Op een booreiland

 

1.

Een helikopter landt op een booreiland. Er komt een groepje mannen uit. Die werken voor de oliemaatschappij. Die proberen aardolie en aardgas te vinden.

In de aarde zit aardolie en aardgas. Dat is moeilijk te vinden. Maar het is wel heel belangrijk voor mensen. Want er wordt heel veel meegedaan. Aardgas wordt bijvoorbeeld gebruikt om een gasstel aan te steken.

Van aardolie wordt ook veel gemaakt. Ze halen er smeerolie uit. En dat wordt bijvoorbeeld gebruikt om motoren mee te smeren. Er wordt uit aardolie ook brandstof gehaald zoals benzine. Als je verf, inkt en afwasmiddel maakt moet je ook aardolie hebben. Dus er is veel aardolie en aardgas nodig in de wereld.

2.

Aardolie en aardgas zitten diep in de grond. Je moet een stevige boor hebben om er bij te kunnen. Hij moet overal door heen kunnen. De mensen van de oliemaatschappij willen voor dat ze beginnen weten hoe de grond eruit ziet. Want overal is de aardbodem anders. En je weet nooit of er aardolie of aardgas in de grond zit. Ze willen ook weten of de aardbodem van zand of klei is. Soms zit er een steen in de grond. Wat is dat dan voor een steen? Dat is belangrijke informatie voor een boorwerker. Want er zit niet in elke steen aardolie of aardgas. Alles wordt onderzocht. Ze willen ook weten of er in de grond olie of gas zit. Maar ze weten het nooit zeker. Om dat te weten te komen moet er geboord worden.

 

3.

In een boormachine zit een boor. De boormachine laat hem draaien. In de grond boren gaat moeilijker. Het gaat makkelijker met een olieboor. Er zit een grote pijp aan een olieboor ze gaan allebei diep in de grond. De boor moet soms 7 kilometer de grond in. Daarom schroeven ze de pijpen aan elkaar. Zo wordt de pijp langer en kan de boor dieper de grond in.

 

De pijpen kan je niet tillen. Daarvoor gebruiken ze een hijskraan. Die hebben ze in een boortoren. Op de vloer van de boorvloer zit de draaitafel. Dat is een ronde grote schijf die kan draaien. Daar zit zo’n pijp in. De pijp en de draaitafel draaien rond in de grond draait ook een pijp mee. Op die manier boort hij een gat. Zo een gat heet een boorput.                                                                                                                                  




 

4.

Aardgas en aardolie kunnen ook onder zee gevonden worden. Maar een

boortoren kan niet in het water. Het moet op een bewegend platvorm staan of op een booreiland. Een booreiland is van staal. Het wordt door de mensen gemaakt.

Aan een booreiland zitten poten. Die kunnen wel 100 meter zijn. Omdat de poten leunen op de zeebodem. Zo blijft het booreiland staan.

 

5.

Er werken soms wel 60 mensen op een booreiland. Ze kunnen niet naar huis toe als ze klaar zijn. Dat is te ver weg. Daarom is er een flat waar slaaphutten zijn. De ene groep werkt s’nachts en de andere groep overdag.

 

Het werken op een booreiland is zwaar. Want er is altijd wel wat te doen. De boorwerkers hebben een helm op en een overall aan, anders worden ze vies.

 

Na het werk doen ze niet veel meer. Ze eten nog wat of spelen een potje kaart. Dan gaan ze slapen of ze gaan vissen.

 

Ze kunnen ook naar huis bellen. Dan maken ze een praatje met hun familie. Ze kunnen dus niet naar huis.

 

6.

De boorwerkers werken een week. Dan gaan ze naar huis. Ze blijven een week thuis. Dan brengt de “TJOPPER” ze weer naar het booreiland.

De tjopper landt op het dek, waar een net ligt, dit heet een helikopterdek.

 

Bij sterke wind landen de piloten nog op het kleine dek. Bij zware storm en mist lukt dat niet.

 

7.

Het boren gebeurt door boorwerkers. Hun baas is de boormeester. De boorwerkers moeten zich aan veel regels houden.

 

Er zijn veel mensen nodig. Koks, afwassers, schoonmakers, wassers, monteurs, schilders en kraanmachinisten die de boorpijpen optillen.

 

De schilders zijn nodig want het booreiland kan roesten. Het is van staal. Door verf kan staal niet roesten.

 

Klusjes mensen worden “roustabouts”genoemd. De baas op het eiland heet “ “toolpusher”.

 

 

 

8.

Er gebeuren wel eens ongelukken. Daarom zijn er dokters. Als er een ongeluk gebeurt dan zenden ze dat naar het land. De tjopper neemt de gewonde dan mee.

 

9.

Een booreiland verhuist wel eens. Dat ligt eraan of ze wel of geen olie vinden.

Er is vaak voor niets geboord. Dan vinden ze niets. Soms duurt boren naar olie en gas jaren. Een produktieeiland bestaat uit +-300 mensen.t is midden op zee geboudt

 

 

10.

Er mag niets op zijn want je kunt niet naar een winkel de hijskranen tillen het eten naar boven.