"Ieder levend wezen is een motor die werkt volgens het mechanisme van het universum... Er is geen nevelvlek, geen zon of planeet... die niet enige controle over zijn
lotsbestemming uitoefent. Niet op een vage en verwarrende astrologische manier, maar in
de vastgelegde en duidelijke betekenis van de natuurwetenschappen."
-Nikola Tesla.

Objecten die er als vliegtuigen uitzien, maar onmogelijk vliegtuigen kunnen zijn, zijn er -net als hun 'ruimteschip' tegenhangers, de Vliegende Schotels- in alle maten en soorten. Tijdens zijn onderzoekingen van grote UFOgolven eind jaren '60 in de Verenigde Staten hoorde de ufoloog John Keel van getuigen over enorme mysterieuze vliegtuigen die leken op C-119 'Flying Boxcars'.
Een groep getuigen in de buitenwijken van Gallipolis, Ohio, vertelde hem dat ze al dertig jaar lang mysterieuze vliegende lichten in de heuvels en velden hadden waargenomen. Zonder enig aandringen van Keels' kant merkten ze op dat grote vrachtvliegtuigen met meerdere motoren en dofgrijs van kleur, enkele keren per maand over de heuvels kwamen. Soms vlogen ze zo laag, dat de getuigen dachten dat ze gingen neerstorten. Het gebied waar de vliegtuigen werden gezien lag niet in een directe vliegroute, en verder is laagvliegen in een heuvelige streek natuurlijk het lot tarten; de meeste vliegeniers zouden zich wel twee keer bedenken voor ze met een log vrachttoestel in de heuvels gaan stunten.
Keel vernam ook van andere getuigen -die veelal ver van luchtmachtbases woonden- over deze Flying Boxcars. Vrijwel alle vlogen op lage hoogte en soms voerden ze ingewikkelde en gevaarlijke manoeuvres uit; onbezonnen gedrag, niet wat men van militaire piloten mag verwachten.
De ufoloog Raymond Fowler zag, toen hij op 11 september 1965 het Carl Dining-veld bij Exeter, New Hampshire, bezocht -waar eerder UFO's waren waargenomen- tweemaal een C-119 Flying Boxcar laag overvliegen.
|
In de nacht van 12 juni 1964 zagen politiemensen in Elmore, Ottawa Co., Ohio, een fel licht in de lucht knipperen en bewegen. Toen het wegvloog passeerde het hen op zo'n 150 meter afstand en had het een wig- of V-vorm. Terwijl ze over de waarneming napraatten verscheen er een propellorvliegtuig in de lucht. De vleugels en romp waren goed verlicht en het geluid van de motor was evengoed hoorbaar. Maar het toestel gedroeg zich zeer vreemd. Het circelde gevaarlijk dicht bij de grond voor een nachtvlucht en hield zich precies in het gebied op waar het felle licht gezien was, alsof het dit gebied afzocht. Ze riepen het Toledo Express Airport op en vroegen ze het gebied met radar af te zoeken. De luchthaven antwoordde dat er geen vliegtuig binnen een straal van 75 km rond Elmore was. De politieman drong aan; vier man hadden het vliegtuig in het oog, terwijl ze praatten. De luchthaven zei nu dat er een vliegtuig, dat nachtlandingen oefende, over Elmore gezworven had, wellicht was dat wat de mannen gezien hadden (daarmee doelend op de UFO). De bron gaat verder niet in op dit vliegtuig. Ons vallen de typische vliegbeweging op; het lijkt weer één van die Mysterieuze Vliegtuigen te zijn.
In 1969 en 1970 werden mysterieuze vliegtuigen gemeld die leken op P-38's, de tweemotorige jagers met dubbele romp uit de Tweede Wereldoorlog. P-38's waren luidruchtige, snelle toestellen, maar hun mysterieuze tegenhangers bewogen zich geruisloos en traag voort. Ze maakten soms plotselinge bochten van 90º en verdwenen even geheimzinnig als ze gekomen waren. Hun kleur was grijs en ze droegen geen merktekens of insignes.
Zogenaamde straaljagers, "kleiner dan een Piper Cub", werden verscheidene malen in 1967 gezien, laagvliegend boven de zandduinen bij Alamoso, Colorado, voor de mysterieuze dood van de merrie Lady. Men dacht althans dat het straaljagers waren aangezien ze geen propellors hadden en ze niet het geluid van een cilindermotor maakten. Maar ze hadden ook geen motorgondels of uitlaatspoor, en werden beschreven als zeer luidruchtig en compleet zonder merktekens.
In maart van 1968 vertelde een groep UFO-watchers aan John Keel dat ze een groep laagvliegende lichten boven Snelweg 62 bij Point Pleasant, West Virginia, hadden zien vliegen tijdens een sneeuwstorm. Direct erachter vloog een klein eenmotorig vliegtuigje, dat ondanks de harde wind en geselende sneeuw de lichten bijhield. Dit laatste vlieggedrag -de achtervolging- brengt ons bij de zogenaamde jet-chases, waarnemingen waarin men UFO's achtervolgd zag worden door straaljagers. Navraag bij luchtmachtbases en vliegvelden leverde altijd een ontkenning van deze vluchten op.
Op 6 juli 1989 zag een taxichauffeur te Blackpool, de bekende badplaats boven Liverpool, Engeland, een gloeiende oranjerode bol door de lucht vliegen. Het voorwerp maakte enkele manoeuvres en verdween uit het zicht. Minder dan 5 seconden later zag de getuige een Tornado jachtvliegtuig zeer laag overkomen, alsof het de UFO achternazat. Het toestel vloog zonder lichten, hoewel de zon reeds onder was. Terwijl het langsvloog zag de taxichauffeur rook voor en achter de jager, en een doffe flits in het midden. Volgens hem kon dit alleen een raket zijn geweest, afgevuurd op de UFO. De getuige hoorde geen geluid van de Tornado komen. Verder onderzoek leverde geen andere getuigen op die de jager daar gezien hadden. British Aerospace kon niets vinden betreffende een jachtvliegtuig dat daar gevlogen moest hebben.
Dit was niet de eerste waarneming die de getuige van een jet-chase had. Jaren eerder meldde hij een Lightning-straaljager gezien te hebben die een cilindervormige, zwarte UFO achtervolgde; de jager deed de UFO "onzichtbaar worden."
Een gevechtsvliegtuig dat een luchtdoelraket boven een toeristische badplaats afschiet is een onzinnig gegeven: de consequenties van zo'n handeling zouden, in meer dan één opzicht, fataal kunnen zijn. Vraag is dus wat de taxichauffeur werkelijk waarnam. Het ontbreken van geluid en verdere getuigen plaatst de Tornado in de categorie Mysterieuze Vliegtuigen, oftewel UFO's die zich als vliegtoestellen manifesteren.
Een vreemd object dat er als een vliegtuig uitzag, maar van vorm leek te veranderen, is illustratief voor de categorie Mysterieuze Vliegtuigen. Zag de piloot die de waarneming deed het object van vorm veranderen, of zag hij het vanuit verschillende hoeken?
Op 26 maart 1962 nam een F-105 straaljagerpiloot van een USAF Tactical Fighter Wing gestationeerd op de Bitburg luchtmachtbasis, Duitsland, in de buurt van de Ramstein luchtmachtbasisbasis een object waar dat op hem afvloog. Het verscheen in de 8 uur positie, vloog naar 3 uur en verdween snel in de 5 uur positie; het was zo'n 5-8 sec in het zicht. De snelheid ervan werd op Mach 2 geschat. De jager bevond zich op 27.000 voet hoogte, en het object zat zo'n 4.000 voet hoger. De aandacht van de piloot werd naar het object getrokken daar zonlicht van het oppervlak flitste. Het leek eerst op een kleine delta-vleugel straaljager, vervolgens uit een andere hoek gezien op een Sidewinder raket, maar in tegenstelling tot deze raket had het een donker gekleurde neus die eenderde van het oppervlak besloeg, de rest ervan leek te zijn opgenomen door aerodynamische oppervlaktes. Uiteindelijk leek het object op een pijlvormig luchtdoelwit. De kleur ervan was over het algemeen zilver. De piloot nam geen uitlaatspoor waar, noch enige zichtbare aandrijving. Onderzoek sloot een raket of ander vliegtoestel uit en het object werd in de Project Blue Book dossiers opgenomen als "Ongeïdentificeerd".
De meest betrouwbare meldingen van mysterieuze vliegtuigen komen van piloten of personeel op luchthavens. De volgende waarneming werd in een USAF-inlichtingen rapport (6 febr. 1954) opgetekend:
Het Carswell Ground Control Approach (GCA) Station, van de Carswell luchtmachtbasis te Fort Worth in Texas, zag op vier februari 1954 om elf uur 's avonds een groot object op het radarscherm op zo'n 21-24 km afstand; het had vreemde karakteristieken en daar het recht op het vliegveld afging waarschuwde men de toren.
Het object vloog op zo'n 3000-4000 voet (900-1200 m) over de Carswell-toren en werd door het personeel van de toren waargenomen. Het had een donkergrijze kleur, een lange romp, elliptische vleugels, een staart, en een stabilisator, maar geen zichtbare aandrijving, noch liet het een uitlaatspoor achter. Ook werd er geen geluid gehoord. Het object, dat ongeveer zo groot was als een B-36, vloog de hele tijd op een rechte koers en kwam uit het zuidwesten. Op de neus en de staart zat een zeer fel licht, en op de onderzijde van de romp zaten twee geelachtige lichten. Een van de waarnemers dacht op elke vleugeltip een soort licht te zien, maar de andere twee konden dit niet bevestigen. Een van de waarnemers nam het object door een verrekijker waar. Cabine- of andere lichten werden niet gezien.
Verder onderzoek leerde dat er op dat moment geen vliegtuig in de buurt was, en er was "geen ongewone activiteit, meteorologisch, astronomisch, of anderzijds, die aan (de) waarneming kon bijdragen."
De getuigen werden als "volledig betrouwbaar" beschreven en de inhoud van het rapport als "waarschijnlijk waar".
Rapporten van piloten en van meerdere getuigen tegelijk hebben altijd veel aandacht van de media gekregen; kunnen competente waarnemers en grote groepen mensen zich dan zo vergissen in natuurlijke objecten, of vliegen er dan echt buitenaardse verkenningsschepen rond? Het volgende geval komen we slechts nog zelden tegen in de geschiedenis van de pilotenmeldingen. Het beschrijft dan ook een UFO die er als een vliegtuig uitzag. Het kreeg in de begin jaren '50 ruime media-aandacht en ufologen vroegen zich af of de 'buitenaardsen' hun ruimteschepen als conventionele aardse vliegtuigen aan het vermommen waren zodat ze niet zo op zouden vallen. Deze these gaat mank daar het object juist bijzonder afstak tegen de vliegtuigen van die tijd en de karakteristieken van een UFO vertoonde. De waarneming werd rond half negen 's avonds op 20 januari van 1951 gedaan.
Captain Larry W. Vinther en co-piloot James F. Bachmeier van Mid-Continent Air Lines kregen net permissie om van de Sioux City luchthaven in Iowa op te stijgen toen de toren hen verzocht om een vreemd licht in de lucht te onderzoeken. Ze merkten het licht op en klommen in de richting ervan. Hun DC-3 vloog met zo'n 190 km/u en de indringer ging sneller, maar in de tegenovergestelde richting. Vinther draaide net zijn hoofd terug toen hij het langs zijn linkervleugel had zien gaan, toen het er opeens weer was: het vloog op zo'n zestig meter van de linkervleugel en in dezelfde richting als zij. Vinther zat verstomd in zijn stoel, "Je kan een vliegtuig niet met zo'n snelheid omdraaien," merkte hij later op. Het vreemde object vloog ongeveer vier seconden langszij de DC-3, zwenkte toen tot onder het vliegtuig en werd niet meer gezien.
Vinther zag het object duidelijk en beschreef het als een slanke romp met twee rechte vleugels eraan. Het had geen motorgondels, geen uitlaatgloed en de vleugels waren recht, niet schuin naar achter staand als een straalbommenwerper. Het object stak duidelijk af tegen de vliegtuigen van die tijd, daar het anderhalf keer zo groot was als een B-29 en de vleugels ervan verder naar voren gemonteerd waren dan die van een B-29.
Het idee van als vliegtuigen vermomde UFO's is nog regelmatig uit de kast getrokken wanneer er weer waarnemingen van mysterieuze vliegtuigen werden gedaan. Anderszijds heeft men het over spookvliegtuigen wanneer men geconfronteerd wordt met vliegtuigen die er als verouderde toestellen uitzien; vooral wanneer die in een gebied met veel vliegtuigongelukken waargenomen worden. Het idee dat dit soort waarnemingen de geest van een vliegtuig zouden betreffen (zijn vliegtuigen met een geest bezield?) gaat al net zo mank als het UFO vermommings-idee. Een voorbeeld moet volstaan.
Tientallen bewoners van de Hope en Derwent valleien in het High Peak district in Berbyshire, noordelijk Engeland, beweren een W.O.II bommenwerper geruisloos en laag over het landschap te hebben zien vliegen. Kenmerkend is dan ook de waarneming van maart 1997 toen mensen een klein vliegtuigje in het gebied zagen neerstorten. De heuvel waar het zich ingeboord had werd afgezocht en later breidde de zoektocht zich naar het omringende landschap uit. Na 48 uur werd de reddingsoperatie afgeblazen daar men geen toestel gevonden had. Een klein vliegtuig stort neer en kan niet worden gevonden; in hetzelfde gebied is meerdere malen een spookbommenwerper waargenomen.
Waarlijk een spookachtig fenomeen, of toch een technologie, waar wij niets van begrijpen?
