Lexicon MC-12 Music and Cinema Processor.
Waarschijnlijk een van de allerbeste surround processoren ter wereld (enige
concurrenten zijn wellicht de Theta Casablanca II, Meridian 861 en Mark-Levinson No.40).
Dit is het hart van mijn thuisbioscoop! Alle video- en audio-bronnen
worden geschakeld door deze unit en ook worden alle surround-modes hier
gekozen. En dat zijn er nogal wat! Naast Dolby Prologic, Dolby Digital en
DTS, THX Surround EX, DTS ES (matrix en discreet), Dolby ProLogic II en
DTS Neo:6 heeft deze voorversterker ook THX post-processing en het zeer beroemde Logic 7, dat naast
achter-luidsprekers ook zij-luidsprekers gebruikt. Uit 2, 5.1 of zelfs 6.1 kanalen weet deze
voorversterker 7 onafhankelijk werkende kanalen te destilleren, wat extreem indrukwekkend klinkt!
Het lijkt bij 2-kanaals bronnen soms net of je naar Dolby Digital luistert! Speakers zijn tot op 20 cm nauwkeurig
in te stellen in afstand en op een halve db in volume en er zijn digitale crossovers
voor alle kanalen te kiezen tussen 30 tot 120 Hz in stappen van 10 Hz. Er kunnen in
totaal 12 speakers worden aangesloten, waaronder drie subwoofers. Twee stereo subwoofers
geven al de door het bass-management geherrouteerde laag weer van alle speakers.
De linker sub dus de bas van de linker front, linker side en linker rear speaker
en de rechter sub de bas van de rechter kanalen. Als derde is er dan nog een aparte LFE
subwoofer-uitgang aanwezig, die dus alleen LFE weergeeft. De twee overgebleven
kanalen zouden in de toekomst kunnen worden gebruikt voor bijvoorbeeld hoogtekanalen.
Extreem flexibel en nauwkeurig dus allemaal... Voor een complete beschrijving, bezoek de
Lexicon MC-12 website of de
Lexicon MC-12 and MC-12B Information Index van SMR. | De MC-12 heeft een 5.1 ingang
die op 2 manieren kan worden gebruikt: als puur analoge doorvoer (bass-management
en time-alignment zijn dan niet mogelijk) of gedigitaliseerd, waarbij de
signalen door een 24bits/96kHz A/D convertor digitaal worden gemaakt, waardoor
bewerking van het signaal mogelijk wordt. Zeer handig voor DVD-Audio/SACD,
die nog steeds analoog uit worden gegeven. Op het achterpaneel van de MC-12
is echter ook een slot aanwezig voor een toekomstige digitale interface
voor deze nieuwe geluidsformaten. Als DSPs worden er 4 Analog Devices SHARC(r)
32-bit DSP engines gebruikt. Dit kan worden uitgebreid naar 12 stuks! Verder
zijn er 4 microfoon- ingangen aanwezig voor evt. digitale roomcorrectie
(het recht trekken van het frequentiebereik op de luisterpositie).
| Ik gebruik een MIT Z-Cord II als netkabel op de MC-12.
Na een aanvaring met een professionele Chord versterker in mijn systeem, die, hoewel niet
gechikt voor multi-kanaals gebruik, wel mijn hart had gestolen met zijn ontzettend mooie
klank, moest en zou ik een versterker van dit merk bezitten. Uiteindelijk werd het de
Chord SPM 1200E 2-kanaals eindversterker.
Deze versterker levert 2x 620W (RMS 4 Ohm) aan mijn frontkanalen. De 'klank' van Chord versterkers
is nogal moeilijk te beschrijven, omdat ze vrijwel geen klank van zichzelf hebben. Het
geluid is extreem snel, transparant en gemakkelijk, alsof er geen versterker aanwezig
is! Analytisch kun je de versterkers echter ook niet noemen, aangezien ze in het
hoog en midden niet hard of kil zijn, maar juist heel expressief. De zo goed als afwezige
kleuring kan worden toegeschreven aan de schakelende voeding die het merk gebruikt, alsmede
de gebalanceerde voedingsrails, die gecombineerd ervoor zorgen dat de 300W/200V MOSFET eindtransistoren
ten allen tijden zeer snel gevoed kunnen worden. Door de bijzondere opbouw kan het gewicht
erg laag gehouden worden: de versterker weegt slechts 18 kg! Chord wordt veel gebruikt in de professionele
wereld: Abbey Road en Air Studios
in London en Skywalker Sound gebruiken allemaal dit merk. Nu snap ik waarom!
| Chord
SPM 1900 5-kanaals eindversterker. Deze eindversterker gebruik ik
voor mijn center, sides en rears. De versterker heeft met 4 x 120W en 1 x 160W (voor
de center speaker) minder vermogen dan de 1200E, heeft geen WBT uitgangen voor bi-wiring
en geen XLR gebalanceerde ingangen, maar de klank is net zo briljant als van de SPM 1200E.
Door de slimme opbouw van de versterker is clippen zo goed als onmogelijk bij normale
belastingen en lijkt er door het gemak en snelheid toch of de versterker zeer veel vermogen
heeft.
| Na een tijd met redelijke
tevredenheid te hebben gedraaid met de MartinLogan Scenario als front
speakers, besloot ik eens te luisteren naar het nieuwste model: de MartinLogan
Aeon. Waar de Scenario eigenlijk duidelijk de kleinste speaker is
van de serie, is de Aeon gewoon een veel volwassener systeem met vele
voordelen zowel met films (dynamiek, 1-op-1 afbeelding, drama) als met
muziek (klankkleur, body, ruimtelijk beeld). Dit is een "hybride" systeem.
De bas wordt verzorgd door een dynamisch systeem (normale conus) en het
midden en hoog door een elektrostatisch
paneel.
| De 20 cm woofer bevind zich
in een afgesloten behuizing en werkt beneden 450 Hz. Het paneel neemt het
hierboven over tot 22.000 Hz. De bas loopt door tot 43 Hz, de gevoeligheid
is 89 dB/2.83 V/1 m en de impedantie is 4 Ohm (laagste impedantie is 1,32
Ohm bij 20 kHz). De belastbaarheid is 200 watt. De hoogte van de speaker
is 148 cm.
Alle MartinLogan
eigenschappen zijn in deze speaker geweldig vertegenwoordigd:
detaillering, doorzichtigheid, luchtigheid, maar t.o.v. van de oudere
systemen van ML zijn de nieuwere hybrides veel dynamischer en kunnen
harder spelen. De bas is behoorlijk goed voor een speaker met een 20 cm
woofer. Strak, gedetailleerd en perfect geintegreerd met het
elektrostatische paneel. De luisterzone is vrij klein (zoals bij alle
elektrostaten/magnetostaten), maar goed genoeg voor meerdere luisteraars
in een thuisbioscoop, vooral met gebruik van een center speaker. De
gecontroleerde "dispersie" (afstraling) kan een voordeel zijn: er zal
minder geluid tegen de wanden en vloer en plafond kaatsen, waardoor het
geluid relatief neutraal blijft. Er wordt vaak gezegd dat elektrostaten
niet zo dynamisch zijn. Nou, daar merk ik niets van! Het geluid is zeer
strak, er kan erg hard gespeeld worden en ontploffingen en pistoolschoten
zijn enorm goed gedefinieerd, net als stemmen en allerlei effecten zoals
krekels, wind e.d. die je nog nooit eerder gehoord hebt, maar met deze
speakers genadeloos worden weergegeven. Maar het allerbelangrijkste is dat
MartinLogan speakers mij nooit gaan vervelen. Muziek en films blijven een
belevenis. De speakers zijn met een MIT Z-Cord II direct op het lichtnet
aangesloten en alle bas beneden 70 Hz wordt afgefilterd naar mijn REL Q100E
zij-subs. Als rear speakers gebruik ik
de MartinLogan
Scenario speakers. Net als de Aeon is dit een "hybride" systeem.
De bas wordt verzorgd door een dynamisch systeem (normale conus) en het
midden en hoog door een elektrostatisch
paneel.
| De 20 cm woofer bevind zich
in een afgesloten behuizing en werkt beneden 500 Hz. Het paneel neemt het
hierboven over tot 20.000 Hz. De bas loopt door tot 45 Hz, de gevoeligheid
is 89 dB/2.83 V/1 m en de impedantie is 6 Ohm (laagste impedantie is 2 Ohm
bij 20 kHz). De belastbaarheid is 250 watt. De hoogte van de speaker is
120 cm.
Ik filter bij de Scenario's
alle bas beneden de 70 Hz in mijn Lexicon af. Ook op de rears gebruik ik een
MIT Z-Cord II voor stroomvoorziening.
Onder de front- en
rearspeakers zijn de ETC (Energy
Transfer Coupling) spikes van MartinLogan gemonteerd, die de bas
veel strakker laten klinken en het stereobeeld precieser maken.
| Als zijspeakers gebruik ik
de MartinLogan
Script. Deze luidsprekers gebruiken hetzelfde elektrostatische
paneel als de Scenario, maar met een 6.5" i.p.v. een 8" woofer.
| Het frequentiebereik van deze luidsprekers is 70-20.000 Hz +/- 3 dB, gevoeligheid is 88 dB/2.83 V/1 m en de belastbaarheid is 250 Watt. Ik geloof enorm in het gebruiken van speakers rondom van dezelfde fabrikant, maar liefst van hetzelfde type. Dit is echter niet altijd mogelijk, zeker niet voor de center speaker. De sides zijn aangesloten op het lichtnet via een MIT Z-Cord II. In de Lexicon worden de Scripts afgefilterd bij 120 Hz. De meest logische keus als
center speaker is uiteraard ook een MartinLogan. Na eerst met de Cinema te hebben
gedraaid, was de voormalige top-center, de Logos, al een flinke verbetering.
Wat de Theater i
meer geeft t.o.v. de Logos is echter ongelooflijk! De detaillering is extreem, almede de doorzichtigheid.
Er is absoluut geen sprake meer van een 'behuizing'. Stemmen klinken zeer luchtig
en compleet natuurlijk. Ook de integratie met mijn fronts is zeer goed. De center is
opgebouwd uit een nieuw 'Generation 2' paneel met 'ClearSpars', 'MicroPerf' kleinere
gaatjes en een universele DC-voeding. Er wordt gebruik gemaakt van twee 6.5" (16.5 cm)
afgeschermde woofers in een gesloten behuizing, die overlopen naar een elektrostatisch paneel
bij 300 Hz en drie 1" (2,5 cm) soft dome tweeters boven de 3000 Hz. Het frequentiebereik
van de center speaker is 70-20.000 Hz, de gevoeligheid 90 dB/2.83 V/1 m. De center wordt
ondersteund door twee stevige Atacama SE20 stands. Ook de Theater i wordt "small" aangestuurd.
Alle bas beneden 120 Hz wordt afgefilterd. | Puur voor het LFE kanaal bij
discrete surround geluidsformaten gebruik ik de passieve SVS
CS-Ultra: een cylindrisch gevormde kast van 99 cm
hoog en met een diameter van 40 cm, waarin een zeer stevige 12" conus
is gemonteerd aan de onderzijde. Aan de bovenzijde bevinden zich drie bass-reflex
poorten. De diepgang van het systeem is 20 Hz, tenzij een of twee van de
poorten wordt dichtgemaakt met schuim, waarbij de diepgang zakt naar 16,
respectievelijk 12 Hz, waarbij geluidsdruk iets wordt opgegeven voor basdiepte.
Met alle poorten geopend kan er een SPL worden bereikt van 116 dB (25-63
Hz, in-room), mede omdat er geen enkele vorm van eq wordt gebruikt. Belastbaarheid
van de woofer is 500 W. Er wordt geen versterker meegeleverd.
| Het geluid dat de subwoofer voortbrengt is in een woord: indrukwekkend. Zeer rustig en gedetailleerd, maar toch aggressief als dat nodig is. Ik heb subwoofers gehoord die vele malen het bedrag van de SVS kosten, maar niet zijn niveau halen. Op dit moment zijn SVS subwoofers uitsluitend verkrijgbaar direct via de SVS Website. De aansturing van de SVS Subwoofer
neemt een Bryston 6B mono eindversterker voor
zijn rekening. Met een vermogen van maximaal 800 W op 1 Ohm is dit monster zeer goed in staat de woofer
van de SVS onder controle te houden. De subwoofer is met een korte run
v.d. Hul D-352 HYBRID luidsprekerkabel met een doorsnede 5,23 mm2 aangesloten op de Bryston.
| Als stereo subs voor alle bas
die de andere speakers niet weer kunnen geven, gebruik ik twee REL Q100E
subwoofers. Deze geven alle bas beneden 70 Hz weer. De REL Q100E klinkt wat
minder diep en sonoor met muziek dan de REL ST-serie, maar klinkt soms wel wat
strakker en "sneller". | De absolute trots van mijn
thuisbioscoop is deze Barco
Cine 8 CRT projector. Met 8" buizen, een scanbereik tot 110 kHz
(maximale RGB resolutie 1600x1200 pixels), 1100 lumen (220 ANSI)
lichtsterkte, colour corrected en colour filtered lenzen, electromagnetische focus
en digitale convergentie heeft deze projector alle ingrediënten voor een top-beeld.
Het beeld heeft een enorme diepte en is superscherp. DIT
is pas Home Theater!! Er is nog steeds geen digitale projector die kan
tippen aan de afwezigheid van pixelstructuur, het diepe zwart en de
algehele plasticiteit, subjectieve dieptewerking en natuurlijke kleuren
van CRT projectoren. CRT komt gewoon dichter bij film!
| De projector is ISF gecalibreerd op 6500K kleurtemperatuur, wat een extreem neutraal beeld oplevert. Je weet niet wat je mist als je gray scale niet gecalibreerd is naar de juiste kleurtemperatuur. Met de ingebouwde LIMO PRO line quadrupler kunnen er component, S-Video en composite bronnen worden aangesloten, waarbij deze worden gede-interlaced en gescaled naar maximaal 1050 beeldlijnen of desgewenst een frame doubling naar 100 of 120 Hz, voor een super-stabiel plaatje. Het IRIS3 systeem heeft de mogelijkheid het beeld binnen 10 minuten perfect te convergeren (de kleuren over elkaar heen te leggen, maar over het algemeen is een convergentie met de hand nog net iets nauwkeuriger.
| Bij een goede projector
hoort een goed scherm. Ik koos voor de Da-Lite
Permscreen. Het is een 16:9 matwit scherm met afmetingen van
114x203 cm, dat bestaat uit een doek dat met drukknopen wordt gespannen op
een matzwart aluminium frame. Op die manier blijft het scherm ten alle
tijden vlak. Ik zit er op een afstand van ongeveer 3.50 m vanaf, wat een
kijkhoek geeft van 32 graden. Dit geeft het optimale effect. Met een CRT
projector en een niet al te groot scherm als deze is het verstandig om te
kiezen voor een "unity gain" scherm (gain van 1.0-1.1), omdat deze het
minst last zullen hebben van "hot-spotting", "colour shift" en andere nare
effecten van high gain schermen. |
|
![]() De Marantz DV-8300
is een prima DVD-speler, vooral met uitmuntende videoprestaties, die ook SA-CD en DVD-Audio speelt.
CD speelt de DV-8300 niet echt zeer overtuigend, maar hier heb ik immers ook een apart apparaat
voor. Ik voorzie voor de komende periode een grote hoeveelheid innovaties op het gebied van
DVD-spelers. Daarom koos ik voor deze in de context van mijn systeem redelijk eenvoudige speler.
SA-CD en DVD-Audio worden zonder aanpassing analoog door de speler uitgegeven en door mijn Lexicon MC-12
weer gedigitaliseerd op 24bit/96kHz. Dit maakt het mogelijk om bass-management, time-alignment en Logic-7 (!) op
het signaal toe te passen. Het resultaat is een veel rustiger en homogener geluid en een veel betere basweergave.
De speler is tevens digitaal aangesloten via een Audio Note AN-Vx coax-kabel.
| ![]() De C.E.C. TL-2x
is een snaaraangedreven (!) CD-transport, waarbij de motor dus niet direct de disc aandrijft, maar via een snaar. Een keramische
puck zorgt voor extra stabilisatie en een hoger draaimoment (vliegwiel-werking). Hierdoor en door het subchassis komen er minder trillingen van het
transport bij de CD en resulteert dit in een beter geluid. De behuizing is gemaakt van solide aluminium en zeer zwaar, zo'n 10 kg.
De klank is ruimtelijk, vloeiend, gedetailleerd en luchtig en doet denken aan goede analoge weergave. Vooral stemweergave is
uitgesproken natuurlijk. Ik heb de speler aangesloten via zijn AES/EBU uitgang met de Lexicon met een MIT Proline Digital Reference.
Als netsnoer gebruik ik een MIT Z-Cord II.
| ![]() Als tweede beeldbron
(uitsluitend voor NTSC Laserdisc) gebruik ik de Pioneer LD-S9 LaserDisc speler.
Gewoon een van de allerbeste Laserdisc spelers die je kunt kopen (dit Japanse model is uit produktie en alleen nog maar 2e hands te krijgen)
en wellicht alleen overtroffen door zijn grotere MUSE-broertje (een Japans analoog High Definition
Medium), de Pioneer HLD-X9. De speler is uitgerust met alle opties die je maar zou kunnen hebben op een
Laserdiscspeler. Dus ook een AC-3 RF uitgang voor Dolby Digital Laserdiscs
en een dubbele laserunit, zodat je dubbelzijdige Laserdiscs niet hoeft om
te draaien. Verder 2 composite en 2 S-Video uitgangen en optische en coaxiale digitale
uitgangen. Deel van de extreem schone Laserdisc prestaties zijn het 'high-resolution' 3D kam-filter,
dat alleen in de Pioneer LD-S9 en HLD-X9 modellen wordt toegepast en het feit dat de
speler alleen Laserdisc speelt, met als voordeel dat de transport pick-up hier
voor kan worden geoptimaliseerd.
| Om een Dolby Digital signaal
te destilleren uit een laserdisc is er een demodulator nodig om de
hoogfrequente signalen uit de RF-uitgang van een Laserdiscspeler om te
zetten naar een bruikbaar AC-3 signaal, dat door de voorversterker kan
worden gedecodeerd. De Lexicon LDD-1 is bruikbaar voor alle
Laserdisc spelers en decoders, maar is voornamelijk ontworpen als een
partner voor de Lexicon voorversterkers.
|
Michell Gyro Spider Edition draaitafel. Tja, ik kan me voorstellen dat mensen me gek verklaren dat ik
nog LPs draai, maar ik vind het heerlijk. In heel veel opzichten is LP nog
steeds beter dan CD, vooral als het gaat om klankkleur, natuurlijkheid en
ruimtelijkheid.
|
De Michell Gyro SE is geen romantisch klinkende draaitafel, maar heeft een zeer neutraal, analytisch (maar zeker niet klinisch) geluid, dat je echt laat horen wat er op de plaat is opgenomen. Zonder overdrijving en zonder "effect". Er wordt wel eens gezegd dat een Michell geen klank van zichzelf heeft, waar ik het helemaal mee eens kan zijn. De draaitafel is aan de muur gemonteerd met een Rega beugel en een plaat natuursteen, wat de bas strak houdt en rust brengt in het klankbeeld. De QC is een opwaardering van
de standaard voeding van de draaitafels van Michell met AC-motor. Muzikaal
gezien knapt de weergave er duidelijk van op: ritmes en definitie worden
beter en het geluid wordt tegelijkertijd rustiger en levendiger. Al dit
zorgt ervoor dat je meer muziek hoort en minder "rommel". |
Ik gebruik een door
Origin Live
structureel gemodificeerde Rega
RB250 arm. De Origin Live modificatie verbetert de RB250 enorm!
Het achterste gedeelte van de arm met het contragewicht is bij het
originele ontwerp van kunststof en slap gekoppeld aan de rest van de arm.
Bij de gemodificeerde RB250 wordt er gebruik gemaakt van een dunne
trekstang als verbinding, wat een veel betere resonantiecontrole oplevert
en een veel volwassener geluid. Met deze modificatie komt de arm dicht in
de buurt van de absolute top en verslaat in ieder geval alle standaard
Rega armen, tot en met de RB900. | In de Origin Live arm is een
Van den Hul The Frog
MC element gemonteerd. Het element is handgebouwd door Van den Hul, met de spoelen
van de GRASSHOPPER III en de voorpool en suspensie van de GRASSHOPPER IV en wordt
door velen gezien als het beste element in zijn prijsklasse. Output van het element
is een gezonde 0,65 mV/kanaal en de windingen van de spoelen zijn van zilverdraad, met
een extra magneet-modificaties. De cantilever is gemaakt van boron en uiteraard is de
tip uitgerust met het beroemde v.d. Hul profiel, voor een zo goed mogelijk extractie
van muzikale informatie, met zo min mogelijk bijgeluiden. | De gemodificeerde arm is
bedraad met Incognito
armbekabeling. Deze bekabeling bestaat uit 1 stuk (!) Cardas koper van
element tot RCA pluggen. De aarding vindt plaats via een vergulde plug in
de armmontage. | Omdat de Lexicon geen ingang
heeft voor een draaitafel, gebruik ik een externe phonotrap. Dit is de
Joenit Phonoamp1: een batterijgevoede phonotrap voor MM en MC
elementen. Door de batterijvoeding heeft de Joenit een ontzettend "zwarte"
achtergrond, waardoor heel veel details hoorbaar worden en een zeer hoge
gain zonder toevoeging van significant veel ruis. De phono trap is zeer
muzikaal en betrekt je compleet in de weergave. Absoluut een topper voor
het geld en zeer moeilijk te verbeteren zonder veel meer geld uit te gaan
geven. Ik had hiervoor een Musical Fidelity X-LPS + X-PSU en bij de eerste
tonen al werd duidelijk dat de Joenit veel verder ging in zijn weergave,
voor ongeveer dezelfde prijs (zelfs nog iets minder). | Als hoofdtelefoon gebruik ik
de Stax Lambda Nova
Classic, met bijbehorende Stax SRM-3 klasse
A "energizer" (versterker). Het is een elektrostatische
hoofdtelefoon (of "Earspeakers", zoals Stax ze zelf noemt) en een van de
allerbeste ter wereld, met een extreem gedetailleerd en transparant hoog,
een midden dat nooit scherp is en een enorm diep en strak laag. Ook is de
hoofdtelefoon comfortabeler dan je op basis van het design zou denken, dus
je kunt hem uren dragen zonder last te krijgen van je oren. Probleem is
dat de hoofdtelefoon ZO veel laat horen dat je ook gelijk hoort hoe goed
of slecht je bron nou eigenlijk ECHT is... | Om al mijn apparatuur met 1
afstandsbediening te bedienen gebruik ik de Philips Pronto, een
programmeerbare afstandsbediening met backlight LCD touch panel en vrij
programmeerbare animeerbare beeldschermlayouts. Dit betekent dat je je
eigen knoppen en schermpjes kunt ontwerpen. Ik ben nog geen apparaat
tegengekomen dat hij niet kan bedienen. Het aantal apparaten dat bediend
kan worden is alleen beperkt door de hoeveelheid geheugen in het apparaat.
Ook macro's kunnen worden geprogrammeerd. Met behulp van een van Internet
downloadbaar programma Prontoedit kun je via de computer layouts maken en
configuraties van gebruikers naar de remote uploaden. Voor meer informatie
kun je ook eens gaan kijken op http://www.remotecentral.com.
| Het effect van kabels op het
geluid van een installatie is nogal omstreden, maar ik vind dat je toch
zeker 10% van het totaalbedrag van je installatie uit moet geven aan
kabels. Een zeer goede kabel zal het beste in je apparatuur naar boven halen.
Als luidprekerkabel gebruik ik Nordost Blue
Heaven voor de voorkanalen en Flatline
Gold voor de andere kanalen.
| De Nordost kabels klinken zeer neutraal, gedetailleerd, transparant en muzikaal en klinken eigenlijk alsof er helemaal geen kabel aanwezig is. Dat is het beste compliment dat je kunt geven aan een kabel. Ik wist niet dat analoge interlinks
zo'n impact konden hebben, totdat ik de MIT MI-330 Shotgun probeerde: ik hoorde
een enorm ruimtelijk beeld en extreem veel microdetails. Hoewel je heel diep in de
opname kunt horen, is het geluid heel erg relaxed. Een bijzondere combinatie... Vooral
bij de weergave van akoestische instrumenten is de transiëntweergave adembenemend.
| Ik gebruik de laatste impedantie-specifieke versie van deze kabel. In mijn set klonk de "Medium Impedance" versie duidelijk het beste: opeens "klopt" alles. De kabels klinken enorm uitgebalanceerd en muzikaal. De MI-330 Shotgun is inmiddels opgevolgd door een versie met schakelbare impedantie. ![]() Een nogal omstreden
principe, maar stroomkabels kunnen een significante verbetering geven van
je geluidskwaliteit. De MIT Z-Cord II
filtert alle hoogfrequente signalen tussen 100 kHz en 1 MHz die het
apparaat inkomen of verlaten en is dubbel afgeschermd met een folie en een
braid voor goede EMI en RFI onderdrukking. Ik gebruik deze netkabels op
mijn elektrostaten. De verbeteringen zijn niet subtiel, maar gewoonweg groot: alle instrumenten
zijn veel beter apart te volgen, het geluid komt beter los van de speakers
en is veel plastischer en uitgebalanceerder. Bovendien klopt de dynamiek van
de muziek beter. De kabel werkt niet op alle apparaten even goed, dus het is een
kwestie van uitproberen. | ![]() Hoewel de MIT Z-Cord II al een duidelijke
verbetering bracht in de klank van mijn Lexicon MC-12, gaf deze Van den Hul The Mainsstream Hybrid 'power cable'
nog een extra boost aan de prestaties: een enorme definitie, rust, kracht en helderheid
werden hoorbaar. Op mijn elektrostaten blijven de MIT Z-Cords nog zitten. Wellicht
dat ik in de toekomst echter deze kabel eens probeer op mijn speakers of versterkers. Warm aanbevolen
dus, zeker aangezien de prijs niet hoog is en ik veel en veel duurdere kabels
minder heb horen presteren. | ![]() Als stevige fundering voor mijn
apparatuur dient een
Finite Elemente Spider audio rack. Het rack is niet alleen prachtig om
te zien, maar door zijn constructie zonder "planken" krijgen trillingen vrijwel
geen kans. Klop maar eens op een van de niveaus van een normaal audio-rack en je hoort
dat deze niet "dood" zijn. Door het gebruik van geextrudeerd aluminium en solide
berkenhout, in combinatie met een zeer stevige constructie en de "R.C.I." (Resonance
Controlling Interface) elementen die de apparatuur ondersteunen, heeft het rack eigenlijk
geen klank van zichzelf en laat het de klank van de erop geplaatste componenten zeer goed
tot zijn recht komen. Die wint t.o.v. andere racks aan snelheid, neutraliteit, ruimtelijkheid,
basdiepte en dynamiek.
| De totale hoogte van het rack kan worden gekozen tussen 30 en 150 cm en de niveaus zijn vrij te verstellen om apparatuur van verschillende hoogte een plaats te kunnen geven. Verder is ook het grondoppervlak volledig vrij te kiezen. Voor alle mogelijkheden kunt u het beste even contact opnemen met de importeur (More Music) of de website van Finite Elemente bezoeken. |