"Mijn mening is dat de U.S.A. reeds een raket naar de maan met mensen aan boord heeft
gestuurd, maar onder strikte geheimhouding."
-Alfred K. Bender, Space Review, vol.1 no.1, oktober 1952
Geduldige en vasthoudende onderzoekers hebben door de jaren heen een enorm aantal aan verhalen en verslagen verzameld van niet menselijke levensvormen die de Aarde bezochten, en die in een aantal gevallen met mensen omgingen.
Eén van de eerste pogingen om dit fenomeen te catalogiseren om er zodoende een bepaalde systematiek in te ontdekken, was het werk van de Fransman Jos Bizouard. Tussen 1863 en 1864 publiceerde hij zijn Des Rapports de l'Homme avec le Demon.
In zes enorme delen op bijna 3500 pagina's vinden we talloze verslagen van ontmoetingen van mensen met "iets anders", dat indertijd onder de naam "duivel", "demon" of "engel" vermeld ging. In het occulte milieu van het fin de siècle was dat heel gebruikelijk; verschillende esoterische genootschappen zoals de Golden Dawn, voerden magische rituelen uit om met deze "niet menselijke entiteiten" in contact te treden, en hun aard en oorsprong werden uitgelegd in het kader van de occulte traditie.
Dit betekent geenszins dat deze "niet-menselijken" van dergelijke rituelen afhankelijk waren, en goede aanwijzingen dat het hier om meer dan hallucinaties van occultisten gaat, dat het een fenomeen is dat volgens eigen wetmatigheden handelt, zijn te vinden in verschillende esoterische geschriften.
Dr. Bataille verklaarde bijvoorbeeld in zijn toenmalig zeer invloedrijke Diable au XIX siecle dat "het toegegeven wordt dat gevallen engelen of geesten zich vaak manifesteren
zonder aangeroepen te worden."
![]() Vroege Science Fiction Contact met een engelachtige Marsbewoner Uit Fenton Ash A Trip To Mars, 1907. |
Kennelijk hebben we vanaf het prille begin een begeleider gehad die meeliep in ons kielzog, op een merkwaardige manier in ons geïnteresseerd, maar altijd in de schaduw blijvend. Zoals de Amerikaanse schrijver Howard Philips Lovecraft eens opmerkte in zijn verhaal 'The Dunwich Horror': "De Ouden waren, de Ouden zijn en de Ouden zullen zijn. Niet in de dimensies die we kennen, maar ertussen, daar wandelen ze sereen en oeroud, dimensieloos en onzichtbaar voor ons."
De mythologiën van de Cinezen, de Egyptenaren, de Babyloniërs, de Germanen, de Grieken, de Romeinen, de Indiërs, de Perzen, de Japanners, de Joden, de IJslanders, de Indianen en de Afrikaanse volkeren wemelen ervan. Verslagen van hemelse wezens die in staat waren op een mysterieuze manier te vliegen en van vurige wagens die naar de hemel reisden, zijn er veelvuldig in te vinden. Deze mythen waren zelfs zo belangrijk, dat ze ook in religieuze teksten verwerkt werden.
In de Nihongi, één der oudste Japanse kronieken, wordt vermeld dat de Japanse keizer Kami Yamato Biko in 667 voor Christus met zijn hemelse voorvaderen gesproken zou hebben, die aan boord van een "fonkelende hemelboot" weer naar hun woonoord zouden zijn teruggekeerd, waarbij ze merkwaardigerwijs in de tijd teruggekeerd zouden zijn. Een andere Japanse sage verhaalt hoe een man na een bezoek aan de hemel naar de Aarde terugkeerde maar niemand van zijn familie meer in leven vond.
Eeuw na eeuw wordt onze dampkring doorkruist door geheimzinnige objecten. Hierdoor concludeerden verschillende onderzoekers
dat de Aarde al sinds onheugelijke tijden bezocht werd door buitenaardse beschavingen.
![]() Bazel, 7 aug. 1566
Zwarte bollen werden in de lucht gezien bij dageraad. Ze richtten zich naar de zon, maakten rechtomkeer en stootten tegen elkaar. Een aantal werd rood en ging branden; tenslotte verteerden ze en doofden uit. |
Ons zonnestelsel werd zo sinds onheugelijke tijden bezocht door vertegenwoordigers van de mensheid, eeuwen voordat we onze sondes en satelieten de onvoorstelbare diepten van
het heelal instuurden. De culturele geschiedenis van de mensheid wemelt van verhalen, soms zelfs vrij gedetailleerd, over voertuigen van Aardse makelij waarmee men dergelijke reizen kon maken, bijvoorbeeld de vliegende tapijten van Arabië, of de legende van Daedalus en Icarus.
Volgens een aantal van deze verhalen kon men zelfs andere hemellichamen bereiken met deze voertuigen. Voorzichtheid is wel geboden bij een interpretatie
van dergelijke verhalen; of het zich om tastbare, materiële constructies, danwel een geestelijk bereikte staat van zijn handelt, is door de ouderdom van die verslagen niet meer precies te achterhalen. Bovendien handelt het zich in een aantal gevallen om futuristische of satirische vertellingen die niet letterlijk genomen hoeven te worden.
De persoon in het verhaal van Lucianus van Somosta, Menippus, heeft maar één droom: vleugels te bouwen en ermee naar de hemel te vliegen. Dit verhaal uit de tweede eeuw na Christus kan beschouwd worden als één van de eerste verhalen over het reizen naar de ruimte. In Engeland is er de legende van koning Bladud, de tiende koning van Brittanië en de vader van koning Lear, die een paar vleugels bouwde. Volgens het verhaal veron gelukte hij ermee rond 825 na Christus.
Archytas van Tarente construeerde een vliegende duif, in 400 voor Christus. Sommige verslagen beweren dat Archytas' kunstmatige vogel echt gevlogen heeft en dat het een lamp of een
lantaarn bevatte, of mechanisch aangedreven werd. Archytas vond ook de vlieger uit, maar zijn kunstmatige duif schijnt iets heel anders geweest te zijn. Dupuis Delacourt verzekert ons dat Archytas twee uitvindingen op zijn naam had staan: de
vlieger en de kunstmatige vogel.
Simon de magiër verongelukte tijdens een demonstratie van zijn vliegkunst voor de ogen van keizer Nero in 66 na Christus.
Kleine gouden objecten die qua vorm sterk deden denken aan vliegmachines zijn gevonden in Columbia en volgens Ivan T. Sanderson "noch vogels, noch insecten, noch fantasiëen van ambachtslieden voorstelden". Deze objecten zouden in een windtunnel getest zijn en daaruit bleek dat ze over uitstekende aerodynamische eigenschappen beschikten.
Zo'n twintig jaar geleden verklaarde Dr. Khalil Messiha dat hij geloofde dat hij bewijzen had gevonden die erop duidden dat de Egyptenaren al in de derde of de vierde eeuw voor Christus beschikten over vliegende machines. De Egyptenaren hadden in ieder geval kleine van balsahout vervaardigde zweefvliegtuigjes, en waren dus bekend met de basisprincipes van de aerodynamica.
Alexander de Grote probeerde de dampkring te penetreren in zijn zucht erachter te komen of "het echt de hemel is die we zien". Het epische gedicht Shanama verhaalt van de Perzische koning Kai Chosru, die comfortabel door de lucht reisde op zijn troon waar aan iedere hoek een adelaar was bevestigd. Het gedicht verhaalt verder hoe de koning op een dag zijn troon en zijn koningkrijk verzaakte en de woestijn inwandelde. Kai Chosru en zijn gevolg kampeerden bij een oase, maar toen de volgende morgen aanbrak was de koning nergens meer te bekennen. Zijn mannen kamden de omgeving uit, maar doordat er
nergens voetafdrukken te bekennen waren, namen ze aan dat de koning in de lucht moest zijn verdwenen.
In de begindagen van de cultus van de vliegende schotel waren woestijnen de gebruikelijke plaats voor een ontmoeting met een ufo.
In de middeleeuwen vinden we verhalen van heksen die door de lucht vliegen op bezemstelen. Er is een verslag van een poging om met kunstmatige vleugels te vliegen in Constantinopel, in de 11e eeuw. John Damian, abt van het plaatsje Tungland in Engeland, probeerde het evenzo in 1507.
Van Leonardo da Vinci werd verteld dat hij de kunst van het vliegen verstond, maar dit is waarschijnlijk een bakerpraatje in het leven geroepen
door zijn fantastische uitvindingen.
Een groot luchtschip dat gebouwd was in 1279 na Christus door Ko-Shau-King, hofastronoom van Kublai Khan, werd gebruikt tijdens de kroning van keizer Eo-Kien in 1306.
Marco Polo tekende op dat hij het luchtschip aan het hof van Cathay zag en priester Vasson, een Franse missionaris in Kanton verklaarde in een brief gedateerd 5 september 1694 dat hij een verslag van het luchtschip had gezien. F.T. Miller vertelt in zijn boek The World In The Air dat de Chinezen een geluidssyteem hadden ontwikkeld om signalen te sturen naar luchtschepen en bestuurbare ballons. De Chinees Han Woo, die leefde in de 15de eeuw, bouwde een stevig houten raamwerk rond een stoel en bevestigde 47 raketten aan de achterkant van het gevaarte.
Volgens het verhaal
ontstaken zijn bedienden de raketten en na een enorme ontploffing ontbrak er elk spoor van Han Woo.
![]() Illustratie uit Cyrano De Bergeracs Historie comique des états et empires du soleil uit 1662. |
Sommige oude
verhalen over de mens en zijn vermogen om te vliegen hebben hetzelfde uitganspunt: de pijl als een middel om te reizen door de dampkring. Volgens een oude Griekse legende ontving Abaris zo'n pijl van Apollo.
In het zeer curieuze boek Gongam ou l'Homme Prodigieux transporté sur la Terre et sur l'Eaux, gepubliceerd in Parijs in 1711, ontvangt Gongam zo'n pijl. De gever is een zekere Ripaon die Gongam het volgende toevertrouwt: "de fabuleuze en oude geschiedenis van Abaris de Scyth verteld hoe deze man zei dat hij een pijl had die hem overal bracht waar hij maar wilde. Hij hoefde maar aan zo'n plaats te denken en hij was er meteen."
Hetzelfde schijnt met Gongam het geval geweest te zijn; hij hoefde maar aan een plaats te denken en hij was er meteen.
Om het apparaat te testen besloot Gongam tot het nemen van een proef. Hij dacht aan een kerk en groot was de consternatie toen hij in midden tussen biddende paters verscheen. Dit verhaal kan geïnterpreteerd worden als een simpel verslag van een teleportatie-systeem. Interessant is dat niet lang daarvoor de geheimzinnige Rozenkruisers beweerden tot precies zoiets in staat te zijn.
Het is natuurlijk ook zeer wel mogelijk dat de schrijver van het boek zijn idee ontleende aan het boek van Naudé, waar de bewering van de Rozenkruisers in opgetekend is. In oude archieven in het Topkapi museum waar ook de Piri-Reis kaarten gevonden werden, vond men het verslag van een lancering van een raket in 1633 met aan boord de piloot Hassan Celebi.
De drie meter lange machine had een door brandstof aangedreven motor met zes kleinere motoren aan de buitenkant aangebracht. Volgens het verslag vloog het apparaat zo'n 300 meter voordat de piloot zichzelf lanceerde in een soort zweefvliegtuigje.
In 1709 bouwde een zekere Bartholomeo Laurenco de Gusmao, die geboren was in het Braziliaanse plaatsje Santos, een luchtschip dat hij zelfs demonstreerde in Lissabon aan de koning van Portugal. Gusmao noemde zijn apparaat de Passarola.
Hij beweerde dat hij op het idee was gekomen toen hij op expeditie was in de oerwouden van Peru. Daar had hij Peruvianen zien vliegen in ballons. Het zijn in feite de specificaties van deze ballons geweest in het rapport van Gusmao waarmee onderzoekers Spohrer en Woodman in staat waren zo'n ballon te
reconstrueren, ermee over de Peruviaanse woestijn te vliegen en op die manier een mogelijke oplossing voor de constructie van de mysterieuze Nazca-Lijnen aan te dragen.
De Portugese wetenschapper Ferereira vertelt dat het opstijgen van Gusmao's wonderlijke voertuig gebeurde door "het verbranden van enkele substanties", die hij verder niet met name noemt. Een complete beschrijving van de Passarola kan echter gevonden worden in het boek Museo Museorum, geschreven door D. Valenti en gepubliceerd in 1714.
Valenti vertelt daarin dat het geheim schuilde in twee op het voertuig aangebrachte bollen. Hij noemde deze de hemel/aardbollen en deze "waren van metaal gemaakt om de magneetsteen te beschermen die zij bevatten."
Valenti beschrijft verder een metalen rooster dat boven het voertuig is aangebracht en dat verwarmd diende te worden door de stralen van de zon.
Eén van de vreemdste verhalen over de zucht van de mens om het vliegen te beheersen, is Restif de la Bretonne's La decouverte Australe par un Homme Volant, ou le Dedal Francais, dat anoniem gepubliceerd werd in 1871. De hoofdpersoon uit deze futuristische roman, een zekere Victorin, vindt een methode uit om te vliegen met behulp van een een paar zelfgebouwde vleugels en een klein parachute-achtig geval. Victorin ontvoert zijn vriendin Christine en de twee beginnen een kleine utopische commune op de flank van de Ontoegankelijke Berg in het Alpengebied van Daupine. De kinderen van Victorin en Christin komen allemaal met vleugels ter wereld. Victorin vliegt met zijn zoon naar het zuidelijk halfrond waar ze op de eilanden verschillende curieuze beest-mensen ontmoeten, zoals de hond-mensen, de geit-mensen en de olifant-mensen. Uiteindelijk arriveren Victorin en zoon bij de Metapatagonianen die een utopische samenleving hebben, gebaseerd op de principes van de natuur, de rede en vooruitstrevende wetenschappelijke kennis.
De spirituele ontwikkeling van de mensheid beleefde een belangrijke koersvernadering in de 18e eeuw; het tijdperk van de rede was aangebroken. Encyclopedisten zoals Diderot en Alembert en Voltaire, filosofen zoals Hegel en Descartes formuleerden nieuwe pragmatische denkwijzen die als lijdraad moesten dienen voor de naties. Niet langer moesten de volkeren gebukt gaan onder het despotisme van bijgelovige keizers, en dat wat zich niet liet meten bestond envoudig niet.
Pure wetenschap, de verlichting van de logica en de zuivere rede zouden de mensheid uit haar slapend bestaan eleveren. Bij een diepere blik in die broeierige epoche blijkt dat er zich in de kelders van de 18e eeuw heel andere dingen afspeelden; magiërs en cabbalisten, hermetici en gnostici conserveerden trouw de
oude kennis.
In armoedige achterafkamertjes, tijdens geheime bijeenkomsten en in anonieme pamfletten werd de verbinding met de kennis van andere bewustzijnsgebieden levend gehouden. Geheime genootschappen van diverse occulte signatuur werden gevormd of kwamen schoorvoetend even bovengronds. Het is niet voor niets dat juist in die periode de vrijmetselarij zoveel afsplitsingen naar occulte gebieden kende.
Ook het genre
van de zogenaamde 'vroege astronaut' verhalen maakte in dat spanningsveld van ideologiën een enorme bloei door. Het concept van het reizen naar de maan heeft bijvoorbeeld een lange literaire traditie die teruggaat tot in de tweede eeuw, toen Lucianus van Somosta er begeesterde verhalen over schreef, maar in de 17e en 18e eeuw zag het een na het andere verhaal het daglicht.