Nooit heb
ik zo goed beseft dat ik je niet zou bereiken als toen je voor 't
eerst bij me bleef. Want wat wou ik? Je keek het raam uit, ik
keek naar jou: een wilde, onbeschadigde vogel in avondzon
gevangen.
Tussen je korte shirt en je lage heupbroek je buik
tot het schaamhaar zichtbaar. Je keek me toen aan, een beetje
veil: ik mocht het allemaal hebben.
Maar wilde ik? Wat ik
eigenlijk wilde: jou zijn.
Hans Warren, Verzamelde
Gedichten. (Amsterdam: Bert Bakker, 2002)