Home

Nieuws


De verrader

een ongepubliceerd gedicht van Hans Warren
met een toelichting door Mario Molegraaf




Handschrift, gedateerd 23 januari 1975


Typoscript




DE VERRADER

Toen hij aan het kruis hing
(nee, niet Jezus, dit was er een
die men rustig hangen liet)
ging ik in 't holst van de nacht
naar hem toe. Hij was nog steeds niet dood.
Af en toe drupte hij. Naakt
stond ik onder hem, naakt,
ongestraft, zijn smurrie
was mijn genot. Heb je mij nog herkend,
ellendeling?

HANS WARREN



De voorgeschiedenis van onze liefde. Toen we elkaar nog niet persoonlijk kenden, stuurde Hans me zijn bundel Behalve linde, tamarinde en banaan. Hij had een opdracht in het boekje geschreven: "Voor Mario, in afwachting van beter, Hans." Die woorden sloegen niet uitsluitend op óns. Hij kondigde zo aan dat er een beter exemplaar zou volgen. Er was een nieuwe editie van de uitgave noodzakelijk, omdat in het openingsgedicht een fatale drukfout zat.

Behalve linde, tamarinde en banaan is en blijft mijn favoriete dichtbundel. Nergens zie je zo goed wat Hans Warren tot Hans Warren maakte, die lichtheid, dat tintelende, de geraffineerde mousse van de fijnste champagnes. Maar dit gedicht 'De verrader' staat helemaal niet in dat boek, zult u zeggen, het is zelfs helemaal nergens in zijn oeuvre te vinden. U heeft volkomen gelijk, er is nog meer voorgeschiedenis nodig om het uit te leggen.

Behalve linde, tamarinde en banaan verscheen eerder als bibliofiele bundel. Peter Muller was de uitgever. Een van de heel, heel weinigen die begrijpt dat zo'n boek het niet van kostbaar papier of een luxueus bandje moet hebben maar van een feilloze afwerking en eindeloos doordachte details. In dat eerdere stadium heette de bundel Sperma en tranen. De gedichten vormen een persoonlijke seksuele galerij, een soort erotisch panopticum, en pasten daarom perfect in de plannen van Peter Muller. Zijn Eliance Pers was begonnen met een serie Erotisch Panopticum. Als eerste deel was een bundel met erotische poëzie door E. du Perron verschenen. E.P., E.P., E.P., H.W. wilde daarbij niet achterblijven. Daarom vermomde hij zich voor de gelegenheid tot Engel Piccardt.

In de map uit de nalatenschap met alle papieren betreffende de Banaan - zo verwezen we altijd naar de bundel - bevindt zich het afschrift van de brief die Hans op 23 januari 1975 aan Peter Muller stuurde: "Engel is (…) een wat schuchtere kerel die eerst nog even in de strengste geheimhouding het advies van een medepoëet in wil winnen."

Die adviseur was Gerrit Komrij. Aan de medepoëet was deze rol op een heel natuurlijke manier toebedeeld. Sinds jaar en dag werkte Hans mee aan Maatstaf, het literaire tijdschrift van Bert Bakker sr. In 1969 was het tijdschrift overgegaan naar uitgeverij De Arbeiderspers, Martin Ros en Gerrit Komrij vormden voortaan de redactie. Op 9 april 1969 wendde Komrij zich voor het eerst tot de "Zeer geachte heer Warren" van wie hij enkele gedichten wilde opnemen. Een paar maanden later was het "Beste Hans". Kort nadien werd de briefaanhef nog intiemer. Er werden plannen gemaakt voor een Zeelandspecial en een Warrennummer. Het was via Maatstaf dat Gerrit en Hans elkaar leerden kennen, zo waren ze vrienden geworden, aldus werden de regels voor hun omgang bepaald.

In vele van Gerrits brieven aan zijn vriend was hij de enthousiaste redacteur die zich tot een gewaardeerde medewerker richtte. Ook in zijn brief van 4 april 1975 die uit de Banaan-map tevoorschijn komt. Hij begint persoonlijk: "Lieve Hans, Wij althans hebben alle emoties overleefd. En jij? De dagen die je bij ons doorbracht waren in ieder geval buitengewoon, waarvoor honderdvoudige dank." De slotzin getuigt ook van genegenheid: "Nogmaals veel liefs, hartelijks, liefdesvreugde, kusjes &c., &c. van ons beiden, en groetjes. Gerrit." Verder gaat het enkel over dingen die met Maatstaf verband houden en over Sperma en tranen. "Als onbevangen lezer van deze poëzie" stelt hij voor een aantal gedichten uit de bundel te schrappen. Een advies dat door Hans gedeeltelijk is opgevolgd.

Enkele gedichten hebben de bewuste map dan ook nooit verlaten. Zo bleef de lezer verstoken van 'Kees, gastheer, tegen dageraad', van 'Hij ligt te bedde 'lijk ik lig te bedde', van 'Souvenirs', van 'Bruno', van 'Greta, de Hongaarse' en van 'De verrader'. Het was een verstandig besluit 'De verrader' buiten de bundel te houden, het gedicht past niet in het geheel. Van de opheffende werking van champagne is niets te bespeuren, van het neerdrukkende effect van jenever des te meer. Het is een goed gedicht, vind ik. Want een gedicht dat je zo bezighoudt, móet wel een goed gedicht zijn. Maar vooral is het een angstaanjagend gedicht. De vermenging van uiterste afrekening en seksuele vernedering is gruwelijk. Maar wees eerlijk, bent u, ben ik vrij van zulke gedachten?

Wraak! Een woord dat een leefbare wereld verscheurt. Wraak! In alle onredelijkheid wel degelijk werkelijkheid. In 'Ares', het schokkende gedicht over de oorlogsgod, confronteert hij er ons ook mee: "een geest van vloek,/ wraak, bloedgericht vaart over ons." In 'De verrader' zien we niet alleen de wreker maar ook de wraak naakt, ongekend naakt. 'Ik' is uiteraard nooit ik in poëzie, ook niet in Hans Warrens poëzie, maar dit blijft wraak op z'n wreedst en weerzinwekkendst, op z'n schandaligst en smerigst.

Gerrit Komrij zag indertijd juist dit vers graag geschrapt. Je kunt hem daarvoor achteraf een uitstekend motief toedichten. Het verschrikkelijke verhaal van hem en Hans, de wreker gewroken. Ik begrijp het niet: de aanval op Hans' laatste dichtbundel vanwege diens minder gunstige recensie van De klopgeest, het uitblijven van ieder blijk van spijt of medeleven na Hans' dood, de afrekening in het in Demonen opgenomen stuk 'Vriendenverraad'. En ik begrijp het wel: in de jaren dat ik met Gerrit omging, zijn de eeuwige verongelijktheid, de chronische argwaan me niet ontgaan. De argwaan die gevoed werd door zijn doofheid: wat zeggen jullie over mij? De argwaan die overvoerd werd door het griezelig gelijkende en griezelig gemene portret dat Gerard Reve van hem schetste in Lieve Jongens (1973): "Daarbij kwam dat de oude Albert S. knap doof bleek te zijn, maar natuurlijk geen koperen luistertrompet of gehoorapparaat gebruikte, doch op vrijwel iedere mededeling met een aan de dode oorschelp brengen van de handpalm en een krakend uitgestoten 'Uh!?' of 'Wat!?' repliceerde." Wat een verschil trouwens tussen de eigendunk in Demonen en de zelfspot in Lieve Jongens. Tussen de tanktaal van Komrij en het vlinderproza van Reve. Hun versies van het verraderskruis.

Ook in de diepste krochten van míjn geest zijn er een paar kandidaten voor dat kruis. Vrienden die na de dood van mijn liefste niet ónze vrienden bleken. Mensen op wie je dacht te kunnen vertrouwen en die je ondanks hun schijnheilige woorden lieten vallen. Dat de nageschiedenis van Hans' en mijn liefde zo moet zijn! Zo moeilijk om de spijkers te vergeten en in die opdracht te blijven geloven: "In afwachting van beter".

MARIO MOLEGRAAF





© 2004 Mario Molegraaf



Home

Nieuws