Songteksten Jerry Bey
Uit goed voor u
Uit dat is zo goed voor u, uit dat is zo goed voor u
Neem 'n goed besluit, ga er toch eens uit
Uit dat is zo goed voor u, uit dat is zo goed voor u
Neem dus 'n besluit, ga eens gezellig uit
Weg met alle zorgen, weg met dat gezeur
Denk eens niet aan morgen, breek eens met die sleur
Er zijn zo vele zaken met 'n eigen sfeer
'n biertje of 'n wijntje smaakt altijd naar meer
uit dat is zo goed voor u, uit dat is zo goed voor u
neem 'n goed besluit, ga er toch eens uit
uit dat is zo goed voor u, uit dat is zo goed voor u
neem dus 'n besluit, ga eens gezellig uit
[ stukje instr. ]
uit dat is zo goed voor u , uit dat is zo goed voor u
neem dus 'n besluit…ga eens gezellig uit !
GOED VOOR U !!!
Aan de muur van 't oude kerkhof
Moeder verloor de strijd
Ging naar de eeuwigheid
En kleine Henk o straf
Bracht moeder mee naar het graf
Maar hij besefte niet
Ondanks zijn groot verdriet
Dat nu zijn moeder voorgoed hem verliet
Bij de muur van 't oude kerkhof
Wacht een kleuter droef en teer
Vraagt aan ons lief Heertje
Wanneer komt mijn moesje weer
Vader zegt dat moesje slaapt hier
U kan alles is dat waar
Roep mijn moedertje dan wakker
Want ik kan heus niet buiten haar
Bij het ter ruste gaan
En als hij op moest staan
Miste hij meer en meer
Zijn moeders kussen weer
Leeg werd het om hem heen
Voelde zich droef alleen
Slechts bij het graf vond hij troost naar het scheen
Bij de muur van 't oude kerkhof
Smart om zijn moeders dood
Werd hem op laatst te groot
En ijlend riep hij: Moe
Straks kom ik naar U toe
En op een zeek're keer
Toen lei zijn vader teer
't Ventje in 't graf naast zijn moedertje neer
Bij de muur van 't oude kerkhof
Kwam het knaapje nimmer meer
't Was vereend weer met zijn moesje
Daar bij onze lieve Heer
Zonder moedertje te leven
Daarvoor was hij nog te klein
Daarom kon hij in de hemel
Alleen bij haar gelukkig zijn
Als ik naar je blinde ogen kijk
'k Weet nog goed, toen in jouw blauwe ogen
't Licht nog niet voorgoed was uitgeblust
Hoe wij saam vaak door de velden zwierven
Bloemen plukken was je grootste lust
Met je blos van kinderlijke blijdschap
Was je dan een lentebloem gelijk
Kind, ik moet niet aan die uren denken
Als ik naar jouw blinde ogen kijk
Iedereen vond jou zo'n lieve engel
Iedereen vond jou zo'n echte schat
Vreemde mensen zeiden honderd malen
Dat jij zulke mooie ogen had
'k Had wel zorgen in die goeie dagen
Maar met jou gevoelde ik me rijk
'k Twijfel nu aan hemel en aan aarde
Als ik naar jouw blinde ogen kijk
Ja, je was de appel mijner ogen
Ik hield van jou altijd het allermeest
'k Heb misschien teveel van jou gehouden
'k Ben wellicht te trots op jou geweest
Jouw gezicht was mij de grootste weelde
Heel m'n hart gaf van mijn liefde blijk
Kind ik voel zo'n eindeloos verlangen
Als ik naar jouw blinde ogen kijk
Zie ik soms een bedelende blinde
O, dan krimpt mijn hart ineen van pijn
'k Vraag me af of dat jouw lot zal worden
Als ik er eenmaal niet meer zal zijn
'k Denk aan jou, als ik zo'n arme stumper
Bevend dan m'n poov're aalmoes reik
Kind, ik voel zo'n angst om eens te sterven
Als ik naar jouw blinde ogen kijk
Daar bij die molen
Ik weet een heerlijk plekje grond,
Daar waar de molen staat,
Waar ik mijn allerliefste vond,
Waarvoor mijn harte slaat,
Ik sprak haar voor de eerste keer,
Aan de oever van de vliet
En sinds die tijd kom ik daar meer.
Die plek vergeet ik niet.
Refrein:
Daar bij die molen,
Die mooie molen,
Daar woont het meisje,
Waar ik zoveel van hou.
Daar bij die molen,
Die mooie molen,
Daar wil ik wonen
Als zij eens wordt mijn vrouw.
Als in de stille avondstond,
De zon ten onder ging,
En ik haar bij die molen vond
In zoete mijmering.
Fluisterde zij mij in het oor,
O, heerlijk saam te zijn.
De molen draaide lustig door
En ik zei… liefste mijn.
Refrein
Ik zie de molen al versierd,
Ter eer van 't jonge paar.
Het hele dorp dat juicht en tiert,
Zij leven menig jaar.
En zie ik trots de molen staan,
Dan zweer ik in die stond,
Nooit ga ik van die plek vandaan,
Waar ik mijn vrouwtje vond.
Refrein.
Scheiden doet lijden
Wanneer het afscheidsuurtje slaat
En iemand van je henen gaat
Misschien voor lange tijden
Dan zie je zo elkaar eens aan
Je schaamt je eig'lijk voor een traan
Je wilt nog groot doen, beiden
Een vliegeniersvrouw kust haar man
Een kleine storing straks en dan
Zal het geen weerzien geven
Ze zegt: zul je voorzichtig doen?
En denkt: misschien is deze zoen
Een afscheid voor het leven
refr.:
Scheiden doet lijden, Afscheid brengt leed
Lang kan het duren eer je vergeet
Iets wat je lief was gaat van je heen
Scheiden doet lijden voor iedereen
Wanneer een huwelijk is gestrand
Dan gaan twee mensen scheiden, want
Modern zijn onze zeden
Terwijl zijn koffers 't huis uit gaan
Zegt hij, en blijft nog even staan
Vergeten we 't verleden
Ze antwoordt niet, van haat vervuld
Ze laat hem gaan, hij was de schuld
Dat zo de band moest breken
En 't kind zegt 's avonds: Paps is weg
Maar Mammie, waarom huil je, zeg
Doch Mammie kan niet spreken
refr.
Ik had er eens een ouwe hond
Die liep de laatste jaren rond
Met allerhande kwalen
En toen het zo niet langer kon
Liet ik hem voor het eind begon
Door het asyl weghalen
'k Zie nog die trouwe hondekop
Hij sloeg zijn bruine ogen op
En stond mijn hand te likken
En 't was alsof hij zeggen wou:
Dat had ik nooit verwacht van jou
'k Stond als een kind te snikken
refr.
Werkloze handen
In 't haveloos huisje, in 't armelijk slop
Zit een man in de kracht van zijn jaren
Hij kijkt naar zijn handen en buigt dan zijn kop
En zit in de ruimte te staren
Dan denk hij in wanhoop: waar moet dat naar toe
Waar zal er mijn scheepje eens stranden
Hij voelt zich zo eindeloos droevig en moe
Als hij kijkt naar zijn werkloze handen
Die eerlijke handen, zo stoer en zo sterk
Wat waren die vroeger een zegen
Ze waren nooit lui en ze vonden steeds werk
Daar waren ze nooit om verlegen
Wanneer hij nu denkt aan die heerlijke tijd
Dan vloekt ie en knarst op zijn tanden
Geen mens kan begrijpen hoe zo iemand lijdt
Als hij kijkt naar zijn werkloze handen
Hij heeft in het lot van zovelen gedeeld
Hij werd naar de steun toe gedreven
Daar werd hem een zeker bedrag toebedeeld
Daar moesten ze voortaan van leven
Die aalmoes, dat steungeld, hoe goed ook bedoeld
Het is hem als voelt hij het branden
Het is of hij nu pas zijn macht'loosheid voelt
Als het ligt in zijn werkloze handen
O gij die nog werk hebt, o denk er toch aan
Geen werkloze stumper te smaden
Wees blij dat U niet in de rij hoeft te staan
Voor het bittere brood der genade
Wees goed voor uw broeder, het is niet zijn schuld
Z'n werkloosheid is toch geen schande
Wees veeleer met eindeloos meelij vervuld
Als U kijkt naar zijn werkloze handen
Hallo! Bandoeng!
't Kleine moedertje stond bevend
Op het telegraafkantoor
Vriendelijk sprak de ambtenaar: "Juffrouw
Aanstonds geeft Bandoeng gehoor"
Trillend op haar stramme benen
Greep zij naar de microfoon
En toen hoorde zij, o wonder
Zacht de stem van haren zoon
refr.:
Hallo, Bandoeng
"Ja moeder, hier ben ik"
"Dag lieve jongen," zegt zij, met een snik
Hallo, hallo
"Hoe gaat het ouwe vrouw"
Dan zegt ze alleen
"Ik verlang zo erg naar jou"
"Lieve jongen," zegt ze teder
"Ik heb maanden lang gespaard
't Was me, om jou te kunnen spreken
M'n allerlaatste gulden waard"
En ontroerd zegt hij dan: "Moeder
Nog vier jaar, dan is het om
Oudjelief, wat zal 'k je pakken
Als ik weer in Holland kom"
refr.
"Jongenlief," vraagt ze, "hoe gaat het
Met je kleine, bruine vrouw"
"Best hoor," zegt hij, en wij spreken
Elke dag hier over jou
En m'n kleuters zeggen 's avonds
Voor 't gaan slapen 'n schietgebed
Voor hun onbekende opoe
Met 'n kus op jouw portret
refr.
"Wacht eens, moeder," zegt hij lachend
"'k Bracht mijn jongste zoontje mee"
Even later hoort ze duidelijk
"Opoelief, tabe, tabe"
Maar dan wordt het haar te machtig
Zachtjes fluistert ze: "O Heer
Dank, dat 'k dat heb mogen horen"
En dan valt ze wenend neer
Hallo! Bandoeng
"Ja moeder, hier ben ik"
Zij antwoordt niet, hij hoort alleen 'n snik
"Hallo, hallo" klinkt over verre zee
Zij is niet meer
En het kindje roept: "tabe"
Twee ogen zo blauw
Als de lente de bomen en struiken
Weer met geuren en kleuren bestrooit
Dan begint ook het hart te ontluiken
Want de liefde verandert toch nooit
Elke jongen kiest zich dan een meisje
En hij fluistert haar zachtjes in 't oor
Het sinds eeuwen geliefkoosde wijsje
En dat vindt in haar hartje gehoor
refr.:
Twee ogen zo blauw
Zo innig en trouw
Al mijn geluk zijn die kijkers van jou
Twee ogen zo blauw
Heeft hij haar tot zijn vrouwtje gekozen
Blij het oog op de toekomst gericht
Gaat hun pad ook niet altijd op rozen
Iets toch maakt dat hun levensstrijd licht
Want bij vreugde en leed hen beschoren
Verschijnt dra, wat voor immer hen bindt
Als de eersteling hen wordt geboren
Moeder zingt, bij de wieg van haar kind
refr.
Als de grijsaard, vermoeid en versleten
Niets in 't leven van waarde meer acht
Als door allen verlaten, vergeten
Hij alleen op het einde maar wacht
Is hem toch de herinn'ring gebleven
Die hem koestert in 't eenzaamste uur
't Is zijn laatste sprank warmte in 't leven
En hij neurt, bij het knappende vuur
refr.
De oude foto
Ze kijkt naar 'n heel oude foto
Daar ziet zij, haar jongens op staan
Haar jongens, die uit zijn gevlogen
Heel ver, van hun moeder vandaan
Een glimlach, kan zij, niet bedwingen
Ze hadden zo dikwijls gezegd,
Wanneer wij eens groot zijn geworden
Dan gaan wij, bij jou vast niet weg
Haar oudste, hij gaf haar veel zorgen
Toch heeft hij het heel ver gebracht,
Het gaat hem nu goed, in de 'vreemde'
Dat had zij van hem niet verwacht
De schemering valt in de kamer
En niets dat de stilte verstoord
Het is toch alleen, maar verbeelding
Alsof, zij hun stemmen weer hoort
Ze kijkt naar 'n heel oude foto
Zoals zij al vaak heeft gedaan
Dan fluistert zij zacht, 'n paar woorden
Heel zacht, die slecht's een heeft verstaan.
De troubadour
Van s'morgens vroeg tot 'savonds laat,
Klinkt z'n lied langs plein en straat
Hij zingt over rozen die bloeien gaan
En over liefdes die nooit vergaan
De hele dag weerklinkt z'n lied,
Regen of wind deert hem niet
Hij belt aan de deuren, Hij komt en hij gaat,
Die troubadour van de straat…
Bij ons in de straat, nu en dan,
komt soms 'n harmonicaman,
Hij zingt bij z'n 'trekinstrument',
de liedjes die oma nog kent,
Van 'smorgens vroeg tot s'avonds laat,
klinkt z'n lied langs plein en straat
Hij zingt over rozen die bloeien gaan
en over liefdes die nooit vergaan
De hele dag weerklinkt z'n lied,
regen of wind deert hem niet
Hij belt aan de deuren, hij komt en hij gaat,
de troubadour van de straat
Instr.
De hele dag weerklinkt z'n lied
regen of wind deert hem niet
Hij belt aan de deuren, hij komt en hij gaat,
die troubadour van de straat
Die troubadour van de straat
Drink en vergeet
Ik lach, ik zing, ik proost, Zoek in de drank, m'n troost
zij kent geen liefde's smart, vertrapte eens m'n hart
Ik schuw en ik walg van het leven, En ik bedwelm m'n geest
'k wil niet meer denken, niet even, aan al wat is geweest…
sinds zij mij wreed heeft verstoten, voer ik een zware strijd…
'k weet niet of ik lief heb, of haat voor altijd
'k wil m'n gedachten kwijt…
die veel vervloekte drank, die breng ik nog m'n dank
omdat ik daardoor dan, goddank niet denken kan
ik schuw en ik walg van het leven, en ik bedwelm m'n geest
ik wil niet meer denken, niet even, scheld me maar uit voor beest
'k weet dat 'n elk, me veracht hier, maar niemand voelt hoe ik lijd
'k haat de jenever, toch drink ik altijd
'k wil m'n gedachten kwijt…
maar toen m'n moeder vroeg, m'n jongen schuw de kroeg
toen heb ik haar oprecht, de waarheid maar gezegd
'k had eenmaal lief in dit leven, haar die me wreed bedroog
'k wil niet meer denken, niet even, hoe ze me steeds beloog
als ik daaraan weer ging denken, deed ik een moord uit nijd
dan, nam ik wraak daarom drink ik altijd
'k wil m'n gedachten kwijt
Het kinderhart
Wat is het toch heerlijk een kind nog te zijn
Zo zuiver, zo rein en zo waar
Zo dicht bij de hemel, zo ver van het kwaad
Met ogen, zo stralend en klaar
Kleine jan vond in z'n tuintje
Bij de bloemen in het gras
'n gewonde zieke vogel,
die de kat ontkomen was
zachtjes legde hij het beestje
naast zich op het warme zand
streelde de verwarde veertjes
met zijn milde kinderhand
wat is het toch heerlijk een kind nog te zijn…
na een tijd van goede zorgen
heel veel liefde en geduld
werd het vogeltje weer beter
jantje's 'bede' was vervuld
op 'n stralend mooie morgen
spreidde het z'n vleugels weer
zingend steeg z'n vriend ten hemel
jantje zag hem nimmer meer…
Het steegje
Niet ver hier vandaan is 'n straatje zo klein Al is het niet meer dan 'n
steeg
Toch mag ik zo graag in dat straatje weer zijn al is 't er nu stil en
leeg
Ik ben in dat steegje geboren, als vrucht van 'n liefde zo teer
ach, kon ik m'n ouders nog horen, m'n dankwoord van nu aan de Heer
m'n moeder keek mij in de ogen, ze huilde van vreugde en bad
toen knikte m'n vader bewogen, en lispelde zacht, 't is 'n schat…
ik ken elke steen en ik weet ieder huis, 't steegje beheerst vaak m'n
geest
soms loop ik erdoor en dan voel ik me thuis, precies zo het eens is
geweest
ik heb in dat steegje, gestreden, met ziekte, met zorgen, met smart
ik heb er gevloekt en gebeden, ik vond er de vrouw van m'n hart
vandaar bracht ik moeder ter aarde, toen zij veel te vroeg mij
ontviel
al heeft 't voor een ander geen waarde, voor mij is 't een stuk van m'n
ziel !
wat is het toch heerlijk een kind nog te zijn…
in m'n cel
Hoe kon je mij zo wreed vergeten
'k heb jouw toch niets, dan goed gedaan
al wat ik deed…heb jij geweten
ik ben voor jou, de bajes ingegaan
hier in m'n cel, schrijf ik je dit vaarwel
je 'schander leven, heeft men mij beschreven
ik weet het nu, hier machteloos in m'n hel
je bent geen dag, geen uur mij trouw gebleven
hoe kon je mij zo wreed vergeten
'k heb jou toch niets, dan goed gedaan
al wat ik deed…heb jij geweten
ik ben voor jou , de bajes ingegaan
vaak denk ik weer, aan dagen van weleer
m'n liefste dromen, heb je mij ontnomen
ik tel geen dagen en geen uren meer
het is voorbij, er komen nu geen dromen
hoe kon je mij zo wreed vergeten
'k jou toch niets, dan goed gedaan
al wat ik deed, heb jij geweten
ik ben voor jou, de bajes ingegaan !
ik had je lief, al was ik dan 'n dief
vroeg je me m'n leven, 'k had het je gegeven
ik weet het nu, je was berekend lief
zo heb je mij, het donker in gedreven,
hoe kon je mij zo wreed vergeten
'k heb jou toch niets, dan goed gedaan
al wat ik deed, heb jij geweten
ik ben voor jou, de bajes ingegaan
Ik kan maar niet begrijpen…
Ik kan maar niet begrijpen, er is zoveel leed vandaag
Ik weet we zijn nog vrij, het leven gaat voorbij
Terwijl men wacht en dag en nacht, alleen maar denkt aan haat
Wie gaat ons vertellen, dat het zo niet verder gaat
men ziet op tv vaak ellende
Je kan nu niets anders meer zien
Het is vaak 'n grote bende
't is zinloos en wreed bovendien
Ik kan maar niet begrijpen, …
ik vraagt me vaak af is dit nodig
een ieder leeft graag in fatsoen
word dan toch mijn vraag overbodig
is er dan niets aan te doen
ik kan maar niet begrijpen,…
Men spreekt over normen en waarde
Dat was toen en nu niet normaal
Er is toch maar een god op aarde
Die is er voor ons allemaal
Intermezzo
terwijl men wacht en dag en nacht, alleen maar denkt aan haat
wie gaat ons vertellen dat het zo niet verder gaat
wie gaat ons vertellen dat het zo niet verder gaat
JIJ BENT MET GOUD NIET TE BETALEN
JIJ BENT MET GOUD, MET GOUD NIET TE BETALEN
GEEN DIAMANT, KAN ZOVEEL LICHT UITSTRALEN
JOU TE BEZITTEN EN JOU TE BESCHERMEN
ZAL VOORTAAN SLECHTS MIJN LEVENS-INHOUD ZIJN
ER KOMT VOOR IEDER IN 'T LEVEN
EENMAAL HET WONDERE UUR
DAT JE JE HART WEG MOET GEVEN
DA'S EENMAAL ZO DE NATUUR
ALLES VERDWIJNT OM JE HENE'N
ALLES OP AARDE VERBLEEKT
EN JE LEEFT SLECHTS VOOR DIE ENE
ALS JE VERLIEFD TOT HAAR SPREEKT;
JIJ BENT MET GOUD…
EN ALS JE EENMAAL GETROUWD BENT
STORMACHTIGE IS ER WAT AF
DAN ALS JE 'T LEVEN DICHTBIJ KENT
IS 'HUISARREST' SOMS 'N STRAF
GA JE 'N KEERTJE MET VRIENDEN
ZO ZONDER VROUW EENS OP STAP
ZING JE WANNEER JE NAAR HUIS KOMT
TOT HET BOZE VROUWTJE ALS GRAP;
JIJ BENT MET GOUD…
EN NOG WAT OUDER GEWORDEN
BLIJF JE VEEL LIEVER IN HUIS
ZING JE BIJ 'T WASSEN D'R BORDEN
VROUWTJE, BIJ JOU VOEL 'K ME THUIS
VRIENDEN ZIJN DAN OVERBODIG
LANGZAAM KOMT DAN 'DE OUDE DAG
HEB JE ELKAAR HET MEEST NODIG
KLINKT MET WEEMOEDIG 'N LACH;
JIJ BENT MET GOUD….
Ketelbinkie's kerstfeest
Z'n moeder bracht hem vlak voor de kerst naar z'n schuit
Hij voer voor het eerst mee het haven'sgat uit
En toen 'ie z'n oudje vaarwel had gekust
Toen stelde ze hem met een glimlach gerust…
Ketelbinkie's kerstfeest, vier jij straks op zee
Ook al ben je heel ver van huis
Maar het volgend jaar, ja dat hopen we dan maar,
Vier je kerstfeest, bij moedertje thuis…
't kerstfeest aan boord, vond 'ie prachtig en mooi
maar 's avonds toen ging 'ie met heimwee naar kooi
want thuis zat z'n moeder alleen zonder hem
en 't was of hij hoorde, van heel ver haar stem,
ketelbinkie's kerstfeest, vier jij straks op zee
ook al ben je heel ver van huis
maar het volgend jaar, ja dat hopen we dan maar,
vier je kerstfeest, bij moedertje thuis…
maar toen 'ie weer thuisvoer voor 't grote festijn
toen wist 'ie dat straks er geen weerzien zal zijn
z'n oudje die was van hem henen gegaan
voor haar zouden nooit meer de kerstklokken slaan
KETELBINKIE…
KERSTFEEST VIER JIJ STRAKS OP ZEE…
OOK AL BEN JE… NOG ZO HEEL VER VAN HUIS
Maar het volgend jaar, ja dat hopen we dan maar
Vier je kerstfeest bij moedertje thuis…
TANTE VERONICA
IK HEB 'N TANTE VERONICA , DIE MAAKT 'N IEDEREEN DOL
SPEELT ZE THUIS OP HAAR HARMONICA IS HEEL DE BUURT ER VAN VOL
'S MORGENS VROEG DAN BEGINT ZE AL, MET 'N MELK-SIMPFHONIE
WANT ZODRA ONZE MELKBOER KOMT, ZIT ZE ERMEE OP HAAR KNIE
EN DAN.. 'T IS HEUS GEEN GRAP, ZINGEN ZE SAAM ONDER OP DE TRAP;
EN M'N TANTE VERONICA, DIE SPEELT HARMONICAZIJ WEET NIETS VAN MUZIEK, MENS
IK LACH ME 'N KRIEK, MAAR ZE SPEELT MAGNEFIEK…
EN M'N TANTE VERONICA, DIE SPEELT HARMONICA, ZIJ WEET NIETS VAN
EN ZE HEEFT MET DAT DING, TOT NOG TOE STRAUS, SOUPE EN WAGHNER VERMOORD EN
WIE MIJ NIET GELOOFD DIE HEEFT NOG NOOIT M'N TANTE'S 'TRILLERS' GEHOORD
EN M'N TANTE VERONICA, DIE SPEELT HARMONICA
ZIJ WEET NIETS VAN MUZIEK MENS IK LACH ME 'N KRIEK MAAR ZE SPEELT MUZIEK,
MENS IK LACH ME 'N KRIEK, MAAR ZE SPEELT MAGNEFIEK MAGNEFIEK
TANTE DIE SPEELT, EN VOOR NIET TE DUUR, OP IEDER FEEST BIJ U THUIS
MAAR IN DE TIJD VAN 'N HALF UUR, IS ER GEEN 'KIP' MEER IN HUIS
JA, HAAR SPEL IS 'N LAVENIS, WANT ER IS TANTE'S STRAAT
EENS PER WEEK 'N BEGRAVENIS, 'K WEET ME WAARACHTIG GEEN RAAD
WANT VAN WEEMOED VERVULT, ZEGT IEDEREEN; DA'S TANTE'S SCHULD!
EN M'N TANTE VERONICA DIE SPEELT HARMONICA
ZIJ WEET NIETS VAN MUZIEK MENS IK LACH ME 'N KRIEK
MAAR ZE SPEELT MAGNEFIEK
EN M'N TANTE VERONICA DIE SPEELT HARMONICA
ZIJ WEET NIETS VAN MUZIEK MENS IK LACH ME 'N KRIEK
MAAR ZE SPEELT MAGNEFIEK
EN ZE HEEFT MET DAT DING TOT NOG TOE STRAUS, SOUPE EN WAGNER VERMOORD EN
WIE MIJ NIET GELOOFD DIE HEEFT NOG NOOIT M'N TANTE'S 'TRILLERS' GEHOORD
.
EN M'N TANTE VERONICA DIE SPEELT HARMONICA
ZIJ WEET NIETS VAN MUZIEK MENS IK LACH ME 'N KRIEK
MAAR ZE SPEELT MAGNEFIEK…
Treur dan maar niet
Ben je weer de sigaar en je voelt je zo raar
Treur dan maar niet
Zit je dik in de knoop
Is 't geluk op de loop
Treur dan maar niet
Wanneer de zorgen de baas blijven wil
Je kijk ze dan maar door 'n zonnige bril
Ben je weer de sigaar
En je voelt je zo raar
Treur dan maar dan niet
Heb je nog zeventien haren precies om je kruintje staan
Waarvan nog tien exemplaren van zorg aan het grijzen gaan
Als het geluk zich weer eens in je huisnummer heeft vergist
't zonnetje schijnt ook op jouw blote hoofd
dus blijf optimist …
ben je weer de sigaar…
koop je zo eens met 'n smoes toch 'n lot in de loterij
en wint je huisbaas, 'n kwart van een ton
en die 'niets' krijg jij…
leg dan je hoofdje maar heel rustig neer
als je slapen gaat
jij heb tenminste geen zorgen
of de gulden of goud 'veel' staat !
ben je weer de sigaar… |