GENEALOGIE 'DE RAAD'

 

Generatie X

Xa. Jan Meertensz. de Raad. Hij werd geboren ca. 1692. Hij woonde zijn hele leven als landbouwer en veehouder te Zijderveld, alwaar hij diaken was in 1723. Hij huwde te Schoonrewoerd op 28 april 1715 met Annigje Gerritse Goes. Zij werd gedoopt te Schoonrewoerd op 18 september 1692 als dochter van Gerrit Jansz. Goes en Jannetje Corsen van Patsum. Annigje is overleden te Zijderveld op 21 april 1763 en werd begraven in de kerk van Zijderveld op 2 mei. Jan Meertensz. stierf op 8 januari 1770 in het huis van zijn zoon Arie en bezat toen de volgende kleding: een rok, een wambuis, een broek, een hemdrok, een paar kousen en twee hemden. De waarde hier van bedroeg 5 gld. Jan werd begraven in de kerk van Zijderveld op 13 januari 1770.

Handtekening van Jan Meertensz. de Raad onder een akte van 10 april 1734

Kinderen:

1.

Maarten Jansz. de Raad, volgt XIa.

2.

Ariaantje. Zij werd gedoopt te Zijderveld op 17 januari 1718 en is jong overleden.

3.

Arie Jansz. de Raad. Hij werd geboren in 1719 en woonde zijn hele leven als landbouwer en veehouder te Zijderveld, alwaar hij ouderling was in 1785. In 1763 (en waarschijnlijk ook al een aantal jaren daarvoor) huurde hij 4 morgen kennipland te Zijderveld voor 14 gld. 10 st. per jaar. Op 12 mei 1765 huwde hij te Zijderveld met Maaijke Ariense de Heer. Zij werd gedoopt te Zijderveld op 17 maart 1737, als dochter van Arien Gijsbertsz. de Heer, schepen van Everdingen, Zijderveld en Goilberdingen, en van Gerrigje Goverts. De huwelijksvoorwaarden tussen Arie en Maaijke werden gemaakt te Culemborg op 8 mei 1765. Arie Jansz. de Raad werd geassisteerd door zijn broers Maarten en Gerrit de Raad. Arie bracht in het huwelijk: 3 paarden; 5 koeien; een vaars; 3 pinken; 3 kalveren; een wagen met beslagen raden; een ploeg; 2 eggen en een eiken schouw. Maaijke de Heer die geassisteerd werd met haar vader Arie de Heer en haar oom Joost Govertsz., bracht in: 395 gld. 15 st. aan contant geld en het vierde deel van een hofstede groot 17½ morgen in de polders Bolgerijen, Autena, Over- en Nederzijderveld. Dit vierde deel bestond, blijkens een deling van de goederen van Govert Joosten (grootvader van Maaijke Ariense de Heer) op 1 april 1766 uit 4 morgen wei- en hooiland op Bolgerijen. Op 17 november 1767 kocht Arie Jansz. de Raad voor 600 gld. een huis, berg en hofstede met 4 morgen 4 hond wei-, hooi- en kennipland op Bolgerijen gelegen in de Zijderveldse Steeg en 7 hond land aldaar. Op 26 januari 1773 erfden Arie en Maaijke uit de nalatenschap van haar vader Arien Gijsbertsz. de Heer 102 gld. 17 st. 8 penningen, een boomgaardje en griend op Nederzijderveld aan de Diefdijk, ½ morgen hooiland op Autena in de Vierhoeven, 100 gld., uit te keren door Lauw de Jong en Inge de Heer en 100 gld. uit te keren door Johannes Ariensz. het Lam en Petertje de Heer. Op 21 april 1789 verkocht Arie voor 100 gld. aan Govert de Heer 2 hond griend, gelegen aan de Diefdijk op Nederzijderveld met een opstal buitendijks en de bepotingen en beplantingen daar op aan de dijk staande aan de Goilberdinger wetering. Arie Jansz. de Raad werd begraven te Zijderveld op 4 juli 1794. Zijn weduwe, Maaijke de Heer, verkocht op 27 januari 1803: voor 1.375 gld., aan Jasper Ariensz de Raad, waarvan hij de helft contant betaalde, een hofstede, bestaande in een huis met achterhuis en 4 morgen 400 roeden wei- hooi- en bouwland, waarvan ongeveer 4 morgen goeden aards, gelegen in de Zijderveldse Steeg; voor 1.500 gld. 1 morgen 4 hont weiland met 2 morgen 2 hont goeden aards hooiland, gelegen op Bolgerijen; voor 130 gld. 1 morgen 3 hontd kwaden aards hooiland, gelegen op Autena; voor 220 gld. (aan Frederik de Raad) 7 hont hooiland, gelegen op Bolgerijen. Maaijke de Heer werd begraven in de kerk (grafstede N49) van Zijderveld op 24 maart 1804. Uit het huwelijk werden drie kinderen geboren, die alle drie binnen enkele dagen na de geboorte stierven. Het eerste kind werd begraven te Zijderveld op 22 april 1771 en het derde kind werd begraven te Zijderveld op 23 januari 1779. Slechts van het tweede kind is de naam bekend: Annigje. Zij werd postuum gedoopt te Zijderveld op 19 juli 1778.

Handtekening van Arie Jansz. de Raad onder zijn huwelijksvoorwaarden van 8 mei 1765

4.

Gerrit. Hij werd gedoopt te Zijderveld op 10 november 1720 en is jong overleden.

5.

Willemijntje. Zij werd gedoopt te Zijderveld op 24 mei 1722 en is jong overleden.

6.

Adriana de Raad. Zij werd gedoopt te Zijderveld op 31 oktober 1723. Zij is overleden in de Geer onder Gorinchem en werd aansluitend begraven in de kerk van Zijderveld op 8 september 1807. Zij huwde te Zijderveld op 12 maart 1752 met Arien Gijsbertsz. de Heer. Hij werd gedoopt te Zijderveld op 4 december 1711 als zoon van Gijsbert Dirxe de Heer en Maaiken Dirks Verrips. Arien was eerder gehuwd geweest met Gerrigje Goverts; zij waren de ouders van Maaijke Ariense de Heer, die was gehuwd met Arie Jansz. de Raad. Arien Gijsbertsz. de Heer was schepen van Everdingen, Zijderveld en Goilberdingen, en werd begraven in de kerk van Zijderveld op 30 mei 1771. Zijn boedel, waaronder 21 morgen 5 hont land op Bolgerijen, Nederzijderveld en Overboeicop, werd op 26 januari 1773 verdeeld. Zijn vrouw Adriana de Raad kocht uit de boedel: geel merrie veulen voor 66 gld.; zwart merrie veulen voor 80 gld.; melkkoe voor 66 gld.; melkkoe voor 60 gld.; melkvaars voor 50 gld.; beste wagen met het tuig voor 70 gld.; ploeg met zijn tuig voor 20 gld.; bed, peluwe, 2 kussens en 2 lakens voor 7 gld. 10 st.; idem voor 12 gld. 15 st.; een dorskleed of zaadsprei voor 1 gld. 16 st.; 2 gordijnen en een val voor 1 gld. 3 st.; 2 zakken voor 18 st.; ca. 4 schepel hennipzaad voor 5 gld.; een paardedek voor 8 st.; 12 pond vlas voor 4 gld. 15 st.; ½ vat en enig rood aardewerk voor 2 gld. 5 st.; 4 kaasborden voor 1 gld. 18 st.; een kist voor 3 gld. en een tafel voor 10 st.

7.

Gerrit Jansz. de Raad. Hij werd gedoopt te Zijderveld op 4 november 1725. Hij huwde te Zijderveld op 24 november 1764 met Trijntje de Vos. Zij werd gedoopt te Zijderveld op 31 mei 1733 als dochter van Gerrit de Vos. In 1765/66 kocht Gerrit voor 300 gld. een leen van 4 morgen land op Zijderveld. Op 13 maart 1766 werd er een testament opgemaakt, waarbij zij wederzijds de langstlevende tot erfgenaam benoemden. Trijntje de Vos, die deze akte tekende met een kruisje, legateerde het "hofsteedje aan den overtogt" op Zijderveld aan Francijntje de Vos, dochter van Peter de Vos. Gerrit de Raad werd begraven te Zijderveld op 2 juni 1783. Zijn vrouw Trijntje machtigde op 27 juli 1784 haar broer Alewijn de Vos, of bij diens afwezigheid haar broer Peter de Vos, om met haar hulde en manschap af te leggen voor stadhouder en leenmannen van het leenhof Vianen en aldaar beleend te worden met de in 1765/66 door haar man Gerrit gekochte 4 morgen land op Nederzijderveld.

Handtekening van Gerrit Jansz. de Raad onder een akte van 8 mei 1765

8.

Cornelis. Hij werd gedoopt te Zijderveld op 23 september 1731 en is begraven te Zijderveld op 29 oktober 1731.

9.

Heijltje. Zij werd gedoopt te Zijderveld op 1 augustus 1733 en is begraven te Zijderveld op 5 september 1734.

10.

Lijsbet. Zij werd gedoopt te Zijderveld op 9 januari 1735 en is begraven te Zijderveld op 12 januari 1737.

 

 

Xb. Jasper Meertensz. de Raad. Hij werd gedoopt te Zijderveld op 14 januari 1694. Hij was te Zijderveld diaken in 1720 en kerkmeester in 1723. Hij huwde te Hei- en Boeicop op 21 februari 1717 met Sijgje Jansse. Zij werd gedoopt  te Hei- en Boeicop op 10 april 1691 als dochter van Jan Meijertsz., schepen, heemraad en kerkmeester van Hei-en Boeicop, en van Maeijken Willems van Muijlwijck. De deling van de landerijen van de ouders van Sijgje Jansse - bestaande uit vrijwel 57 morgen land op Heikop, Boeikop, Groot-Oosterwijk, Klein-Oosterwijk, Middelkoop en Leerbroek, alsmede een huis op Boeikop en een huis op Middelkoop - vond plaats op 30 juni 1738, waarbij Jasper de Raad en Sijgje erfden “lot A”, bestaande uit een hofstede, groot 8 morgen met huis, 2 bergen en schuur met alle bepotinge en beplantinge, gelegen op de polder Boeicop, zijnde allodiaal, met nog 4 morgen leengoed, zijnde de bovenste helft van 8 morgen, waarvan de benedenste 4 morgen behoren aan Arie Jansen (lot B); aan Willem Jansen (lot C) diende 100 kar. gld. te worden uitgekeerd. Jasper de Raad werd begraven in de kerk van Zijderveld op 18 januari 1742 en Sijgje Jansse werd begraven in de kerk van Zijderveld op 28 juli 1741. De 12 morgen land op Hei- en Boeicop waren in 1749 nog onverdeeld in het bezit van hun kinderen.

Handtekening van Jasper Meertensz. de Raad onder een akte van 10 april 1734

Kinderen:

1.

Maarten Jaspersz. de Raad, volgt XIb.

2.

Maaijken Jasperse de Raad. Zij werd gedoopt te Zijderveld op 4 april 1723. Op 22 februari 1744 huwde zij te Zijderveld met Gerrit Willemsz. de Vos, die werd gedoopt te Zijderveld op 19 april 1716, als zoon Willem Gerritsz. de Vos en Jannigje de Vos. De huwelijksvoorwaarden tussen Maaijken en Gerrit werden gemaakt te Culemborg op 30 januari 1744. Maaijken, die hierbij werd geassisteerd door haar broer Maarten de Raad en haar ooms Jan de Raad en Willem Jansz., bracht in 100 gld. en het vijfde deel van de vaste goederen uit de boedel van haar ouders. Haar aanstaande man, die geassisteerd werd met zijn oom Aert de Vosch, bracht 600 gld. in het huwelijk. Maaijken de Raad werd begraven in de kerk van Zijderveld op 8 februari 1753. Gerrit Willemsz. de Vos was kerkmeester te Zijderveld in 1757. Op 15 oktober 1765 kreeg hij de nog in gemeenschappelijk bezit zijnde hofstede  van zijn ouders in eigendom, bestaande uit 13 morgen land, waarvan 6 morgen op Bolgerijen onder Culemborg, 5 morgen op Bolgerijen onder Vianen aan de Groene Zijderveldse Kade en 2 morgen op Boeicop. Hiertoe diende Gerrit 400 gld. betalen, waarmee de hofstede was belast en een bedrag van 568 gld. aan de overige erfgenamen. Gerrit werd begraven in de kerk van Zijderveld op 14 juni 1784. De boedel van Maaijken en Gerrit bestond, blijkens een akte van 9 november 1784,  ondermeer uit een huis in de Zijderveldse Steeg met schuur, berg en 22 morgen 1 hont land op Bolgerijen en Neder- en Overboeicop. De waarde van dit huis met land bedroeg 4.250 gld. De waarde van hun totale boedel bedroeg 7.077 gld. 2 st. 10 penningen na aftrek van de lasten.

Handtekening van Maaijken de Raad onder haar huwelijksvoorwaarden van 30 januari 1744

3.

Heijltje Jasperse de Raad. Zij werd gedoopt te Zijderveld op 20 januari 1726. Op 28 april 1748 huwde zij te Zijderveld met Meerten Joosten de Jong, schepen van Everdingen, Zijderveld en Goilberdingen. Hij werd gedoopt te Zijderveld op 2 september 1725, als zoon van Joost Meertensz. de Jong en Maria Meertense Cool. Op 8 april 1755 maakten Heijltje en Meerten een testament te Culemborg, waarbij zij wederzijds de langst levende tot erfgenaam benoemden. Meerten is overleden tussen 1761 en 21 november 1775. Op laatst genoemde datum verkocht zij als weduwe van Maarten de Jong, samen met de mede-erfgenamen van Cornelis de Jong, Lauw de Jong om 2 morgen hooi- en weiland op Kortgerecht onder Leerdam publiek te verkopen. Op 28 oktober 1777 erfde Heijltje als weduwe van Maarten de Jong 61 gld. 1 st. 14 penningen uit de nalatenschap van Jan Meertense de Jongh en Cecilia Meertense Cool. Heijltje is overleden te Zijderveld op 25 mei 1797 in de Zijderveldse Steeg in het huis van haar broeder Arie Jasperse de Raad. Zij werd begraven in de kerk van Zijderveld op de zesde linie van de begraafplaats op 1 juni 1797.

Handtekeningen van Heijltje de Raad en Meerten de Jong onder hun testament van 8 april 1755

4.

Arien. Hij werd gedoopt te Zijderveld op 23 januari 1729 en werd begraven te Zijderveld op 10 februari 1729.

5.

Arie Jaspersz. de Raad, volgt XIc.

6.

Cornelis Jaspersz. de Raad, volgt XId.

 

 

Xc. Cornelis de Raad. Hij werd geboren (te Zijderveld) ca. 1697. Op 22 april 1731 huwde hij te Everdingen met  Maria Cornelisse Peek. Zij werd gedoopt te Everdingen op 23 december 1708, als dochter van Cornelis Speijersz. Peeck en Maijken Aarts. De huwelijksvoorwaarden tussen Cornelis de Raad en Maria Peek werden gemaakt te Culemborg op 7 april 1731. Cornelis de Raad, die hierbij werd bijgestaan door zijn broers Jan, Jasper en Joost Meertense de Raad, bracht in het huwelijk 3 morgen hooiland op Bolgerijen; 2 melkkoeien uit zijn moeders stal; een bed met zijn toebehoren; een koperen ketel; 800 gld. aan contant geld en een zwarte merrie. Maria Peek, die werd bijgestaan door haar ouders Cornelis Speijersz. Peeck en Maijken Aarts, bracht in het huwelijk 3 morgen weiland gelegen in de Gouwenes onder Everdingen; 2 melkkoeien; een koperen ketel; een wagen met twee paarden en 200 gld. aan contant geld. Het echtpaar is vervolgens in Everdingen gaan wonen, waar Cornelis de Raad ouderling was in 1739. In 1739/40 kocht hij 8 morgen land op Autena. Op 3 oktober 1741 maakten Cornelis en diens vrouw Maria, op dat moment ziek en te bed liggende, te Culemborg een testament, waarbij zij wederzijds de langstlevende tot erfgenaam benoemden en Jasper de Raad en Teunis Peek, schepen van Everdingen, tot voogden over hun onmondige kinderen aanstelden. Op 15 juli 1748 verkocht Cornelis de Raad 4 morgen land op Prijs (onder Culemborg). Hij werd begraven in de kerk van Everdingen op 27 april 1752. Op 2 mei 1753 werd er 5 morgen land van de weduwe van Cornelis de Raad publiek verhuurd daar zij over de jaren 1746 t/m 1750 181 gld. 19 st. 12 penningen aan polderlasten schuldig was. Op 2 februari 1756 verkochten de twee oudste dochters van Cornelis de Raad, te weten Heiltje en Maaijke, en de voogden over de zes nog onmondige kinderen van Maria Peek en wijlen Cornelis de Raad, het onroerend goed voor ruim 10.000 gld., wat bestond uit: een hofstede (met de kaaskamer, stal, schuren en 2 pond goede peper) aan de hoge dijk onder Everdingen, groot 2 halve hoeve land, zowel bouwland als boomgaard met al zijn toebehoren, getimmer, bepotinge en geboomte daarop staande en beide geheten het Geestland; een uiterwaard, groot ca. 6 morgen, met de aanwas buiten de kade, gelegen op de Goilberdinger Waard over de noordzijde van de hofstede; een perceel van 2 morgen 3 hond land gelegen op Lang-Bolgerijen; een perceel van 4 morgen land gelegen op Lang-Bolgerijen; een perceel van 2 morgen ½ hond land gelegen op Overboeicop "int vijff en dertigste weer van boven gereckend"; een perceel van 3 morgen land gelegen in de Baronie van Acquoy; een hofstede bestaande in een huis en boomgaardje en verdere bepotinge gelegen aan de Poldersteeg onder Everdingen en 8 morgen wei- en hooiland op Autena in de Vierhoeven. Maria Peek werd begraven op het kerkhof van Everdingen op 29 juni 1763.

Handtekeningen van Cornelis de Raad en Maria Peek onder hun testament van 3 oktober 1741

Kinderen:

1.

Heijltje de Raad. Zij werd gedoopt te Everdingen op 16 maart 1732 en huwde te Everdingen op 31 mei 1761 (ondertrouw aldaar 9 mei 1761) met Hendrik de Vor. Hij werd gedoopt te Vianen op 20 april 1727 als zoon van Cornelis Hendrikse de Vor en Willemijntie Spinhoven. Hendrik de Vor werd op 23 december 1770 door de drossaard van Vianen aangesteld als heemraad van Bolgerijen en Autena. Een dag later legde hij de eed af. Vermoedelijk heeft hij deze functie zijn hele verdere leven vervuld. Hendrik de Vor werd in 1778 te Helsdingen en Bolgerijen aangeslagen voor 96 gld. 4 st. en 6 penningen aan hoorngeld. Op 26 september 1781 testeerden de in Helsdingen wonende Hendrik de Vor en Heijltje de Raad. Hierbij benoemden zij wederzijds de langstlevende tot erfgenaam. Op 29 september 1781 leenden zij een bedrag van 2.000 gld. aan de in Culemborg wonende koopman Jacob Hendrik van der Leeden. Op 8 april 1782 huurden Hendrik en Heijltje voor 54 gld. per jaar voor de tijd van vier jaar 3 morgen land op Zouden Bolgerijen aan de Achterwetering en 2 morgen 400 roeden land boven de Kostverlorense Weg op de polder Autena van Mr. Alexander le Roux Jalabert, hoogdijkheemraad van het land van Vianen en griffier in de kamer van justitie van Vianen en Ameide. Hendrik de Vor werd begraven in de kerk van Vianen op 7 januari 1795. Een grafsteen is nog altijd in de kerk aanwezig. Heijltje de Raad kocht op 5 september 1798 voor 600 gld. een boomgaard op de Weesdijk binnen de stad Vianen van de erfgenamen van haar zuster Maaijke en Gozewijn van Beek. Op 27 oktober 1800 kocht Heijltje samen met haar zwager Cornelis Nachenius voor 1.150 gld. 2 morgen boomgaard en weiland, waarvan 1 morgen 4 hond bepland was met jeugdige vrucht, in de Kleine Haag onder Vianen. Heijltje werd begraven te Vianen op 2 april 1811.

Handtekening van Heijltje de Raad onder de akte van 2 februari 1756

2.

Cornelis de Raad. Hij werd gedoopt te Everdingen op 26 april 1733 en zal overleden zijn vóór de geboorte van zijn gelijknamige broer in 1752.

3.

Maaijke de Raad. Zij werd gedoopt te Everdingen op 7 augustus 1735. In 1755 werd zij ingeschreven als lidmate van Culemborg en in dat zelfde jaar vertrok zij naar Loenen. Ten tijde van haar huwelijk woonde zij te Amsterdam op de Prinsengracht. Zij ging in ondertrouw te Amsterdam op 19 oktober 1770 en huwde vervolgens aldaar met Gozewijn van Beek. Hij werd geboren op Beekesteijn en gedoopt te Velsen op 13  oktober 1737 als zoon van Jan van Beek, voortuijnman op de hofstede Bekesteijn, en van Jacomina van Zuijlekum. Gozewijn van Beek was tuinknecht op Velzerbeek en werd op 28 mei 1758, na belijdenis, aangenomen als lidmaat te Velsen. Op 27 september 1761 kreeg hij attestatie naar Bloemendaal, waar hij nog ten tijde van zijn huwelijk in 1770. Waarschijnlijk direct na het huwelijk (in elk geval vóór 2 april 1772) is het echtpaar in Vianen gaan wonen. Zij waren te Vianen eigenaars van een huis met erf aan de westzijde van de Voorstraat binnen de stad Vianen en een boomgaard op de Weesdijk binnen de stad Vianen. Maaijke de Raad werd begraven te Vianen op 1 april 1791. Haar echtgenoot “monsieur” Gozewijn van Beek maakte op 2 februari 1792 een testament, waarbij hij Cornelis Nachenius, gerechtsbode te Hagestein en Gijsbert de Vor, wonende in Helsdingen, aanstelde als voogden over zijn minderjarige kinderen. Gozewijn van Beek werd begraven te Vianen op 28 juni 1793.

Handtekening van Heijltje de Raad onder de akte van 2 februari 1756

4.

Maria de Raad. Zij werd gedoopt te Everdingen op 30 december 1736 en werd begraven in de kerk van Everdingen op 13 november 1755.

5.

Willemijntje de Raad. Zij werd gedoopt te Everdingen op 6 april 1738 en werd begraven in de kerk (ƒ 7,10,0 met huren van het graf) van Everdingen op 4 mei 1762.

6.

Cornelia de Raad. Zij werd gedoopt te Everdingen op 4 oktober 1739 en zal één van de zes onmondige kinderen zijn geweest op 2 mei 1753. Verder is er van haar niets bekend.

7.

Aaltje de Raad. Zij werd gedoopt te Everdingen op 26 maart 1741 en is overleden te Leerdam op 14 oktober 1813. Zij ging in ondertrouw te Leerdam op 3 november en huwde aansluitend aldaar op 14 november 1770 met Jacob Teunisse van der Haagen. Hij werd geboren te Leerdam ca. 1728 en is overleden te Leerdam op 5 mei 1808. Hij was eerder gehuwd geweest met Lijsbet Wouterse Sterk. Jacob was een  zoon van Teunis Jacobsz. van der Haagen en Neeltje Andriesse van Dijk. Op 27 november 1783 testeerden Aaltje en Jacob te Leerdam, waarbij zij wederzijds de langstlevende tot erfgenaam benoemden en Cornelis Nachenius en Barent van der Haagen aanstelden als voogden over hun onmondige kinderen. In de maand juli of augustus van het jaar 1784 kwamen Jacob van der Haagen en de mede-erfgenamen van zijn ouders Teunis Jacobsz. van der Haagen en Neeltje van Dijk, een boedelscheiding overeen.

8.

Aartje de Raad. Zij werd gedoopt te Everdingen op 28 november 1745 en is overleden te Hagestein op 2 september 1822. Zij ging in ondertrouw te Hagestein op 31 maart en huwde aansluitend te Hagestein op 17 april 1775 met haar neef Cornelis Nachenius. Hij werd gedoopt te Everdingen op 4 maart 1736 als zoon van Pieter Nachenius en Ariaantje Cornelisse Peek. Cornelis Nachenius was gerechtsbode te Hagestein en werd in 1778 te Helsdingen/Bolgerijen aangeslagen voor 5 gld. 7 st. en 4 penningen aan hoorngeld. Op 27 oktober 1800 hij samen met Heiltje de Raad voor 1.150 gld. 2 morgen boomgaard en weiland, waarvan 1 morgen 4 hond bepland was met jonge vrucht. Cornelis werd begraven te Hagestein op 20 december 1810.

9.

Maarten de Raad. Hij werd gedoopt te Everdingen op 23 juli 1747 en zal één van de zes onmondige kinderen zijn geweest op 2 mei 1753. Verder is er van hem niets bekend.

10.

Cornelis de Raad. Hij werd gedoopt te Everdingen 1 oktober 1752 en zal één van de zes onmondige kinderen zijn geweest op 2 mei 1753. Verder is er van hem niets bekend.

 

 

Xd. Joost Meertensz. de Raad. Hij werd gedoopt te Zijderveld op 23 april 1699. Te Zijderveld was hij huisman en hoofdingelande. Hij huwde te Zijderveld op 28 april 1721 met Aaltje Tijsse, dochter van Thijs Tonisz. en Annigje Dirx. Op 25 mei 1734 erfden Joost de Raad en Aaltje Tijsse uit de boedel van haar overleden ouders 1 morgen 4 hond weiland op Bolgerijen; 4 morgen hooiland op Overboeicop; 4 morgen hooiland op Cort Nieuwland; 1 morgen 5 hond weiland aldaar en een bedrag van 750 gld. Bovendien moest haar broer Peter Tijsse 700 gld. ter compensatie aan hen uitkeren. In 1738/1739 verkocht Joost de Raad 1 morgen 3 hond land op Bolgerijen voor 600 gld. en in 1740/1741 kocht hij voor 700 gld. een hofstede op Bolgerijen. Aaltje Tijsse werd begraven in de kerk van Zijderveld op 17 september 1744. Joost de Raad verklaarde op 13 juli 1756 een bedrag van 400 gld. schuldig te zijn, wegens geleend geld. Dit geld had hij nodig om Willem Knobbout te betalen van wie zijn broer Cornelis de Raad, voor wie Joost zich als borg had gesteld, 400 gld. had geleend. Joost werd begraven in de kerk van Zijderveld op 24 mei 1760. Zijn kinderen en verdere erfgenamen verdeelden op 18 februari 1785 zijn onroerend goed, het welk bestond uit een hofstede met huis, schuur, berg en een kennip akkertje en 12½ morgen land op Bolgerijen en Overzijderveld.

Handtekening van Joost Meertensz. de Raad onder een akte van 4 mei 1737

Kinderen:

1.

Maria Joosten de Raad. Zij werd gedoopt te Zijderveld op 22 juni 1721. De huwelijksvoorwaarden werden gemaakt op 11 februari 1751, waarbij Maria inbracht in het huwelijk behalve haar moederlijk erfdeel, ook nog een bedrag van 100 gld. Haar aanstaande echtgenoot bracht in meubelen en huisraad ter waarde van 50 gld. Tot voogden werden aangesteld Dirk Burggraaf, broer van de bruidegom en haar vader Joost de Raad. Maria ging in ondertrouw te Lexmond op 14 februari 1751 en huwde aansluitend te Zijderveld op 7 maart 1751 met Gerrit Bastiaansz. Burggraaf, die eerder gehuwd was geweest met Maria Cornelisse van Lent. Hij werd geboren te Lakerveld en vervolgens gedoopt te Lexmond op 18 november 1714 als zoon van Bastiaan Hendricksz. van den Burggraaf en Jannigje Melisse Bijman. Maria en haar zuster Adriana leenden 29 april 1777 een bedrag van 400 gld., waarbij een hofstede met berg, schuur en 11 morgen land op Bolgerijen als onderpand werd gesteld. Het bedrag werd op 27 februari 1787 afgelost. Maria de Raad is overleden te Zijderveld op 4 mei 1784. Op 18 februari 1785 kreeg Gerrit Burggraaf, als weduwnaar van Maria de Raad, de hofstede met huis, berg, schuur en kennip-akkertje en 6 morgen 4 hont land op Bolgerijen uit de boedel van Joost de Raad. Daar hij het beste deel had gekregen moest hij 100 gld. uitkeren aan Dirk Sterk en Adriana de Raad. Gerrit werd begraven in de kerk van Zijderveld op 27 april 1785.

2.

Meerten de Raad. Hij werd gedoopt te Zijderveld op 31 mei 1722 en is jong overleden.

3.

Ariaantje de Raad. Zij werd gedoopt te Zijderveld op 13 oktober 1726 en werd begraven te Zijderveld op 26 oktober 1726.

4.

Ariaantje de Raad. Zij werd gedoopt te Zijderveld op 2 mei 1728 en werd begraven te Zijderveld op 13 oktober 1728.

5.

Adriana Joosten de Raad. Zij werd gedoopt te Zijderveld op 10 augustus 1732. De huwelijksvoorwaarden werden gemaakt op 15 maart 1757, waarbij Adriana in het huwelijk bracht, behalve haar moederlijk erfdeel, ook nog een bedrag van 100 gld., uitzet en kleren van linnen, wollen, goud en zilver tot haar lijf behorende. Haar aanstaande echtgenoot bracht in meubels, huisraad en goud, zilver, linnen en wollen tot zijn lijf gehorende. Tot voogden werden aangesteld Aart Sterk, broer van de bruidegom en haar vader Joost de Raad. Adriana huwde te Zijderveld op 8 april 1757 met Dirk Wouterse Sterk. Hij werd gedoopt te Everdingen op 25 juni 1719 als zoon van Wouter Dirksz. Sterk, schepen van Everdingen, Zijderveld en Goilberdingen, en van Theuntje Aarts. Adriana en haar zuster Maria leenden 29 april 1777 een bedrag van 400 gld., waarbij een hofstede met berg, schuur en 11 morgen land op Bolgerijen als onderpand werd gesteld. Het bedrag werd op 27 februari 1787 afgelost. Op 18 februari 1785 kregen Adriana en haar man  5 morgen 5 hont land op Bolgerijen en Overzijderveld uit de boedel van Joost de Raad. Van de erven van Maria de Raad kregen zij 100 gld., daar dezen het beste deel hadden gekregen. Op 31 oktober 1786 werden Dirk Wouterse Sterk en Adriana de Raad aangesteld als erfgenamen van Aart Wouterse Sterk, op dat moment schepen van Everdingen, Zijderveld en Goilberdingen, in diens gehele inboedel. Op 27 februari 1787 kochten Dirk en Adriana uit de boedel van Aart Wouterse Sterk van hun mede-erfgenamen voor voor een bedrag van 288 gld. 4/5 part in 6 akkertjes in de Gouwenes, groot 2½ morgen, voor 120 gld. 4/5 part in 3 morgen land in de Gouwenes en 4/5 part in 2 morgen land aldaar. Op 27 februari 1787 verkocht Adriana de Raad, als curatrice van haar man Dirk Sterk: voor 120 gld. 3 morgen land op Bolgerijen en voor 290 gld. 9 hont goeden aards weiland op Bolgerijen. Op 28 februari 1787 verklaarde Adriana de Raad, als curatrice van haar man, 250 gld. schuldig te zijn, wegens geleend geld t.b.v. de aankoop van percelen land uit de boedel van Aart Wouterse Sterk. Als zekerheid stelde zij 7½ morgen land in de Gouwenes en 8 hont land op Overzijderveld. Deze lening werd op 11 maart 1798 afgelost. Dirk Wouterse Sterk  werd begraven in de kerk van Everdingen op 28 januari 1788. Adriana de Raad is overleden te Everdingen op 14 juni 1814.

 

 

Xe. Roelof Jaspersz. Hij was nog onmondig op 1 juli 1645. Hij was op 7 oktober 1674 voor hem zelf en als erfgenaam van Cornelis Jansz. Stichter, de somma van 200 gld. schuldig, vanwege geleend geld en op 26 september 1676 transporteerde Roelof Jaspersz. voor hem zelf en als erfgenaam van Cornelis Jansz. Stichter, een huis en hofstede met zijn kennipwerf, gelegen aan de Leerdamse Diefdijk, gekomen van Cornelis Jansz. Stichter, met al zijn bepotinge en beplantinge met appendentien en dependentien, en nog 2 morgen land gelegen op Oud-Schaayk, bestaande in kennipland en weiland. De kooppenningen bedroegen 200 gulden. In 1678 woonde Roelof Jaspersz. aan de Diefdijk onder Leerdam. Hij was gehuwd met Grietje Jans Stichter. Zij was nog onmondig op 5 november 1660 en was een dochter van Jan Cornelisz. (de) Stichter en diens tweede vrouw Aechtien Dirckx.

Kinderen:

1.

Heijmentje. Zij werd gedoopt te Leerdam op 26 februari 1669.

2.

Jasper. Hij werd gedoopt te Leerdam op 13 november 1674.

3.

Heijmentje. Zij werd gedoopt te Leerdam op 15 maart 1678.

 4.

Suzanna. Zij werd gedoopt te Leerdam op 21 juli 1683.

Generatie IX Home Generatie XI

© Drs. H.T.M. de Raad