GENEALOGIE 'DE RAAD'
|
Generatie
VI |
|
|
VIa. Heijmen
Cornelisz. Hij
was schepen van Everdingen en Zijderveld in 1557 en kerkmeester te Zijderveld
in 1561. Hij was eigenaar van twee percelen feodaal land op (Lang)-Bolgerijen
(waarvan één van perceel 5 morgen) en van een onbekende hoeveelheid allodiaal
land in dezelfde polder. Verder was hij nog eigenaar van een leen van 5
morgen 4 hont op Boeicop en vermoedelijk van een perceel van 6 morgen weiland
in dezelfde polder. Hij gaf op 4 jan. 1560 een som geld aan de Culemborgse
burgemeester Peter Cool t.b.v. Thonis de Man uit Schoonhoven en diens broers
en zussen. Heijmen is overleden in 1565 (vóór 7 aug.) en was gehuwd met Gerrichen. Zij gaf 7 aug. 1565 het derde deel
van een hoofdsom van "15 enkele golden Wilhelms schilden" aan
Johanna Cornelis Heijmensdr. |
|
|
Kinderen: |
|
|
1. |
Jan
Heijmensz. de Raedt.
Hij is geboren in 1547. In 1570 was hij, ondanks analfabeet te zijn, de
kerkelijke administrateur (kerkmeester) te Zijderveld. In de periode 1581/82
was hij gebruiker van 4 akkers met een werfje op (Lang)-Bolgerijen. Op 3
sept. 1590 verkocht Jan als voogd van Agatha Fransdr. (een zus van zijn vrouw) een
huis en hofstad binnen de stad Vianen aan de westzijde van de Voerstraet. Dit
is de eerste akte waarbij de familienaam werd gebruikt. In het testament van Lubbertgen
Gerrijt Berntszdr. (een tante van zijn vrouw), weduwe van Mens
Jansz., van 2 juli 1593 werd ondermeer bepaald, dat Jan Heymensz. en diens
vrouw Gerrichjen, "omme getrouwicheyt en andere diensten" voor de
tijd van 2 jaar mochten blijven wonen en gebruiken de helft van een huis en
erf, dat zij na haar dood zou achterlaten. Dit huis stond in de
Goilberdingerstraet te Culemborg en werd reeds bewoond door Jan Heijmensz. en
diens vrouw. Het huis werd 26 juni 1604 verkocht. Jan Heijmensz. was vóór 2
juli 1593 burger van Culemborg geworden. Te Culemborg was hij schepen van
1600-1603, 1605-1606 en 1608-1610, gasthuismeester van het Sint
Petersgasthuis in 1599 en gasthuismeester van Sint Elizabethgasthuis (de
twaalf huisarmen op de Havendijk) in 1600. Hij is overleden in 1610 tussen 23
sept. en 11 dec. Jan Heijmensz. huwde tussen 21 mei 1578 en 2 juli 1593 met Gerrichjen
Frans Aertsdr. van Everdingen. Zij is
overleden tussen 11 dec. 1610 en 8 juli 1614 en was een dochter van Frans Aertsz.
van Everdingen, schepen te Vianen en heemraad van het land van
Vianen, en van Baetgen. Jan Heijmensz. was als man en voogd van
Gerichjen (uit de nalatenschap van
Lubbertgen) mede-eigenaar van de helft van 12 morgen land, gelegen op de oude
Weyde, genaamd de Gheren onder Culemborg en als mede-erfgenaam van Aert Jansz. van
Everdingen (grootvader van Gerrichjen), een “erffpacht of
rentebrief van vier gouwen hartoch phs gulden”. Op 2 dec. 1607 werd Jan Heijmensz.
beleend met de helft van de Roscamp, groot 7 morgen, gelegen "in den
Broeck tot Culemborch op dije Rolle, boven de Zantweteringhe" (Dit land
ging na zijn dood naar een zoon van zijn zuster Adriaentken Heymensdr. de
Raedt). Jan was verder nog eigenaar van 5 morgen 4 hont land op Boeikop onder
Leerdam (dit land ging na zijn dood naar zijn broer Cornelis Heymensz. de
Raedt) en eigenaar van 2 percelen land, groot 5 morgen, gelegen op
Kortgerecht, strekkende vanaf de Huibertse wetering (op 9 aug. 1611 werden de
beide naast elkaar gelegen percelen verkocht door zijn broer Cornelis
Heijmensz.). Gerrichjen was eigenaresse van 2 percelen land, groot 6 morgen,
gelegen op Prijs, welke in de periode 1606-1610 regelmatig door Jan Heymensz.
en zijn vrouw Gerrichjen Frans Aertsdr. werden verhuurd in de zomer voor 24
gld. tot 56 gld. per jaar per kamp van 3 morgen. Jan Heijmensz. leende
regelmatig geld: Gerryt Roeloffsz., wonende tot Zijderveld, was 236 gld. 8
st. aan hem schuldig op 5 okt 1608: ene Jan Willemsz. de Man, burger van
Culembog, zegde 21 nov. 1608 een jaarlijkse losrente van 6 gld. en 5 st. aan
hem toe; Willem Dircksz. van Malsen, verklaarde 22 nov. 1608 een bedrag 100
gld. ontvangen te hebben van Jan; Hendrick Cornelisz. In den Bonten Osch was
14 jan. 1609 de somma van 69 gld. schuldig aan Jan Heijmensz., van wegen
verschenen renten; op 17 juni 1609 bekenden de mandenmaker Frederick Croes en
Willem Dircksz. van Malsen, 125 gld. ontvangen te hebben van Jan Heijmensz.
en op 7 dec. 1609 bekende Cornelis Dibbitz. een bedrag van 630 gld. ontvangen
te hebben van Jan Heijmensz. |
|
2. |
Cornelis
Heijmensz. de Raet,
volgt VIIa. |
|
3. |
Adriaentken
Heijmensdr. (de Raedt). Zij huwde vóór 19 dec. 1589 met Aert Jan Joosten, wonende te Culemborg en van
beroep “olyslager” (1608). Daarnaast was hij mogelijk ook korenkoper. Zijn
functies waren heemraad van het land van Culemborg in 1600 en
"corporael" van een op te richten schutterij van Culemborg, t.b.v.
de Nieuwstad in 1609. Hij is
overleden ná 23 jan. 1633 en was een zoon van Jan Joosten (ook: Jan Joost
Cornelisz.), olijslager en schepen te Culemborg, en Heyltken Jansdr. van
Baden. Jan Joosten was een broer van Cornelis Joosten, man Johanna Cornelis
Heijmensdr. (Va.-2). Het leengoed van Adriaentken en Aert Jan Joosten bestond
in 1620 uit een kamp land van 4 morgen, gelegen op Zoochwijck, genaamd
"Neeltgen Goyerts kamp", een kamp land, groot 3½ morgen, gelegen op
de Rolle, genaamd de "Roscamp" en 4 kampen land, groot 8 morgen,
gelegen op Rietveld en genaamd 's Honshouff . Aert Jan Joosten
transporteerde op 24 okt. 1604 8 hond
land op Lang-Bolgerijen aan Cornelis Heijmensz. de Raet (VIIa.). Adriaentken
en Aert Jan Joosten waren eigenaars van twee huizen met erven in de Nieuwstad
van Culemborg, waarvan één aan de Zantstraet en één in de Nieuwstraat. Zij
hadden acht kinderen, waarvan een zoon door het leven ging als Huijbert
Aertsz. van Baden. Huijbert (of Hubrecht) werd
op 24 febr. 1626 als landmeter geadmitteerd bij het Hof van Holland en
Westfriesland. Daarnaast was hij schout van het Culemborgse Broek in 1630 en
kerkmeester Sint Janskerk te Culemborg in 1642. Hij is overleden in 1668 vóór
25 juli. Bij zijn huwelijksinschrijving met Hillegonda van der Velde uit Rijswijk (Geld.) in 1657 wordt hij
ingenieur genoemd. Huijbert maakte, als landmeter, in 1631 een
(topografische) kaart t.b.v. de bouw van een nieuwe wind watermolen, boven de
drie reeds bestaande watermolens langs de Vliet omtrent de "Ackoysen
wech" gelegen, op de zeven morgen land van Aert Goossens, burger van de
stad Culemborg. In 1633 maakte hij een ontwerp van een kruidhof bij het
kasteel te Culemborg, bestaande uit drie gekleurde schetsen en een
aanzichtstekening. Na zijn dood in 1668 huwde zijn weduwe Hillegonda in 1674
met Jacob
Christoffel van Balveren, Heer van de
Overbetuwe, weduwnaar van Odilia van Assendelft.
Een andere zoon van Adriaentken en Aert Jan Joosten was Cornelis Aert Jan Joosten,
schepen te Culemborg, die huwde met ene Elisabeth van Wijck. Dit huwelijk
telde drie zoons. De oudste zoon was Jan Cornelisz. de Raedt,
overleden ná 1670. Hij huwde te Culemborg op 11 okt. 1657 met de koopvrouw Cornelia van Eck, eerst weduwe van Alert de Goyer en vervolgens weduwe van de schepen en
pothmeester Olifier
Jansz. Zij was een dochter van Jan van Eck den jongen,
schipper, en van Neelken Aerts. De tweede zoon was Cornelis van Wijck, gedoopt te Culemborg op 15 jan. 1635. Hij
was gasthuismeester van het Sint Petersgasthuis in 1670 en schout 1675-1678
en hoogdijkheemraad in 1677-1678 van het gemene land van Culemborg. Hij was
gehuwd met Hugina
de Goyer, dochter van Alert de Goyer en Cornelia van Eck (de vrouw
van Jan Cornelisz. de Raedt). Cornelis van Wijck werd op 10 apr. 1677 beleend
met het leengoed Angerstein in het schependom Arnhem op Munnickhuyser Beeck
en met het leengoed Poels of Muntersgoet eveneens gelegen op Munnickhuyser
Beeck. De jongste zoon was Aert Cornelisz van Wijck, die gehuwd was met Geertje
Meertens uit Zijderveld, dochter van Meerten Willemsz., schepen te
Everdingen en Zijderveld, en Mayken Peters. Uit het huwelijk van Aert
Cornelisz. van Wijck en Geertje zijn 4 kinderen bekend, waaronder Jan Cornelis
van Wijck anders genaamd "de Raad”.
Kaart
gemaakt door Huybert Aertsz. van Baden (zoon van Adriaentken Heijmensdr. de Raedt) in 1633 |
|
|
|
|
VIb. Roelof Cornelis
Heijmensz. Hij
werd geboren ca. 1520 en woonde te Zijderveld. Hij verkocht voor 7 juli 1550
aan Anthonis Jacobsz. te Hagestein “de helft van 14 hont haver” en op 17 mei
1552 haver aan ene Jan Maesman. Roelof was pachter van de “grove thienden”
van Over- en Neder-Zijderveld in 1553/54, 1556/57 en 1557/58, van alleen
Over-Zijderveld in 1558/59 en 1559/60, van Over-Zijderveld en Neder-Tienhoven
in 1560/61, van Over- en Neder-Zijderveld in 1563/64, en pachter van de “raep
en gerstthiendt” van de beide Zijdervelden en de beide Tienhovens in 1557/58
en van de beide Zijdervelden in 1560/61. Roelof was eigenaar van een huis en
hofstad te Zijderveld en 3 morgen land op (Lang)-Bolgerijen aan de Boeikoper
ka. Hij is vermoedelijk overleden in 1567 (in elk geval tussen 13 sept. 1564
en 27 juli 1567). Hij huwde vóór 21 mei 1549 met Marie
Aerdt Jansendr. Zij werd op 21 mei 1549 beleend met 4 morgen land op Zijderveld, wat zij weer, samen
met haar zoon Jan Roelofsz. verkocht op 27 juli 1567. Zij is overleden ca.
1603. |
|
|
Kinderen: |
|
|
1. |
Jan
Roelofsz., volgt
VIIb. |
|
2. |
Roelof
Roelofsz. Hij was
schepen van Everdingen en Zijderveld 1609-1612, en kerkmeester (boekhouder)
te Zijderveld in 1621. Hij was eigenaar van de helft van 6 morgen 3 hont land
gelegen op Cortgerecht aan de Cortgerechtsen dijck. Hij is overleden vóór 29
mei 1630 en huwde vóór 29 mei 1607 met Aentgen Jan Gijsberts. Roelof en Aentgen
maakten een testament op 21 aug. 1618, waaruit blijkt dat hij naast zijn
broer Jan, ook nog een halve broer Frans Roelofsz. had. |
|
|
|
|
VIc. Heijmen Jan
Heijmensz. Hij
was in 1544 eigenaar van een huis en 3 morgen land onder Zijderveld aan de
“Sijderveltschen wech” en in 1555 tevens van 3 morgen land onder Zijderveld
aan de “Zijderveltsche wetering”. Op 13 apr. 1546 was hij 12 gld. schuldig aan
ene Dionisius Mon Aertsz. en op 2 aug. 1554 12 gld. aan een zekere Cornelis
Aernt Cornelisz. Heijmen was mede-eigenaar (naast Cornelis Cool Gerytsz.) van
een erfpachtbrief, ten laste van 4 morgen land op Over-Zijderveld. |
|
|
Zoon: |
|
|
1. |
Huijbert
Heijmensz., volgt
VIIc. |
|
|
|
|
VId. Jan Dirck Jansz. Hij werd 19 mei 1495, na doode van zijn vader Derick Jansz., beleend met de 3 morgen land gelegen in het kerspel Zijderveld op Nederzijderveld. Op 4 nov. 1505 werd hij hiermee opnieuw beleend en op 10 juni 1539 ontving hij een leenbrief. Hij was verder van 1506 (mogelijk ook al daarvoor) tot en met 1538 gebruiker van 1 morgen land op Zijderveld van het St. Petersgasthuis te Culemborg. Hij overleed vóór 9 juni 1545. |
|
|
Kinderen: |
|
|
1. |
Dieric Jansz. Hij werd 9 juni 1545, als oudste zoon van Jan Derick Jansz. na diens dood, beleend met de 3 morgen land gelegen in het kerspel Zijderveld op Nederzijderveld. De eed werd vernieuwd op 27 sept. 1556 en op 18 apr. 1570. Hij overleed vóór 18 mrt. 1577. Op deze datum werd zijn dochter Marie Dierijck Jansz.dr. (hulder was haar man Gerijdt Diericksz.) hiermee beleend. |
|
2. |
Heijmen Jan Dirricksz. Hij was in 1540 gebruiker van land op Zijderveld, waaronder van 1538 tot 1558 gebruiker van 1 morgen land op Zijderveld van het St. Petersgasthuis te Culemborg. |
|
© Drs. H.T.M. de Raad |
|