BRABANTS
HEEM 38ste JAARGANG 1986 nr.4 blz.228 t/m 236
ISAAC
VAN OSTADE (1621-1649) TEKENDE DE MIDDELEEUWSE
ST.-CATHARINAKERK VAN EINDHOVEN VAN TWEE KANTEN
KAREL VERMEEREN
Als gevolg van de vele
veroveringen, bezettingen, plunderingen en brandschattingen tijdens de eerste
helft van de Tachtigjarige Oorlog, vooral in de tweelaatste decennia van de 16e
eeuw, had het oude, kleine stadje een armzalig aanzien
gekregen en was de economische toestand van Eindhoven allerbelabberdst
geworden. Volgens het gemeenteraadslid
W .F. Hermans, die
in de tweede helft van de vorige eeuw veel speurwerk verrichtte in de archieven
van Eindhoven,
telde het stadje in het midden van de 16e eeuw
nog 212 huizen. Tegen het eind van die eeuw was dit aantal geslonken tot even
boven de 90 '). De algehele toestand van Eindhoven was
toen dusdanig slecht geworden, dat stadsbestuur en zakenlui en ambachtslieden
er serieus over nadachten het stadje en bloc te
verlaten om elders, waar het allicht beter zou zijn, hun geluk te gaan
beproeven.
Omdat er in die
dagen in Eindhoven en omgeving veel wevers woonden trokken velen hiervan naar
Haarlem, waar deze lieden welkom waren.
Op 16 januari 1605
werden in het" Trouwregister der Nederduits Gereformeerde Gemeente"
van Haarlem "Jan Hendericx van Eijnthoven en Janneken Hendericx van Wonsel" als
echtpaar ingeschreven. In het "Trouwboek van Haarlem 1605-1614", genoemd "Regijster
van de houweligsche geboden der kercke
van Harlem, beginnende Anno 1605, index maent
J annuarij" stond op fol. 3 bovendien vermeld
"wonen beijden op de Ossemerkt".
Aanvankelijk stond achter de bruidegom en de bruid respectievelijk geschreven
"jongesel" en "jongdochter", welke woorden later werden
doorgehaald. Uit dit huwelijk werden acht kinderen geboren, die allen werden
ingeschreven in het doopregister van de Nederduits gereformeerde gemeente van
Haarlem. Het derde kind uit dit huwelijk werd Adrian
(1610) genoemd, het achtste kind kreeg de naam Isaac (1621). Deze beide jongens
legden zich al vroeg toe op de teken- en schilderkunst. Ook etsten zij. Adriaan
kwam in de leer bij Frans Hals. Toen zijn leertijd daar voorbij was, werd hij
als lid ingeschreven van het Haarlems
St.-Lucasgilde. In
het ledenregister werd hij in 1636 genoteerd als "Adriaan Jansz", volgens het toenmalig
gebruik, waarbij steeds de eigen doopnaam van het kind gevolgd werd door de
naam van de vader (het patroniem). Maar voor de
duidelijkheid ging men er in het eerste kwart van de 17e eeuw toe over er een toe-naam achter te voegen. Bij Adriaan Jansz
kwam daarachter te staan "van Ostade". Volgens de kunsthistoricus Dr.
A. v.d. Willigen 2) duidde deze naam op de buurtschap Ostade, die in de
onmiddellijke nabijheid van Eindhoven was gelegen. Jammer is dat nadere
finesses van deze conclusie niet worden vermeld. Al gauw was de toenaam"
Van Ostade" bij de familie in Haarlem ingeburgerd. Kwam dit mogelijk ook
door de akte van scheiding en deling die op 6 en 22 maart 1634 te Haarlem werd
behandeld in verband met een erfeniskwestie uit Eindhoven? 3)
Op 20 mei 1640
stierf Janneke Hendriksdochter, de moeder van Adriaan
en Isaac van Ostade. Haar man Jan Hendericx overleed
op 24 augustus 1641 eveneens te Haarlem. Beiden werden begraven in de grote St.-Bavokerk aldaar. In het jaar daarop overleed de vrouw van
Adriaan van Ostade 4). Het is niet ondenkbaar, dat in deze jaren van veel
verdriet de banden met familieleden en kennissen uit Eindhoven en omgeving
nauwer werden aangehaald. Isaac die opgeleid was door en op het atelier van
zijn oudere broer Adriaan, werd in 1643 na zijn leertijd volbracht te hebben
als lid in het schildersgilde van Haarlem opgenomen. Het is niet uitgesloten,
dat Isaac rond deze kortere of langere tijd in Eindhoven heeft vertoefd. Was
het misschien ook om gezondheidsredenen dat hij enige tijd naar het zuiden trok
om daar op te knappen? Het zijn allerlei vragen die opdoemen. Isaac stierf al
op 16 oktober 1649 te Haarlem. Hij was 28 jaar oud geworden.
Had Isaac tijdens
zijn verblijf in Eindhoven daar ook creatief gewerkt? Na zijn dood bleven vele
werken van Isaac op het atelier van zijn broer Adriaan achter. Niet alleen was
deze de leermeester van Isaac geweest, maar hij had ook gebruik mogen maken van
het atelier van zijn oudere broer. Waar is dat werk gebleven?

Cornelis Dusart. Kopie
naar een tekening van Isaac van Ostade. 187x243 mmo Deze bevindt zich in Fondation Custodia te Parijs. Dusart heeft vooral getracht er een mooiere tekening van te
maken. Let o.m. op het in het lood plaatsen van de torenspits en op de met stro
gedekte panden aan de rechterkant. Ook hier blijft de vraag rijzen: wat doet
dat wagenstel langs dat riviertje?
Toen Adriaan van
Ostade eind april 1685 te Haarlem overleed en op 2 mei d.a.
v. in de St.-Bavokerk werd begraven, stond kort daarna
een advertentie in de Haarlemse Courant, waarin door de nakomelingen werd
bekend gemaakt, dat werken van de beide broers en veel andere zaken uit het
atelier van Adriaan te koop werden aangeboden. Veel daarvan kwam in het bezit
van de tekenaar en schilder Cornelis Dusart
(1665-1704). Deze was een der beste leerlingen van Adriaan van Ostade. Hoewel Dusart in 1685 nog betrekkelijk jong was, had hij reeds bekendheid als kunstverzamelaar en kunsthandelaar. Hij
kon dus meer dan wie ook weten wat er zoal in het atelier was achtergebleven en
wat daarvan goed in de markt lag.
Opvallend is, dat
al gauw in de kunstwereld bekend was, dat genoemde Cornelis Dusart
er niet voor terugschrok aan schetsen van anderen te werken. Sommige ervan
voltooide hij naar eigen smaak of hij maakte er een kopie van. In 1910
wees de kunsthistoricus A. Wurzbach
er in zijn Niederländisches Künstlerlexikon
nog eens duidelijk op, dat men met deze Dusart
terdege rekening diende te houden, omdat hij op een zeer bedrieglijke wijze aan
tekeningen van andere
meesters werkte, daarvan soms kopieën maakte en er dan de naam van de
oorspronkelijke meester op plaatste. Dit zou bij later ontdekte werken vaak
problemen opleveren.
Doordat de laatste
jaren steeds meer onbekende werken van oude meesters op tentoonstellingen en
veilingen te voorschijn kwamen, werden deze door belangstellenden nauwgezet
bestudeerd. Soms kwamen er albums en mappen tekeningen voor den dag. Van de
inhoud was soms maar een gedeelte gesigneerd en gedateerd. Slechts door vergelijkingen
met reeds gedetermineerde werken konden nieuwe
gegevens worden verkregen.
Een deel van het
bezit van Cornelis Dusart, overleden in 1704, kwam
vele jaren daarna terecht in de verzameling van Adolf Friedrich Reinecke (1753-1838), die secretaris was van het Kabinet
aan het Hof van Mecklenburg-Strelitz. Deze
collectie zou door de nakomelingen nog heel veel
jaren als een gesloten geheel bewaard blijven. In 1978 viel deze verzameling
echter uiteen. De stukken raakten verspreid. Hieronder bevond zich ook een
"dorpsgezicht". Het was een tekening waarop een zware middeleeuwse
kerktoren overheerste. Deze toonde veel gelijkenis met de toren op de tekening,
die in 1917 op een veiling te Frankfurt a.M. door de
Nederlandse kunsthistoricus en verzamelaar Frits Lugt
werd gekocht. Wat later kwam deze tekening in het bezit van het Institut Néerlandais (Fond at ion
Custodia) te Parijs. Deze tekening werd daar al gauw
vanwege stijl en techniek aangewezen als een door G. Dusart
vervaardigde kopie naar een tekening van Isaac van Ostade. Als zodanig werd
deze tekening daarna meermalen geëxposeerd. Niemand wist echter deze kerk te localiseren. Wat wil nu het toeval? De tekening die zo goed
als zeker als voorbeeld voor de hierboven besprokene
zal hebben gediend, werd op 22 juni 1984 verkocht op een veiling van Galerie Kornfeld te Bern, onder de titel "Kirche
und Häuser an einem Dorfbach".
Deze tekening was opgezet met zwart krijt, waana vele
lijnen met pen en bister kleurige inkt werden opgehaald. Het geheel was met dunne sap kleuren en wat gekleurd krijt bijgewerkt. Onderaan
was de tekening
gesigneerd met J. van Ostade. Met dezelfde inkt was
ook een rechthoek om de tekeningen getrokken. Al waren er nu twee op elkaar
gelijkende tekeningen bekend, waarop dezelfde middeleeuwse toren stond
afgebeeld, het localiseren ervan zou nog even een
probleem blijven.
Op 18 april 1977
werd bij Sotheby's-Mak van Waay
te Amsterdam onder nr. 101 van de collectie C.R.
Rudolf een tekening geveild waarop een middeleeuwse kerk stond afgebeeld, die
heel veel overkomst vertoonde met de twee hierboven besproken tekeningen. Ook
deze voorstelling was opgezet met een loodstift, waarna de lijnen met een
bruinachtige inkt waren overgehaald. Verder was deze tekening hier en daar
ingewassen met lichte en donkergrijze tinten.
Links boven op de
tekening stond met een loodstift een woord geschreven. Zou dit een plaatsnaam
zijn? Uit de moeilijk te lezen letters meenden sommigen het woorden Ginderen of Genderen te kunnen
ontcijferen. Toch was men hier de
oplossing nabij. "Gender"
zou het uitgangspunt worden om tot een plaatsnaam te geraken. Ontdekt werd, dat
Gender de naam van het ri
viert je was dat door Eindhoven stroomde. Dan zou de tekening betrekking moeten
hebben op
Eindhoven. Toen werd
in het Rijksprentenkabinet gezocht naar topografische tekeningen, die op
Eindhoven betrekking hadden. In een daar aanwezig schetsboek met stads- en
dorpsgezichten, dat o.m. werd toegeschreven aan de tekenaar, schilder en
graveur Hendrik Spilman (1721-1784). Toen bleek, dat deze kunstenaar dezelfde
kerk had getekend ongeveer van dezelfde plek. De kerk werd getekend vanuit het
noordoosten. Belangrijker nog was, dat op deze aan Spilman toegeschreven
tekening duidelijk de naam Eindhoven te lezen stond.
Omdat de
voorstellingen van Van Ostade en van Spilman ongeveer
een eeuw na elkaar zijn ontstaan, waren er natuurlijk wijzigingen in het
stadsbeeld gekomen. Zo was er om het kerkhof dat rond de kerk gelegen was een
muurtje geplaatst en waren er bomen op het kerkhof komen te staan. Een
duidelijk herkenningsteken op de tekeningen is het merkwaardige luikje aan de
linker daklijn

Isaac van Ostade. De middeleeuwse St.-Catharinakerk
te Eindhoven gezien vanuit het
noordoosten. Thans hoek Jan van Lieshoutstraat/Ten
Hagestraat. De tekening werd
vroeger elders aangeduid met "Kirche und Häuser
an einem Dorjbach", 163x225 mmo
Thans in het J.
Paul Getty Museum te Malibu
in Californië.
van de torenhelm. Bij nadere vergelijking valt
tevens op, dat hij die aan de tekening van Isaac van Ostade had gewerkt en er
ook een kopie van had gemaakt, zelf nooit in Eindhoven is geweest. Hij heeft
waarschijnlijk de modderige, onverharde weg in zijn fantasie omgetoverd tot een
riviertje. Hierdoor kreeg de de tekening natuurlijk
een verkeerde benaming. Ook op oude stadsplattegronden is nergens te bespeuren,
dat hier ooit een riviertje heeft gestroomd.
De tekening, die in
1984 te Bern werd geveild, kwam in het bezit van The J. Paul Getty Museum te Malibu in Californië, waar de tekening deze zomer was tentoongesteld
in zaal 223 tussen tekeningen van andere oude meesters.
Met uitzondering
van het gefantaseerde, blauwingekleurde riviertje geeft deze tekening een goed
beeld hoe Eindhoven er in de eerste helft van de 17e eeuw moet hebben uitgezien.
Datzelfde kan ook gezegd worden van de tekening die
Isaac van de kerk
maakte gezien vanuit het noordwesten vanaf de brug, die
hier vroeger lag over het water van de stadsgracht aan het begin van de Grote
Berg. Dat we hier te doen hebben met dezelfde kerk is duidelijk te zien aan de
opbouw van de zware, bijna romaans aandoende toren. De toren heeft drie
geledingen. De middelste daarvan is door twee lisenen
opgedeeld in drie spaarvelden, die van boven zijn afgedekt door een
rondboogfries. In de bovenste geleding bevinden zich twee gekoppelde vensters,
die in latere tijden van galmplanken werden voorzien, omdat daar de klokken
hingen. Op oude stadsplattegronden is

Uit: "Het verheerlijkt Nederland" (1745-1775). Uitg. Tirion, Amsterdam. De kerk te Eindhoven 1738; gravure nr.
148. Waarschijnlijk naar een tekening van Hendrik Spilman. Zie
Rijksprentenkabinet, Amsterdam "Schetsenboek Spilman".

lsaac van Ostade. De middeleeuwse St.-Catharinakerk
te Eindhoven gezien vanuit het
westen. 145x210 mm. Thans in particulier bezit
te Amsterdam.

C.R. T. Kraijenhoff. Detail van de kaart uit het rapport aan
het Staatsbewind der Bataafse Republiek omtrent het
bevaarbaar maken der rivieren de Dommel, de Aa en de Run of Ley.
L803. Rijksarchief in Noord-Brabant, 's-ertogenbosch.

Peter Schatborn. "Tekeningen
van Adriaen en Isack van
Ostade". Bulletin van het Rijksmuseum. Jaarg.
34. 1986,
nummer 2. Uitgave Staatsuitgeverij, Christoffel Plantijnstraat I,
2515 TZ, 's-Gravenhage.
ook te zien, dat er tussen kerk en stadsgracht
aan de rechterzijde van de Torenstraat (later Achterkerkstraat,
Kerkstraat) slechts enkele woningen stonden. Halverwege de Torenstraat lag een
waterput voor gemeenschappelijk gebruik. Van deze put bevinden zich nog
restanten onder het wegdek van de Kerkstraat ongeveer ter hoogte van het
poortje naast de huidige pastorie. Deze hierboven besproken tekening bevindt zich in Amsterdam en is in particulier bezit.
Merkwaardig is tevens dat zich op de achterzijde van deze tekening een schets
bevindt van een put, waarnaast een stellage staat van takken waaraan een druiven wingerd is bevestigd. Deze opzet vormt het
centrum van een tekening van de achterzijde van een boerenwoning, met een stal
en een put op de binnenplaats. Deze laatste tekening nr. 6 bevindt zich in de
verzameling van
Chr. P. van Eeghen Jr. te 's-Gravenhage. Mogelijk is dit ook een plekje
van Eindhoven uit het midden van de 17de eeuw.
OSTADE
Het toponiem Ostade
komen we tegen als buurtschap en veldnaam. Soms verandert dit in Ostaij. Rond Eindhoven komen we in ieder geval dit toponiem
tegen:
a. in St.-Oedenrode onder Nijnsel
bij Vressel;
b. in Asten even
ten oosten van de Aa;
c. in Son tegen de noordgrens van voormalige
Woensel, nl. in Ekkersrijt
tussen de toponiemen Hoeven en Kemenade.
In cijns-, verpondings- en
maatboeken komen we van de genoemde drie gemeenten dezelfde verandering in
schrijfwijze tegen. Voor St.-Oedenrode ONstade in 1432,
dat na enkele eeuwen Ostade wordt en daarna Ostaij;
in Asten vinden we in de 15e eeuw eveneens ONstade, dat later wordt Oost-Aden, gevolgd door Ostade; in Son komt ONstade voor in
1437, Ostade in 1648 en Ostaije in 1792.
Het grondwoord van
dit alles is STADE, waarnaast Sta voorkomt en in de Z.Ned. Taal verandert in Staai
(vgl. het Z.O.-Brabants dialect: lade = laai; raden = raaie; gebraden = gebraaie). In
het Middelned. Woordenboek van Verwijs en Verdam
lezen we in deel XV, kolom 407, dat stade, sta en staai dezelfde betekenis hebben: rustig, kalm, blijvende,
goede toestand of goede gesteltenis.In deel X van
datzelfde woordenboek staat in kolom 1704 bij onstade
gebruikt als bijv. naamwoord: ongestadig, wispelturig.
Dit houdt in telkens van staat of toestand veranderen. De gronden die Ostade
heten zijn steeds gelegen dichtbij een rivier(tje) met een meandervormige loop.
In St.-Oedenrode bij de Dommel, in Asten bij de Aa en
in Son bij de Ekkersrijt.
Welk toponiem
Ostade behoorde bij de voorouders van de schilders Van Ostade staat nog niet
vast. Son maakt wel een goede kans.
__________________
Noten
1) "Verzameling van charters en geschiedkundige bescheiden
betrekkelijk de Stad Eindhoven, bijeen verzameld bij gelegenheid van het in
orde brengen van de archieven door W.F. Hermans, lid
van de gemeenteraad te Eindhoven". Deel I in het Streek archief
Zuid
Oost Brabant; deel II momenteel in particulier bezit te Eindhoven.
2) Dr. A. v. d. Willigen (1766-1841) deed veel nasporingen
in de archieven van Haarlem. Zie: "Geschiedenis der Vaderlandsche
Schilderkunst".
3) Gegevens
van J. van Ostade, Keltenstraat 13. Weert. (Familie-archief).
4) Begraafboek nr. 71 van Haarlem, fol. 32 v. Op 27 september 1642
wordt Machteigen Pietersen, "huijsvrouw
van Adryaen van Oostade"
begraven.