
Supernova SN1998S in het melkwegstelsel NGC3877.
Maandagavond 23 maart 1998 rond een uur of acht ’s avonds belt Guus mijn mede amateur astronoom en dorpsgenoot op met de melding dat er een supernova binnen het bereik van amateurs zichtbaar zou zijn en wel in de Grote Beer in het stelsel NGC3877, hij was gealarmeerd vanwege het feit dat hij lid was van de werkgroep veranderlijke sterren. Nu was de totale helderheid van het stelsel van magnitude 11 en die van de supernova 12. Vroeger zou ik er niet eens aan begonnen zijn, maar met de CCD camera durfde ik een poging te wagen. Met een schuin oog had ik al gezien dat het helder weer was, maar ik had nog niet beslist of ik op deze door de weekse dag wel zou gaan waarnemen, dit telefoontje trok me met een ruk over de streep.
Om 22.00 uur stond alles buiten en gereed voor de opnamen. Eerst werd er gezocht met de 400mm / F5.6 telelens + CCD combinatie. De nevel is gemakkelijk te vinden, want ze staat net onder chi UMa. In eerste instantie zie ik de nevel niet bij de 1.5 sec opnamen die gebruikt worden in de zoek mode, maar uit de sterposities vanuit de atlas, weet ik dat ik goed zit. Bij een 60 sec opname word zwak de nevel zichtbaar met 2 kernen. Ik probeer langere belichtingstijden, maar deze blijken later te veel bewogen. Toen overgeschakeld naar de Celestron C8, een telescoop met 20cm opening. Meestal is het dan een cream om het object weer terug te vinden, maar nu heb ik binnen het kwartier succes. 15 seconden belichten blijkt het langst mogelijk bij deze wind, zonder storende volgfouten. Zo heb ik 20 opnamen gemaakt en deze later na positie correctie opgeteld, de nevel en ster moeten natuurlijk samenvallen voor iedere opname. De uiteindelijke opname blijkt nog iets in de diagonaal verschoven te zijn. Dit heb ik gecorrigeerd met de "AND" methode in een beeldbewerkingsprogramma. Het beeld wordt ge"AND" met het verschoven beeld in de bewogen richting. Van beide beelden wordt dus de zwakste pixel intensiteit behouden. In het centrum van de ster treedt er natuurlijk overlap op en blijft de ster even helder, maar de zijflanken vallen weg en er ontstaat zodoende een scherper beeld. De ster is geen ovaaltje meer, maar keurig rond. Met enige moeite is zelfs een spoor van de spiraalarmen te zien. Het is een edge-on spiral (vanaf de zijkant gezien) van 5.6X1.2 ‘ en magnitude 13 oppervlakte helderheid. De supernova is de heldere stip schuin onder de kern.
Via het internet kom ik later te weten dat het om een type II uitbarsting gaat, die zich rond 3 maart 1998 heeft afgespeeld, maar dan tig miljoen jaar geleden, want dat zal de afstand tot het stelsel wel zijn. Ook via het internet wordt een lichtcurve bijgehouden, zie hieronder.

Magnitude geeft de helderheid aan, hoe lager des te helderder is het object. Elke eenheid is een factor 2.5. Je ziet hier dus een snelle toename vanaf 1 maart en een langzame afname in de helderheid vanaf 20 maart.