De Pioniers van de Vrije Energie, deel I
door Theo Paijmans


Keely

      Philadelphia, 10 november 1874. In een laboratorium staat een krachtig gebouwd persoon gebogen over een futuristische en onbegrijpelijke machine. Hij draait aan een handel, verzet een schakelaar. De machine begint meteen te draaien, een groot wiel wentelt met een enorme snelheid. De uitvinder glimlacht bedachtzaam, terwijl een golf van verbazend gemompel door de twaalf aanwezigen gaat. Hoe kan het ook anders? Hier hebben zij immers het tastbare bewijs gezien van de werking van een nieuwe energie met onvoorstelbare mogelijkheden. Een energie die de al even enigmatische uitvinder apergy noemt. Hiermee, houdt hij de aanwezigen voor, is het mogelijk om rotsen te desintegreren, zwaartekracht te neutraliseren, vliegende toestellen aan te drijven en er zelfs mee naar andere planeten te reizen.
De naam van deze uitvinder, die deze geheimzinnige energie meer dan honderd jaar geleden ontdekte en ook talloze keren ermee aangedreven apparaten demonstreerde, is John Worrell Keely. Hij is een van de meest enigmatische personen in de geschiedenis van onderzoek naar vrije energie. Niet alleen zijn de principes van de nieuwe vorm van energie die hij meende ontdekt te hebben nog steeds niet helemaal begrepen, maar op twee exemplaren na zijn al zijn machines en apparaten verloren gegaan.

De biografische gegevens zijn onvolledig en tegenstrijdig. Het eerste volledige verhaal van deze fascinerende uitvinder is te vinden in (klik aan): Paijmans' boek Free Energy Pioneer: John Worrell Keely, verschenen in juni van 1998 (IllumiNet Press). Het artikel hier werd exclusief voor de website geschreven door Theo Paijmans om ook het Nederlandse publiek kennis te laten nemen van deze enigmatische man en zijn fantastische uitvindingen.

Keely werd geboren op 3 september 1827, Theosofische bronnen zeggen 1837, waarschijnlijk in Philadelphia. Hij stierf in dezelfde stad op 18 november 1898.
Hij werd al op zeer jonge leeftijd wees en kreeg geen scholing meer na zijn 12e jaar. Hij schijnt enige tijd dirigent in een orkest geweest te zijn, anderen zeggen fluitspeler, en een baantje in een circus gehad te hebben. Frank Edwards vertelt in zijn boek Strangest of All uit 1956, dat Keely enige tijd in de Amerikaanse wildernis met spoorzoekers en bontjagers optrok.
In de daaropvolgende jaren, volgens kranten uit die tijd was dit 1873, deed Keely zijn ontdekking die hem de rest van zijn leven bezighield. Hoe hij zijn wonderlijke ontdekking deed, is niet duidelijk, hoewel er in een artikel in Scientific Arena uit 1887 op gezinspeeld wordt dat Keely een "arm jongetje was dat eenzaam opgroeide, en zich al in zijn jeugd tot dit unieke onderzoek aangetrokken voelde..." Een andere suggestie vinden we in Blavatsky's Collected Writings, waarin vermeld wordt dat Keely geïnteresseerd raakte in muziek, en beweerde dat een stemvork hem op het idee van een nieuwe bewegingskracht bracht.
Keely's faam reikte ook tot in Nederland; belangstellenden konden in 1893 in het blad Theosophia van de Nederlandse Theosofen in het mei nummer een artikel van een zekere Afa lezen, dat geheel aan Keely gewijd was en waarin ook hij een suggestie deed over de oorsprong van Keely's ontdekking. Keely zou, volgens Afa, als jongetje een schelp op het strand opgeraapt hebben en zo opgemerkt hebben dat iedere schelp een ander geluid had.
"Hij ging toen verder in deze richting..." Jaren later, een dag na zijn dood schreef de Times dat Keely "tijdens zijn werk als timmerman de trillingen van ramen en glazen servies als reactie op de tonen van verschillende muzikale akkoorden hem deden nadenken over het onderwerp van trillingen en de curieuze band tussen verre golven die in harmonie vibreerden..."
Keely schreef: "de beste benadering tot zekerheid wordt gemaakt in harmonie met de wetten van de natuur. De beste resultaten verkrijgt men door te volgen wat de natuur heeft geschapen in haar wonderbaarlijke creaties. De persoon die afwijkt van dit pad zal verslagen worden, zoals de geschiedenissen van de zoekers naar de eeuwigdurende beweging laten zien. Ze hebben mij ook ingedeeld bij zulke dromers; maar ik vind troost bij de gedachte dat het alleen door diegenen gedaan is die totaal onwetend zijn aangaande de grootse en grandioze waarheden, waaraan ik mijn hele leven gewijd heb..."
Op 26 november 1873 vroeg Keely een patent aan, aldus Eggerton Sykes in zijn artikel 'Keely's Secrets' uit 1972. Kennelijk heeft Sykes deze aanvraag ingezien, want hij merkt op dat "de tekeningen die erbij horen nu verloren zijn."
Op 6 november 1875 verscheen een groot artikel over Keely in de New York Times, waarin onder andere stond dat Keely een motor zou hebben ontwikkeld die uit "koude lucht en water een gas produceerde dat meermalen krachtiger was dan stoom en veel zuiniger... Wat precies dit gas is en hoe het gemaakt wordt, wil de uitvinder niet zeggen, totdat hij overal in de wereld zijn uitvinding heeft gepatenteerd."

Een medewerker van Keely, Charles Collier, zei dat een motor die volgens de ontdekking van Keely werkte, op 10 november 1874 was gedemonstreerd aan een aantal rijke lieden en dat drie weken later een andere demonstratie had plaatsgevonden. Tijdens deze laatste demonstratie waren de aanwezigen zo overtuigd, dat ze $80.000 betaalden voor een deel in de uitvinding en een aandeelhoudersmaatschappij hadden opgericht. Dit was de Keely Motor Company, die Keely met een aantal zakenlieden uit Philadelphia had opgericht. De Keely Motor Company begon met de verkoop van aandelen aan aandeelhouders door heel Amerika. Het doel van de Keely Motor Company was het bekostigen van onderzoek, en de bouw en verkoop van Keely's motoren. De onderneming had een kapitaal van vijf miljoen dollar. Een gedeelte was bestemd als salaris voor Keely, de constructie van een werkplaats en de bouw van demonstratiemodellen.

In een gebouw aan North Twentieth Street 1420 in Philadelphia, waar de werkplaats was, begon Keely aan de bouw van de Keely-Motor, een machine die zo ontworpen was dat het volgens Keely onderzoeker Dale Pond, werkte volgens "de principes van vibratie en latent aanwezige atomaire energieën, die vrijkwamen tijdens een bewerkelijk procedé met water." De vrijgekomen energieën konden vervolgens aangewend worden voor de voortstuwing van motoren.
Wetenschappers verklaarden echter ijzig dat dergelijke resultaten ook verkregen konden worden met behulp van bekende krachten. Pas als Keely volledig kon bewijzen dat zulke bekende krachten niet toegepast werden, zouden ze enig geloof hechten aan zijn uitvinding. Ondanks deze tegenslag bouwde Keely meer apparaten en verzamelde meer geld om te steken in zijn experimenten. Andere demonstraties volgden, grote aantallen journalisten en wetenschappers werden altijd uitgenodigd en talloze artikelen verschenen in de kranten in en om Philadelphia. Keely werd ook opgemerkt door de bewoners van de occulte ondergrond. Al meteen vanaf het begin toen Keely op weg was een controversieel figuur en misschien wel beroemd te worden, beschouwden de occultisten hem als één hunner, een ingewijde in de hermetische mysteriën, of iemand die de Grote Arcana van de natuur volledig begreep.

"Het is een feit dat Keely werkt met sommige van de mysterieuze krachten die verzameld gaan onder de naam Akasa waardoor zijn ontdekkingen zo interessant zijn voor Theosofen", schreef theosoof R. Harte bijvoorbeeld in juli van 1888. Blavatsky verwees naar Keely in haar boek The Sectret Doctrine in het hoofdstuk 'The Coming Force' en verklaarde dat "in de bescheiden mening van de occultisten, en van zijn nabije vrienden, meneer Keely uit Philadelphia, was en nog steeds is, op de drempel van sommige van de grootste geheimen van het universum; van datgene kortgezegd waar het hele mysterie van de psychische krachten op is gebouwd, en de esoterische symboliek van het Wereld Ei.' En in een artikel in het april nummer uit 1889 van Lucifer schrijft ze; "meneer Keely's ontdekkingen stemmen zo schitterend overeen met de leer van de Occulte Astronomie en andere wetenschappen."
In het artikel 'The Blessings Of Publicity' dat gepubliceerd werd in het augustus nummer van Lucifer in 1891, verwijst Blavatsky opnieuw naar Keely: "Voeg hierbij de langverwachtige komst van Keely's vibratie energie, die in staat is een dode os in een paar seconden in een hoop as te veranderen..."
Blavatsky stierf op 26 april 1891, en dit artikel, dat na haar dood gepubliceerd werd, laat zien hoe zij, vanaf het moment dat zij over Keely en zijn wonderlijke ontdekkingen hoorde, bleef geloven in de realiteit van zijn beweringen, maar dat zij tegen het einde van haar leven ook duidelijk het gevaar van zo'n geavanceerde technologie voorzag.

Rudolf Steiner
Ook Rudolf Steiner verwijst naar Keely in zijn boeken en lezingen. Steiner, wiens esoterische carrière begon bij de Theosofen, en verliep over het pad van de Ordo Templi Orientis, vernam over Keely door Blavatsky's boeken en artikelen.
De occultisten beschouwen Steiner als een ingewijde die in staat was "de barrières van tijd en ruimte te slechten en die het verleden en zelfs de toekomst kon schouwen." Steiner gaf een lezing in Zwitserland in 1918 waar hij zijn gehoor vertelde dat de mensheid de komende eeuwen drie nieuwe vermogens zou ontwikkelen. Dit zou op dezelfde natuurlijke manier gebeuren als de ontwikkeling van de mentale vermogens van de mensheid in het verleden. De drie nieuwe vermogens zouden het nieuwe mechanische vermogen zijn, het nieuwe hygiënische vermogen, en het nieuwe eugenische vermogen. Steiner geloofde dat vooral de Engelsen en de Amerikanen dit nieuwe mechanische vermogen zouden ontwikkelen. Nieuwe machines en mechanische apparaten zouden het gevolg zijn. Deze zouden werken door de wetten van fusie en vibraties.

Steiner beschouwde Keely als iemand die de technologie van de toekomst in een eerdere fase meester was geworden. Steiner modelleerde de persoon Dokter Strader in zijn Vier Mysteriespelen, die hij in 1912 publiceerde, naar Keely. In het verhaal heeft dokter Strader een apparaat uitgevonden dat werkt volgens de fusie van vibraties. Dankzij deze machine zou de mensheid bevrijd worden van zware, lichamelijke arbeid en alle tijd hebben voor zelfonderricht en spirituele ontwikkeling. Maar Strader maakt zijn apparaat niet af; we lezen in het derde en het vierde deel dat dokter Strader's apparaat in de ontwikkelfase blijft en dat dokter Strader sterft.
Zo leek het ook met Keely te gaan; jaar na jaar verstreek echter zonder dat er ook maar een motor geperfectioneerd werd of een patent werd toegekend, en de aandeelhouders van de Keely Motor Company werden met de dag ongeduldiger. In 1880 kreeg Keely bijna geen geld meer voor zijn onderzoek, en zijn rekeningen bleven onbetaald. De Keely Motor Company sleepte Keely zelfs voor de rechtbank, maar Keely werd uiteindelijk van rechtsvervolging ontslagen. Een verslag hiervan staat te lezen in Charles Fort's Wild Talents uit 1932.


Clara Moore
Toen bankroet dreigde kwam een rijke dame uit Philadelphia, Clara Bloomfield-Moore Keely te hulp. Zij zou gedurende 15 jaar Keely's experimenten en onderzoek financieren. Ze schreef ook een boek over Keely en zijn ontdekking. Het opmerkelijke boek heette Keely and his Discoveries; Aerial Navigation en werd gepubliceerd in 1893 in London.
Het boek is een chronologie van zijn leven en werken tussen 1872 en 1892. Ze schreef ook twee pamfletten en een aantal artikelen over Keely en zijn uitvindingen in Theosophische tijdschriften zoals Lucifer.
Ofschoon er geen bewijs is dat Bloomfield-Moore een Theosofe was of lid was van een occulte loge, verwijst ze naar de Rozenkruisers, Paracelsus en de Duitse mysticus Jacob Boehme in haar geschriften. Bloomfield-Moore beschikte over een grote esoterische kennis en het is derhalve niet verwonderlijk dat ze Blavatsky ontmoette.

Keely bouwde honderden experimentele modellen van zijn motoren, maar voor zover als bekend, nooit meer dan één van elk. Sykes beweert dat het grootste probleem was dat zijn machines zo moeilijk te besturen waren. Het artikel uit Blavatsky's Collected Writings, vol. XIII, geeft een levendige indruk van wat Sykes bedoelt: "zijn eerste machines hadden megalitische afmetingen, een woog 22 ton. De meeste werden gebouwd door de Atlantic Works en de Delaware Iron Works in Philadelphia, die vervolgens weer gesloopt werden als ze opgevolgd werden door kleinere, meer geavanceerde modellen. Zijn Generator uit 1878 woog 3 ton, mat 90 cm. bij 1 meter 50, en had kleine cirkelvormige kamers, vijf staande buizen van verschillende afmetingen, en gebruikte maar een halve liter water om een druk van 54.000 pond per 2.5 vierkante centimeter te verkrijgen. Geen hitte, electriciteit of chemicaliën werden gebruikt. het apparaat werd opgestart door een vierwegs afsluiter, er waren geen andere beweegbare onderdelen. De energieopwekking bleef constant, ongeacht het werk dat ermee verricht werd."

Kennelijk verkleinde Keely zijn machines meer en meer. Bloomfield-Moore schrijft: "Hij heeft weer de afmeting van zijn instrument waarmee hij kracht produceert, verkleind. Tussen 1882 en 1884 was de Generator een geval van bijna twee meter lang en net zo hoog en diep; ...wat uiteindelijk resulteerde in een machine in 1895 die hij de Liberator noemde, die net zo groot was als een ronde werktafel van een dame. Doorgaand met dit evolutieproces, ging Keely binnen een jaar verbazingwekkend vooruit... om de productie van energie, en de functie van het kanon, zijn machine en zijn Desintegrator in een machine niet groter dan een eetbord dat 12 tot 16 centimeter dik was, te verenigen. Dit instrument was af in 1896..." Ze verhaalt ook dat in 1880 zijn machines zelfs nog kleiner werden: "en de grootte van het instrument dat nu in gebruik is, is niet groter dan een ouderwetse zilveren zakhorloge."

Een van Keely's projecten tussen 1872 en 1888 was de constructie van een ring van etherische kracht. Wat er van dit apparaat is geworden, zo Keely ooit in staat is geweest om een werkend model te bouwen, is niet bekend.

Keely's gebruik van de term ether kwam direkt uit de occulte traditie. Daar was de idee dat onbekende en onzichtbare krachten ons dagelijks omringen stevig gegrondvest. Nigel Pennick somt alle namen op, waaronder deze energie benoemd werd, in zijn boek Hitler's Secret Sciences uit 1981: "de Vitale Energie van de Chinezen, werd Prana genoemd door de Hindoes. De Polynesiërs noemden het Mana...alchemisten zoals Paracelsus en Van Helmont noemden het Munis en Magnale Magnum. Franz Anton Mesmer gebruikte de kracht. Hij noemde het Animaal Magnetisme. Von Reichenbach noemde het Odische of Odilische Kracht, en de radiëstesisten omschreven het als de Etherische Kracht. Voor de theosofen was het Astraal Licht. In de twintigste eeuw noemde L.E. Eehman het X-Kracht, Wilhelm Reich noemde het Orgon Energie en de wichelroedelopers van de Nazi's kenden het als W-Kracht. De huidige leylijn onderzoekers noemen het Ley-Energie of meer poëtisch de Draken Polsslag. Soviet parapsychologen noemen het Bioplastische Energie of Psychotronische Energie."

Blavatsky beschreef de ether als "een goddelijke lichtende substantie die het hele universum doordringt." De vroege alchemisten gaven de naam ether aan de Quintessentie, het vijfde element, een kracht of essentie die een eenheid tot stand bracht in de vier elementen. De Quintessentie stond gelijk aan het elixer, het mercurius van de oude filosofen. De alchemisten zeiden dat de Quintessentie halfstoffelijk was en zichtbaar aan bepaalde personen.
De Quintessentie vormde samen met de vier elementen en twee andere niet met name genoemde elementen de Zeven Kosmische Elementen. Die hield men voor aspecten van een element, de bron van Akasha. Akasha, ook Akasa geheten, werd gebruikt in de Theosfie en het occultisme als een synoniem voor het oude begrip Ether. De occultisten beschouwen het Astrale Licht als een manifestatie van de Ether. De Ether was de kracht of energie die het leven schonk aan onze kosmos. Het is de invloed van de Ether die in de anderszins dode materie leven creëert en diversiteit schenkt. A.P. Sinnett, een belangrijk lid van de theosofen, schreef in 1895 het volgende over etherische energiën: "er zijn grote etherische stromen die constant over de aarde vegen van pool naar pool even onweerstaan baar als een vloedgolf, en er zijn methoden waarmee men gebruik kan maken van deze ongelofelijke kracht, hoewel onkundige pogingen gepaard zouden gaan met groot gevaar." Door deze uitlatingen en die van Blavatsky raakten de Theosofen in hoge mate geïnteres seerd in Keely's ontdekkingen.

Blavatsky is een niet te onderschatten factor geweest in het vormen van een occult raamwerk waarin Keely opgenomen werd. Een raamwerk dat tevens een belangrijk onderdeel is van de culturele fundering waaruit zich later verschillende ufologische stromingen zouden vertakken. En terwijl er weliswaar geen direkte verwijzingen naar Keely gegeven worden, kan men via de esoterische schrijvers uit die tijd de omtrekken van dat occulte, 19e eeuwse raamwerk restaureren.
Thomas H. Burgoyne bijvoorbeeld, lid van de Hermetic Brotherhood Of Luxor, waar ook Blavatsky aan verbonden was, schreef in zijn The Secret Light Of Egypt dat gepubliceerd werd in 1889: "er zullen verbazingwekkende ontdekkingen in chemie, electriciteit en al de andere wetenschappen gedaan worden. Stoom zal opgevolgd worden door perslucht (gas), Electro-Magnetisme (atoomenergie) als een voortstuwingsmiddel."
Burgoyne schreef onder het pseudonym Zanoni, naar Bulwer-Lytton's boek uit 1842 met dezelfde titel.

Bulwer-Lytton
Goodrick-Clarke merkt op dat het "ironisch is dat de vroege theosfie vooral geïnspireerd is door Engelse occulte fictie," waarmee hij het werk van Bulwer-Lytton bedoelt.

Burgoyne's boek werd in 1897 gedistribueerd door een in Chicago gevestigde esoterische organisatie, Progressive Thinker Publishing House genaamd. Hun advertentie las:

Houd je Brein aan het vibreren!

In 1897 wijdde de occultist Ferdinand Maack in Duitsland zich volledig aan zijn studie van de door hem pas ontdekte stralen en zijn dynamoscopische wetenschap, en er ontstaat een indruk van het occulte milieu in de 19e eeuw waarin echte of ingebeelde geheime genootschappen en ingewijden, vibraties, stralen, etherische energiën en futuristische wetenschappen vermengd werden tot een fantastische poutpourri. Onderdelen van Keely's gebruik van akkoorden en muzikale tonen kunnen teruggevolgd worden tot aan de hermetische filosofie en vanaf dat punt zover terug als de Pythagorese Platonische traditie.

Zodoende vinden we de idee om muziek en toonladders als een sleutel tot het begrip van de wetten van de schepping te beschouwen, terug in het werk van de 17e eeuwse mysticus Robert Fludd (1574-1637). Joscelyn Godwyn schrijft in zijn boek Robert Fludd, hermetic philosopher and surveyor of two worlds, dat Fludd's interesse in muziek als een middel om de wetten van de natuur te begrijpen verklaard kan worden in het licht van Fludd's zoektocht naar eenheid en proportie in de natuur: "harmonie betekent relatie, en nergens anders zijn de quantitatieve relaties zo duidelijk aanwezig als in muziek."
Gravures in Fludd's boek uit 1618 Tractatus Secundus De Naturae Simia Seu Technica Macrocosmi historia in partes undecim divisa, laten de Divine Monochord en de Elemental Monochord zien. Deze vormen bruggen tussen ons bestaansniveau en de hogere dimensies, "samengesteld uit een hogere hoedanigheid van materie (etherisch, astraal etc.) of een andere mentale toestand".

Het is twijfelachtig of Keely zelf geïnteresseerd is geweest in het occulte of in esoterische doctrines, maar het is zeer goed mogelijk dat hij onbewust die richting uitgedreven werd terwijl hij probeerde te begrijpen wat hij ontdekt had. Wel is bekend dat hij de spiritistische kringen van die dagen bezocht, en dat zijn vriend en steun William Colville, een vrijmetselaar was. Een boeiend gegeven is de speculatie of Keely via zijn Duitse voorouders in aanraking is gekomen met de boeken van Jacob Boehme (1575-1624), misschien via de componist Ernst. Esoterische lagen in composities zijn geen zeldzaamheid; Mozart's compositie Zauberflote bijvoorbeeld heeft sterke macconieke ondertonen, en Boehme wordt beschouwd als een voorloper van de moderne theosofie. Bloomfield-Moore verwijst naar Boehme in haar boek. De occultisten vonden in ieder geval verschillende overeenkomsten tussen Keely's werk en de occulte traditie, en Keely's theoriën nodigden daar natuurlijk toe uit.

De Theosofische Vereniging werd opgericht in 1875 door Blavatsky en Olcott in New York. De biografische details ten aanzien van het jaar waarin Keely zijn ontdekking deed in aanmerking nemend, gebeurde dit drie jaar voor de oprichting van de Theosofische Vereniging. Keely ontwikkelde zijn theoriën in eerste instantie dus zonder de hulp van de theosofen.

De tijd waarin Keely leefde hielpen hem natuurlijk ook; de 19e eeuw zag de komst van de moderne wetenschap. Men keek onder de indruk naar het verschijnsel electriciteit.
Röntgen ontdekte de naar hem genoemde straal en de Curies vergiftigden zichzelf langzaam terwijl ze radioactiviteit onderzochten. De 19e eeuw was een periode van overgang; op een niveau nam het voor altijd afscheid van de neurastenici, de symbolisten en de decadenten die gedrenkt in het occulte en het esoterische waren, en leefden voor de koortsige exploraties van de zinnen.

Charles Darwin publiceerde zijn controversiële On The Origin Of Species By Means Of Natural Selection in 1859, in het jaar dat bohemien en essayist Thomas de Quincey, die onder andere had geschreven over zijn verslaving aan de opium, of de Rozenkruisers, stierf. Een beter symbolisch voorbeeld van de vervanging van de zoektochten van de mens naar ultieme waarheden door andere richtingen is misschien niet mogelijk.

Maar de occulte traditie liet zich niet gemakkelijk vervangen of verslaan. Het stelde zich niet alleen teweer maar vermengde, fuseerde zich ook met de wetenschappen. Mary Shelly's Frankenstein, Or The Modern Prometheus, ofschoon gepubliceerd in 1818, wees de weg reeds; Paracelsus' idee van de creatie van een homunculus werd gekoppeld aan de pragmatische wetenschappen zoals in Galvani's experimenten met electriciteit.
En Lewis Spence verklaart in zijn Encyclopedia of Occultism uit 1920, dat Bulwer Lytton "een wetenschappelijk tintje aan ouderwetse magie wilde geven in zijn boek A Strange Story."

De occulte traditie kreeg een technische dimensie. Vreemde machines doken van tijd tot tijd op in de occulte communes. In Parijs vond Eliphas Levi de metalen onderdelen van Hoëne Wronski's Prognometer bij een sloophandelaar. De Prognometer was een mechanisch geval dat bepaalde tendenzen in de toekomst van de mensheid kon berekenen, of althans dat beweerde Wronski. Fred Gettings verklaart in zijn Encyclopedia Of The Occult uit 1986 dat Bulwer-Lytton (1803-1873) het idee voor de mysterieuze Vril-kracht uit zijn The Coming Race (1871), ontleende aan Keely. In het boek worden, behalve de Vril-kracht, allerlei wetenschappelijke verworvenheden beschreven zoals vliegende machines, liften, automaten die taken verrrichten en die aangedreven worden door de Vril, en vliegende vleugels. Misschien ontleende Bulwer-Lytton de ideëen voor deze machines ook aan Keely. Bulwer-Lytton was een lid van de Societas Rosicrucia In Anglia. Hij werd benoemd tot Grand Patron in 1871.

Sykes meent dat Keel beïnvloed was door de werken van Reichenbach in 1862, en door het boek The Coming Race. Dit roept een interessante vraag op, want als Gettings het bij het rechte eind heeft, en niet Sykes, hoe dan of via welke bron, vernam Bulwer-Lytton van Keely's ontdekking, een jaar voordat Keely zijn ontdekking aan de wereld verkondig de?

Bloomfield-Moore verwijst naar de Rozenkruisers en ze bedoelt daarmee de oorspronkelijke, mythische Rozenkruisers en niet een moderne groep, maar angezien ze in London woonde, en vooral na de dood van haar echtgenoot in 1878, is het zeer wel mogelijk dat zij contacten onderhield en correspondeerde met de esoterische kringen uit die tijd, waaronder de Societas Rosicrucia In Anglia, waarvan de leidinggevende leden in 1888 de Golden Dawn zouden oprichten. Wat we van haar weten is dat "daar (London) zowel als in Philadelphia, haar huis een ontmoetingsplaats was voor kunstenaars, schrijvers en muzisici." Ze ontmoette de beroemde dichter Robert Browning die daarop enkele gedichten over Keely en zijn uitvindingen schreef.

Terwijl de wetenschap zich meer en meer ontwikkelde, interpreteerden de occultisten de geschiedenissen van de alchemisten en de Rozenkruisers in het licht van deze technische vooruitgang. De ouden, of het nu Atlantiërs, de Grote Witte Broedreschap of de Rozenkruisers waren, waren niet alleen de hoeders van geheime hermetische kennis, ook superieure technologische kennis werd aan hen toegeschreven. Deze kennis was natuurlijk veel geavanceerder dan de technische vooruitgang in de 19e eeuw. De 19e eeuw was inderdaad een vreemde eeuw; het was het tijdperk van ijzer en stoom, van klinknagels en kolen, toen Eiffel zijn toren bouwde en het Amerikaanse vrijheidsbeeld werd opgetrokken. De pagina's in tijdschriften en kranten werden gevuld met sfeervolle etsen van futuristische machines en nog te verschijnen apparaten. Jack the Ripper sloop door de mistige straten van London en botste wellicht even op tegen een nietsvermoedend lid van de Golden Dawn of van een van de andere talloze geheime hermetische genootschappen.

Jules Verne, H.G. Wells, Paul D'Ivoi, Mor Jokai en andere auteurs schreven over luchtschepen, kunstmatige eilanden in de lucht, maanreizen of over onzichtbaar geworden uitvinders. In de Verenigde Staten schreef een zekere Louis Senares aflevering na aflevering over Frank Reade en zijn wonderlijke uitvindingen, en twee jaar voordat Keely stierf, werden mysterieuze objecten, spookluchtschepen, gesignaleerd door duizenden getuigen boven de steden van Amerika.

Tesla
Het was het tijdperk van Tesla die de wereld versteld deed staan met zijn avantgarde uitvindingen, van het Russische genie Tsjolkovsky die met raketten experimenteerde en visioenen had van de dag dat de mensen naar de sterren zouden reizen, en filosofeerde over buitenaardse beschavingen die een bezoek aan ons zonnestelsel kwamen brengen. Aleister Crowley zou beginnen met zijn occulte levensweg, Bram Stoker schreef zijn Dracula en de astronoom Giovanni Schiaparelli kondigde aan dat hij kanaalvormige groeven op Mars had ontdekt. In Zacatecas in Mexico werden foto's genomen van vreemde objecten die langs de zon vlogen in 1883. In Frankrijk maakte George Melies zijn bizarre en vaak grappige films, volgepakt met verrassende effecten.

Keely was geenszins de enige in deze wilde en wonderlijke eeuw met zijn beweringen een nieuwe en exotische energie ontdekt te hebben. Mensen konden lezen in het augustus nummer uit 1888 van Scientific American dat een zekere William Timmins, een mechanicien uit Pittsburgh, beweerde dat hij een machine had uitgevonden waarmee hij "energie opgeslagen of gebruikt kan worden zonder het verspillen van brandstof" het artikel vertelde verder dat "...hij twee jaar is bezig geweest om zijn uitvinding te perfectioneren, en nu onderhandelt met de regeringen van Engeland, Rusland en Amerika voor de verkoop van de rechten om zijn uitvinding te mogen gebruiken..." Het geheim van zijn apparaat werd omschreven als "twee lagen van staven die elf verschillende mineralen, waarvan de magnetische invloed het geheim van de uitvinder is."
Timmins noemde zijn machine een Pneumatische Generator en verklaarde dat het geval gebruikt kon worden om grote oceaanstomers mee voort te stuwen, of een trein met tachtig wagons. Het zou ook een ideale motor voor een oorlogschip zijn en kon ook "gebruikt worden voor verdediging tegen vijandige aanvallen door middel van luchtkamers achter de bepantsering."
Een zekere Clemente Figueras beweerde dat hij een apparaat had gebouwd dat electriciteit kon opwekken zonder het gebruik van brandstof. Tesla was zich wel bewust van Figueras' uitvinding, want hij zond een kranteknipsel uit het juni nummer in 1902 van de New York Herald naar zijn vriend Robert U. Johnson, die toen redacteur van Century Magazine was.

Volgens verschillende verslagen van zijn tijdgenoten, waaronder die in het boek van Bloomfield-Moore, bouwde Keely een serie machines voor een verbazingwekkende reeks experimenten voor de opheffing van zwaartekracht. In vroege publikaties over zijn werk is er hier en daar iets over te lezen. Blavatsky vraagt zich bijvoorbeeld af in haar Secret Doctrine wat het is dat "optreedt als een formidabele generator van onzichtbare maar enorme energie, energie die niet alleen in staat is om een motor van 25 paardekrachten aan te drijven, maar ook toegepast is om machines op te tillen en te verplaatsen?"
In het Nederlandse tijdschrift Theosophist verklaart Afra: "Keely onderzoekt de ether voor verschillende doeleinden; bijvoorbeeld om er zware objecten mee op te tillen."
De theosoof R. Harte schrijft in 1888 dat tijdens een van die experimenten Keely een model van zijn luchtschip testte, dat op anti-zwaartekracht zou moeten gaan vliegen. Dit model steeg en daalde zonder de geringste moeite, als het verbonden werd door een zilveren en platina draad met zijn zender. Een getuige vergeleek de beweging met een paardebloem, zwevend in de lucht. Omstreeks deze tijd begon Keely ook met de bouw van een gecompliceerde motor, de Aerial Propellor, die een luchtschip zou moeten aandrijven.
Er bestaat een foto van dit apparaat, die in Paijmans' Amerikaanse boek is afgedrukt.
Tijdens een ander experiment droeg Keely een motor van 500 paardekrachten door zijn werkplaats zonder enige moeite, door een riem te dragen waaraan een paar kleine apparaatjes hingen. Normaliter zou een grote hijskraan nodig geweest zijn voor het tillen van zo'n motor. Harte verwijst niet alleen naar een andere demonstratie maar beschrijft ook ditzelfde experiment: "een van Keely's kleine wetenschappelijke experimenten is het wikkelen van een dunne draad rond een gewicht dat behoorlijk zwaar is, en als de kracht door de draad loopt, tilt hij het gewicht met een vinger op en draagt het net zo gemakkelijk alsof het een stukje kurk was. Nog niet zolang geleden verplaatste hij in zijn eentje een Vibratory Motor van 500 paardekrachten van het ene gedeelte van zijn werkplaats naar het andere gedeelte.
Er was geen krasje op de vloer, en verbaasde ingenieurs verklaarden dat het hun niet gelukt zou zijn zonder de inzet van een takel, waarvoor het dak van de werkplaats verwijderd had moeten worden. Natuurlijk is het een kleine stap om vandaar uit een machine te construeren die, mits geladen met een negatieve attractie, zich van de aarde verheft en onder de invloed van de etherische stromen met een snelheid van 750 kilometer per uur in iedere richting kan vliegen."

Keely ontwikkelde ook een bedieningspaneel waarmee het luchtschip kon stijgen en dalen. Het bestond volgens Bloomfield-Moore uit een rij staven, die er een beetje uitzagen als de toetsen op een piano. Genummerd van 0 tot en met 100 vertegenwoordigden ze de enharmonische en diatonische toonladders. Nummer 50 zou het luchtschip een snelheid van 750 kilometer per uur moeten geven. Bij 100 zou de zwaartekracht weer bezit nemen van het toestel en zou het met de snelheid van een kanonskogel weer naar de Aarde toeschieten.
Ze verklaarde ook dat "het instrument waarmee het schip bestuurd wordt heeft niets te maken met de aandrijving ervan, wat een speciaal geval op zich is, en gebeurt door een bombardement van moleculen; door de moleculen op dezelfde manier als tijdens het zweefproces te laten bewegen, maar dan omgekeerd. Nadat de moleculaire massa van het luchtschip in overeenkomst is gebracht met de hemelse en aardse stromen, is de controle ervan relatief simpel. In het opstijgen wordt de positieve kracht gebruikt, oftewel de hemelse zoals Keely dat genoemd heeft, en in het dalen de negatieve kracht, oftwel de aardse."
In 1884 kreeg Keely weer een tegenslag te verwerken. Het toonaangevende Amerikaanse tijdschrift Scientific American lanceerde een onderzoek op grote schaal in Keely's uitvindingen. Ofschoon het onderzoek niet plaatsvond in Keely's werkplaats in Philadelphia, en kennelijk geen van Keely's apparaten gebruikt werd, was een team wetenschappers in staat dezelfde effecten ergens anders door middel van perslucht te verkrijgen. Toch bleef de controverse aanhouden. In 1886 verscheen er in de Daily News een artikel dat het Keely gelukt was, in een kamer volgepakt met getuigen, een materie te produceren met een elastische energie van 10.000 tot 20.000 pond per 2.5 vierkante centimeter. Hij "ontlaadde de stof die koude noch hitte afgaf."

In het januarinummer in 1887 van de Scientific Arena beschreef de heer A. Willford Hall Keely's uitvindingen in gloeiende bewoordingen tijdens een persoonlijk vraaggesprek met de uitvinder. Professor Joseph Leidy verklaarde in 1890 dat "meneer Keely gedemonstreerd heeft dat hij een voorheen aan de wetenschap niet bekende vibrerende kracht ontdekt heeft...die, toegepast op machines, alle gewone toepassingen achter zich laat." In hetzelfde jaar schreef Dokter James M. Wilcox dat "getuige geweest te zijn van Keely's experimenten in de sympathische vibraties, ik overtuigd ben dat hij nieuwe en belangrijke demonstraties gegeven heeft van natuurkrachten die niet uitgelegd kunnen worden door de bekende wetten van de physica."

Keely schijnt bang geweest te zijn dat hij de enorme krachten die hij opriep niet zou kunnen beheersen. Bloomfield-Moore suggereert in haar boek dat de ongelukken die Keely van tijd tot tijd had, kwamen doordat hij niet in staat was de energie in kleine hoeveelheden te doseren. Skeptici daarentegen wijzen erop dat Keely werkte met zwaar gereedschap, en dat de oorzaak van zijn ongelukken ongetwijfeld was dat hij dit gereedschap niet goed hanteerde. Maar kolonel H.S. Olcott beschrijft de enorme krachten die Keely's machines tevoorschijn brachten: "Ik herinner me nog goed dat de grote vraag niet was hoe de kracht bewezen moest worden, maar hoe er een cilinder gebouwd kon worden die sterk genoeg was om de kracht te bevatten. Er werden een groot aantal cilinders gebouwd van het sterkste materiaal tegen astronomische kosten, een keer zelfs door te boren in een massieve stalen zuil -met als resultaat dat die barstten als hout als de kracht erin gelaten werd. Dit is geschiedenis -voor mij althans, want mijn informant was een heer uit Philadelphia die geld in de voorgestelde spoorwegmaatschappij had gestoken."

In 1887 gaf Keely enkele demonstraties voor de Amerikaanse overheid in Fort Lafayette. Dit gebeurde pas na aanzienlijke tegenwerpingen van Keely, want hij wilde dit eerst alleen in zijn werkplaats doen. Hij demonstreerde enkele apparaten voor afgevaardigden van het leger, de marine en andere afgezanten van de overheid. Ze schijnen onder de indruk geweest te zijn en Keely kon bovendien hiermee aantonen dat zijn apparaten ook op een andere locatie dan zijn werkplaats functioneerden. De Keely Motor Company herwon het vertrouwen en ging door met de uitgifte van aandelen.

In 1896 verbleef professor Wenthworth Lascelles-Scott, een Engelse wetenschapper die verbonden was aan de physische en chemische laboratoria van Forrest Gate in London, een maand in Philadelphia. Hij deed dit op verzoek van Clara Bloomfield-Moore om in haar opdracht een onderzoek te verrichten naar Keely's werk.
Lascelles-Scott vertelde na het onderzoek: "Keely liet me, op een manier die absoluut iedere twijfel uitsloot, het bestaan van een kracht zien die daarvoor onbekend was."
Toch staakte mevrouw Bloomfield-Moore haar financiële ondersteuning. De reden is te vinden in Blavatsky's Collected Writings, vol. XIII: "in 1888, dreigde er weer een rechtszaak tegen Keely en deze keer greep mevrouw Bloomfield-Moore's zoon in en hij ontnam haar legale en materiële rechten, zodoende stopte de stroom van zijn 'erfenis' naar Keely's werkzaamheden." Een interessant gegeven is dat haar zoon, Clarence B. Moore, die zich al vanaf het begin tegen Keely's werk verzette, ook aandeelhouder van de onderneming was.

Vanaf 1895 tot 1898 werkte Keely alleen nog voor de Keely Motor Company. Hij was een oude man geworden die leed aan de ziekte van Bright en op foto's die in die tijd genomen zijn, branden zijn ogen fel en uitdagend uit een vermagerd gezicht. Keely stierf op 18 november 1898. Het is niet duidelijk wat de doodsoorzaak was. Sykes verklaart dat Keely stierf aan longontsteking. Er gaat een gerucht dat Keely voor een wagen geduwd werd.
De Public Ledger een krant in Philadelphia, berichtte een dag later over zijn overlijden. Het artikel ging vergezeld van de kop:

Keely motorman nu dood. Ging ten onder na weken ziekte van longontsteking
"John Worrell Keely, de uitvinder van de Keely Motor, stierf gisterenmiddag om 15.00 uur in zijn woning aan 1632 Oxford Street, op een leeftijd van 71 jaar. Meneer Keely was slechts een week ziek. Hij klaagde voor het eerst donderdag afgelopen week over zijn ziekzijn tegen dokter Chase uit Boston, die hem in zijn bureau bezocht...het was ontdekt dat hij leed aan Bright's ziekte, ofschoon meneer Keely dit nooit wilde toegeven. Twee jaar geleden werd hij overreden op Broad Street en hierdoor zeer geraakt, schijnt dit zijn gezondheid behoorlijk te hebben aangetast... Niet veel is bekend over Keely's vroege leven..."

De Times plaatste op dezelfde dag een groot artikel over Keely waarin het opmerkte dat "zijn honderden machines zijn allemaal onaf en net zo mysterieus als een kwart eeuw geleden."

Zijn eens zo gulle en loyale ondersteuner Clara Bloomfield-Moore stierf een paar maanden later, op 5 januari 1899 in London.

Wordt hier vervolgd in deel II

copyright © 1998, Paijmans & Westerlaken
photo Keely, thanks to Dale Pond