Niet
opbranden aan het ogenblik of woekeren met het leven tot de dood ons
verrast, maar glijden in een bassin waar lentezonlicht bedrieglijk rust
geeft, waar de stilte ons toefluistert. Soms zingt een vogel of is er een
bronsgieter die met eeuwenoude gebaren een boeddha vrijkapt en ciseleert
en verguldt tot we met pijnlijke ogen elkaar aanzien, grotmensen aan het
licht gebracht. Dit is een leven smartelijk van harmonie en jij, die eens
wou schrijven met rode inkt en een pauwenveer, luister: nog is het bloed
niet ingedroogd, de pralende veer niet geknakt. Laten wij samen, om
beurten, zeggen wat nooit iemand zei.
Hans Warren, Verzamelde
Gedichten. (Amsterdam: Bert Bakker, 2002).