GENEALOGIE 'DE RAAD'
|
Generatie
V |
|
|
Va. Cornelis
Heijmensz. Hij
was schepen van Everdingen en Zijderveld in 1539, 1541, 1544. In 1534 wordt
hij vermeld als eigenaar van een perceel op Lang-Bolgerijen. Hij gaf zijn
dochter Johanna bij haar huwelijk in 1538 (huw. voorw. 9 okt. 1538) een huis
in de "Vorderstraet" (Voorstraat, thans Markt) te Culemborg. In
1540 was Heijmen eigenaar en gebruiker van 9½ morgen 1½ hont land op
(Lang)-Bolgerijen, waaronder een perceel leengoed van 5 morgen, en hij was
vermoedelijk ook nog eigenaar van een perceel leengoed, groot 4 morgen, op
Over-Boeicop. Op een onbekende datum gaf hij 7 gld. jaarlijks aan de kerk van
Zijderveld uit een stuk land "waer van die kerck weder hande moet zijn
jaergetyt en moet deylen den armen 25 st. aen scoen en 25 st. aen linnen
laken en 15 st. aen broot en den pastoor 5 st. en den coster en den ouden
pryster elck 3 st. en te lichten met 9 was kerssen". Cornelis is
overleden in 1560/61. Zijn vrouw is niet bekend, maar haar naam was wellicht Adriana.
Zegel van Cornelis Heijmensz. |
|
|
Kinderen: |
|
|
1. |
Heijmen Cornelisz., volgt VIa. |
|
2. |
Johanna
Cornelis Heijmensdr. Zij zal naar schatting geboren zijn tussen 1515-1520 en zij overleed
in 1604, ná 6 aug. In 1538 (huwelijksvoorwaarden 9 okt. 1538) huwde zij met Cornelis
Joosten, welke overleed tussen 27 mrt. 1560 en 29 juni 1561. Hij
was een zoon van Joost Cornelis Eelgisz., schepen te Culemborg
(1527-1554) en kerkmeester van de St. Barbarakerk te Culemborg (1550), en van
Christina
Gisbertsdr. Tussenbrouck. Cornelis
Joosten deed 10 okt. 1538 leenhulde voor 5 morgen land te Acquoy en verkocht
10 jan. 1544 het huis met erf met zijn toebehoren in de Vorderstraet, dat hij
verkregen had van Cornelis Heijmensz. in huwelijkse voorwaarden op 9 okt.
1538. Hij kocht hierna een ander huis in de Vorderstraet. Cornelis Joosten
kocht in 1557, 1558 en 1559 de "groven thiendt" te Schalkwijk. Op
27 mrt. 1560 werd hij, na het overlijden zijn vader beleend met de helft van
4 strepen land, gelegen op Goilberdingen aan de Groenewech en strekkende van
de Prijsestraet tot in de waard. Na de dood van haar man Cornelis Joosten
1560/61 was Johanna Cornelis Heijmensdr. betrokken bij een groot aantal
transacties betreffende de koop en verkoop van wintergerst wat er op duidt
dat zij korenkopers waren. Zo verkocht zij 14 febr. 1569 “9 mudde zaets met
een hoet wyntergarst” en op 29 mrt. 1569 “10 mudde weyts en een hoet
wyntergarsten”. Bovendien was zij verschillende malen geld schuldig: op 9
nov.1569 vanwege geleverd gerst; op 4 nov. 1569 vanwege geleverd
"wijntergarst"; op 1 juli 1570 vanwege geleverde haver; op 6 nov.
1570, vanwege geleverde "weijt en rogge" en op 25 juli 1571 vanwege
geleverde "weijt en rogge". Johanna was naast het huis in de
Vorderstraet verder nog eigenaresse van een boomgaard op Redinchem, 4 morgen
land, leengoed, gelegen op Over-Boeicop in het 14e weer van boven
af geteld, onder de heerlijkheid van Leerdam, wat zij op 27 jan. 1568
verkocht en voor de helft van een huis en erf, staande en gelegen in de
"Nijenstadt" aan de “Zantstraet” wat zij op 25 nov. 1589 verkocht.
De 5 morgen land te Acquoy aan de Lingedijk werd door Johanna verkocht op 25
jan. 1593. Daarnaast pachtte zij van 1568 tot 1604 4 strepen land op
Goilberdingen van het St. Petersgasthuis binnen Culemborg. Op 7 aug. 1565
bekende Johanna Cornelis Heijmensdr. van Gerrichen, weduwe van Heymen Cornelisz., het derde deel van een
hoofdsom van "15 enkele golden Wilhelms schilden" ontvangen te
hebben. Johanna verkocht 7 nov. 1572 (met haar zoon Jan) 2 merrie paarden en
op 11 jan. 1574 3 paarden. Blijkens een testament van 9 febr. 1587 had
Johanna ook nog 2 “koybeesten op haar stal”. Van de acht kinderen van
Cornelis Joosten en Johanna Cornelis Heijmensdr. had slechts hun dochter Adriana
Cornelis Joostenszdr. nageslacht: zij kreeg blijkens een testament
van 6 aug. 1604 van Johanna een bedrag van 600 gld., de rest diende te gaan
naar de kinderen van haar overleden broeders Heijmen Cornelisz. en Roelof Cornelisz.
De oudste zoon van Cornelis Joosten en Johanna Cornelis Heijmensdr., te weten
Heijmen
Cornelis Joostensz., nam
in 1566 met nog enkele Culemborgers deel aan de beeldenstorm te Utrecht op
24-26 aug. en vervolgens op 14 sept. te Culemborg en aansluitend de dorpen in
het graafschap Culemborg: Everdingen, Zijderveld en Honswijk. |
|
3. |
Roelof Cornelis Heijmensz., volgt VIb. |
|
|
|
|
Vb. Jan Heijmensz. Hij was in 1540 eigenaar en gebruiker van 6 morgen land op (Lang-)Bolgerijen. Op 9 juli 1541 machtigde hij ene Jacop Voet en op 11 jan. 1542 (met Cornelis Heijmensz.) Jan Ruysch en Cornelis Joosten. Jan was 13 juni 1544 (samen met Theunis Willemsz.) "waarborg" voor Heijmen Jansz. Op 28 juli 1545 was hij 17 philips guldens tot 20 stuver dat stuck, schuldig aan Gerijt van Culemborch Melchiorsz, schout van Everdingen. Jan Heijmensz. overleed tussen 1 aug. 1560 en 23 mrt. 1566. |
|
|
Kinderen: |
|
|
1. |
Heijmen Jan Heijmensz., volgt VIc. |
|
2. |
Willem Jan Heijmensz. Hij overleed vóór 23 mrt. 1566. Hij was gehuwd met Anthonia, die 23 mrt. 1566 als eiseres een proces voerde tegen Heijmen Jan Heijmensz. Blijkens dit proces hadden Willem Jan Heijmensz. en diens vrouw een bedrag van ƒ 1.300,- en één morgen land ontvangen uit de nalatenschap van Jan Heijmensz. |
|
|
|
|
Vc. Derick Jan Boudewijnsz. Hij werd 22 febr. 1469, na opdracht door zijn grootvader Boudewijn Heymensz., beleend met de 3 morgen land gelegen in het kerspel Zijderveld op Nederzijderveld. In 1472 lijftochtte hij zijn vrouw aan dit leen en op 30 aug. 1490 werd Derick opnieuw beleend met dit leen. Hij was pachter van de "hoechlantsche thienden" van Overzijderveld in 1494/95 en overleed in 1495 vóór 19 mei. Hij huwde in of vóór 1472 met Margriete. |
|
|
Zoon: |
|
|
1. |
Jan Dirck Jansz., volgt VId. |
|
© Drs. H.T.M. de Raad |
|