door Theo Paijmans
De mensheid, met haar grotendeels op verbrandingsprincipes berustende technologieën, is bezig in snel tempo de wereld te vervuilen tot op het punt van onleefbaarheid. Er is ook een uiterste grens aan de hoeveelheden fossiele brandstoffen die dagelijks verstookt worden.
Er is nog genoeg voor zo'n 25 tot 100 jaar. Dan komt het hele energieverbruikssysteem, van de motor in de auto tot aan de logge energiecentrale, knarsend tot stilstand. Kernenergie kan het antwoord niet zijn, blijkens de gigantische problemen die zich voordoen bij de opslag van het uiterst giftige restafval.
Het antwoord moet dus komen van een totaal andere aanpak. Alternatieven zoals zonne- en windenergie zijn een stap in de goede richting. Onze huidige beschaving is er echter één die enorme hoeveelheden energie nodig heeft om zichzelf in stand te houden. De vraag is of bovengenoemde alternatieven ooit de gevraagde hoeveelheden kunnen leveren. Er moet dus een andere, schone energiebron aangeboord worden. En er zijn bewijzen dat zo'n onuitputtelijke krachtbron van vrije energie ook daadwerkelijk bestaat.
Onderzoek hiernaar is erg moeilijk; het beheren van energie en de distributie ervan gebeurt immers door machtige concerns, die er allerminst bij gebaat zijn dat gegevens hierover algemeen bekend raken. En aan de andere kant bewaken de beheerders van de oude kennis, verenigd in obscure genootschappen en ordes, fanatiek de toegang tot deze informatie.
De eenlingen die bijzondere ontdekkingen hebben gedaan zijn stuk voor stuk in het vergeetboek geraakt. Zoals u, waarde lezer, in uw plaatselijke bibliotheek met een zeer grote waarschijnlijkheid bijvoorbeeld niets over Nikola Tesla zult vinden, terwijl wij ons toch dagelijks van ten minste één uitvinding van dit genie bedienen: de wisselstroom.
Ook namen als John Keely, Alfred Hubbard, Lester Hendershot en hun verbazingwekkende uitvindingen zijn gehuld in obscuriteit. Tijdens hun leven en na hun dood zijn deze eenzame pioniers uitgemaakt voor gekken en oplichters. Hun eigen verbazing ten aanzien van hun ontdekkingen droeg er natuurlijk ook toe bij. Hun onvermogen of onwil om uit te leggen wat nou toch het principe was waarop hun ontdekkingen werkten, werd uitgelegd als bedrog.
En omdat deze uitvinders meestal geen wetenschappelijke achtergrond hadden, beschreven ze hun waarnemingen in een eigen jargon. De overgebleven informatie is onvolledig, of gewoon onvindbaar.
Dit maakt het tevens zo moeilijk om hun ontdekkingen nu te bestuderen en hun wonderlijke apparaten na te bouwen. Onnodig op te merken dat over hun wonderlijke uitvindingen een sluier van geheimzinnigheid hangt. Ook zijn er aanwijzingen dat er vaak heel bewust pogingen zijn gedaan om hun onderzoek te belemmeren. Wie zich verdiept in deze materie stuit op verhalen van samenzwering, inmenging van geheime genootschappen, geheimhouding en sabotage. Zo vreemd is dit niet, want wie de sleutel tot deze vrije energie heeft, beschikt ook over een onvoorstelbare macht.
Mischien is het dezelfde energie die ervoor verantwoordelijk was dat sommige oeroude beschavingen, waarvan de overlevering tot ons is gekomen in de vorm van schimmige sagen en legendes, zichzelf van de één op de andere dag vernietigden, en verdwenen in de ondoordringbare nacht van de menselijke prehistorie.