ove05 BEGROTINGSBELEID
KLASSIEK BEGROTINGSBELEID
Tot de Tweede Wereldoorlog
hebben we te maken met klassiek begrotingsbeleid.
Volgens de streng-klassieken
is de kleinste begroting de beste begroting. Bovendien moet de begroting altijd
in evenwicht zijn.
De gematigd-klassieken
hanteren de gulden
financieringsregel. Leningen door de overheid zijn alleen
aanvaardbaar voor investeringen. Consumptieve overheidsuitgaven en
overdrachtsuitgaven daarentegen moeten volledig door inkomsten zijn gedekt.
CONJUNCTUREEL
BEGROTINGSBELEID
Na de Tweede Wereldoorlog
volgt er een periode met conjunctureel begrotingsbeleid. Conjunctureel
begrotingsbeleid sluit aan bij de vraagzijde van de economie.
Bij het anticyclische
begrotingsbeleid (gebaseerd op de theorie van Keynes) gaat de overheid de
schommelingen in de effectieve vraag van de particuliere sector tegen door het
vergroten van de uitgaven en het verlagen van de ontvangsten (in een situatie
van laagconjunctuur) of door het verlagen van de uitgaven en het vergroten van
de ontvangsten (in een situatie van hoogconjunctuur).
Als het economisch slecht
gaat zullen stimulerende maatregelen (verhoging overheidsuitgaven en verlaging
belastingen) weinig weerstand ontmoeten. Als het economisch goed gaat stuiten
afremmende maatregelen (verlaging overheidsuitgaven en verhoging belastingen)
op maatschappelijk verzet.
Anticyclisch
begrotingsbeleid leidt door een opwaartse druk op de overheidsuitgaven tot
voortdurende begrotingstekorten.
In de jaren zeventig van de
vorige eeuw begon het financieringstekort in Nederland uit de hand te lopen en
ingrijpende bezuinigingen waren noodzakelijk om het financieringstekort omlaag
te brengen.
Conjunctureel
begrotingsbeleid maakt dan plaats voor structureel begrotingsbeleid.
STRUCTUREEL BEGROTINGSBELEID
Het trendmatige begrotingsbeleid (de
zogenaamde Zalmnorm) is een vorm van structureel begrotingsbeleid en sluit aan
bij de aanbodzijde van de economie.
Het trendmatige
begrotingsbeleid kent een strikte scheiding tussen inkomsten en uitgaven.
Er wordt bij het afsluiten
van het regeerakkoord voor de vier regeringsjaren een schatting gemaakt van de
inkomsten op basis van een aantal macro-economische gegevens. De hoogte van de
uitgaven wordt na politieke onderhandelingen voor elk ministerie voor vier jaar
vastgelegd.
In de praktijk kunnen mee-
en tegenvallers ontstaan omdat de groei van de economie niet precies te
voorspellen is. Als de groei hoger is dan voorspeld, ontstaan er meevallers
(hogere belastinginkomsten en lagere uitgaven voor sociale uitkeringen). Als de
groei lager is dan voorspeld, ontstaan er tegenvallers (lagere
belastinginkomsten en hogere uitgaven voor sociale uitkeringen).
Over eventuele mee- en
tegenvallers worden vooraf afspraken gemaakt tussen de regeringspartijen.
Meevallende inkomsten
(hogere inkomsten dan geraamd) worden deels gebruikt voor verlaging van de
staatsschuld en deels voor lastenverlichting.
Meevallende uitgaven (lagere
uitgaven dan geraamd) mogen niet gebruikt worden voor nieuwe uitgaven, maar
moeten worden gebruikt om de staatsschuld te verlagen.
Tegenvallende inkomsten
(lagere inkomsten dan geraamd) kunnen leiden tot een oplopend
financieringstekort en lastenverzwaring.
Tegenvallende uitgaven
(hogere uitgaven dan geraamd) moeten binnen de begroting van elk ministerie
worden opgevangen, zij mogen niet leiden tot lastenverzwaring voor de burgers
(de uitgaven staan immers los van de inkomsten).
Meevallers zullen zich
voordoen als het economisch goed gaat. Door verlaging van de staatsschuld zal
de economische groei afzwakken (anticyclisch effect), door lastenverlichting
zal de economische groei versterken (procyclisch effect).
Tegenvallers zullen zich
voordoen als het economisch minder goed gaat. Door verhoging van de
staatsschuld zullen de economische problemen afnemen (anticyclisch effect),
door lastenverzwaring zullen de economische problemen toenemen (procyclisch
effect).