
Op het moment van Keely's overlijden had de Keely Motor Company meer dan 3000
aandeelhouders en miljoenen dollars waren geïnvesteerd in zijn experimenten. Omdat er
nog steeds geen bruikbare motor was arrangeerde de onderneming met Keely's weduwe,
mevrouw Anna Keely, dat zij zijn apparaten mochten onderzoeken. Clarence B. Moore
kocht of huurde het gebouw dat Keely's werkplaats herbergde. Samen met een groep
geleerden van de Universiteit van Pennsylvania ontmantelde hij de hele werkplaats
centimeter voor centimeter.
Ogenschijnlijk werden holle buizen ontdekt waardoor perslucht naar Keely's wonderlijke
apparaten werd geleid. In de kelder van het gebouw ontdekten ze een enorme bal van drie
ton die verbonden was aan een luchtpomp. In andere gevallen was er gebruik gemaakt van
hydraulische krachten die van een watermotor afkomstig waren. Valse plafonds waren
gevonden waardoor persluchbuizen en roterende stangen liepen, die Keely in werking kon
stellen door handig verborgen schakelaars en hendels.
Deze schokkende ontdekkingen werden breed uitgemeten in de Scientific American,
kranten in en om Philadelphia en andere publikaties waaronder Theosophische tijdschriften. Een krant in Philadelphia suggereerde om een motor van Keely aan het publiek te
tonen, maar dit is nooit gebeurd.
Toen het nieuws van Keely's ontmaskering in de Theosofische kringen doordrong, schreef H.S. Olcott snel een verontschuldigend artikel ten aanzien van Blavatsky's gunstige uitlatingen over Keely. Het werd afgedrukt in het augustus nummer van The Theosophist in 1899. Olcott wurmt zich onder een genante positie uit door te schrijven dat: "Ze persoonlijk niets wist over Keely en de waarde van zijn beweringen, ze kreeg haar feiten uit de tweede en de derde hand, van mevrouw Bloomfield-Moore, meneer Evans en andere oude begunstigers van Keely."
Olcott geeft toe dat er uiteindelijk toch iets bijzonders met Keely aan de hand zou kunnen zijn: "...tenminste in het begin bezat Keely bepaalde buitengewone psychische gaven, hoezeer hij later ook gezwendeld zou hebben, toen deze krachten in hem opgebruikt waren, dan te veronderstellen dat hij de hele tijd een oplichter zou zijn geweest... Het is baarlijke nonsens te zeggen dat zulke geleerde wetenschappers als professor Leidy, meneer Wilcox en anderen, en de ingenieurs van spoorwegen en andere geoefende werklieden die de Keely motor onderzochten en zich er gunstig over uit lieten, toen zijn onderneming werd opgericht om zijn uitvinding te gebruiken voor spoorwegen, allen blind en mentaal verlamd geslagen waren."
Olcott legt vervolgens uit hoe, toen Blavatsky mevrouw Bloomfield-Moore een tiental jaren later ontmoette en zo van Keely op de hoogte raakte, ze eenvoudig "wegzeilde..." Kennelijk was dit niet genoeg voor Olcott: hij beschouwde Blavatsky's geloof, of goedgelovigheid, in een ogenschijnlijke oplichter als weer een gemakkelijk doelwit voor Blavatsky's genadeloze critici. Olcott klom opnieuw in de pen om de zaak recht te zetten. Zo kan men in zijn Old Diary Leaves, Third Series uit 1904 lezen hoe hij zijn ontevre denheid met de hele affaire in een bittere voetnoot verwerkte. Deze keer liet Olcott alles dat ten goede aan Keely zou kunnen komen, achterwege, terwijl hij Blavatsky's boeken Isis Unveiled uit 1877 en The Secret Doctrine prijst: "Ik denk dat ze diep getroffen zou zijn als ze geleefd had om te lezen hoe compleet en absoluut de ontmaskering was van Keely's frauduleuze demonstraties van zijn "Inter-Etherische Kracht", in haar eigen tijdschrift, in het mei nummer van de Theosophical Review uit 1899, na wat ze er zelf over geschreven had in haar Geheime Leer (deel 1, pag. 556-566). Haar informatie had ze niet persoonlijk opgedaan, maar haar impressies verkreeg ze uit de tweede hand van een vriend uit Philadelphia - een aandeelhouder van Keely's onderneming en van mevrouw Bloomfield-Moore, zijn enthousiaste volgeling;...dus, zonder te stoppen om Keely's theoriëen te testen of mevrouw Moore's zogenaamde feiten te verifiëren, vloog ze weg in een zeer leerzaam essay over kosmische krachten, en door haar onbewaakte halve goedkeuring van de nu bewezen charlatan, vonden de sneerende vijanden nog een zwakke plek in haar bescherming om hun pijlen op te richten. Maar wat doet het er uiteindelijk nog toe?"
Tijdens een vergelijking van Keely's ontdekkingen met de occulte wetenschap pen in het hoofdstuk in The Secret Doctrine verzucht Blavatsky: "of dit overeenkomt met de filosofie van meneer Keely, kunnen we niet zeggen, noch doet het er eigenlijk toe."
Inderdaad, wat doet het ertoe. Na meer dan een eeuw behoren zowel Keely als Blavatsky tot wat James Webb in zijn baanbrekende studie uit 1974 The Occult Underground zo omschrijft als "verworpen kennis", en het doet er meer toe dat Blavatsky over Keely geschreven heeft, dan dat Olcott ongemakkelijke pogingen doet om Blavatsky's gezicht te redden. Een gezicht dat reeds twee behoorlijke klappen had opgelopen door het ongunstige rapport van de Society of Psychical Research, en een kritisch onderzoek in haar Isis Unveiled door W.E. Coleman, waaruit volgens hem bleek dat Blavatsky zo'n honderd teksten had geplagieerd.
En zo werd Keely vierkant afgewezen door de wetenschappelijke wereld en was de geschiedenis klaar om Keely te vergeten, zelfs bij de Theosofen werd hij uiteindelijk niet lang geduld. Het is in de nu langzaam geel wordende pagina's van de Theosfische pamfletten en tijdschriften zoals Lucifer en de Theosophist waar we een interessante accentsverschuiving ten aanzien van Keely kunnen waarnemen. Na zijn kennelijke ontmaskering door de wetenschap, werd Keely gereduceerd tot een marginale en beschamende voetnoot in de geschriften van de Theosofische sterren.
Keely's ontmaskering was compleet, maar was dat wel zo?
Volgens Fort zeiden de aandeelhouders dat ze wel van het bestaan van de bal en de persluchtinstallatie in de kelder wisten, omdat Keely daar nooit een geheim van had gemaakt. Bovendien liet niemand zien hoe Keely's machines met behulp van deze installatie konden werken. Om Fort nog eens te citeren: "iedereen die wel eens een geheim vierentwintig uur heeft proberen te bewaren, zal zich verwonderen over het verhaal van een oplichter die, tegen alle krachten van de onthulling in, zoals gasopnemers en kolenboeren en andere personen die in kelders komen - tegen nieuwsgierige buren en, waar mogelijk, tegen nog nieuwsgierigere journalisten - tegen teleurgestelde aandeelhouders en verontwaardigde conventionalisten, vierentwintig jaar lang de machine in zijn kelder geheim kon houden."
Er werden geen papieren en tekening gevonden tijdens de meer dan grondige speurtocht, maar Keely's neef vertelde aan Burridge dat Bloomfield-Moore Keely's geheimen naar Graaf Gustaaf von Rosen, commandant-kapitein in de Zweedse marine, had gestuurd. Graaf Gustaaf von Rosen leefde toendertijd in Schotland. Hij was in 1864 getrouwd met Ella Carlton, de dochter van Clara Bloomfield-Moore. Graaf von Rosen zond wat hij van Bloomfield-Moore ontvangen had, door naar Stockholm in 1912. Misschien dat deze "geheimen" bestonden uit Keely's bouwtekeningen en zijn manuscript van meer dan 2000 pagina's, dat verschillende mensen tijdens zijn leven hadden gezien en waaraan hij refereerde.
Ook Keely's machines werden vermist. Gaston Burridge, een onderzoeker die zich in de jaren vijftig nog eens over het Keely mysterie gebogen heeft, schreef dat toen Keely op zijn sterfbed lag, hij bezocht werd door een zekere dokter Chase uit Boston. Deze dokter Chase zou een aantal essentiele onderdelen uit Keely's machines hebben gehaald, en deze meegenomen hebben naar Boston om onbekende redenen. Burridge vermeld dat een variant van dit verhaal wil dat dokter Chase sommige onderdelen terugbracht tijdens het onderzoek van Clarence B. Moore en de wetenschappers.
Volgens Sykes, die de informatie kreeg van een zekere Carl Betz, werden Keely's machines verscheept naar Boston door een man genaamd Konrade, die ze in zijn eigen werkplaats installeerde. Het lukte Konrade niet om de vreemde machines aan de praat te krijgen en omdat hij niet wilde toegeven dat hij gefaald had, zei hij toen dat hij verborgen wielen en hendels had ontdekt, die door een waterpomp werden aangedreven die hij in een nabijgelegen gebouw had ontdekt. Sykes houdt dit voor onmogelijk, gezien de geringe diameter die de buizen hadden, en besluit dit intrigerende gedeelte van het mysterie met de vraag waar onderzoekers altijd mee eindigen: wat gebeurde er met Keely's wonderlijke machines? Werden ze in Konrade's achtertuin gegooid om daar jaar na jaar weg te roesten? Werden ze verkocht aan een sloper, of stonden ze stof te vergaren in Konrade's werkplaats?
Een kort biografisch artikel in Blavatsky's Collected Writings deel XIII, geeft enig uitsluitsel. Erin staat vermeld dat Keely, of het bedrijf dat zijn machines bouwde, de gewoonte had oudere prototypes te vernietigen als er een nieuwer, kleiner en beter model werd gebouwd. In het artikel staat ook te lezen dat "...de aandeelhouders een rechtszaak aanspanden tegen Keely, waarop hij veel van zijn tekeningen en motoren vernietigde, uit angst voor inbeslagneming, en toen er weer een rechtszaak dreigde in 1888 vernietigde Keely zijn Vibratie Microscoop en waardevolle papieren, en verdween uit het zicht. Dit standpunt wordt gedeeld in het meinummer uit 1893 van het Nederlandse tijdschrift Theosophia met de woorden "... hij werd bedreigd met gevangenschap door de Keely Motor Company...dat Keely een aantal van zijn nuttige instrumenten in een vlaag van wanhoop vernietigde, en aankondigde dat ze zijn lijk naar de gevangenis konden slepen.'"
Een krantebericht uit The Evening Bulletin van 26 november 1898 voegt een ander stukje
aan de puzzel toe:
De strekking luidde, dat na Keely's dood de Keely Motor Company leerde van het bestaan
van een vreemdeling, die op de één of andere manier met Keely's uitvindingen te maken
had: "...Ontdekt werd dat het een man met grote rijkdom was die leefde...in de buurt van
Boston. Bekend werd ook dat het een wetenschapper was met theorieën die bijna net zo
opmerkelijk waren als die Van Keely. Zoals Keely, onderzocht hij trillingen en voor dit
doel had hij op zijn landgoed een enorme onderaardse ruimte uit masieve rots laten
houwen die hij als laboratorium had ingericht..."
Uit latere kranteberichten leren we dat de man T.B. Kinraide heette. Waarschijnlijk bedoelt Sykes met zijn Konrade dus Kinraide. Hij nam, na goedkeuring van de Keely Motor Company, Keely's machines mee naar Boston om te achterhalen hoe de apparaten werkten. Uit weer latere berichten leren we dat Kinraide na een tijd schoorvoetend toegeeft, of althans die verklaring aflegt, dat de machines gewoon op perslucht werkten. Terwijl de Keely Motor Company eiste dat de machines weer naar Philadelphia moesten, is het uit de verslagen uit die tijd onduidelijk of dit ook gebeurd is. Misschien is er ergens nu nog, in de omgeving van Boston, een langvergeten ondergronds laboratorium, waar de machines in de duisternis al een eeuw lang onaangeroerd staan, wachtend op een toevallige ontdekking.
Van slechts twee machines is de huidige locatie bekend; een vriend van Dale Pond bezit een machine, en één is tentoongesteld in het American Precision Museum in Vermont. Alle belangrijke onderdelen zijn er afgesloopt. Het apparaat is dus, buiten de historische waarde, voor onderzoeksdoeleinden ongeschikt.
Er bestaan wel een aantal foto's van Keely's wonderlijke machines: de Compound Disintegrator, de Vibratory Globe Machine, de Resonator, de Rotating Globe die werkte door menselijk magnetisme, een aantal Vibratory Discs, de Sphirophone, het Pneumatische Kanon, de Provisional Engine, de Globe Motor, de Vibrating Planetery Globe, de Wave Plates, de Planetary System engine, de Liberator, de Vibrodyne (ook de Vibratory Accumulator geheten), de Vibratory Switch, de Aerial Propellor en de Sympathetic Negative Transmitter. Voor zover als bekend, is er helaas geen foto van Keely's Vibratory Microscope die, volgens een artikel uit 1888 van de Theosoof R. Harte werkte door middel van "drie draden die over de lens van een microscoop geplaatst waren... de vergrotende kracht gelijk aan die van de grote telescoop van het Lick observatorium, de grootste in de wereld."
Deze foto's roepen een gevoel van verbazing en ontzag op. Keely's apparaten zijn zo vreemdsoortig, soms stevig en bijna steriel in hun industriële vormgeving, dan weer een poëtische kwaliteit oproepend, een schoonheid die het veld van de kunsten raakt en uitstijgt boven gewone functionele motoren. Wat voor principes het ook zijn waar deze machines op werken, het kunnen geenszins de gangbare principes en wetten van de conventionele wetenschap zijn.
Dale Pond schrijft in zijn Universal Laws never before revealed: Keely's secrets uit 1995, dat het is alsof hij constant een glimp opvangt van de wetten die de oneindigheid van het universum regeren. "In het licht van recente wetenschappelijke ontwikkelingen zoals de moleculaire wetenschappen, de ultrasone geluiden, acoustische levitatie en quantum physica," aldus Pond, "wordt meer en meer duidelijk dat Keely wellicht een wetenschap aan het ontwikkelen was die zo vooruitstrevend was, dat Keely's wetenschappelijke tijdgenoten dit eenvoudig niet konden begrijpen."
Isaac Meyer, een occultist en cabbalist uit Philadelphia, schreef het nu zeer zeldzame boek
Qabbalah, The Philosophical Writings Of Solomon Ben Yeduda Ibn Gebirol or Avicebron
and their Connection with the Hebrew Qabbalah and Sepher Ha Zohar...Also an Ancient
Lodge of Initiates, translated from the Zohar & an Abstract of an Essay upon the Chinese
Qabbalah, contained in the...Yih King. Hij publiceerde het boek in Philadelphia in 1888
in een kleine oplage voor zijn eigen rekening.
Meyer liet na zijn dood zo'n zesendertig dozen met notities, boeken, vertalingen en
bibliografiën na aan de Public Library in New York. Het meeste is een weerslag van
Meyer's onderzoek in de Kabbala, maar een gedeelte van dit legaat zou volgens Burridge
bestaan uit materiaal over Keely en zijn apergy motoren. Toen vrienden van Pond dit
legaat doorzochten, vonden ze echter niets wat te maken had met Keely's uitvindingen.
En zo blijft het raadsel. Het vonnis van de geschiedenis is dat Keely niets meer dan een
ordinaire oplichter zou zijn geweest.
Maar was dat wel zo? Fort wijst erop dat "er geen rood licht was, of halfduister. De
motor stond niet in een kast. Keely's aandeelhouders waren van een superieure intelligentie, althans, voor zover dat bij aandeelhouders gebruikelijk is, in zoverre dat een groot
aantal van hen eerst een onderzoek instelden voordat ze gingen speculeren."
Dale Pond bemachtigde informatie van een helderziende die beweerde dat Keely's
geheimen in handen zijn van de Amerikaanse overheid. Wat er ook van waar moge zijn,
het is zeker vreemd dat er zo weinig van Keely's geweldige plannen, notities en uitvindingen over is gebleven, terwijl hij volgens Dale Pond "de grootste gebeurtenis was die
in Philadelphia plaatsvond sinds de Amerikaanse revolutie." Om met Charles Fort te
eindigen: "de juiste autoriteiten zagen erop toe dat het juiste geloof werd uitgedragen, en
de mensen geloofden dat."
Ufologen hebben een grote belangstelling voor zwaartekracht en projecten die eruit
bestaan te proberen deze kracht op te heffen, want een manipulatie van deze kracht wordt
gezien als misschien wel datgene dat de ufo's alle opmerkelijke aeronautische staaltjes laat
doen. Keely aan de andere kant is volgens mijn mening, als de verslagen van zijn
tijdgenoten correct zijn geweest, de eerste persoon in de wetenschappelijke geschiedenis
van de 19e eeuw geweest die niet alleen een luchtvoertuig bedacht dat volgens de
principes van een opheffing van de zwaartekracht zou moeten werken, maar ook daadwerkelijk experimenten deed op het gebied van zwaartekracht en van plan was een dergelijk
toestel ook te bouwen dat werkte op een principe van levitatie door opheffing of gedeeltelijke neutralisatie van de zwaartekracht. We zullen zien dat er aanwijzingen zijn dat zijn
plannen veel verder rijkten, dat in zijn visionaire geest zelfs het reizen naar andere
planeten als idee geboren werd.
Het was slechts een kwestie van tijd voordat Keely werd herondekt door de vroege ufologen (waarvan velen wortelden in occulte- en paranormale tradities), die
zochten naar een verklaring voor het voortstuwingsmechanisme van ufo's. Zo wijdde
Desmond Leslie een groot gedeelte aan Keely in Flying Saucers have landed uit 1953,
dat hij schreef met George Adamski. Adamski speculeerde al over electromagnetisme in
samenhang met zwaartekracht als aandrijfmechanisme voor ruimtevaartuigen. Anti-zwaartekracht is analoog aan de levitatieverschijnselen in de occulte literatuur; gevallen
van levitatie duiken ook op in de ufo-literatuur als middel waarop mensen bij tijdens
ontmoetingen naar ufo's getransporteerd worden.
Leonard G. Cramp schrijft over Keely in zijn Piece for a Jig-Saw: astounding scientific
evidence in the flying saucer puzzle uit 1966: "Hij demonstreerde succesvol een zwaartekrachtapparaat aan een aantal leidende wetenschappers uit die tijd." W. Raymond Drake, de auteur uit de antieke astronauten-school, zou dit verhaal in een
lichtelijk gewijzigde vorm herhalen in zijn in 1975 gepubliceerde Gods and Spacemen
throughout History over Keely: "In november 1874 stelde John Worrell Keely een
brandstofloze motor zonder een duidelijke krachtbron tentoon in Philadelphia, waarvan
men nu denkt dat het een nieuw soort anti-zwaartekrachtapparaat was; er wordt van hem
gezegd dat hem op mysterieuze wijze het zwijgen is opgelegd en zijn uitvinding vernietigd
is."
In 1994 stelde Vladimir Terziski in zijn Close encounters of the foo-fighter kind dat
Keely een geheel nieuwe wetenschap creeërde, "...en veel andere wonderlijke
machines die totaal uit het geheugen van de mensheid zijn gewist."
![]() De Wardenclyffe Toren
|
Toen hem een beurs door de Matiac Srpska Associatie geweigerd werd, kreeg hij door een
familieconnectie een baan bij een telefoonmaatschappij in Budapest, in Hongarije.
Gedurende een korte tijd werkte hij als assistent bij een afdeling van het telegraafbureau
van de overheid. Hij deed een aantal uitvindingen op telefonisch gebied, maar ontdekte
dat het profijt wat hij er van kon hebben op verschillende manieren gehinderd werd.
Tesla had een buitengewone gave; hij kon haarscherp ideeën visualiseren. Hij hoefde alleen
maar aan iets te denken, of het verscheen in ieder detail voor zijn geestesoog. Terwijl
anderen achter de tekentafel gebogen zaten, speelde het scheppende proces zich volledig af
in zijn hoofd.
Op een dag, toen Tesla met een vriend door de straten van Budapest wandelde en passages uit Goethe's Faust aan een vriend voordroeg, had hij een visioen, dat het aanschijn van de wereld heeft veranderd. "Toen ik in een moment van inspiratie deze woorden uitsprak, trof het idee me als een bliksemflits en in een seconde onthulde de waarheid zich", alsus Tesla. Coincidenteel stond aan de basis van de Faust-legende de abt Trithemius, die evenals Tesla tijdens zijn leven gegrepen werd door visionaire momenten.
In 1921 verklaarde Tesla in American Magazine over zijn wonderlijke visioenen, die net als bij Trithemius, teruggingen tot in zijn kindertijd: "In mijn kinderjaren heb ik een bijzondere kwaal opgedaan die te wijten is aan de verschijning van beelden die vaak vergezeld gingen door krachtige lichtflitsen. Als er een woord werd gezegd, placht het beeld van het voorwerp in kwestie zich zo levendig in mijn visioen kenbaar te maken dat ik niet kon zeggen of hetgeen ik zag echt was of niet...Zelfs als ik mijn hand door het beeld stak, bleef het op zijn plaats in de ruimte."
Tesla 'zag' die dag in 1882 in een park in Budapest een motor ronddraaien als een
magnetische wervelwind. Hij pakte een tak en schetste zijn revolutionaire idee in het zand.
Hij werkte dit uit tot een bouwtekening voor een wisselstroomdynamo. Tesla zag meteen
het belang van zijn uitvinding in. In de zomer van 1883 bouwde hij zijn eerste wisselstroommotor. Tesla ging naar Parijs waar hij zij ideeën over een polyfase systeem en de
inductiemotor verder uitwerkte. Een manager van de Edison Company in Parijs voorzag
hem van een introductiebrief, en Tesla ging naar Amerika. Hij arriveerde in New York in
1884, met slechts vier cent op zak en een dichtbundeltje, een monografie over zijn ideeën
over een vliegmachine en de introductiebrief voor Edison.
Edison zou hem in dienst nemen, maar de twee zouden na een ruzie elk hun eigen weg opgaan. Sindsdien is Thomas Alva Edison door voorstanders van Tesla afgeschilderd als een egoïstische zakenman zonder scrupules; ook Tesla zou dit in 1912 beamen toen hij samen met Edison de Nobelprijs kreeg uitgereikt. Verontwaardigd sloeg Tesla de prijs af en zei hij dat "Edison slechts een uitvinder was, waar hij een ontdekker was". De prijs ging in ieder geval ook aan Edison voorbij. Deze kant was ongetwijfeld waar, maar wat weinig bekend is, is dat Edison een andere, meer mystiek aangelegde tweede natuur had.
Zo was hij volgens Silvia Cranston's boek The extraordinary Life and influence of
Blavatsky uit 1993 een theosoof en volgens het boek Reincarnation: the phoenix fire
mystery uit 1977 dat zij met Joseph Head schreef, geloofde Edison in de reïncarnatieleer.
Bovendien was Edison volgens Gregory Little's ufo-studie People of the web uit 1990
geïnteresseerd in psychische krachten. "Lang geleden", zo schrijft Little, "leerde ik van
verschillende onafhankelijke bronnen dat Edison zijn leven lang geboeid was door
paranormale zaken. Ik leerde toen ook dat Jacques Romano en Joseph Dunninger allebei
voor Edison tijdens verschillende gelegenheden optraden. Edison was van plan een machine te construeren die het mogelijk zou maken met de zielen
van overledenen te converseren." De Amerikaanse vrije energie-onderzoeker Gerry Vasilatos
vertelde me onlangs dat hij een patent van Edison uit 1878 had getraceerd voor een
apparaat dat door Edison een Vocal engine genoemd werd, een Vokale machine, die werkte op geluidstrillingen. In mijn bezit is ook een copie van een brief van Keely aan Edison waarin deze hem uitnodigt voor een inspectie van zijn machines. Edison besloot te komen maar zag er op het laatste moment vanaf. wat op zich weer een klein mysterie oplevert. In het licht van bovenstaande weinig bekende facetten van Edison's
karakter, is het mogelijk dat hij en Tesla om heel andere redenen uit elkaar gingen.
Het enige werk dat Tesla na zijn baan bij Edison kon vinden was het graven van geulen.
Terwijl hij zo in zijn levensonderhoud voorzag, ontwikkelde hij een straatverlichting die
hij aan de stad New York verkocht. In 1888 kreeg Tesla maar liefst dertien patenten voor
zijn ontwerpen van dynamo's, motoren en transformatoren. In hetzelfde jaar gaf hij ook
een lezing aan de American Institute of Electrical Engineers. Hij beschreef zijn systeem
van wisselstroom in elk detail, hopende dat iemand met de benodigde gelden zijn idee zou
ondersteunen. Die persoon kwam: George Westinghouse. De 42-jarige uitvinder was
schatrijk geworden door zijn ontwerp van een luchtrem voor treinen.
Westinghouse zag zoveel in het idee van Tesla dat hij hem $1000.000 contant voor de
rechten op het patent betaalde. Bovendien sloot hij de overeenkomst met Tesla om hem
één dollar te betalen per paardekracht die opgewekt werd door zijn wisselstroommachines.
Edison vocht inmiddels terug met zijn systeem van gelijkstroom, en het leek erop dat
Edison aan het winnen was, tot de bouw van een electriciteitscentrale bij Niagara Falls in
1893. In hetzelfde jaar verlichtte Tesla's wisselstroom ook de Wereld Tentoonstelling.
Tijdens deze tentoonstelling demonstreerde Tesla aan de verbaasde bezoekers electrische
apparaten en joeg hij honderdduizenden volts door zijn lichaam. Vonken sloegen van zijn
vingertoppen en lampen brandden zonder snoeren terwijl hij ze vasthield. Twee jaar later
was de bouw van de electriciteitscentrale voltooid. Vanaf dat moment had Tesla's systeem
van wisselstroom het gewonnen. We bedienen ons nu nog dagelijks van dit systeem.
Tesla's rusteloze en visionaire geest was inmiddels verder gegaan naar nog grootsere
ideeën.
In 1898 demonstreerde hij een radiografisch bestuurde boot en het liet zien in welke richting het genie zich bewoog; de draadloze overdracht van energie. Vier jaar voor Marconi zijn radiosysteem had gebouwd, zond Tesla al signalen vanuit zijn laboratorium over een afstand van veertig kilometer naar een ander punt.
Rond de eeuwwisseling was Tesla op het hoogtepunt van zijn carrière. Zijn wisselstroomsysteem werd toegepast in heel Amerika. Hij was genaturaliseerd tot Amerikaans staatsburger en werd algemeen beschouwd als een genie. Tesla experimenteerde met stralen, hij ontwierp geleide wapens en bleef nieuwe dynamo's, transformatoren, vliegtuigen, stoomturbines en snelheidsmeters ontwerpen. Twintig jaar voordat geleerden electronen ontdekten, bouwde hij een lamp die een intens licht afgaf door het bombardement van electronen op een klein plaatje.
Tesla's grootste plan schijnt een systeem voor de draadloze overdracht van energie
geweest te zijn. Voor dit doel vertrok hij naar Colorado en bouwde daar een 24 meter
hoge toren waar een 60 meter hoge mast op stond met een grote koperen bal. Tesla wilde
met deze antenne de aarde bombarderen met miljoenen volts electriciteit. De Colorado
Springs Electric Company stemde ermee in de benodigde electriciteit te leveren. Het
experiment eindigde doordat de grote generator doorbrandde.
George Trinkhaus schrijft hierover in zijn Tesla, the lost inventions (1988), dat één van
de aantrekkelijke aspecten van Colorado Springs voor Tesla was dat er regelmatig enorme
bliksemstormen over het gebied joegen: "Voor Tesla waren bliksemstormen een verheugende gebeurtenis. Biografen vertellen dat tijdens stormen in het oosten, Tesla het raam
van zijn laboratorium in New York opengooide en op een bank ging liggen, extatisch in
zichzelf mompelend. In Colorado Springs stemde hij af op en volgde bliksemstormen met
rudimentaire radio-apparaten...Tijdens één gedenkwaardig experiment met de Colorado
Springs zender, schoot Tesla vanuit zijn antenne bliksemflitsen met een lengte van veertig
meter, produceerde hij dondergeluiden die meer dan 20 kilometer ver weg werden
gehoord..."
Tesla schreef zelf in zijn Colorado Spring Notes op 31 december 1899 over "een vreemd kenmerk", de verschijning van vuurbollen tijdens zijn experimenten. In Electric World and Engineer van 15 maart 1904 zou hij verklaren: "Het lukte me om vast te stellen hoe ze gevormd werden en ze daarna kunstmatig te produceren."
Na zijn wonderlijke experimenten in Colorado Springs vertrok Tesla naar New York waar
hij de de constructie van een grote toren, de Wardenclyffe Tower, begon. En met de
constructie van de Wardenclyffe-toren begint ook het werkelijke Tesla-mysterie.
In 1901 werd met de bouw van de toren begonnen. De toren bestond geheel uit grote
houten balken die op de grond in elkaar werden gezet en naar hun positie werden gehesen.
De toren rees tot een hoogte van 56 meter. In de top van de toren zat een stalen koepel
met een doorsnede van 20 meter die duizenden kilo's woog. Onder de toren werd een
vierkante put geslagen met zijden van 3 meter 60 en 36 meter diep, waarvan de wanden
afgezet werden met houten planken.
Een wenteltrap liep om een intrekbaren stalen staaf die omhoog kon komen door middel
van perslucht, naar het platform in de top van de toren. De plaatselijke krant Port
Jefferson berichtte op 2 februari over het verloop van de bouw: "Niettegenstaande het
slechte weer en de gebruikelijke obstakels en moeilijkheden die horen bij grote ondernemingen, gaan de verbeteringen aan de Wardenclyffe toren stelselmatig de goede kant uit.
Het generatorhuis is gecompleteerd, de fundering van de grote toren zijn aangebracht en
de bron die hiermee verband houdt heeft de voorgeschreven diepte van 36 meter bereikt.
De trap die in de onderaardse kamer leidt is bijna voltooid en de volgende week beginnen
werklieden een serie van vier kleine tunnels, elk dertig meter lang, te graven." Het artikel
merkte verder op dat de tunnels onder het grondwaterpeil kwamen te liggen. In een stenen
gebouw aan de voet van de toren huisden generatoren en andere apparatuur. Het gehele
project besloog een terrein van honderden vierkante meters waarop ook behuizing voor
zo'n 2000 peroneelsleden werd gebouwd. niet voor niets kreeg het terrein de bijnaam
Radio City.
Tijdens de werkzaamheden aan de Wardenclyffe-toren was Tesla verwikkeld in experimenten die hij "teleautomatica' noemde, proeven die hij nam met radiografisch bestuurde
objecten. In het artikel 'Memories of Tesla at Wardenclyffe' van Natalie Auruccie Stiefel
in Electric Spacecraft Journal (no.15, 1995), beschrijft ze hoe een inwoner in de buurt een
verhaal van haar vader, Wray Hagerman, herinnerde: "Wray was een frequent bezoeker
van het Wardenclyffe hotel en hij herinnerde een groep Japanners die Tesla bezochten, en
hem vragen stelden over zijn robotische experimenten. Tesla demonstreerde zijn werk
door een radiografisch bestuurde boot op te blazen terwijl hij op een rotspunt aan Long
Island stond. De Japanse delegatie wilde de technologie kopen, maar Tesla weigerde."
Op 15 juli 1903, precies om middernacht, begon Tesla met zijn verbazingwekkende
experimenten, waarbij hij de lucht boven Long Island verlichtte met bliksemflitsachtige
ontladingen uit de toren. "De omwonenden zijn zeer geïnteresseerd in het nachtelijke
vertoon dat te zien is van de grote toren waar Nikola Tesla zijn experimenten in draadloze
telegrafie en telefonie uitvoert", schreef een plaatselijk artikel. "Alle soorten van bliksem
kwamen van de toren en de staken, gisterennacht. Een tijd lang was de lucht gevuld met verblindende flitsen van electriciteit die door de duisternis trok, op weg naar een mysterieus doel."
De dag erop berichtte de New York Sun een beeld van wat een wel heel bijzondere
nacht moet zijn geweest. De kop luidde
Niemand schijnt te weten wat Tesla nou precies wilde bereiken met zijn vreemde toren. Een aantal Teslaonderzoekers hebben daarover verschillende theoriën aangedragen. In het artikel 'Het geheim van de Wardenclyffe-Toren' in Bres no. 123, 1987, geeft Velimir Abramovic toe dat het doel van de toren net zo mysterieus was als die vreemde nacht in 1903: "Over de ware bestemming van de Wardenclyffe-toren is niets met zekerheid te zeggen...Tweemaal heeft Tesla in het openbaar een verklaring afgelegd over het doel van de Wardenclyffe-toren, en beide malen zei hij iets anders. Eerst beweerde hij dat het ging om een wereldwijd telegraaf- en telefoonsysteem, maar later wijzigde hij dat verhaal en sprak van een wereldwijd systeem voor de draadloze transmissie van energie door de aarde."
Vanuit dat punt vertekt Abramovic in een fantasievolle speculatie dat de Wardenclyffe -toren en uiteindelijk het complete Wereld Systeem niet alleen "energie uit de ether kon opnemen", maar ook "tijdvensters naar parallelle werelden kon openen", de "geestelijke evolutie van de mensheid bespoedigen" en zelfs naar believen de aarde naar parallelle werelden transporteren".
George W. Damm speculeert in zijn artikel 'The Tesla longitudinal wave' in Electric Spacecraft Journal dat Tesla mogelijkerwijs experimenteerde met akoestische resonantie en daarop gebaseerde criteria hanteerde voor het ontwerp en de bouw van de toren: "Tesla's gevoeligheid voor geluid, trilling en licht, en zijn vroege werk met de controle van frequenties van gëoscilleerde perslucht zijn misschien verenigd in zijn laatste grote project", zo zegt hij peinzend.
Meer conventioneel schrijft George Trinkaus dat de toren "ofschoon dicht gerelateerd was
aan een draadloze energiecentrale en bedoeld voor verdere experimenten in dat gebied,
specifiek gebouwd was als het eerste station in Tesla's voorgestelde wereldzendsysteem.
"Dit systeem zou programma's voor het algemene publiek moeten uitzenden en ook
persoonlijke communicatie mogelijk moeten maken...Het totale Wereld Systeem zou
moeten dienen als een multi-frequentie draadloze verbinding voor alle bestaande telefoon,
telegraaf en andere diensten van de planeet...De gigantische zender moest ook een
universele klok, navigatiebakens en uitzendingen dragen."
Tesla zelf zei in een interview twee dagen na het opmerkelijke nachtelijke experiment, op 17 juli 1903: "De mensen in die buurt, waren ze wakker geweest in plaats van in slaap, zouden nog vreemdere dingen hebben kunnen zien. Op een dag, maar niet op dit moment, zal ik iets aankondigen waarvan ik nooit gedroomd heb!" Voor zover als bekend is, verkondigde Tesla de rest van zijn leven regelmatig de meest fantastische beweringen, maar heeft hij over de Wardenclyffe-toren en over wat het dan was waarvan zelfs zijn visionaire geest nooit gedroomd had, nooit iets losgelaten.
Wat opmerkelijk is, is dat Tesla met de bouw van de toren begon, een paar maanden
nadat er vreemde signalen van Mars waren waargenomen. Zo verscheen op de voorpagina
van de New York Times op 16 januari 1901 een artikel aan de hand van professor
Pickering van het Harvard Observatory met de kop
Zijn experimenten waren deels bekostigd door John Jacob Astor, de steenrijke miljonair en excentrieke uitvinder die ook goed bevriend was met John Worrell Keely.
Volgens het artikel 'Martian Mysteries' van Douglas Chapman en Mark Chorvinsky in Strange Magazine (no. 13, 1994), zou Tesla in 1901 hebben beweerd dat hij, tijdens zijn werkzaamheden laat op een nacht in zijn Colorado Springs laboratorium, uit zijn radio ontvanger "vreemde ritmische geluiden" hebben gehoord en zou hij gedacht hebben dat deze signalen van een andere intelligentie op een andere planeet, Mars of Venus, afkomstig waren.
Volgens Abramovic gaf Tesla zelfs toe dat hij gedurende die onderzoekingen in Colorado signalen had uitgewisseld met intelligente wezens die zich op dat moment op Mars bevonden: "Zo was hij werkelijk de eerste, schrijft Abramovic, "die periodieke signalen naar de sterren zond, gecodeerd volgens het rekenkundige algoritme van bepaalde meetkundige stellingen, zoals de stelling van Thales, de stelling van Pythagoras en Archimedes' formule voor de som van de harmonische reeks. Tot zijn opperste verbazing registreerde hij drie dagen later een antwoord. Toen hij had begrepen volgens welk principe de boodschap was gecodeerd, tekende hij overeenkomstige punten aan op een radiaal co ördinatiesysteem en kreeg als resultaat een regelmatig menselijk gezicht. In eerste instantie kon hij er niet achter komen of degen van wie hij de uitzending had opgevangen mensen hadden getekend, om te laten zien dat onze beschaving voor hem geen geheim was, of zichzelf, met de bedoeling ons te laten weten dat er in de kosmos nog andere wezens zijn die erg op ons lijken."
Keel schrijft in zijn Our Haunted Planet (Onze Belaagde Planeet) uit 1971 dat er rond die tijd maar twee radiozenders op aarde actief waren: de zender van Tesla, en Marconi's primitieve ontvanger waarmee hij in de zomer van 1899 slaagde de letter V (drie strepen en drie punten) naar een ontvanger tachtig kilometer verderop te seinen. "Maar ergens moet een derde zender gestaan hebben", merkt Keel droog op.
Als dit allemaal op werkelijkheid berust, kunnen we het begin van Tesla's pogingen om te communiceren met buitenaardse entiteiten dateren op 1897, ook het jaar dat de grote luchtschipgolf over Amerika trok. Tesla's eigen uitspraken laten een interessant verloop zien. Zo verklaarde Tesla in de Electrical review van 11 augustus van dat jaar dat communicatie met Mars "imminent" was. In de Electrical Review van 29 maart 1899 was Tesla zo mogelijk nog duidelijker; hij zei dat het bestaan van wezens op Mars "een statistische zekerheid was". Aan een journalist zou Tesla een jaar later gezegd hebben: "Wij kunnen zelfs niet met positieve zekerheid beweren dat sommigen van hen niet hier in onze wereld zijn, temidden van ons, want hun constitutie en hun levensmanifestaties kunnen zodanig zijn dat wij niet in staat zijn hen waar te nemen."
In het artikel 'Nikola Tesla, Talking with Planets' in het maartnummer van Current Literature uit 1901, zou Tesla bovendien zeggen: "...Ik zal nooit die eerste gevoelens vergeten die door me heen gingen toen ik besefte dat ik contact had met iets dat onschatbare, onvoorziene gevolgen zou hebben voor de Mensheid...wat ik waarnam maakte me bang, alsof er iets mysterieus aan de hand was, om niet te zeggen iets bovennatuurlijks. Geleidelijk werd ik me ervan bewust dat ik de eerste was die hoorde hoe de ene planeet de andere groette..."
Abramovic zinspeelt er tevens op dat Tesla bovendien een prototype had geconstrueerd
van een apparaat dat geschikt was voor interplanetaire communicatie. Mogelijkerwijs
wordt daarmee Tesla's apparaat voor het "fotograferen van gedachten" bedoeld.
In een persbericht, gedateerd 10 september 1933, zei de toen 78-jarige Tesla dat hij in 1893 "toen ik bezig was met bepaalde experimenten, ik ervan overtuigd raakte dat een beeld in
gedachten gevormd, ook een corresponderend beeld op het netvlies moest opwekken, dat
gelezen zou kunnen worden door een geschikt apparaat. Dit bracht me naar het televisiesysteem dat ik in die tijd aankondigde...Mijn idee was om een kunstmatig netvlies te
gebruiken dat een plaat ontving van het beeld dat gezien werd, een optische zenuw en een
ander netvlies op de plaats van afspelen..."
Terwijl Tesla's beweringen contact te hebben gehad met "intelligente wezens die op dat
moment op Mars waren" op de gebruikelijke reacties van onbegrip en zelfs vijandigheid
stuitten, scheen de beroemde Engelse natuurkundige Lord Kelvin het na een gesprek in
1902 met Tesla roerend met hem eens te zijn. Zo stond in de Philadelphia North
American op 18 mei een artikel met de kop:
Wordt vervolgd in deel III