin nooit verloochend. Tenslotte is hij tot het
onderwerp Mystiek teruggekeerd, met zijn
verbrede ervaringskennis. Elders in de
Inleiding brengt C. reeds de “andersheid”, de “alteritas” ter sprake,
naïefweg verteld. Surin had in het Tertiaat onder leiding van Pater Lallemant
vergeefs met God geworsteld, totdat hij er overspannen van werd. Hij werd
weggestuurd naar een andere omgeving. Dáár vond hij God, overvloedig, bij de
mensen, d.w.z. bij de eenvoudigen. Wat hij in de boeken en in de Oefeningen
niet gevonden had, vond hij bij hen: troost, licht. Tegelijk ontdekt hij wat
hij hun te bieden heeft: hulp, leiding. Hij stoot er op 'het onmetelijke en
geheimzinnige Koninkrijk, waar de Heer van heel dichtbij zijn aanwezigheid
voelbaar maakt en de medewerking van de apostel nodig heeft.’ (16) Heimwee? Hoewel
het strenge, harde van Surin afsschrikt, is een mens van onze tijd zeer wel
ontvankelijk voor een medicijn tegen de verstrooiing, verveling en
eenzaamheid. Als je door omstandigheden van buiten af geholpen wordt, voel je
dat als iets weldadigs, soms ook kunstmatigs; in dat geval is een te grote
gespannenheid het signaal dat er iets mis is. Maar van binnen uit? Is het
niet zo, dat een keuze die uit jezelf voortkomt, rijkere vrucht oplevert?
Maar hoe is die vol te houden! Hulp van buiten
af, zoals Surin in het Tertiaat. Het Instituut dus; en de Overste of
Geestelijke leidsman, of ook een charismatisch Leider. Alles wat je afhoudt
van die afgrond van het eigen Ik is dan welkom. Er is een
middenweg en Surin bewandelde die. Het is het teken dat je krijgt door de
toevallige ontmoeting met een eenvoudige van geest. Te klein van spanwijdte
komt hij of zij als een toevallig teken in je leven om datgene te verwoorden
wat je moest horen, zonder het verbindende van het Instituut, zonder de
geestelijke bagage van een ontwikkeld priester, psycholoog, enz. Surin vindt dit
bij de jongen in de reiskoets en in vele anderen uit zijn eerste
apostolaatsjaren. Ze werden “door God op zijn weg geplaatst,” zal C. met hem
mee zeggen. “Projectie vanuit zijn eigen worstelende Ik?” zal hij zich
later, in de Fable Mystique, afvragen. Certeau zelf
zal het vinden bij de studenten. Ook jong, ook met een geringere geestelijke
bagage - hij constateert het met mildheid - uit armoede stamelen ze: Marx -
Mao - Marx - Mao. Maar er gebeurt iets: ze doen voor het eerst hun mond open!
En ze zijn met velen. Dat is het verbindende, bij hen wèl. Als de zaak verzandt
- zij begrijpen zelf niet, hoe, maar het is door dreigend militair ingrijpen
- dan is toch de wereld voorgoed veranderd. En Certeau. Hij zegt “Ja” en zal
dat blijven zeggen. Dit moest komen en hij heeft - met hen - de toekomst. 14-1-2000. La
Bombe Chéron. (p.39 v.) Surin’s Guide
Spirituel is een antwoord op een boek van Chéron, een helder antwoord op een
vrij rommelig boek (veel tamtam en weinig zeggend), zodat het wat dat betreft
geen weerlegging nodig had. Maar hij voelde zich aangevallen en verdedigde
zich, zij het ook op een heel wat hoger niveau dan de aanval was. Zo versta
ik C. Chéron staat op: de oude leeuw stort zich uit
zijn schuilhoek voor nieuwe gevechten en gaat meer kabaal maken dan dat hij
zegt. (41) A3 Michel Foucault: Tussen
twee werelden (een paar reflecties).
Jezus liet zijn
blik rondgaan om te zien wie dat gedaan had…. (Markus 5,30). Op de redelijke
vraag van zijn leerlingen naar zijn onredelijk gedrag (‘Wie heeft mij
aangeraakt?’) geeft hij geen enkel antwoord, redelijk noch onredelijk. Hij
kijkt alleen, op zoek naar dat contact op een ‘dieper’ niveau dat hij gevoeld
heeft. En zij ongetwijfeld ook: dat zij zijn kracht voelde en in zichzelf het
verlangen ‘iets van hem’ aan te raken. En daarna in haar lichaam het effect
van die aanraking, heilzaam, betrouwbaar. Gevoelsmatig dus,
van beide kanten. En dat onttrekt zich aan het oordeel van het verstand en
heeft geen behoefte om ‘redelijk’ te zijn, wel echter ‘geestelijk’, tegelijk
dieper en hoger dus. Wat herkent de
Certeau nu bij zijn vriend Foucault?[1]
De kloof, de onoverbrugbare tegenstelling tussen de verschillende
denkmodellen die elkaar aflossen. Foucault heeft dat nageplozen in de
geschiedenis van vooral de 17e Eeuw. ‘Opeens’ is er wat anders.
Hij ziet vooral de tegenstelling en maakt die tegelijk tot zijn methode van
presentatie. Hij laat de lezers delen in zijn verbazing. ‘Moet je kijken! De
gekken, éérst waren dat zogenaamd boodschappers uit een andere wereld, toen
opeens een sociaal probleem (je kunt ze beter maar opsluiten); en toen waren
het zieken (die je moet verplegen). Tenslotte weer (met Freud) getuigen van
een andere wereld, maar nu in jou zelf, in mij zelf. Certeau ziet de
kloof dus ook, maar wil deze liever overbruggen door op de kleintjes te
letten. Hoe redden zij het? Hoe gebeurt het dat er onder de permanente druk
van de samenleving bij hen iets groeit, dat vroeg of laat door zal breken? Ik herken iets.
De paradigma’s lossen elkaar af in de geschiedenis, maar zijn voor een deel
ook gelijktijdig en alleen van plaats gescheiden. Mijn
veronderstelling is, dat mijn leeftijdgenoten de Certeau en Foucault in hun
interesse mee bepaald zijn door de ook in Frankrijk als zeer traumatisch
beleefde Duitse bezetting. Maar ze schrijven er nooit over (voor zover ik
weet.) Wel zegt Luce Giard dat in Juni ’40 voor hem de hele generatie van
zijn ouders hun gezag verspeeld hadden.[2]
Michel de Certeau was als jonge man koerier voor de Résistance. Van Foucault
weet ik niets. De Certeau
gebruikt Foucault als bron voor een paar hss. van Heterologies. Hij is gewend
een boek samen te stellen als een bundel boekbesprekingen van een bijzondere
soort, evenzeer kritiek op dat boek
als kruipen in het boek, het spoor
vervolgend, termen overnemend. Het maakt zijn woordenschat breder en zijn
begrippen minder eenduidig. een voortgezet experimenteren met taal.[3]
Hij merkt overigens op, dat Foucault zijn materiaal grotendeels ontleent aan
één ander boek: Jacques Roger,
Les sciences de la vie dans la pensée francaise du XVIIIe siècle (1963). Dirk
|
A5
Boeken rond de Certeau
|
Nr. |
Auteur |
Titel |
Jaartal |
|
01 |
de Certeau |
Le voyage mystique |
|
|
02 |
de Certeau |
The Writing of History |
|
|
03 |
de Certeau |
Culture in the Plural |
|
|
04 |
de Certeau |
The
Practice of Everyday Life (2 ex.) |
|
|
05 |
de Certeau |
Heterologies |
|
|
06 |
de Certeau |
The
Capture of Speech & other political Writings |
|
|
07 |
de Certeau |
La Fable Mystique |
|
|
08 |
de Certeau |
The Mystic Fable |
|
|
09 |
Geldof e.a. |
Sluipwegen van het denken |
|
|
10 |
Blonsky, M., ed. |
On Signs |
|
|
11 |
Bourdieu, Pierre |
Language and Symbolic Power |
|
|
12 |
Bourdieu, Pierre |
Méditations pascaliennes |
|
|
13 |
Boyle, Marjorie O’Rourke |
Loyola’s
Acts: The Rhetoric of the Self |
|
|
14 |
Turkle, Sherry |
Psychoanalytic Politics |
|
|
|
Titel |
Tijdschrift |
Nummer |
|
01 |
Jean-Joseph
Surin, Guide Spirituel, Introduction |
|
1963 |
|
02 |
L’Énonciation Mystique |
RSR |
1976 |
|
03 |
Les Pélerins d’Emmaüs |
Christus |
13 (1957) |
|
04 |
Aspects de la Prière |
Christus |
13 (1957) |
|
05 |
Les
Lendemains de la Décision (La “confirmation” dans la vie spirituelle) |
Christus |
14 (1957) |
|
06 |
La Prière des Ouvriers |
Christus |
15 (1957) |
|
07 |
L’Expérience
du Salut chez Pierre Favre |
Christus |
17 (1958) |
|
08 |
L’Ascension |
Christus |
22 (1959) |
|
09 |
Exégèse, Théologie et Spiritualité |
RAM 1) |
36 (1960) |
|
10 |
Des Enfants Avisés |
Christus |
38 (1963) |
|
11 |
De Saint-Cyran au Jansénisme |
Christus |
39 (1963) |
|
12 |
Politique
et Mystique (René d’Argenson, 1596-1651) |
RAM |
|
|
13 |
La Réforme dans le Catholicisme (art. “France”, 16e Siècle) |
DSAM 2) |
1963 |
|
14 |
La Conversion du Missionnaire |
Christus |
40 (1963) |
|
15 |
Le temps des conflicts |
Christus |
41 (1964) |
|
16 |
Situations culturelles, vocation spirituelle |
Christus |
43 (1964) |
|
17 |
Donner la parole |
Christus |
44 (1964) |
|
18 |
Comme un voleur |
Christus |
45 (1965) |
|
19 |
Expérience chrétienne et langages de la foi |
Christus |
46 (1965) |
|
20 |
Unité et
divisions des catholiques |
Christus |
47 (1965) |
|
21 |
Ouverture sociale et renouveau missionnaire de l’école chrétienne |
Christus |
48 (1965) |
|
22 |
La rénovation de la vie religieuse |
Christus |
49 (1966) |
|
23 |
L’universalisme
ignatien: mystique et mission |
Christus |
50 (1966) |
|
24 |
L’épreuve du temps |
Christus |
51 (1966) |
|
25 |
De la
participation au discernement (tâche chrétienne après Vatican II) |
Christus |
52 (1966) |
|
26 |
La vie religieuse en Amérique latine |
Études |
326 (1967) |
|
27 |
Les écrivains devant Dieu |
Études |
326 (1967) |
|
28 |
Les
sciences humaines et la mort de l’homme |
Études |
326 (1967) |
|
29 |
“Che” Guevara en Régis Debray (le révolution entre sa légende et sa vérité |
Études |
327 (1967) |
|
30 |
Amérique latine: ancien ou nouveau monde? (notes de voyage) |
Christus |
55 (1967) |
|
31 |
Apologie de la différence |
Études |
328 (1968) |
|
32 |
[Notes
Bibliographiques] Sciences humaines, la rève |
Études |
328 (1968) |
|
33 |
Pour une
nouvelle culture: prendre la parole |
Études |
329 (1968) |
|
34 |
Pour une nouvelle culture: le pouvoir de parler (2 ex.) |
Études |
329 (1968) |
|
35 |
La
révolution fondatrice, ou le risque d’exister |
Études |
329 (1968) |
|
36 |
[Notes bibliographiques] Mai 1968, L’ORTF |
Études |
329 (1968) |
|
37 |
--- |
--- |
--- |
|
38 |
La loi Faure, ou le statut de l’enseignement dans la Nation |
Études |
329 (1968) |
|
39 |
[Notes bibliogr.]L’anthropologie d’un psychanalyste (Géza Róheim) |
Études |
330 (1969) |
|
40 |
L’Étranger |
Études |
330 (1969) |
|
41 |
[Notes
bibliographiques] Religion et société: les messianismes |
Études |
330 (1969) |
|
42 |
[Notes bibliographiques]
Une litérature inquiète: mai 1968 |
Études |
330 (1969) |
|
43 |
Structures
sociales et autorités chrétiennes |
Études |
331 (1969) |
|
44 |
Structures
sociales et autorités chrétiennes (suite) |
Études |
331 (1969) |
|
45 |
[Notes bibliographiques]
Une histoire ‘globale’ du 14e Siècle: Ibn Khaldûn |
Études |
331 (1969) |
|
46 |
Cuernavaca: le Centre intellectuel et Mgr Illich |
Études |
331 (1969) |
|
47 |
Les
structures de communion à Boquen |
Études |
332 (1970) |
|
48 |
Autorités chrétiennes |
Études |
332 (1970) |
|
49 |
Foi Chrétienne et engagement marxiste |
Études |
332 (1970) |
|
50 |
[Notes bibliogr.] Une interprétation marxiste de la mystique du 17e Siècle |
Études |
332 (1970) |
|
51 |
[Notes bibliographiques]Une
anthropologie du geste: Marcel Jousse |
Études |
332 (1970) |
|
52 |
La misère de l’Université |
Études |
332 (1970) |
|
53 |
Le prophète et les militaires: Dom Helder Camara |
Études |
332 (1970) |
|
54 |
Qu’est-ce qu’un congrès de théologie? (Bruxelles, 12-17 sept.1970) |
Études |
333 (1970) |
|
55 |
L’expérience spirituelle |
Christus |
68 (1970) |
|
56 |
[Notes
bibliographiques] Une théorie du système d’enseignement |
Études |
334 (1971) |
|
57 |
Le silence des étudiants |
Études |
334 (1971) |
|
58 |
Conscience
Chrétienne et Conscience Politique aux U.S.A. |
Études |
335 (1971) |
|
59 |
Culture
américaine et théologie catholique (Convention de Baltimore (6/71) |
Études |
335 (1971) |
|
60 |
La culture
dans la société: quelques préalables |
Études |
336 (1972) |
|
61 |
L’espace
du désir (ou Le “fondement” des Exercices Spirituels) |
Christus |
77 (1973) |
|
62 |
Christianisme et “Modernité” dans l’historiographie contemporaine (Réemploi de la tradition dans les pratiques |
RSR |
(1975) |
|
63 |
L’altérité
diabolique (à propos du film “L’Exorciste”) |
Études |
342 (1975 |
|
63a |
Qu’est-ce qu’un séminaire? |
Esprit |
1976 |
|
64 |
L’étrange secret (“Manières d’écrire” pascalienne: La 4e lettre à Melle de Roannez |
Rivista 3) |
13 (1977) |
|
65 |
L’idée de
traduction de la Bible au 17e Siècle: Sacy et Simon |
RSR |
1978 |
|
66 |
Une culture très ordinaire |
Esprit |
1978 |
|
67 |
[Notes
bibliographiques] Introduction à la sémiotique |
Études |
351 (1979) |
|
68 |
Writing
vs. Time: History and Anthropology in the works of Lafiteau |
Yale 4) |
59 (1980) |
|
69 |
Utopies vocales: Glossolalie |
Traverses |
20 (1980) |
|
70 |
L’histoire
dans une politique de la science |
Esprit |
1981 |
|
71 |
History:
ethics, science, and fiction (in: Social Science as Moral Inquiry) |
(boek) |
1983 |
|
72 |
Nicolas de Cues: le secret d’un regard |
Traverses |
1984 |
|
73 |
Historicités mystiques |
RSR 5) |
1985 |
|
74 |
Le
croyable, ou l’institution du croire |
Semiotica |
54 (1985) |
|
75 |
L’actif
et le passif des appartenances |
Esprit |
1985 |
|
76 |
Possession (bezetenheid) |
E.Univ. 6) |
1985 |
|
77 |
Histoire et anthropologie chez Lafiteau (in: sec last sheet) |
|
1985 |
|
78 |
Le
croyable (préliminaires à une anthropologie des croyances |
|
1985 |
|
79 |
Marcuse (Herbert) 1898-1979 |
E. Univ. |
1985 |
|
80 |
Mystique |
E. Univ. |
1985 |
|
81 |
Marguerite Duras: On dit |
|
1985 |
|
82 |
Le sabbat
encyclopédique du voir |
Esprit |
1987 |
|
83 |
M. de Certeau, Écritures |
“Certeau” 7) |
1987 |
|
84 |
M. de
Certeau, Corps
torturés, paroles capturées |
“Certeau” |
1987 |
|
85 |
M. de Certeau, Notes de Voyage. Mexico (1980) |
“Certeau” |
1987 |
|
86 |
M. de Certeau, Mystique et psychanalyse |
“Certeau” |
1987 |
|
87 |
Luce Giard, La passion de l’altérité |
“Certeau” |
1987 |
|
88 |
Jacques Derrida, Nombre de oui |
“Certeau” |
1987 |
|
89 |
Luce Giard, Biobibliographie (de Certeau) |
“Certeau” |
1987 |
|
90 |
M. de Certeau, L’expérience religieuse |
RSR |
1988 |
|
91 |
Christopher
Norris, Against
Postmodernism: Derrida, Kant and nuclear politics |
Paragraph |
9 (1987) |
|
92 |
Ian Maclean, The heterologies of Michel de Certeau |
Paragraph |
9 (1987) |
|
93 |
Hent de Vries, Anti-Babel: The ‘Mystical Postulate’ in Benjamin, de Certeau en Derrida |
|
1992 |
|
94 |
Jack
Katz, Michel de
Certeau: Interpretation and its other |
|
1997 |
|
95 |
Jeremy
Ahearne, Michel
de Certeau: Interpretation and its other |
|
1997 |
|
96 |
Joachim Valentin, Schreiben aufgrund eines Mangels, zum Leben und Werk von Michel de Certeau |
Orientierung |
61 (1997) |
|
97 |
Joachim
Valentin, Michel
de Certeau: Historiker oder Philosoph? |
idem |
62 (1998) |
|
98 |
Johannes Hoff, Erosion der Gottesrede und christliche Spiritualität, Antworten von Michel Foucault und Michel de Certeau im Vergleich (1.Teil) |
Orientierung |
63 (1999) |
|
99 |
idem, (2. Teil) |