Verraden Vertrouwen
1 Inleiding
Incest heeft altijd te maken
met vertrouwen dat verraden wordt. Als kinderlijk vertrouwen en onbevangenheid omslaan
in wantrouwen is er wat gebeurd tussen de (machtige) volwassene en het
(afhankelijke) kind. De volwassene heeft het kind iets ontnomen. Wat? Niet
alleen het spontaan durven vertrouwen op de volwassene, maar ook de kinderlijke
integriteit. Het wantrouwende kind moet om te overleven het opgedrongen geheim
bewaren. Soms wordt het geheim onthuld. Soms is de straf op zwijgen
levenslang. Incest heeft dus te maken
met misbruik van vertrouwen en misbruik van macht. Dit zijn kernbegrippen die
vrijwel in iedere definitie van incest staan. Woelinga definieert incest als
misbruik van macht en vertrouwen door een ouder of gezins- of familielid ten
opzichte van het kind in de vorm van seksuele handelingen of pogingen daartoe,
meestal onder druk van geheimhouding. In de literatuur worden de begrippen
‘incest’ en ‘seksueel misbruik van kinderen’ naast elkaar gebruikt. In dit
hoofdstuk wordt ook het begrip “seksueel misbruik’ gebruikt en daarmee wordt
dan steeds bedoeld ‘seksueel misbruik van kinderen in gezins – of familieverband
door gezins – of familieleden’. De vraag is dan: In welke gezinnen komt incest
voor ? Hoewel er geen duidelijke samenhang is tussen de sociaal-economische
klasse waartoe een gezin behoort en het voorkomen van incest, zijn er wel
omstandigheden te noemen die ‘incestbevorderend’ zijn. Zo zouden kinderen die zonder hun
natuurlijke moeder meer risico lopen seksueel misbruikt te worden. Verder komen
we in onderzoeken vaak tegen dat een veelvuldig afwezige moeder door ziekte of
huwelijksproblematiek van invloed zou zijn op het ontstaan van seksueel
misbruik. Er zijn geen gegevens waaruit blijkt dat incest in bepaalde milieus
meer of minder zou voorkomen. Dit geldt ook voor kerkelijke milieus. Wel zijn
sommige ‘fatsoenlijke’ gezinnen beter in staat de incest te verbergen en zullen
niet zoveel onder de aandacht komen van maatschappelijke instanties. In dit
hoofdstuk wordt de pastorale zorg voor incestslachtoffers en incestdaders
besproken.
2 Incestgezin
Het incestgezin heeft twee
‘gezichten’, net als de incestdader, een binnenkant en een buitenkant, een binnenwereld en een buitenwereld.
1. Onder de binnenwereld wordt de beslotenheid van het gezin verstaan.
Niemand weet wat er zich werkelijk achter de gordijnen afspeelt. Het
incestgezin heeft twee ‘gezichten’, net als de incestdader, een binnenkant en
een buitenkant, een binnenwereld en
een buitenwereld. Onder de binnenwereld wordt de beslotenheid van het gezin verstaan.
Niemand weet wat er zich werkelijk achter de gordijnen afspeelt. De communicatie
in het incestgezin is paradoxaal en
de verantwoordelijkheden lopen door elkaar. Een opvallend kenmerk van een
incestgezin is hoe de leden, vooral de vader, met macht omgaat. Maar ook broers, opa's en ooms kunnen extreem
dominant zijn. Het begrip macht is een neutraal
begrip. Bij seksueel misbruik heeft het begrip een negatieve klank. De
beïnvloedingsmacht van de volwassene wordt misbruikt voor eigen (seksuele)
behoeftebevrediging De daders zeggen meestal het goede met het kind voor te hebben en ze beklemtonen dat ze nooit
hebben gemerkt of gehoord dat het kind de incest niet gewild zou hebben.
Een dader zei eens:
Als mijn dochter mij duidelijk had
gezegd dat ze ‘dat’ niet wilde was ik uiteraard gestopt. Ik wist niet dat ze
tranen van verdriet huilde…
De gezinsleden hebben eigen
omgangsvormen, een eigen taal, die voor buitenstaanders geheim is. In het gezin
hanteren de dader en het slachtoffer veelal ook een eigen taal. Het slachtoffer
weet wat een enkele woord of gebaar van de dader kan betekenen. Het leven van
het gezin achter de gordijnen, de binnenwereld, is verdeeld. De sfeer
onderling in de woonkamer is anders dan in de kinderkamer. De communicatie in
het incestgezin is paradoxaal en de
verantwoordelijkheden lopen door elkaar. De gezinsleden hebben eigen
omgangsvormen, een eigen taal, die voor buitenstaanders geheim is. In het gezin
hanteren de dader en het slachtoffer veelal ook een eigen taal. Het slachtoffer
weet wat een enkele woord of gebaar van de dader kan betekenen. Het leven van
het gezin achter de gordijnen, de binnenwereld, is verdeeld. De sfeer tussen
de gezinsleden, tussen het slachtoffer en de dader, is in de woonkamer anders
dan in de badkamer. Het woord 'douchen' krijt voor het slachtoffer een dubbele
betekenis. Gewone woorden of uitdrukkingen als “Ik kom je zo nog een nachtzoen
geven!” krijgen voor het slachtoffer een andere klank en zij weet wat het
betekent als bijvoorbeeld vader weer boven komt. Sociale contacten met de
buitenwereld zijn niet zelden bedoeld om een beeld voor de buren en de buurt
op te houden. Het lijken goed geïntegreerde gezinnen, die vaak bij allerlei
school - en kerkelijke activiteiten betrokken zijn, maar dat beeld stemt niet
overeen met het wèrkelijke gezin.
2. De buitenwereld, de buurt, de
kennissen en vrienden, de gemeenteleden van de kerk, merken vrijwel niets van
het leven achter de gordijnen. Het gezin is aangepast en de gezinsleden zijn
sociaal, actief op tal van terreinen en kerkelijk meelevend. En als de dan
incest ter sprake komt zal de buitenwereld reageren met ongeloof en verbijstering.
De werkelijkheid is zo schokkend, dat het niet te bevatten is wat er gebeurt
is. Op het moment van de onthulling, als het slachtoffer haar geheim onthult,
zien we vaak het verschijnsel splitsing optreden.
Er zijn familieleden, vrienden, kennissen, gemeenteleden, die spontaan achter
het verhaal van het slachtoffer gaan staan. Er zijn er ook die in de
ontkenningen van de dader mee gaan. We zien dan dat de dader de rol van
‘slachtoffer’ aanneemt of krijgt aangepraat.
Een (ex) echtgenote van een incestdader vertelde:
Mijn man kreeg een
dagvaarding voor incest met zijn veertien jarig nichtje dat bij ons regelmatig
logeerde. Als ze een paar dagen bij ons was misbruikte hij haar in de badkamer.
Het nichtje heeft twee jaar later aangifte gedaan. Vrijwel de hele familie zei
dat het mijn man nauwelijks kwalijk te nemen was. Het nichtje had op haar
jeugdige leeftijd al zo’n ordinaire uitstraling dat zij goed wist wat zij deed.
Ik heb na lang wikken en wegen mijn verhaal aan de voorganger van onze gemeente
verteld. Ik wilde mijn man niet onnodig in diskrediet. De voorganger zei, dat
hij mij allang verwacht had. Mijn man had hem al het ‘verhaal’ verteld. Wat hij
niet had verteld was wat er werkelijk gebeurd was en waar hij voor veroordeeld
was. De voorganger nam mij kwalijk dat ik mij ‘verhardde’ en niet kon vergeven. Hij zei dat hij met
mijn man te doen had. Ik heb de scheiding doorgezet. Van de voorganger heb ik
nooit meer iets gehoord. Trouwens ook niet van mijn schoonfamilie. Alsof ik de
dader ben…
De moeder wordt in de meeste
onderzoeken beschreven als een passieve vrouw, die veel ziek is of afwezig en
die vooral vaak zwijgt. Een veelvoorkomend verschijnsel is dat de dochter langzaam
de verantwoordelijkheden van moeder overneemt. De moeder zou de signalen die
het slachtoffer (ongetwijfeld) uitzendt niet (kunnen) opvangen, negeren of
zelfs de incest oogluikend toestaan. Het blijkt nogal eens dat het slachtoffer
in zo'n geval meer moeite heeft met moeder dan met vader. Het slachtoffer vindt
dat moeder beter had moeten weten.
Een incestslachtoffer vertelde:
Ik heb zo vaak geprobeerd met mijn moeder te praten, maar ‘t was
net of ze niet wilde luisteren. Ik heb haar eens gevraagd of het gewoon was
dat mijn vader zo vaak in de badkamer kwam als ik er bezig was. Ze zei toen
verontwaardigd: “Maar, lieverd, ‘t is toch je eigen vader...” Weet u, ik was
toen veertien. Daarna heb ik nooit meer iets tegen haar gezegd, Ze zou het
nooit begrijpen, nooit willen begrijpen…
In de literatuur, maar ook in de hulpverlening
gaan tal van verhalen en mythes over de moeder in het incestgezin. Veel
hulpverleners wijzen haar als “hoofdschuldige” aan. Zij noemen een aantal
oorzaken waardoor de incest mede door de moeder mogelijk gemaakt zou zijn. 1.
De vrouw zou in seksueel opzicht tekort schieten. 2. De vrouw is zelf in het
verleden misbruikt (en zou daarom onbewust incest in haar gezin in de hand
werken) 3. De vrouw zou er op cruciale momenten niet voor haar kinderen zijn
(bijvoorbeeld ten gevolge van geestelijke
labiliteit b.v. verslaving). Deskundigen zijn het oneens over de rol van
de moeder. Het staat buiten kijf dat steun van de moeder voor het slachtoffer
onontbeerlijk is. Van slachtoffers horen wij nogal eens dat hun moeder weigerde
hen te geloven toen ze de incest naar buiten brachten. De moeders zeggen daarentegen iets anders. Dit
heeft waarschijnlijk te maken met de schokkende ervaring bij de onthulling van
het incestgeheim. We komen in de literatuur minstens vijf typen moeders tegen.
De typen moeders in het incestgezin omschrijft Bruinsma als volgt:
1. De onderdrukte
moeder is vaak zelf ook slachtoffer van de vader van het slachtoffer, haar
echtgenoot, die met zijn macht het hele gezin tiranniseert. Zij staat niet
zelden bloot aan fysieke en seksuele mishandeling. In economische zin is zij
van haar man afhankelijk. In de relatie met het slachtoffer is er vaak sprake
van een rolomkering. Moeder gaat zich
als kind gedragen en de dochter als moeder. Het gevolg is nogal eens openlijke
of verborgen gevoelens van jaloezie ten opzichte van haar kind.
2. De assertieve
moeder voldoet op het eerste gezicht niet aan het beeld dat een buitenstaander
heeft van een moeder van een incestslachtoffer. Daarom vindt ze in de regel
weinig gehoor bij de hulpverlening. Ze stelt zich onafhankelijk op en probeert
zelf de touwtjes in handen te houden. Haar regelzucht leidt op velerlei fronten
tot afstand en verwijdering. Het gevolg is dat haar man (nog) meer aandacht
voor zijn kinderen krijgt.
3. De gewantrouwde
moeder blijkt in veel gevallen al gescheiden te zijn. Ze vertoont in veel
gevallen een wat wrokkende houding, die terug te voeren is op eigen onverwerkte
schuldgevoelens. Zij beschuldigen hun eigen kind nogal eens medeplichtig
geweest te zijn aan de incest. Hun houding roept bij anderen (ook bij
hulpverleners) schuldgevoelens op. Ze blijft zo lang in schuld en wrokgevoelens steken.
4. De schipperende
moeder neigt er toe, net als de onderdrukte moeder, de incest te
bagatelliseren. Ze probeert een compromis tot stand te brengen tussen de
incestpleger en het slachtoffer in de hoop dat het gezin zo bijeen kan blijven.
Zij doet daarom een sterk beroep op de loyaliteit van de andere gezinsleden.
5. De medeplichtige
moeder doet soms vrijwillig, maar
vaak onder dwang mee aan de incest. Ze
kiest partij voor de man en laat het slachtoffer en de andere kinderen in de
steek.
De moeder die niet in het rijtje voorkomt, maar
die ik tòch wil noemen is de onwetende moeder.
Het is gebleken dat een aantal moeders werkelijk van niets van het misbruik van
hun kind(eren) afwist. De incestdader is in staat een incestsituatie te creëren
die voor de meest intieme naasten verborgen blijft.
3 Incestslachtoffer
Seksueel misbruik is zo oud
als deze wereld, maar het heeft zich eeuwenlang aan de openbaarheid onttrokken.
Het taboe is nog maar een tiental jaren geleden doorbroken. Onderzoeken stellen
onomstotelijk vast dat seksueel misbruik geen zeldzaam verschijnsel is. Het
komt voor in alle lagen van de bevolking, zowel in als buiten het gezin.
Seksueel misbruik komt dus ook in kerkelijke kringen voor en er is (tot op
heden) geen studie die aantoont dat het seksueel misbruik in kerkelijke kringen
meer of minder zou voorkomen. De schuld werd ( en wordt) dikwijls bij het
slachtoffer gelegd. Eind zeventiger jaren kwam daarin een kentering. In de
jaren tachtig verschijnen er meerdere studies die het aloude beeld van het schuldige
en medeplichtige slachtoffer bekritiseren. In dit verband wordt vaak de studie
van Draijer aangehaald naar de
omvang, aard en gevolgen van seksueel misbruik bij meisjes. Uit het onderzoek
blijkt dat 15,6% seksueel misbruikt zijn door familieleden.
Het incestslachtoffer zal vroeg of laat signalen
uitzenden. De vraag is: wie vangt die signalen op? Het blijkt dat vrijwel alle
incestgevallen (bijna 90%) aan het licht komen via het slachtoffer of via
vrienden of vriendinnen van het slachtoffer. In enkele gevallen via een of andere ambtsdrager. Zelden wordt in een
eerste contact over de incest gesproken. Er gaat heel wat aan vooraf aan
strijd, angst en verdriet, voor een slachtoffer of een ander gezinslid ook
maar iets aan de buitenwereld durft te vertellen. Vaak is er op vage signalen
niet gereageerd, omdat ze te onduidelijk waren of omdat men er geen raad mee
wist. De capaciteiten van kinderen ten aanzien van waarneming, geheugen, reproduktie
enz. staan ter discussie indien het kind getuige is van een strafbaar feit. De
capaciteiten worden vaak sterk betwist als het kind slachtoffer is van een
zedenmisdrijf. Het gesprek met het incestslachtoffer is een interactief
proces en verloopt via het uitlokken van een spontaan verhaal naar het stellen
van algemene en meer specifieke vragen. Het kind is de informant omtrent zijn
ervaring van een gebeurtenis of situatie en van zijn eigen emoties en gedrag.
Het kind kan dan vage signalen uitzenden, bijvoorbeeld in de vorm van het achteruitgaan
van leerprestaties, teruggetrokken gedrag op school of op een club, vereniging
of catechisatie, een glazige- of afwezige blik tijdens de les of het groepsgesprek,
het afbreken van vriendschappen en het vermijden van lichamelijk contact. Een
ander aspect is de geloofwaardigheid van het incestslachtoffer. Functionarissen
van de Raad van de Kinderbescherming, pedagogen, psychologen, artsen, maatschappelijk
werkers - en hetzelfde kan ook over en gezegd worden - doen er goed aan: 'het verhaal' van het kind niet direct in
twijfel te trekken. De discussie
over de geloofwaardigheid van incestslachtoffers is nog in volle gang. De gevolgen van incest zijn afschuwelijk. Er
is inmiddels veel over geschreven. In vrijwel alle artikelen, boeken en onderzoeken
over incest is te lezen hoe het kinderleven verwoest wordt. Het 'kind' in het
kind sterft langzaam en om te overleven moeten de kinderen zich als
volwassenen gaan gedragen. Dat kan alleen als het zich 'splitst'. Er is een
leven 's nachts met daden die het daglicht niet kunnen verdragen en er is een
leven overdag. De vader 's nachts is een andere vader dan overdag.
Ook jongens kunnen slachtoffer worden van incest.
Inmiddels schat men dat één op de vier à misbruikte kinderen een jongen is.
Deze schatting komt redelijk overeen met bijvoorbeeld van seksueel misbruik die
het Bureau Vertrouwens Artsen in 1994
ontving: bij 26% van de meldingen ging het om een jongen, daarvan was 78%
tussen de zes en achttien jaar oud.
De gevolgen van seksueel misbruik van jongens zijn
groot. De jongen lijdt niet alleen onder het misbruik, maar ook onder de
beelden die de omgeving van hem creëren. Onder het beeld “echte mannen zwijgen”
gaan gevoelens van angst, schaamte en verwarring schuil. Menige jongen krijgt
identiteitsproblemen en worstelt met vragen en gevoelens van ontluikende
homoseksualiteit die hij niet kan of wil plaatsen. Door al deze gevoelens en de
angst dat zijn geheim onthuld wordt raakt de jongen in een isolement. Wanneer
hij tòch de moed heeft zijn geheim te onthullen zal hij nogal eens stuiten op
mensen die hem niet (meteen) erkennen als slachtoffer. Dijkstra spreekt over
het flinkheidsbeeld bij jongens dat
gekenmerkt wordt door: zelfstandigheid, zelfredzaamheid en onkwetsbaarheid. Het
gevolg is dat de “eenzame held” niet in staat is intimiteit met sekse genoten
te delen. Zijn angst is dat het seksueel misbruik zijn mannelijkheid zou
diskwalificeren. Immers: “Echte mannen worden geen slachtoffer!” Seksueel
misbruik werkt bij jongens en meisjes door in hun relaties. Het is moeilijk een
relatie aan te gaan en moeizaam om de relatie te onderhouden. Vaak is de
relatieproblematiek de reden van een eerste contact met de predikant. Achter de
relatieproblematiek schuilt dus een wereld aan verwarring en verdriet. Incest
is een misdrijf en van dit misdrijf kan aangifte gedaan worden. In de regel is
het zo dat hoe ouder het kind hoe meer het ook bij een discussie over een
eventuele aangifte betrokken kan worden. Voor jonge kinderen geldt in de regel
dat het misbruik stopt als er (een dreiging) van aangifte is. Voor oudere
kinderen en volwassenen geldt dat zij beslissen of er aangifte gedaan wordt of
niet. Ook bij verjaarde misdrijven is het mogelijk aangifte te doen. Dit kan
een therapeutische werking hebben. Voor de procedure rond aangifte verwijs ik
naar het boek Eens een dief, altijd een
dief…!?
4 Incestdader
De incestdader is: de
vader, broer, pleegvader, opa, oom of
andere tot het gezin of de familie behorende persoon. In de regel wordt het
functioneren van het gezin in sterke mate bepaald door zijn gedrag. De daders
benaderen het kind als een kleine volwassene en belasten het met ervaringen,
gevoelens en verantwoordelijkheden die de leeftijd verre te boven gaan. We
noemen dit verschijnsel parentificatie.
Het kind neemt onbewust steeds meer de plaats in van de huwelijkspartner. Zo mist het kind een (gedeelte van) zijn
jeugd.
Wie zijn de mannen die
incest plegen? In de literatuur komen we een aantal 'typen' incestdaders
tegen. Een in Nederland veel gehanteerde indeling is van de psycholoog Bullens. Daders komen volgens hem uit
alle lagen van de bevolking. Bullens onderscheidt vier typen daders respectievelijk:
de autoritaire-, de kinderlijke-, de gelegenheids- en de geperverteerde incestdader.
Hij stelt dat er één algemeen kenmerk bij de incestdaders is: namelijk het
misbruik van macht.
1. De autoritaire dader: de autoritaire dader heeft binnenshuis veel
macht en maakt er gebruik van ten koste van anderen. In het gezin heersen nogal
eens uitgesproken meningen over mannelijkheid, vrouwelijkheid en seksualiteit.
Er lijkt een vermeend recht op seksualiteit te bestaan bij de mannen binnen
deze gezinnen. Toch schijnt de bevrediging van machtsgevoelens belangrijker te
zijn dan de bevrediging van seksuele gevoelens.
Een incestdader vertelde:
Ik zei gewoon "Naar boven !"
Dan begreep ze het wel...
Neen, weerstand heeft ze nooit
geboden...
Waarom vraagt u dat eigenlijk ?
2. De kinderlijke dader: in tegenstelling tot de autoritaire dader stelt
de kinderlijke dader zich meer passief en afhankelijk op. Hij gedraagt zich
als "kind onder de kinderen". Hij beschouwt het slachtoffer als
plaatsvervangende partner, waarbij het kind zowel voorziet in seksuele- als in
emotionele behoeften (parentificatie).
De slachtoffers worden ingepakt met mooie woorden, extra verwachtingen,
aandacht en krijgen daardoor het gevoel dat er ook iets van hèn wordt verwacht.
In tegenstelling tot de autoritaire dader kan er toch ook sprake zijn van een
affectieve relatie tussen vader en dochter.
Een incestdader vertelde
Ach, we waren zo goed samen.
We voelden elkaar aan.
Met m'n dochter kon ik meer bespreken
dan met m'n vrouw...
Ja, we deden samen boodschappen, we
kookten samen,
we zorgden samen voor de was...
Toen 'het' ontdekt werd zei mijn vrouw:
"Ik heb het altijd wel geweten..."
3. De gelegenheidsdader:
deze daders hebben zichzelf, veelal onder invloed van alcohol of na het lezen
van pornoboekjes, niet meer onder controle en kunnen tot incestueus gedrag
komen. Zij worden gekenmerkt door een slechte driftbeheersing.
Een dader vertelde:
Ja, ik huurde regelmatig een
pornofilm...
Ging ik lekker kijken, 's avonds, als
mijn vrouw aan het werk was...
Toen, met die drank in mijn kraag is het
gebeurt...
4. De geperverteerde dader: deze daders komen wij vooral in de penitentiaire
inrichtingen regelmatig tegen. Zij plegen incest vanuit een
psychopathologische achtergrond. Vaak is er sprake van een duidelijk aanwijsbare
persoonlijkheidsstoornis. Zij gebruiken nog al eens geweld vanuit hun
pathologie, waarbij het misbruik vaak met fysieke- en geestelijke mishandeling
van het kind gepaard gaat.
Een slachtoffer vertelde:
Weet u, dominee, eerst had ik een paar
maal per week last van mijn broer.
Toen mijn vader erachter kwam wilde hij
'het' ook.
En, hij wilde steeds meer...
Toen die abortus ter sprake kwam was hij
het slachtoffer en iedereen geloofde hèm...
Incestdaders zijn in het
eerste gesprek vaak gespannen, huilerig en de wanhoop nabij. Gelijk een
betrapte fraudeur zien zij plotseling hun sociale bestaan ondermijnd. Naar
welke kant ze zich ook wenden, overal: in het gezin, de familie- en vriendenkring,
op het werk - en in de kerkelijke gemeente dreigen gezichtsverlies, verachting
en uitstoting. Geslagen, doch niet verslagen, probeert de incestdader de ander,
de bijvoorbeeld, van meet af aan in te
zetten voor hun bedreigde belangen. Daartoe leggen ze verontschuldigende verklaringen voor de incest af en dingen af
op de ernst van het gebeurde. De
incestdader maakt gebruik van afweermechanismen om hun daad te ontkennen. Enkele afweermechanismen zijn:
1. Rationaliseren: het proces van rationaliseren komt veelvuldig voor
bij incestdaders. De rationalisatie vervangt als het ware de werkelijke reden
van het gedrag omdat deze te confronterend of te pijnlijk is om tegenover
zichzelf of tegenover anderen te erkennen. Het rationaliseren heeft als functie
het verklaren, goed praten, verontschuldigen, rechtvaardigen en
bagatelliseren van het verwerpelijke gedrag. De vader kan zijn kind
(be)dreigen met geweld of chantage: 'Als
je iets zegt breek ik allebei je benen.'; 'Als je iets zegt, kom ik in de gevangenis': 'Jij bent pappa's liefste meisje...'.
Een dader vertelde:
Ja, beste dominee, 't klink allemaal wat
zwaar...
Maar, ik ben niet haar eigen vader, maar haar pleegvader.
En bovendien had ze de nodige ervaring, om het zo maar te
zeggen...
Meisjes van vijftien zijn al hele vrouwen...
2. Beschuldigen: het komt nogal eens voor dat de incestdader zijn
slachtoffer beschuldigt, alsof zij de aanleiding geweest zou zijn voor de
incest. Veel incestdaders voelen zich hun hele leven emotioneel tekort gedaan.
Doorgaans zoeken ze de schuld bij een vrouw: hun moeder, vrouw of dochter. Bij
nadere beschouwing blijkt echter, dat dit gevoel veelal voortvloeit uit het
feit dat ze in hun jeugd de steun hebben gemist van een vader(figuur), met wie
zij zich hadden kunnen identificeren. Ze hebben hierdoor onvoldoende
eigenwaarde kunnen ontwikkelen. Op de lagere school werden ze door andere kinderen
geplaagd, waardoor ze zich eenzaam zijn gaan voelen en zich steeds meer hebben
teruggetrokken in hun eigen geïdealiseerde fantasiewereld.
Een incestdader vertelde:
Een meisje van dertien, maar je geeft ze achttien.Ze is de
dochter van mijn tweede vrouw.Ze liep ‘zomaar’ door het huis: naakt van de
badkamer naar de slaapkamer. Nou, u bent toch ook een man, is het dan mijn
schuld dat ‘zoiets’ gebeurd is...?
3. Ontkennen: de incestdader kan op verschillende manieren ontkennen
dat hij voor het gebeurde verantwoordelijk is, zelfs al bekent hij dát er
incest is gepleegd. Vanuit zijn standpunt gezien is die houding heel begrijpelijk.
De incestdader heeft immers veel te verliezen.
Een incestdader vertelde:
Ze is nu vijftien en ze
tippelt al. M’n eigen dochter prostituée.
En u wilt suggereren dat
ìk daar iets mee te maken heb?
Neen, dominee...
4. Godsdienstige motieven: het algemeen incestverbod in Leviticus 18:6
laat geen enkele twijfel toe. Incest is een grote zonde en er is sprake van
meervoudige ontrouw. De incestdader heeft het verbond met de Here, zijn
echtgenote en zijn kind geschonden door te zondigen tegen het zevende gebod. En
hoe kan het kind het vijfde gebod - Eert
uw vader en uw moeder - naleven?
Godsdienstige
afweermechanismen worden vrijwel niet in de literatuur vermeld. De
incestdader kan zich beroepen op Gods vergeving en 'vlucht' daardoor uit ieder
gesprek. Hij hanteert rigide religieuze waarden en normen. Maar zijn eigen onverantwoorde
daden staan haaks op deze principes. Door afweermechanismen, zeker ook door
godsdienstige afweermechanismen in woorden waarmee het slachtoffer vertrouwd
is, maakt de dader het slachtoffer mede verantwoordelijk en bereikt dat zij
blijft zwijgen.
Een gedetineerde vertelde:
Ik ben weer zo gelukkig, dominee...
De Here heeft mijn tranen gezien...
Als de muren van mijn cel konden spreken...
Maar, de Hemelse Rechter heeft mij vergeven.
Wat kan de aardse rechter dan nog doen...?
Het is bekend dat en hebben gehoord hoe incestdaders
met hun dochter voor- of na het misbruik hebben gebeden. Het komt voor dat de
dader na het misbruik samen met het slachtoffer vergeving vraagt, daarbij
vergetend dat het kind heeft tegengestribbeld.
De dader kan zijn macht op
vele fronten laten gelden. In het gezin heeft hij depositie als ‘hoofd”. Hij
zit aan het hoofd van de tafel en begint de maaltijd en sluit de maaltijd af.
Het kan zijn dat de dader ook dan bijbelgedeelten leest die voor het
slachtoffer zeer kwetsend en bedreigend zijn. Bijvoorbeeld teksten die over
"hoererij" gaan. Het volgende voorbeeld kwam op een symposium ter
sprake.
Een incestdadertherapeut vertelde:
De dader brengt hoererij te pas en te
onpas ter sprake. Soms doet hij dat "onopvallend", door zijn dochter
aan te kijken als aan tafel een bijbelgedeelte wordt voorgelezen: “Zij verliet
ook haar hoererijen niet; gebracht uit Egypte; want zij hadden bij haar in haar
jeugd gelegen, en zij hadden de tepels haars maagdoms betast, en zij hadden hun
hoererij over haar uitgestort.”(Ez.23:8 SV).
5 Incest in de gemeente
Wanneer incest in de gemeente
bekend wordt zien we meestal twee verschijnselen die ik zou willen noemen: de klap en de splitsing. De gemeente leek zo 'gewoon'. Er waren geen problemen en
zeker niet bij dàt kerkelijk meelevend gezin waar nu incest is voorgekomen. Het
leek een gewoon gezin, maar dat was
het natuurlijk niet. Er was leven achter de gordijnen waar vrijwel niemand weet
van had en dat gedomineerd werd door een ‘man met twee gezichten’. Wat merken
de en de gemeenteleden het eerst in de
gemeente? In de eerste plaats is de
gemeente verdoofd door de klap.
Niemand verwacht zoiets in dat ‘keurige’ gezin en niemand had ook maar kunnen
vermoeden dat ‘die broeder’ tot ‘zoiets’ in staat zou zijn. Op de klap volgt
vaak het ongeloof en de ontkenning. Deze
ontkenning gaat te allen tijde ten koste van het slachtoffer, die zich voor een
tweede maal misbruikt voelt. De mensen gebruiken om de werkelijk (in eerste
instantie) te ontkennen uitspraken als: “Tegenwoordig hoor je zo veel
verhalen.” Je hoort en ziet niet anders dan incest. Wat er allemaal op de t.v.
komt. Zouden die kinderen niet op ideeën gebracht worden?” Voor
een en de kerkenraad kan de klap extra pijnlijk zijn. Het gaat
bijvoorbeeld om één van zijn kerkenraadsleden, de organist of de koster. Dat
zijn de mannen en broeders met wie hij uit de Bijbel las, bad, aan het Heilig
Avondmaal en sprak over moeilijke pastorale problemen in de wijk.
Het tweede wat wij heel vaak tegenkomen is splitsing op vrijwel alle
lagen in de gemeente. De ene partij roept: “Zo'n man moet nog een kans hebben.
We bidden toch het ‘Onze Vader’ met de bede ‘gelijk ook vergeven onze
schuldenaren'. En bovendien 't is toch een vader, een ouder, het hoofd van het
gezin, noem maar op...” De andere partij roept: “Dit kan niet, dit mag niet,
ook niet in de kerk. Zeker niet in de kerk! Die man moet òòk onder de tucht van
de ‘aardse rechter’, op zo'n zonde, zo'n misdrijf, moet gewoon ook straf
volgen!”
6 Pastorale zorg voor het
incestslachtoffer
Incestslachtoffers
ervaren het als een soms niet te nemen hindernis om over hun geheim te praten.
Ze raken in de crisis of disclosure.
Daarbij komt dat ze, zo lezen wij in vele levensgeschiedenissen, niet altijd
worden gelooft door hulpverleners, onderwijzers of en. Een probleem bij het
signaleren van incest is dat men het pijnlijke gegeven moet kunnen en willen
geloven dat 'het' voorkomt, ook in christelijke gezinnen. De
geïnterviewde en waren zich er in de regel wel van bewust dat incest ook in
christelijke gezinnen voorkomt.
Er zijn drie vormen van
incest te onderscheiden; 1. actuele incest; 2. voormalige incest en 3.
vermoedens van incest.
1. Wanneer men met actuele incest geconfronteerd wordt zal
een aantal signalen opvallen. Het is goed zich vooraf te realiseren dat veel
van de vrouwen, die als kind seksueel benaderd of misbruikt zijn, hebben
gezwegen. Het opvangen van signalen bij meisjes in de puberteit of de adolescentie
is lastiger dan bij jongere kinderen. Ook in gevallen van ernstig en langdurig
misbruik is er oppervlakkig gezien 'niets' aan de slachtoffers te merken, wel
kunnen zij soms een wat geïsoleerde en depressieve indruk maken, die ook bij
niet seksueel misbruikte leeftijdgenoten wel kan voorkomen. Wat wij als een
van de schrijnendste kenmerken van het slachtoffer vaak tegenkomen is het
verhaal dat zij geen jeugd hebben gehad. Veel kinderen hebben zich eenzaam
gevoeld. Na het bekennen (of onthullen) van het geheim kan de relatie met
gezins- en familieleden verbroken worden. Niet zelden wordt het slachtoffer
verweten dat zij de oorzaak van alle ellende is. Het meisje kan op minstens drie manieren tot de onthulling van het
incestgeheim komen:
1. Ze kan de stap zetten om
naar de te gaan. De confrontatie met het incestslachtoffer kan
bij de ander gevoelens oproepen van woede, onmacht, walging, gêne, ongeloof
en verontwaardiging. De (of een ander
gemeentelid) voelt zich vaak overrompeld als hij van de incest in zijn gemeente
hoort. "Hoe is dat mogelijk in dat gezin?" Vanuit een gevoel van ongeloof of verbijstering
kan hij het te snel opnemen voor de 'keurige vader'. Om met het
incestslachtoffer in gesprek te blijven dient men zich van zijn taalgebruik
bewust te zijn: gebruik de taal, de woorden, die bij de leeftijd van het kind
passen, uit haar 'wereld'. Gebruik geen moeilijke woorden, praat niet te
verhullend of alleen in de 'tale Kanaäns'. Luister naar het verhaal achter de
signalen van het slachtoffer. Probeer niet in één keer de 'kluwen' van
relaties, coalities en belangen in het gezin te ontwarren.
2. Op een minder rechtstreekse
manier, kan ze signalen afgeven in de vorm van een slechte lichaamsverzorging,
eetstoornissen, zelfverminking, suïcidepogingen, psychosomatische klachten
(bijvoorbeeld migraine, insulten, verlammingen), depressiviteit, obsessies,
dwangmatige handelingen, nachtmerries en angsten (in het bijzonder voor mannen
en voor intimiteit).
3. Het meisje kan ook acting-out gedrag gaan vertonen zoals:
seksueel delinquent gedrag, van school spijbelen of de school verlaten,
extreem uitdagend of provocerend gedrag of drugsmisbruik.
Een incestslachtoffer vertelde mij onlangs:
Ja, dominee, u werkt ook in de
gevangenis.
Dan zal u wel wat gewend zijn.
Ik schreef u al, dat ik moeder van tien
kinderen ben.
Maar vraag me niet hoe ze er gekomen
zijn.
Ik durf mij nog steeds niet in aanwezigheid
van mijn man uit te kleden...
Mijn vader zij altijd dat ik zo'n
"slavenkoppie" had.
Daarmee bedoelde ik, dat ik voor mannen
zo begeerlijk was.
Wat hij niet wist was dat mijn opa mij
op mijn twaalfde heeft verkracht
en dat hij doorging tot ik het huis
uitging...
Nee, ik ga niet naar iemand "uit de
wereld", zelfs niet naar de GLIAGG.
Ik ben trouw aan mijn man en kinderen,
Maar gelukkig ben ik niet.
Mag ik af en toe eens bij u komen
praten, zo een maal in de maand?
Ik mag alleen op zaterdagavond, helaas.
De andere dagen is mijn man weg voor de school en de kerk...
2. Van voormalige incest spreken we als het slachtoffer op latere leeftijd
haar geheim alsnog durft te onthullen. De incest kan kortere- of langere tijd
geleden gepleegd zijn en dan spreken we van voormalige
incest. Men wordt misschien nog wel het meest geconfronteerd met voormalige incest. In het pastoraat
komen zij veelvuldig vrouwen tegen die in het verleden, variërend van enkele
jaren tot vele tientallen jaren geleden, seksueel misbruikt zijn.
De reden dat zij om
(pastorale) hulp vragen zijn vaak huwelijksproblemen, die niet zelden op het
terrein van de seksualiteit tussen vrouw en man liggen of schuldgevoelens
over hun verleden. Een andere reden kan zijn dat het slachtoffer van voormalige
incest aan een psychische stoornis lijdt en ambulant- of klinisch behandeld
wordt.
In nogal wat gevallen blijkt
dat de incestdader, soms vele jaren geleden, is overleden, maar de woede,
schaamte of schuldgevoelens zijn nog aanwezig. Het geheim wordt zorgvuldig
bewaard en veelal weet zelfs de echtgenoot niet van 'dat' verleden. Hoe komt
het dan dat de vrouwen alsnog naar de stappen
om over hun jeugdervaringen te praten? Zoeken zij verzoening met het verleden
? Moesten zij 'het' verzwijgen van moeder? Kunnen ze het niet hebben dat vader
'gewoon' doet ? Zijn ze bang dat hùn kinderen door opa misbruikt worden? Het zijn allemaal reële vragen van vrouwen,
die 'het' toch nog eens willen bespreken, bijvoorbeeld met een, in de hoop
dat ze nu voor het eerst of eindelijk gehoord en begrepen worden. Voormalige incest komt voor en in
overleg met het incestslachtoffer, de overige gezinsleden, binnen de mogelijkheden
van de pastorale zorg en de therapeutische behandeling moet bekeken worden hoe
het incesttrauma verwerkt kan worden.
3. Bij vermoedens van incest dient men zich af te vragen of we te maken
hebben met een situatie waarin kinderen mogelijk bedreigd en misbruikt worden.
Vermoedens van incest kunnen bij tal van mensen die met het kind, het mogelijke slachtoffer, te maken hebben
ontstaan: op school, zondagsschool, catechisatie, club- of vereniging. Eén of
beide ouders of andere gezinsleden, vrienden of buren, leiders van clubs- en
verenigingen en de kunnen vermoedens krijgen als zij met het
kind omgaan. Die vermoedens kunnen de
ter ore komen of aan hem bekend worden gemaakt. Het is voor de bijzonder moeilijk om na te gaan of hij met
vermoedens - of met werkelijke incest te maken heeft, omdat hij in veel
gevallen alleen informatie krijgt van het slachtoffer.
7 Pastorale zorg voor de incestdader
Als dan zijn 'geheim'
openbaar wordt, als een ander zegt Gij
zijt die man ! (II Sam.12:7), dat kan een kreet van zijn slachtoffer, een
rechercheur of een zijn, zou hij zich
schuldig moeten voelen. Zijn geweten zou hem moeten aanklagen, hem onrustig
moeten maken, maar tal van afweermechanismen worden gebruikt om het gewicht van
Nathans woorden te ontkrachten. Zo
wordt zijn kind vaak voor een tweede maal verkracht.
In onze titel "Gij zijt die man!" ligt
besloten dat wij de incestdader, de (stief)vader, broer, oom of grootvader, verantwoordelijk
houden voor zijn daden. Er kunnen omstandigheden zijn die een (mis)daad
verklaren, maar die pleiten niet vrij. Zoals David door Nathan werd
aangesproken op zijn overspel met Bathseba (II Sam.12:7a), zo zal de zijn gemeentelid in een vergelijkbare
situatie moeten aanspreken. Het is de dader die zorgvuldig een strategie
uitzet om het kind te verleiden en te misbruiken. Zijn daad is zonde en het
gevolg van een vrije, maar kwade keuze.
De ontmoet de incestdader doorgaans in een
pastorale relatie en er is dan sprake van een geloofsgesprek. In zo'n gesprek en achter het aanspreken op de zonde van incest horen
we ook: U bent niet alleen; U behoort er
ook bij. Men moet de incestdader confronteren met zijn schuld tegenover
de Here, zijn kind, zijn vrouw en gezin
en de gemeente. Maar hij moet ook zijn angsten en verlangens kunnen bespreken
en er moet ruimte zijn voor bemoediging, troost en uitzicht. Men is luisterend
bij de ander, maar spreekt ook aan namens dè Ander. Vanuit deze pastorale
grondhouding worden dan levensproblemen, angsten en verlangens, besproken.
Die ruimte is er ook, want alle leden van de gemeenschap ervaren steeds weer
dat zij worden aangevochten door de zonden en door het lot, door de moeiten en
het lijden. De zonde is gèèn lot, maar keuze en dáárom ook schuld, die dient te worden beleden voor de
Here en de naaste. Als de verloren zoon thuiskomt, belijdt hij: Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel, en
voor u (Lukas 15:21). En, als David, na de ontmaskering door Nathan,
ontdekt wat hij heeft misdaan, roept hij uit: Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd en gedaan, dat kwaad is in Uw ogen
(Psalm 51:6).
Wanneer men de incestdader
ontmoet is inzicht in de motieven die geleid hebben tot de incest van wezenlijk
belang voor de voortgang van de (pastorale) relatie. De misbruiksituatie wordt
door de jaren heen opgebouwd. In het gesprek met de incestdader is een van de
moeilijkste punten het omgaan met afweermechanismen. Wij hebben in onze
contacten met incestdaders onderstaande vragen één of meerdere malen gesteld:
U zegt dat de Here God u reeds vergeven heeft. Ik kan me
voorstellen dat zo’n boodschap bevrijdend werkt. Op welke wijze hebt u uw
gezinsleden in uw relatie met de Here laten delen?
Het valt me op dat u veel teksten uit de Bijbel citeert. Van
welke tekst wordt u nu stil?
Ik zie u veel huilen, tranen van berouw, ook in dit gesprek,
en u bent ook in een situatie om te huilen. Wat zeggen die tranen nu eigenlijk
over uw dochter?
Als we in gesprek raken met
de incestdader kunnen schuld en vergeving ter sprake komen: Het gesprek over schuld en vergeving is moeilijk en moeizaam, omdat de incestdader in de
regel zich niet bewust is van zijn schuld of deze zal verschuiven of
ontkennen. Wanneer de ander naar de incestdader heeft geluisterd en de schuld
en vergeving ter sprake zijn geweest is er in vele gevallen een scharniermoment. Dit moment kan
alleen de incestdader aangeven. Is het mogelijk dat hij zijn schuld ten volle
belijdt, daar ook de verantwoordelijkheid voor neemt en de gevolgen onder ogen
ziet ? Uit wat hij met zijn schuldgevoelens ten opzichte van God, het
slachtoffer en de gemeente heeft gedaan zal blijken of er - op welk niveau dan
ook - vergeving en aanvaarding mogelijk zijn. Op grond van het Evangelie mag de
incestdader na het belijden van zijn schuld tegenover de Here, het slachtoffer
en de gemeente, zich door God aanvaard weten.
Maar de gemeente kan grote moeite hebben met het ('tempo' van)
schuldbesef en schuld belijden van de dader. Het slachtoffer heeft veelal meer
tijd nodig dan de incestdader als het om vergeven, aanvaarden en verzoenen
gaat. In vele gevallen moeten incestslachtoffers zich onder langdurige
psychotherapeutische behandeling stellen en is hun eerste doelstelling het
leren verwerken van eigen verwondingen en littekens. In het zoeken naar
mogelijkheden om verder te leven met de mogelijkheden die het slachtoffer
heeft kan het voorkomen dat er (voorlopig) geen plaats meer is voor de dader
in het leven van het slachtoffer. Hij is het immers die de verwondingen en
littekens heeft toegebracht.
8 Pastorale zorg voor het incestgezin
Men komt in de regel eerst
in contact met het incestslachtoffer. Na dit (eerste) contact komt men
vrijwel onmiddellijk voor de keuze te staan of men in staat en bereid is om het
incestslachtoffer, de incestdader, de moeder en eventueel andere gezinsleden te
(blijven) begeleiden. In de reguliere hulpverlening is al langere tijd sprake
van een drie- of meersporenbeleid in de opvang- en begeleiding van incestgezinnen.
In dit beleid worden het incestslachtoffer, de incestdader en andere gezinsleden
apart begeleid. Trefwoorden die wij voortdurend in deze benadering tegenkomen
zijn loyaliteit en binding. Het meersporenbeleid krijgt gestalte
in de eenheid van (instellings) doelstelling, afstemming van de
theoretische- en therapeutische motieven van behandelaars en de concrete
invulling van de hulpverlening. Kortom:
De reguliere hulpverlening is zich ervan bewust dat het begeleiden van meerdere
leden van het incestgezin door één hulpverlener onmogelijk en zelfs
onverantwoord is.
Over de als 'pastorale hulpverlener' zou hetzelfde
gezegd kunnen worden. Hij ziet zich in vrijwel alle gevallen genoodzaakt om
meerdere leden van het incestgezin pastoraal te begeleiden. Op grond van het
bovenstaande en uit ons onderzoek moeten wij zeggen dat dit voor hem eveneens
bijna onmogelijk en zelfs onverantwoord is. Het incestslachtoffer heeft veelal
medische- en?of psychotherapeutische hulp nodig. De moeder en de andere
gezinsleden worden nogal eens bij een dergelijke therapie betrokken. De vader
kan op het bureau zitten of in het huis van bewaring en later in een
gevangenis. De zal door middel van
bijvoorbeeld collegiale samenwerking, samenwerking met ambtsdragers uit de
gemeente en samenwerking met reguliere hulpverleningsinstellingen, een pastoraal meersporenbeleid moeten
creëren. Op deze wijze kan hij verantwoord pastorale zorg verlenen en beschermt
hij zichzelf tegen mogelijke (over)-identificatie met het incestslachtoffer
of de incestdader.
9 Pastorale zorg voor de gemeente
Leden van de gemeente kunnen
zich nauw met het incestgezin verbonden voelen en daardoor een terugkeer van de
incestdader in hun gemeenschap als onoverkomelijk ervaren. Het is de taak van de
, al of niet met deskundigen van reguliere hulpverleningsinstellingen, om samen
met de dader te zoeken naar mogelijkheden om de verstoorde verhouding met de
Here God, het slachtoffer, de overige gezinsleden en de gemeente te herstellen.
Zowel de dader als het slachtoffer moeten leren leven met een stukje
geschiedenis. Relaties tussen christenen mogen zich niet afspelen in de sfeer
van be- en veroordeling. Wanneer iemand zijn schuld uitgesproken en beleden
heeft is de aanvaarding in de gemeente van belang. In de rechtvaardiging van
de goddeloze wordt zichtbaar de aanvaarding
van de mens. Aanvaarding doorbreekt de angst en geeft 'moed om te zijn': Daarom neemt elkander aan, gelijk ook
Christus ons aangenomen heeft, tot de heerlijkheid Gods (Rom.15:7).
Een incestdader vertelde:
Tijdens mijn detentie kwam mijn ‘eigen’ dominee maandelijks
op bezoek. Dat vond ik heel fijn, want met wie zou ik in de gevangenis over
mijn zonden kunnen praten... ? Hij heeft
mij ook opgevangen toen ik na bijna twee jaar gezeten te hebben naar huis
mocht. Dat was ook voor mijn vrouw een grote steun, want het hele dorp praatte
erover. Na verloop van tijd heb ik schuld beleden voor de kerkenraad en later,
met de dominee erbij, ook voor mijn dochter...Ach, dominee, er blijven
littekens, grote littekens, maar er is weer een begin en ik hoop en bid dat ik
weer een echte vader mag worden...
10 Preventie
Preventie begint bij het erkennen dat incest
overal kan voorkomen. De gemeente is daarbij niet uitgezonderd. Er is veel literatuur
om zich in dit onderwerp te verdiepen. Naast de wetenschappelijke onderzoeken
en de meer populair wetenschappelijke boeken, heeft een aantal kerken inmiddels
handleidingen, brochures of anderszins adressen en materiaal ter beschikking om
de en de gemeente te helpen incest
bespreekbaar te maken. De en de
kerkenraad hebben een aantal 'middelen' tot zijn beschikking om incest
bespreekbaar te maken. Naast de preek is er de catechese, de verenigingen en
gespreksgroepen en het kerkblad. Vooral ook in het individueel pastoraat kan
hij preventief werken. Het praten met - en preken over is een essentiële
bijdrage om het taboe op incest te doorbreken, de zonde te bestrijden en zo
veel mogelijk uit te bannen.
11 Samenvatting
1
1
Incest is een zonde èn een misdrijf;
2
2
Incest kan in 'alle' gezinnen, dus òòk
in kerkelijke gezinnen, voorkomen;
3
3
Een kind is nooit schuldig aan het seksueel misbruik;
4
4
Een jongen kan ook incestslachtoffer
zijn en een vrouw incestdader;
5
5
Incestslachtoffers hebben vaak lang met
hun geheim moeten leven;
6
6
Incestslachtoffers zenden vaak signalen uit;
7
7
De signalen worden vaak niet- of verkeerd opgevangen;
8
8
Aan incestdaders is 'niets' te zien;
9
9
Incestdaders zijn: (pleeg)vader (19%);
broer (25%); oom (25%); grootvader (9%); * Incestdaders hanteren vaak
afweermechanismen;
10
10
Incestdaders zijn altijd 'bekenden' van
het slachtoffer;
11
11
Bij incest is er vrijwel altijd misbruik
van macht in het spel;
12
12
Incestgezinnen ervaren de 'buitenwereld'
als bedreigend en leiden meestal een geïsoleerd- of zeer aangepast bestaan;
13
13
De ontdekking van incest brengt vaak een
schok en splitsing teweeg in de gemeente;
14
14
en mogen sommige geheimen niet voor zichzelf
houden; in het belang van het kind kan het raadplegen van een (vertrouwens)
arts of iemand van de politie noodzakelijk zijn;
15
15
Er zijn (in de gemeente) vele
mogelijkheden om incest ter sprake te brengen;
16
16
Het spreken en preken over werkt taboedoorbrekend;
17
17
Naast straf zijn er ook vormen van
behandeling mogelijk, waardoor herhaling van het misdrijf kan verminderen.
Dr. J.C.Borst is Nederlands Hervormd predikant in Welsum
(Nederland, Overijssel) en docent ethiek aan de Christelijke Hogeschool Ede.
Daarnaast is hij gastdocent aan enkele universiteiten en opleidingen. Hij
volgde verpleegkundige studies in o.a. Nijmegen, v.o. sociale academie en
supervisoren opleiding in Amsterdam, studeerde in Utrecht theologie en
pastorale psychologie, in Rotterdam maatschappijwetenschappen en promoveerde
tot doctor in de godgeleerdheid in Utrecht op een praktisch theologische studie
naar de pastorale zorg voor daders van incest. Hans Borst (1952) is getrouwd en
vader van twee kinderen.