Anderssoortige Nabije Ontmoetingen

Dageraad der Fantomen & Miniaturen

door Ivo Westerlaken


(eerder verschenen in Frontier Magazine , januari / februari 1999, pp. 32-34)

Niet alle UFO waarnemingen met geassocieerde entiteiten conformeren zich aan de occulte visioenen van de UFO-gecontacteerde uit de jaren vijftig George Adamski, waarbij een vliegende schotel op een verlaten plek landt en buitenaardse mensachtige wezens de getuige de wonderen van het universum openbaren. Ook zijn ze niet alle van de variant met kleine mannetjes die onduidelijk mompelen, stenen in hun vliegende schotel sjouwen of met lichtstralen de getuige de stuipen op het lijf jagen.

UFO waarnemingen zijn er in een overweldigende variëteit en beperken zich niet slechts tot deze twee varianten die mettertijd zijn uitgemond in de abstractie van de "buitenaardse wezens-theorie", wat een vereenvoudiging van de gebeurtenissen tijdens een waarneming is waarin de werkelijkheid en het kritisch onderscheidingsvermogen van de UFO-onderzoekers weinig plaats meer hebben. Een constante in veel UFO-rapporten zijn lichtgevende objecten. Sterker nog: een groot aantal waarnemingen van spoken en verschijningen, openbaringen van de Maagd Maria, poltergeists en dies meer gaan eveneens gepaard met lichtuitbarstingen of bollen van licht. Vaak stralen de waargenomen entiteiten licht uit, net als de objecten; ze lijken één en hetzelfde verschijnsel te zijn.

Bekijken we enkele voorbeelden van waarnemingen van entiteiten met een lichtgevende bol en miniatuurmensjes in detail, dan wordt snel duidelijk dat een verklaring als zou het gaan om buitenaardse wezens hier tekort schiet. Maar ook de in wijde kring geaccepteerde verklaringen der folkloristen (broodje-aap verhaal, of anima) gaan niet op. Er is zeker sprake van een bepaalde realiteit, maar ook al te vaak merken we hallucinaire kenmerken op. De vraag blijft: wat veroorzaakt deze reële maar evengoed irreële verschijnselen?

In 1827 deed een zekere Lieuwe Klaassens de waarneming van zijn leven; hij zou er jaren later toen hij kastelein van Het Blaauwe Huis was nog regelmatig van verhalen. In 1827 was Klaassens met de predikant van het dorp Tjerkwerd (ten zuiden van Bolsward, in Friesland) op een avond buiten, beiden zagen een vuurbol aan komen vliegen. Dit was niets nieuws in die contreien. Men kende dergelijke vuurbollen onder de naam "heksenkogels", aangezien men dacht dat het heksen waren die 's nachts op hun bezems door de lucht vlogen en een vurig spoor nalieten. De vuurbol daalde echter op het land neer en nam de gedaante aan van een mens. Deze gedaante liep vervolgens naar een kleine terp, alwaar de "vuurmensch" zich oprolde tot een bal en in de lucht verdween. (1)

In 1904 maakte een Roemeense boer in Transsylvanië iets soortgelijks mee. De man bevond zich lang na middernacht met zijn kar op het veld. Opeens zag hij een vurig wiel dat aardewaarts daalde. Het naderde zeer snel en toen het dicht bij hem was, veranderde het plotseling in een man, die de boer lange tijd aankeek zonder een woord te zeggen. (2)

Een Hongaarse mijnwerker Michael Engelbrecht, werd in de vorige eeuw door vreemde klopgeluiden geplaagd. Hij meende dat ze aanduidden wanneer de geesten in zijn hut verschenen. De schrijfster Kalozdy was getuige van een materialisatie van die 'geesten'. Er werden lichten waargenomen, waaromheen men de vage silhouetten van kleine menselijke figuren observeerde. De wezentjes waren zwart en grotesk. Ze fladderden rond voor ze verdwenen. (3)

Een bekend verhaal in folkloristische en UFO-kringen is dat van de 'Chinese man' in de Beierse Alpen. Een vrouw was in de Beierse Alpen verdwaald en in de schemer zag zij ineens een grote, zacht gloeiende lichtbal verschijnen. Die zweefde naar de getuige toe en nam voor haar verbaasde ogen de vorm aan van een Chinees uitziende man. De verschijning wees de getuige de juiste weg en toen zij zich dankbaar omdraaide, zag zij de lichtende bol achter een bergkam wegzweven. (4)

Men heeft de lichtbollen en vuurkogels niet alleen in mensachtigen zien veranderen; bepaald favoriet is de dierengedaante, zoals een voorbeeld uit 1639 toont. James Everett nam toen een groot licht in de lucht waar bij de Muddy-rivier bij Boston, Massachusetts. Het rende weg in de gedaante van een zwijn. In die omgeving werden enkele jaren later twee lichten gezien die uit het water rezen in de vorm van een man. (5)

Ook Teenstra meldt een schijnsel in de vorm van een man; het werd ook als een witte bond gezien. De broodbakker Marten Jans Reukema kwam op de avond van 6 maart 1840 over bet voetpad van de Zoltkamp (=Zoutkamp) naar Ulrum in Groningen gelopen. Een weinig buiten Zoltkamp ("visch-, modder-, stank- en spookrijk" volgens de bron) ontwaarde hij een witte gedaante, "een vreemd schijnsel", dat hem bijbleef: soms voor hem, dan weer naast en dan weer achter hem. Verderop zag hij dat het object de grootte en de gedaante van een mens had, met blauwe strepen over de borst en verder geheel wit. Het had geen voeten en zweefde verder met hem mee, soms schuins over de sloten gaand. Bij Ulrum bleef de bakker staan en zei tegen het object: "Zijt gij van God, zoo kom tot mij, en zijt gij van den Duivel, zoo wijk van mij." Hierop werd de gedaante zwart en verteerde in een onregelmatig klompje, dat weldra in de aarde verdween. De bakker zette het op een lopen. Te Ulrum werd het licht later ook door anderen gezien. Soms als witte gedaante, dan weer als wit spook in de gedaante van een oude vrouw. Ooggetuigen meldden Teenstra dat ze het in de hoek van een tuin zagen opkomen en zeer langzaam naderbij zagen komen "zonder dat men den voortgang konde zien, of de beweging hooren." Op een avond kwam het hele dorp bijeen om naar het schijnsel uit te kijken, en men zag het inderdaad naderen. Dit bleek later echter een grap te zijn van een van de dorpsbewoners die een vuilwit hemd over zijn hoofd geworpen had en in de nacht aan het spoken gegaan was "om de helden eens op de proef te stellen". Maar later werd het spook opnieuw gezien, als oud vrouwtje, maar ook als witte hond. (6)

De overstap van de folklore naar de moderne UFO-verhalen is niet groot. Hoewel er in het voorgaande geen sprake was van een technologisch uitziend toestel - een vliegende schotel bijvoorbeeld - zijn de verhalen en anekdotes in wezen gelijk aan verschillende waarnemingen die in de voorbije vijftig jaren aan UFO-onderzoekers en onderzoeksbureau's zijn gemeld. Soms zijn de overeenkomsten zo griezelig gelijk dat we niet anders kunnen concluderen dan dat ze hetzelfde fenomeen behelzen.

Op de avond van 20 maart 1967 reed dhr. Rible (pseudoniem) met zijn dochter Jean naar even buiten Butler, een klein plaatsje in Pennsylvania, enkele tientallen kilometers boven Pittsburgh gelegen. Ze waren erop uit om de vreemde lichten in de lucht te bekijken. Rible had deze al eerder gezien. Volgens hem konden ze niet van vliegtuigen van een nabijgelegen vliegveld afkomstig zijn. Ze parkeerden de wagen en zagen reeds na enkele minuten twee lichtbollen die parallel aan de weg vlogen en die op de weg leken te gaan landen. Toen, op een afstand van zo'n vierhonderd meter, kwamen de bollen op de wagen af, met een snelheid van zo'n honderddertig kilometer per uur. Een botsing leek onvermijdelijk, maar op enkele meters van de auto veranderden de lichtbollen in een halve cirkel van vijf menselijke wezens. De Ribles trachtten weg te rijden; terwijl haar vader de wagen probeerde te starten, kon Jean de figuren goed bekijken, "Ze zagen eruit als mensen, maar op hun gezicht was geen enkele uitdrukking." De ogen en de monden van de wezens waren niet meer dan horizontale spleten en in de ogen was geen iris of pupil te zien. Hun neuzen waren smal en spits. Allen droegen een soort platte pet van waaronder blond haar op de oren hing. Vier van de figuren waren zo'n 1,65 m lang, maar één was wat kleiner; deze droeg het haar tot op de schouders, hetgeen Jean deed vermoeden dat het een vrouw geweest kon zijn. De vijf waren identiek gekleed in flodderige grijsgroene 'camouflagepakken' en de huid van hun gezichten en handen zag er ruw uit, bijna of ze vol met littekens zat. Het enige wat de wezens deden was staren naar de geschokte vader en dochter in de kleine Volkswagen kever. Toen de motor startte, moesten ze eerst achteruit rijden en vervolgens vooruit om de figuren niet te raken. Later wist Jean zich nog te herinneren dat toen de lichtbollen geruisloos op de wagen afvlogen zij in haar hoofd een "koor van stemmen" hoorde dat constant zei: "Beweeg je niet". Beweeg je niet. De stemmen rekten de woorden uit: "Beeeweeeeeeeg jeeeee nieeeeeet." Toen de lichten verdwenen, hielden de stemmen direct op. Haar vader had niets gehoord. (7)

Ook in het volgende geval 'praten' de wezens die uit lichtbollen 'ontstaan,' en ook nu weer lijken ze vooral naar de getuige te staren; het is alsof de getuigen geobserveerd worden. Eén van de kinderen van Kathy Mitchell, de zuster van abductee 'Kathie Davis' - onder deze schuilnaam de hoofdpersoon van Budd Hopkins' boek Intruders - vertelde op een ochtend zijn moeder over een ervaring die hij de nacht ervoor had gehad. De 9-jarige Stevie was 's nachts op de bank in de woonkamer gaan slapen. Om ongeveer drie uur werd hij wakker en zag een rond, wit licht - iets groter dan een basketbal - uit de keuken zweven. De bol zweefde door de gang en bleef voor elke slaapkamerdeur even hangen. Het keerde terug naar de woonkamer en landde op de tafel vlak naast de bank. Stevie voelde zich ineens heel bang worden en viel plotseling weer in slaap. Hij meende onmiddellijk weer wakker te zijn geworden en zag op de plaats van het licht nu twee kleine, grijze mannetjes in grijze overalls; de wezentjes waren slechts 15-20 cm groot. De jongen was nu verschrikkelijk bang en kon zich niet meer bewegen. De wezentjes hadden geen haar of oren en grote, zwarte ogen die in een punt omhoog liepen. De armen waren lang voor hun afmetingen. Ze leken te bewegen en been en weer te wiegen als takken in een zacht briesje. De wezentjes leken over hem te praten, maar hij hoorde niets. Toen riep een van hen zijn naam en hij viel weer in slaap. Opnieuw meende hij onmiddellijk weer wakker te zijn geworden. De wezentjes waren verdwenen, maar het licht was er nog. Hij zag het door dezelfde deur als waardoor het naar binnen was gekomen weer naar buiten zweven. Het volgende dat hij zich herinnerde was dat hij in de ochtend ontwaakte.

Debbie Jordan en haar zus, Stevie's tante en moeder, zijn geen onbekenden in de wereld van UFO-ontvoeringen. Mogelijkerwijs zou Stevie door hen 'besmet' kunnen zijn met vreemde fantasieën. Zulks lijkt echter niet bet geval te zijn daar er meer verhalen van gelijke strekking zijn die slechts aan een handjevol onderzoekers bekend zijn - of door hen serieus genomen worden. We kunnen ons afvragen wat UFO-ontvoeringsonderzoeker Budd Hopkins van de vijftien tot twintig centimeter hoge 'greys' van Stevie zou zeggen: Hopkins' buitenaardsen blijken in dit geval geslonken te zijn tot een mini-formaat. Mogelijk zou Hopkins opperen dat bet beeld van mini-greys door de buitenaardse wezens als screen-memory - een valse herinnering die een andere, ware gebeurtenis verbergt - in het geheugen van Stevie geplaatst is. Maar hypnose van Stevie om een mogelijke ontvoering terug te halen, leverde niets anders op dan dat hij het verhaal zelf als waar beschouwde en dat het meer dan waarschijnlijk een reële ervaring was. Verdere hypnotische regressie vond zijn moeder niet verantwoord aangezien de kans op mogelijke psychische schade bij jonge kinderen zeer groot is. (8)

Miniwezens heeft men ook bij gelande UFO's gezien. Hier worden niet de kleine wezens van ongeveer een meter bedoeld, maar werkelijk minuscule entiteiten die doen denken aan de middeleeuwse portunes van Cervase van Tilbury, die ergens tussen een duim en een voet groot moeten zijn geweest. (9) Zo zagen twee twaalfjarige jongens op 25 november 1954 bij Calcerosa in Italië ineens twee zeer kleine wezentjes die, zodra ze ontdekt werden, een klein rond toestel dat op tien meter afstand achter wat bosjes verborgen stond, binnengingen. De wezentjes waren ongeveer 35 cm groot, hadden erg grote hoofden en een loodkleurige huid. Het toestel had twee scherpgepunte propellers vooraan zitten, die draaiden. Het steeg ineens op met een sissend geluid. (10)

Twee kinderen hoorden in de ochtend van 5 september 1988 geklop op de terrasdeuren van hun huis in Perth, Australië. Ze vertelden hun ouders dat ze twee tot drie kleine mensjes, ongeveer acht centimeter lang, zagen die op het glas tikten. In de bestrate tuin stonden twee miniatuur toestellen. De ouders gingen op onderzoek uit, maar konden niets vinden. De beide kinderen tekenden onafhankelijk van elkaar wat ze gezien hadden en hun tekeningen kwamen overeen. (11)

De mini-ufonauten repareren hun toestel of ze spelen urenlang in een moeras met tientallen tegelijk, waarbij ze ook nog in kleine auto's rondrijden. Meestal is er echter geen UFO te bekennen. Maar zoals uit het volgende blijkt, laten ook deze 'UFOloze wezens' sporen achter; het getuigt van een bepaalde fysische werkelijkheid en eveneens van de onwerkelijkheid van de waarneming aangezien de wezentjes in het niets opgelost leken te zijn.

De achtjarige Tonnlie Barefoot was op 12 oktober 1976 met een speelgoedschep in een korenveld bij Dunn, Harnett Co" North Carolina, aan het spelen. Hij keek op en zag een kleine man "niet veel groter dan een Cola flesje" met open mond naar hem staan kijken. Het wezentje slaakte een piepkreet als een muis en rende snel weg. Volgens Tonnlie droeg het zwarte laarzen, een blauwe broek en een glimmend blauw bovenkleed. Het droeg "de mooiste kleine das die je ooit hebt gezien" en had een zwarte hoed op. Tonnlie vond enkele kleine voetsporen en liet die aan zijn moeder zien. Ook anderen zagen de voetsporen, waaronder Fred H. Bost, de hoofdredacteur van de plaatselijke krant, die opmerkte dat "de sporen zeker die van kleine laarzen waren; zoolplaatjes waren duidelijk te onderscheiden". Er waren twee groepen afdrukken aanwezig, met veertien afdrukken in de tweede groep die duidelijker zichtbaar waren dan de eerste. De individuele voetsporen waren ongeveer 2,5 cm breed op bet breedste punt, en zo'n zes cm lang. Twee weken later op 25 oktober zag de twintigjarige Shirley Ann McCrimmon bij haar huis ook een kleine man. Hij was lichtbruin van kleur, maar het was haar niet duidelijk of dit zijn huidskleur of een dunne lichaamsbedekking was. Het mannetje droeg laarzen en Shirley Ann vond een kleine voetafdruk terug. Fred Bost vond een andere. De afdrukken plaatsten de goede man voor een raadsel. In beide gevallen leidden de afdrukken nergens heen. Ze hielden ineens op, hoewel de grond zacht was in bet korenveld en ook op een veldje achter het McCrimmon huis, waar het bruine mannetje verdwenen was. (12)

Het laatste verhaal geeft aan dat elk goed mysterie enigma's bevat, raadsels waar wetenschappers, UFO-onderzoekers noch folkloristen antwoord op hebben. Het zijn deze raadsels die het hart van de ware anomalist sneller doen kloppen. Het zijn deze raadsels die om oplossing schreeuwen.
Maar wie luistert?




Bronnen:

(1) Marten Douwes Teenstra, Nederlandse Volksverhalen : Volksverhalen en Legenden / Booze Kunsten en Wetenschappen (2 delen) / Volksvooroordelen en Bijgeloof , 1973 (oorspr, 1843, 1846 en 1848, 1858) M. A. van Seijen, Leeuwarden.
(2) I. Hobana & J. Weverbergh, UFO's in Oost en West , dl. 2., 1972 N. Kluwer, Deventer, naar: Lucian Belaga, artikel in Hronicul si cîntecul vîrstelor, 1965; Jorgen Westman, 'Nothing new on the Eastern front...,' http://www.wufoc.com/ufofiles/english/issue_3/ussr4.htm
(3) Janet Bord, Fairies , 1997 Michael O'Mara, London.
(4) Hilary Evans, Visions, Apparations, Alien Visitors , 1986 Aquarian, Wellingborough.
(5) Paul Devereux, Earthlights , 1982 Book Club Ass., London; Salvatore M. Trento, Field Guide to Mysterious Places of Eastern North America , 1997, Henry Holt, N.Y.
(6) Marten Douwes Teenstra, Nederlandse Volksverhalen : Volksverhalen en Legenden / Booze Kunsten en Wetenschappen (2 delen) / Volksvooroordelen en Bijgeloof , 1973 (oorspr, 1843, 1846 en 1848, 1858) M. A. van Seijen, Leeuwarden.
(7) Brad Steiger, Ontmoetingen met Buitenaardse Wezens , 1979 Helmond, Helmond.
(8) D. Jordan & K. Mitchell, Ontvoerd! , gj Van Reemst, Houten.
(9) Katherine Briggs, A Dictionary of Fairies , 1967 Allan Lane, London.
(10) Jacques Vallee, Passport to Magonia , 1993 Contemporary Books, Chicago.
(11) Keith Basterfield, 'A Catalogue of Australian UFO Entity and Related Reports', http://www.geocities.com/SoHo/Lofts/5623/entweb.htm
(12) Janet Bord, Fairies, 1997 Michael O'Mara, London.

copyright © 1998-1999, Paijmans & Westerlaken