Het ontstaan van de opvang

Oog voor Albanië

Begin 70-er jaren las Marijan Nijhof in een krantje dat Albanië het eerste en enige land ter wereld was, waar het bij de wet verboden was om in God te geloven. Ze vond het onvoorstelbaar dat er een land was, waar de regering voorschreef wat je wel of niet mocht geloven en dus ook wat je wel of niet mocht denken. Ze werd enorm geïntrigeerd door dit land en in de 80-er jaren bezocht ze het een paar maal als toerist. Vanaf 1994 woont ze er nu.

Marijan van het balkon

Waarom wonen in Gjirokastër?

Marijan had gehoord dat zo'n 80 % van de studentes aan de universiteit van Gjirokastër een abortus had en er niemand was, die ze hielp of er maar iets aan deed. Ze besloot daar te gaan wonen en Bijbelstudies voor meisjes, vrouwen en studentes te houden. Het gezegde 'voorkomen is beter dan genezen' is hier natuurlijk niet helemaal op z'n plaats, maar ze vond dat het veel beter was, dat de meisjes niet in verwachting zouden raken, dan zou er ook geen abortus zijn. Echter, stel dat er een meisje in verwachting was, dan kun je niet alleen maar zeggen, dat een abortus niet goed is, je zult ze dan moeten helpen. Daarom konden ongehuwde moeders met hun baby bij haar in huis komen wonen.

Overleg met de Albanese regering

Al gauw nadat ze in Gjirokastër woonde, ontdekte ze dat er heel regelmatig baby's in de kraamkliniek werden achtergelaten, die dan soms een half jaar of langer op een plaats in een kinderhuis wachtten. Al die tijd was hun wereld niet groter dan het bedje waar ze in lagen! Dit raakte haar enorm en ze overlegde met de doktoren wat die er van zouden vinden als ze in Gjirokastër een kinderhuis zou beginnen. Deze waren daar direct voor.

Zo begon het overleg met de Albanese regering, want de Albanese wet zegt, dat 'weeskinderen' (en dat zijn, in Albanië, kinderen zonder vader) "staatseigendom" zijn en dus heb je een contract met de Albanese Staat nodig.

Ze legde haar plannen aan de afgevaardigden van de regering voor, namelijk geen groot instituut, maar "gezinnen", indien mogelijk een echtpaar (als ouders) met 7 tot 12 kinderen in een eigen woonruimte, of indien dat niet mogelijk was 2 'moeders' met een gezin van 7-12 kinderen. Het Ministerie van Sociale zaken was heel blij met deze plannen en vroeg of ze die gebruiken mochten, omdat ze juist bezig waren nieuwe wetten te maken en de hele 'set-up' van de staatsinrichtingen wilden veranderen. Alles leek rond, tot in november '96 een afgevaardigde aan Marijan vroeg van welke Stichting het uitging en hij vertelde dat ze als buitenlander zijnde geen kinderhuis kon beginnen. Daarom werd in december 1996 de Stichting "De Schuilplaats/The Hiding Place/Vatër e Ngrohtë" opgericht in Brummen, Nederland. Naar aanleiding van Psalm 91:1, waar staat: "Wie in "De Schuilplaats" van de Allerhoogste is gezeten" (de enige echte, veilige plaats).

In januari 1997 werd de stichting aan het gerechtshof in Gjirokastër geregistreerd onder de naam "Vatër e Ngrohtë". In 1997 braken de onrusten uit en was het onmogelijk om op en neer naar Tirana (de regering) te gaan. Het werd 15 juni 1998, voordat de toenmalige de minister van Arbeid en Sociale Zaken het contract met de Stichting "Vatër e Ngrohtë" tekende - voor 10(!) jaar (in plaats van de gebruikelijke 1 of 2 jaar).

De Albanese regering en overheden zijn steeds heel behulpzaam geweest en dat zijn ze nog!

De zorg voor de kinderen

Het nieuwe huis voor Koos en Diny en de kinderen

Marijan wilde geen instituut worden, maar "gezinnen" vormen. Indien mogelijk een echtpaar (ouders!) met een groep van 7 tot 12 kinderen of, indien dat onmogelijk, bleek twee 'moeders'.

Kinderen hebben het nodig om op te groeien in een veilige, vertrouwde, liefdevolle omgeving, maar temidden van hun eigen volk en cultuur. Te zijner tijd zal het gehele werk in Albanese handen worden overgedragen, maar voorlopig is dat nog niet mogelijk.

Het 'eerste gezin' begon met 'twee moeders' (Marijan Nijhof en Jolanda van Sloten), maar ze bleven zoeken naar een echtpaar. In het voorjaar van 1999 werd Albanië 'overspoeld' door vluchtelingen uit Kosovo. Een vriend van Marijan (Dick Pardijs) belde op of ze hulp kon gebruiken. Graag! Dick vroeg of hij iemand mee mocht nemen. Alle hulp was welkom. Koos Rozeboom kwam mee. Al gauw kwam ook zijn vrouw, Diny. Marijan vroeg of ze er eens over bidden en denken wilden of het iets voor hen zou zijn om 'ouders' van een gezin Albanese kinderen te worden.

Koos en Diny waren tien jaar eerder ook in Albanië in opdracht van Stichting Dorkas, om te helpen bij het opzetten van een bakkerij. Door deze ervaringen waren ze al een beetje op de hoogte van de gang van zaken in Albanië. Koos en Diny Rozeboom kwamen erachter, dat God hen riep om dit werk op zich te nemen.

November 1999 kwam een groep van 10 bouwvakkers om een tweede huis te bouwen, naast het bestaande huis, zodat het eerste gezin op zichzelf zou kunnen gaan wonen en er weer ruimte voor een tweede gezin zou zijn.

In maart 2000 kwamen Koos en Diny en kreeg het eerste gezin, toen nog bestaande uit vier kinderen, een 'vader' en een 'moeder', waar we allemaal ontzettend blij mee waren en zijn.

Terwijl 9 bouwvakkers, Koos/Diny, 4 baby's en Marijan in het 'oude' huis woonden, kwamen er voordat het nieuwe huis klaar was, nog 4 kinderen bij en terwijl er nog geen water of elektra was, gingen Koos en Diny tenslotte, toen de negende baby kwam, in het nieuwe huis wonen. Hier wonen nu Koos en Diny met 9 kinderen, geboren tussen 1998 en 2001.